Huisduif


Ik ben een huisduif.
Sinds een aantal maanden ontvangen wij regelmatig een enquête-formulier van het Ministerie van Economische zaken, over onze reisgewoonten. De definitie van reis is hier: een reis met ten minste één overnachting buitenshuis. Dan is het formulier rap ingevuld: nee, we hebben tijdens de laatste drie maanden geen reizen gedaan. Waarom: ik stip dan maar aan dat we onze vrije tijd anders invullen, dat we verkiezen om niet te reizen.
En zo is het ook.
Als puber heb ik wel een paar langere fietstochten gedaan, met verblijf in de Nederlandse jeugdherbergen, tot in Friesland. Later, toen onze beide zonen wat groter werden, hebben we enkele keren het zuiden van Frankrijk opgezocht. Mijn beste herinneringen gaan naar een aantal reizen met de familie in het zuiden van Engeland. We reden en wandelden door kleine dorpjes, universiteitssteden, tweedehandse boekenwinkels, gezellige theehuisjes en pubs met best eetbaar voedsel. Professioneel was ik een keer in Washington en Jeruzalem, waar ik mee internationale bijeenkomsten organiseerde. Ik was enkele malen in Duistland, een keer met de moto, tot in Oostenrijk. Tijdens onze laatste reis, naar Zwitserland, ervoeren mijn eerste vrouw en ik de grenzen van onze mogelijkheden als koppel. Niet dat we ruzie maakten of zo, maar we beseften dat ons samenleven niet verrijkend was. Er was geen toekomst.
Ik ben nu sinds 1998 samen met Lut, en we hebben nog geen ‘grote’ reizen gedaan. Een keer naar de slagvelden van Picardië voor een drietal dagen, op uitnodiging van mijn broer en schoonzus, een paar keer naar zee voor een dag, een keer voor een week, maar na drie dagen waren we al weer thuis.
Grote verplaatsingen, vliegtuigreizen, lange trein- of busreizen, het trekt ons niet aan, zelfs de auto blijft meestal op stal. Exotische bestemmingen of historische bezienswaardigheden in het buitenland, nee, dank u wel.
Waarom? Het plannen van reizen, iets waaraan veel mensen al een groot deel van hun plezier beleven, is voor mij veeleer een corvee. Het reizen zelf, met de auto, trein, bus, vliegtuig, vind ik vermoeiend, saai, uitputtend op de duur. Het verblijf ‘op een ander’ gaat me snel irriteren: ik mis comfort, de dingen die ik gewoon ben. Uit eten duurt eindeloos en valt wel eens tegen, ook qua prijs, net zoals de hotels. Musea en tentoonstellingen, kerken en kathedralen, ik heb er nu wel genoeg gezien.
Ik breng het grootste gedeelte van mijn tijd door met lezen, schrijven en muziek beluisteren op radio, Tv, Cd, Dvd en waar kan je dat beter doen dan in een huis dat je daarvoor helemaal hebt ingericht? Zelfs in een bibliotheek zijn er geen stoelen waarop je langer dan een half uur kan zitten en de muziekapparatuur is er stuk, bezet, lamentabel van kwaliteit en je wordt er voordurend gestoord.
Dus ben ik een huisduif, en ik voel me daar uitstekend bij, dank u.
O, ja, dat vergat ik nog: ik verzamel ook (goedkope) postuurtjes, kleine beeldjes in porselein, hout, steen of kunststof, het doet er niet toe, als het maar gaat over huizen, lezen, schrijven of muziek…

















