Der Untergang des Abendlandes


Net zoals de meeste mensen van mijn leeftijd, die geboren zijn net na de tweede wereldoorlog, heb ik me meermaals afgevraagd hoe het mogelijk geweest is dat in een buurland, Duitsland, alles ooit zo uit de hand gelopen is als onder het Nazisme.
Duitsland was zowat de kern van onze beschaving en onze democratie. De kunsten genoten er hoog aanzien, er was een onvoorstelbaar bloeiende cultuur. De bedrijfswereld kende enorme expansie, de handel bouwde op ambacht, ijver en een algemeen geloof in vooruitgang.
De eerste wereldoorlog ligt veel verder van ons af, wat we erover lezen doet ons hoofdschudden: waanzin, gedreven door leiders die nog in het ancien régime leefden en met de kleine man als slachtoffer.
Men zou denken dat men toen een les had geleerd: nooit meer oorlog!
En dan begon in Duitsland een zelfdestructie van het maatschappelijk leven. Al het goede dat men had, werd opgeofferd in een ideologische strijd. De economie viel stil, de inflatie deed de rest. Een redder moest gevonden worden, en wat voor een…
De enige manier om het land te redden, bleek een oorlogseconomie. De gevolgen lieten niet op zich wachten. En dan kwam de ware aard van het beestje tot uiting: machtswellust.
Men kan nog begrijpen dat Duitsland de bezette gebieden terugnam. Of beperkte streken waar etnische Duitsers leefden. En zelfs Oostenrijk, dat zolang samen met Duitsland een politieke en taalunie vormde. Maar Polen? Tsjecho-Slowakije? Hongarije? En dan de overrompeling van heel Europa. Rusland.
De steun die het Nazisme kreeg in de veroverde gebieden was marginaal, ze werden al zoveel als bevrijders binnengehaald als de Amerikanen in Vietnam en Irak. Het was duidelijk dat Duitsland nooit al die gebieden in de hand kon houden. Europa kon nooit hardhandig één worden in een Reich met Duitsland als dictator.
Maar er was meer dan die geopolitieke tactische vergissing. Er was meer dan de landhonger. Er was nog erger dan de dictatoriale machtsgeilheid.
Ik heb het over de immorele verschrikking van de uitroeiing van grote groepen medemensen, die als minderwaardige producten werden misprezen: de Joden; de Slavische volkeren; zigeuners, homo’s, psychisch gestoorden, lichamelijk gehandicapten, en uiteindelijk ook de gewone werkmens in de veroverde gebieden, die als slaven werden afgevoerd en meedogenloos uitgebuit om de oorlogsmachine draaiend te houden.
Ik noemde de eerste wereldoorlog waanzin. Welke woorden hebben we dan nog om het Nazisme te benoemen? Hoe is onze beschaving, onze cultuur op zo’n korte tijd, vanaf 1925 tot 1935, zo verschrikkelijk diep kunnen vallen? Uiterlijke factoren hebben meegespeeld, maar kunnen nooit verklaren hoe een kramikkige partij, een stupide ideologie en een aantal verwaande domoren de wereld over de rand van de vernietiging geduwd hebben. Het moet met andere woorden iets zijn in de mens zelf, in elk van ons, iets dat ook nu nog aanwezig is, sluimerend of virulent.
Machtswellust.
Het gevoel dat je hebt als je een vuurwapen in de hand houdt, het richt, afdrukt en vele meters verder de inslag ziet, een levend wezen dat neergemaaid wordt, even schokt en niet meer is.
De vinger op de knop van een machine.
De handtekening onder een document.
De macht over het lot van je medemens.
Niet zelfdoding stelt ons voor de ultieme zinsvraag, maar agressie, moord, uitroeiing, of het onverschillig laten creperen.



















