water


De Indian Summer (zie mijn bijdrage hierover in het overzicht hiernaast, ik heb ze een beetje versluierd onder de titel wonne, dat prachtige woord dat we ten onrechte verwaarlozen en dat precies zegt waarover het gaat: het gevoel dat we iets gewonnen hebben, een warme gloed die ons diep gelukkig maakt) doet het dit jaar wel heel erg goed. De dakwerkers die nog net voor de herfst echt begint een gedeelte van ons dak vernieuwd hebben, liepen er bloot en fluitend bij. En het is inderdaad fris van zodra de zon ondergaat, en ’s morgens hebben we ook nevel en mist.
We horen die combinatie in dit seizoen zowat elke dag: nevel en mist. Wat is het verschil? Het is allebei waterdamp die door de afkoeling van de temperatuur dichter en daardoor zichtbaar wordt.
Nevel ontstaat door condensatie boven waterlopen en vochtige lage weilanden en braakgronden, je kan dat heel mooi zien als je ’s avonds gaat wandelen of met de wagen over minder druk bebouwde wegen rijdt. Die nevelslierten zijn heel plaatselijk. Ze zijn ook niet echt heel dicht, ze blijven wazig en doorzichtig grijswit. Het zicht is nauwelijks beperkt, je wordt er niet echt door gehinderd, tenzij het gaat vriezen.
Mist is niet zó plaatselijk, niet gebonden aan water of vochtige grond. De waterdamp is veel dichter, en dus minder doorzichtig, ook al omdat mist, zelfs mistbanken, veel groter zijn dan nevelslierten. Mist hangt overal op de grond, ook waar geen water of vocht is. Het zijn (zeer) laaghangende wolken, mist komt dus van boven, mist valt. De zichtbaarheid kan uiterst beperkt zijn, soms zit het helemaal dicht en zie je geen meter voor je uit, zelfs niet met mistlichten, die wel de mist verlichten maar het zicht niet echt verhogen.
Wij hebben wel meer problemen met water. Ook de regen is vaak een bron van ergernis, vooral tijdens de vakantie. Vandaar dat we massaal naar het zuiden trekken, hoewel de gemiddelde neerslag hier bij ons veel beter is dan in de zogenaamde vakantielanden. In augustus was het hier ook weer erg nat. En in juli was het dan weer te droog en té warm.
Ik hou meer van de herfst dan van de zomer, meer van de regen dan van de zon. Als het lang droog blijft en de natuur begint te verdorren, dan voel ik dat gemis aan water fysiek aan, ik begin te snakken naar de regen, naar de vochtige omgeving waarin alles gedijt. Want zonder regen, zonder water kunnen we niet voort.
Water, zuiver en drinkbaar water, en niet olie, uranium of coltan, wordt wellicht in de 21ste eeuw het kostbaarste goed op aarde, waarvoor mensen mekaar zullen bevechten, zoals nu reeds hier en daar gebeurt, onder meer tussen Israel en Palestina. De waterhuishouding, op wereldschaal en ook hier in onze achtertuin, is uiterst belangrijk voor ons comfort en ons voortbestaan. We geven er steeds meer geld aan uit, en dat zal niet veranderen, want er is geen alternatief. De olievoorraden zijn beperkt, net als andere energiebronnen, maar we zoeken en ontdekken voortdurend nieuwe bronnen, onder meer… water. Maar voor water is er geen vervangmiddel. Dat is eigenaardig, want zowel wijzelf als de rest van de natuur bestaan voor het grootste gedeelte uit water. Er is water genoeg, alleen niet altijd waar en wanneer het moet, en niet altijd bruikbaar, vooral omdat wij het zelf onbruikbaar gemaakt hebben. Zelfs de regen, het goud dat uit de hemel valt, hebben we zuur gemaakt, zodat onze planten erdoor afsterven en onze kathedralen wegslijten.
En ook de enorme natuurlijke zoetwatervoorraden die de ijskappen op het land en aan de polen vormen, beginnen af te takelen en ons te bedreigen onder invloed van de miljarden mensen die de aarde bevolken en teisteren.
De mens zocht sinds hij begon na te denken naar een element in de natuur dat de ultieme en onmisbare bouwsteen was. Water was daarvoor een eerste kandidaat, naast aarde, vuur en lucht. Van die vier elementen is juist het meest overvloedige het meest bedreigde. Misschien is het juist die overvloed die ons dat onterechte vertrouwen geeft dat er niets kan verkeerd gaan, dat alles wel terechtkomt, dat de regen alles weer als nieuw maakt, zoals het rosse zomergras weer groen kleurt, en de boeren de oogst toch weer binnen halen.
Vermetelheid is in deze context een beter woord dan vertrouwen; het komt van meten: iemand die zich ver-meet, heeft zich overschat, zoals iemand die een te zware last wil optillen zich ver-pakt, en iemand die een foute gok doet zich ver-gist. Ons vermetel vertrouwen in de natuur, ondanks duidelijke tekenen van dreigende catastrofe, is onbegrijpelijk. In het geval van de USA is het een agressieve maar uiteindelijk faliekante bescherming van de eigen economie en welvaart ten koste van het overleven van de rest van de wereldbevolking. Het Aziatisch ontsluiten van de economie, het Arabische terrorisme en de Afrikaanse emigratiedruk zijn slechts symptomen van een globale onrust over het lot van onze planeet.
Dát zijn de echte termen van het conflict dat zich aftekent voor ons en onze nakomelingen.


















