

hoe zij zich ook richt
naar ’t licht
om zijn glimlach
te zien oplichten
steeds vaker
gaat hij
in de greep
van honger slapen
vermoeid van
’t leven hier
het droomblauwe
aanraken



hoe zij zich ook richt
naar ’t licht
om zijn glimlach
te zien oplichten
steeds vaker
gaat hij
in de greep
van honger slapen
vermoeid van
’t leven hier
het droomblauwe
aanraken
kleuren terug het beleven
als veeg hoopje mens
telkens zo anders
heb ik je herontdekt
als rijpe rust
in mijn bestaan
het prille dat openbloeit
vanuit ooglijk blank
een dode droom
die ik grijs begraaf
tot wanneer ik als veeg
hoopje mens één met je wordt
vrijuit leven
tussen bos en erf
met regenbogen dwepen
in open communicatie
slaapdronken
nog voor een slaapdronken aarde
zich door uitdromende witlijkende
zijde toegedekt weet ben ik opgestaan
om te ontdekken dat
het vlokjes rode passie zijn
die de dag wonderlijk openplooien
volle maan

diep in de nacht
gonst de gedachte
het licht van de maan
te gaan vangen
me klaarwakker
een groeiende verstrengeling

hoe trachtte ze
een landschap te schetsen
waar bij iedere pennentrek
een groeiende verstrengeling
met verbeelding merkbaar werd
middels rijk geïllustreerde gedachten
stenen kon verleggen
om in het spoor
van meer levensvervulling
haar doel te halen
mijn eigen blauw
pas als wolken
hemeltergend traag
in wit feestelijk gewaad
de harde wereld opentrekken
ontdek ik mijn eigen blauw
dat zich als warm verlangen
tussen hartstochtelijk
nieuw leven innestelt
verdronken souvenirs
puur bedoeld als vermaak
a straight bourbon whiskey
in een zee van tijd
lijkt haar te inspireren
om een blos te blozen
bij verdronken souvenirs
boven verbeelding
de dans der doden
omringd met blauwe flarden
bovenaardse schijn
die hun zijn niet verbloemen
bewegen ze licht
in toekomstgerichte
eigenbeweging
de dans der doden
zonder leven op aarde
ooit nog aan te raken
zelfs jezelf niet meer herkent
samen hebben wij
naar de sterren gekeken
net zolang je ging beseffen
dat het echt nacht was
en met jezelf
kon gaan slapen
terwijl ik diepstil
bij jou ben blijven waken
bang dat je in mistig zicht
zou herontwaken
waar alles zich
weer vaag stelt
zelfs jezelf
niet meer herkent
als een adem van eeuwigheid
met zomerzoete droomsels
in mijn schaduwspel
schim een leven
in mijn schaduwspel
claim een toekomst
die er nooit zal wezen
de morgen
wacht je immers niet
zal ik jou
eindelijk vleugels geven
vanzelf doodgegaan
toen leven door ijzige kou
zich breekbaar uitte
tijd er zich spoorloos
in verloor
wij in die besloten droom
met de ogen dicht
bleven stilstaan
is alles vanzelf doodgegaan
in de hitte van het ogenblik