TEKEN EN SCHILDERTECHNIEKEN EERSTE DEEL VANAF 14/10/06
04-05-2006
ART . NR . 17 . DE PRAKTIJK
Art . Nr . 17 .
DE PRAKTIJK
Hoe tekenen wij een blad .
Voordat wij beginnen aan het tekenen van de bloem , zullen wij eerst eens zien hoe het blad wordt weergegeven . Wanneer wij een blad volkomen vlak zouden tekenen , dan was het slechts een kwestie van copieéren en verkregen wij een resultaat als op de afbeeldingen van plaat I en plaat II . Maar in werkelijkheid is het blad driedimensionaal met alles wat dat met zich meebrengt aan verkortingen en welvingen . Het is dan ook goed om onze kennismaking met de perspectief te hernieuwen . Op alle terreinen van de tekening zal dit ons te hulp komen . Zoals steeds is het goed er aan te denken dat wij op deze wijze stap voor stap verder zullen komen .
Perspectief en Constructie .
We nemen een tennisracket of snijden een dergelijke vorm uit karton en plaatsen dat in verschillende opeenvolgende standen . Van voren bezien doet het zich in zijn ware gedaante voor ( fig . 15 - 1 ) ; van opzij gezien lijkt het meer op een stok ( 2 ) . Tussen deze twee uitersten zijn er alle mogelijke tussenstanden in 't verloop waarvan onze racket heel wat verschillende aanblikken vertoont ( o.a. 3 en 4 ) . Fig. 15 - 5 , 6 en 7 laten weer andere aanzichten zien . De afwijkende vormen van een blad of een bloemblad zijn bijna gelijk aan die van de racket , afgezien dan natuurlijk van soepelheid van de bladeren . De afbeeldingen van fig . 16 laten ons verschillende schema's zien om bepaalde bladvormen in perspectief weer te geven . De methode die wij hier laten zien komt er dus op neer steeds de meetkundige figuur te vinden waarin de betreffende bladeren " gevangen " kunnen worden . Wij brengen dus eigenlijk eerst die meetkundige figuur in perspectief en tekenen daarin ons blad . Een uitstekende manier om de verkortingen goed onder de knie te krijgen , is het onderwerp te bezien zoals het zich geprojecteerd op een verticaal opgesteld vlak voordoet en waarover wij in de eerste les reeds gesproken hebben . Dit vlak is ons doorzichtig geruit A.B.C. - scherm , dat je ongetwijfeld bewaard heeft . Gebruik het dus nu weer en je zult er veel nut van hebben . De kruispunten van de horizontale en verticale lijnen van het scherm geven je even zovele richtpunten om het verloop van lijnen en vlakken en onderlinge verhoudingen van de bladeren op de juiste manier te bepalen. Het komt in feite maar heel zelden voor - wij hebben dat reeds gezegd - dat het blad zich volkomen vlak aan onze ogen voordoet . Het is gebogen , gekromd , gevouwen , gegolfd , opgerold en ook hier gaan wij weer van het eenvoudige over op het meer ingewikkelde , zoals de fig . 17 en 18 en de afbeelding van Plaat IV laten zien . Stuk voor stuk zijn dit duidelijke voorbeelden . Om een blad ( of een bloemblaadje - fig . 18 bis ) de gewenste vorm te geven gaan wij uit van de hoofdnerf , welke wij kunnen zien als de basis van het skelet . Evenals bij de mens of het dier bepaalt deze " ruggegraat " de stand en de beweging van het blad . Wanneer het om samengestelde bladeren gaat , zoals bij de acacia , de varen , enz. laten wij dan ook vooral denken aan de algemene omsluitende lijn om het samenstel van de bladeren . Wij beginnen dus met een schematische schets van omsluitende lijnen ( fig . 19 ) en passen dit vooral toe wanneer het om zeer ingewikkelde bladvormen gaat . Of het gaat om een blad of om een tak , om een bloem of een boeket , steeds is de algemeen omschrijvende lijn ons begin .
Ons tweede stadium is om kleinere partijen binnen dit grote geheel op dezelfde wijze door lijnen te omsluiten . Wanneer op die manier alle grondvormen zijn vastgelegd , zullen wij daaraan een grote steun hebben en kunnen oog noch hand meer verdwalen . Natuurlijk zult je niet dadelijk bij 't begin al een al te ingewikkeld object ter hand nemen . Maak eerst eens studies van een los blad . Neem het blad bij de steel en bestudeer de vorm waarbij je het losjes door de vingers laat draaien zodat het verschillende standen inneemt . Observeer dan de algemene vorm en schets het blad binnen de eenvoudige geometrische figuur en begin met een eenvoudige tekening in een enkele lijn . Wel dienen wij natuurlijk meteen de nodige afwisseling in lijndikte te brengen en nauwkeurig de details te volgen . Gebruik hiervoor uw 3 B potlood ; de geometrische figuur schetst je het beste met een HB potlood . Wanneer je de contructie met een HB potlood heeft opgezet mag je ook proberen om de tekening met pen of penseel te maken . Bestudeer dus vele bladeren van uiteenlopende vormen en karakter ; observeer het nervenstelsel evenals de omtrek en geeft je rekenschap van de wijze , waarop de bladeren van elke soort zijn vastgehecht aan de twijg . Bestudeer vooral rangschikkingen van deze aanhechtingen bij verschillende planten en maak daar eens aparte studies van .
Wij hebben er trouwen reeds over gesproken en je verschillende voorbeelden getoond . Na deze studies gaan wij verder met het weergeven van een tak met bladeren , doch eerst vragen we uw aandacht voor een prettige afwisseling .
FIG . 15 . DE PRAKTIJK
Fig . 15 .
De Praktijk.
Deze schetsen laten je de vormveranderingen door het perspectievisch aanzicht duidelijk zien .
FIG . 16 . DE PRAKTIJK
Fig . 16 .
De Praktijk.
FIG . 17 .
Fig . 17 .
FIG . 18 .
Fig . 18 .
PLAAT . IV
Plaat IV
FIG . 18 . bis .
Fig . 18 . bis .
FIG . 19 . DE PRAKTIJK
Fig . 19 .
De Praktijk .
ART . NR . 16 . c , - DE BLOEM
Art . Nr . 16 . c
De Bloem
De bloem is de trots van de plant . Door de natuur getooid met zijde en fluweel in de tederste en heerlijkste kleuren , is zij te allen tijde een bron van inspiratie voor de kunstenaars geweest . Zij blijft de brengster van vriendschap en tederheid , van eerbied en herinnering . Zij vertegenwoordigt de opgetogenheid van het plantenleven , terwijl haar kroon toch maar onstond uit de omvorming van nederige blaadjes . Zij verzekert op deze aarde de eeuwigheid van heel het plantenrijk . Zij bestaat in het algemeen uit de uitwendige bekleedsels - de kelkbladen , de kelk en de bloembladen , die de bloemkroon vormen - en uit de inwendige bestanddelen : de meeldraden en de stamper ( fig . 6 ) . De rangschikking van al deze organen laat een oneindige verscheidenheid zien . De indelingen welke door de plantkundigen gemaakt zijn gaan echter meer uit van het inwendige leven van de plant als van haar uitwendige verschijningsvorm . We zullen ons dan ook niet te veel aansluiten bij deze wetenschappelijke indelingen . De betekenis van de wetenschappelijke termen kunt je evenwel in de woordenlijst vinden , evenals de verklaring van uitdrukkingen welke wij hier en daar in deze les gebruiken met betrekking tot stengels , takken , bladeren enz. Ons hoofddoel is immers de waarneming naar uiterlijke vorm en kleur en we zullen liever naar aanleiding daarvan onze indeling maken .
Indeling der bloemen
- 1e Schijnbaar enkelvoudige , regelmatige bloemen ; het lijkt erop of de bloembladen gerangschikt zijn in stervormige rosetten met een hart in het midden , waaromheen zich een of meer rijen bladen bevinden , meestal plat en in afwisselende hoeveelheid . In werkelijkheid samengesteld : er is een hoofdje ( margriet - madeliefje - goudsbloem - aster - cosmea - zinnia - zonnebloem - kamille - enkelvoudige dahlia ) .
2e Eveneens enkelvoudige , regelmatige bloemen , maar zich verwijderd tot een bekertje , met of zonder afzonderlijke bloembladen ( egelantier - klaproos - boterbloem - anemoon - papaver - malva ) of tot een trechter ( lelie - veldklokje - winde - tulp - herfststijloos ) met bloembladen die direct van de steel uitgaan en met meer of minder wijde hoorn .
3e Bloemen , afgeleid van deze categorien , maar veredeld door de tuincultuur , die er zich op heeft toegelegd om de bloembladen te vermenigvuldigen en de kleuren te verrijken , om er gevulde of " dubbele " bloemen van te maken ( dahlia - chinese aster - chrysant - roos - pioenroos ). 4e Bloemen , waarvan de bloembladen in 't begin een verticale richting volgen om zich vervolgens te verwijden ter hoogte van meeldraden en stampers ( anjelier - muurbloem - primula - petunia - tabak - blauwe gentiaan ) . 5e Bloemen , die samengesteld en eveneens regelmatig zijn - hoewel op verschillende wijzen gerangschikt ( korenbloem - distel ). 6e Onregelmatige bloemen , waarvan de bloembladen niet alle dezelfde vormen hebben ( iris - viooltje ) of dikwijls tot één geheel vergroeid zijn in grillige vormen , zoals ( driekleurig viooltje - boon - erwt - dovenetel - vingerhoedskruid - monnikskap - robinia - leeuwebek - kamperfoelie - brem - orchidee - goudenregen ) . De afbeeldingen die hieronder zijn afgebeeld illustreren deze indeling . Plaat III toont je in numerieke volgorde de bloemen van de malva , cosma , goudsbloem , knoopkruid , distel , veldklokje , winde ( 7 en 13 kelk ) , korenbloem , erwt , leeuwenbek , boon , salie en dubbele goudsbloem.
Bloeiwijzen
Andere verschillen zijn op te merken met betrekking tot de rangschikking van het geheel van deze bloemen , die we tot dusver slechts individueel hebben beschouwd : dat noemt men de bloeiwijzen , elk overeenkomend met de wijze waarop bloemen zich onderling groeperen of tevoorschijn komen uit de stengel van eenzelfde plant . Evenals bij deze stengel zelf , gaat het , afgezien van de gevallen waarin de bloem afzonderlijk groeit , om afwisselende vertakkingen , die uitlopen op een bijzondere schikking van de bloembladen . Zonder in te gaan op de bijzonder ingewikkelde en gedetailleerde terminologie , noemen wij ( fig . 11 ) : 1e De aar : Hier zijn de bloemstelen zo kort , dat de bloemen , in een rij langs één enkele stengel , de schijn wekken onmiddellijk aan de stengel vast te zitten . De aar is samengesteld wanneer de eerste bloemstelen worden vervangen door kleinere aren bv : grassen en granen . Andere voorbeelden van planten met aarvormige bloemen zijn : wolkruid - ridderspoor - stokroos - reseda - spaanse klaver - vingerhoedskruid - wilde salie - doddegras . 2e Het hoofdje : Talrijke bloemen , ontluikend aan het het uiteinde van hun bloemstelen , vormen een soort schijf , koepeltje of bolletje en deze verzameling kleine nauw aaneengesloten dicht op elkaar gedrukte bloempjes biedt de bedriegelijke aanblik van één enkele bloem ( duifkruid - korenbloem - sneeuwbal - klaver ) . 3e Het scherm : De uitgerekte bloemstelen komen alle uit één zelfde punt van de stengel en waaieren uit om een schijf van bloemen te vormen , zoals die van de wortel bijv. Wij noemen verder : de venkel , de engelwortel , de koekoeksbloem , de primula en ook de klimop . Het scherm kan samengesteld zijn : elke bloemsteel eindigt zelf in een klein schermpje . 4 e De bloemtuil lijkt op het scherm , maar met dit belangrijke verschil dat de bloemstelen onderaan op verschillende hoogten zijn ingeplant ( de vlier - lijsterbes - kerseboom - wolfsmelk - valeriaan ( koninginnekruid ) . 5e De tros : En soort aar , waarvan de algemene aanblik kegelvormig of opgezwollen is . Hij wordt samengesteld genoemd , als hij meerdere vertakkingen heeft ( acacia - goudenregen - sering - druif - aalbes - hyacinth - leeuwenbek ) . Soms draagt hij de naam van tuil ( sering , paardekastanje , liguster ) . 6e Het bijscherm : De hoofdas van bloeiwijze eindigt in een bloem . Hieronder groeien één of twee zijvertakkingen om in dit geval uit te lopen op een eerste vork -achtige vertakking . Die kan op zijn beurt weer op elk van beide tegenover elkaar gelegen zijvertakkingen door een tweede of derde vertakking van dezelfde orde worden gevolgd ( klein duizendguldenkruid , silene en koekoeksbloem . Soms ontrolt de enige eerste zijtak , die hier ontwikkeld is , zich spiraalvormig , terwijl de bloemsteeltjes op de bovenkant van de spiraalbocht , die hij vormt , staan ingeplant ( ver-geet-me-niet - smeerwortel ) . Dit noemen wij dan " schicht " . Onderstaande afbeeldingen laten dit duidelijk zien .
Structuur van de bloem.
Laten wij nu terugkeren tot de bloem , zoals wij haar zien . Of de vorm regelmatig is of niet , enkelvoudig of samengesteld , de bouw laat zich , wat zijn kenmerken betreft , gemakkelijk herleiden tot het schema van figuur 6 . De kelk , het eerste uitwendige beschermende bekleedsel , ontbreekt soms , doch wordt dan vervangen door de bloemkroon , die de eigen kleuren van de bloem bewaart , terwijl een kelk meestal groen is . De kelk kan verschillende vormen aannemen . Hij is samengesteld uit een verzameling blaadjes , die onderling min of meer samengegroeid zijn en soms in verschillende lagen over elkaar heen liggen . Wij hebben reeds een opsomming gegeven van de verschillende rangschikkingen van de bloemkroon , een verzameling gekleurde bloemblaadjes , als het ware een soort juwelenkistje , waarin zich de kunstige voortplantingsorganen bevinden , die we reeds hebben genoemd : a ) de meeldraden , de mannelijke bestanddelen , in 't algmeen bestaande uit : van onderen , een lang dun deeltje , de helmdraad , en van boven een gezwollen deeltje , de helmklop , die het vruchtbare stuifmeel rondstrooit ( fig . 13 ) ; b ) de stamper , het vrouwelijk orgaan , neemt bij voorkeur in het centrum van de bloem plaats . Hij bestaat uit één of meer onderling aaneengevoegde of samengegroeide vruchtbladen . Men zou het vruchblad kunnen vergelijken met een klein flesje , waarvan het ronde gedeelte overeenkomt met het vruchtbeginsel en waarvan de zeer sterk uitgerekte hals ( de stijl ) uitloopt op een meer of minder uigesproken verdikking , de stempel , bestemd om het stuifmeel op te vangen en vast te houden . Door het nauwe kanaal , binnen in de stijl , zal het stuifmeel de eitjes gaan bevruchten , allen bijeen in het vruchtbegingsel , dat zich als kelk , kroon , meeldraden en stijl eenmaal zijn verdwenen tot vrucht ontwikkelen zal , terwijl elk bevrucht eitje een zaadje of kiem wordt , waaruit een nieuwe plant groeit . Hoe boeiend dit proces van voortplanting ook moge zijn , hier interesseert het ons slechts voor zover het zichtbaar is aan de dikwijls zo bevallige , kunstige en gevarieerde gestalten , die de verschillende delen van de bloem en zelfs de vruchten aannemen . Het zijn vormen en kleuren die wij als tekenaars , schilders en decorateurs moeten weergeven . Wij zullen dus niet verder over dit onderwerp uitweiden , aangezien er vele botanische handboeken zijn , waarin de nieusgierige leerling alles vindt van wat hij over bepaalde planten en bloemen wil weten .
De Bloemknop .
Zoals er een stengelknop is voor blad en tak , is er ook een bloemknop . Hij bevat in beginsel al de bestanddelen van de ontloken bloem . Zijn kleur is in 't begin meestal zacht groen en dat komt omdat hij geheel door de kelk beschermd wordt . Maar langzamerhand zal hij de kleur van de bloem openbaren , al naar gelang die loskomt uit zijn schede . De bloembladeren zullen zich daarna op de verschillende wijzen ontvouwen en eenmaal volwassen geworden zal de bloem haar maar al te korte bestaan leiden . Elk van de opeenvolgende stadia van zijn ontluiking vraagt nauwkeurige waarneming . Zij geven het boeket zijn verschillende accenten , die de gratie mengen met de pracht der ontloken bloemen , de kunstigheid met de luister .
Omvang van het plantenrijk .
Het veld , dat wij onderzoeken , is onmetelijk uitgestrekt en wij zijn dan ook genoodzaakt ons beperkingen op te leggen . Alle woekerplanten of parasieten hebben wij buiten beschouwing gelaten , evenals die wonderlijke wereld der orchideeén . De stof is te uitgebreid . wij kunnen echter niet stilzwijgend voorbijgaan aan enkele merkwaardige planten die buiten onze indeling vallen : de verens , de paardenstaarten , de wolfsklauwen , de mossen , de korstmossen en heel die zeewereld : de algen , de zeewieren , met kleuren en arabesken . Het onderzoek onder water openbaart ons nog steeds onvermoede schoonheden . En de paddestoelen , met hun zo verschillende vormen , waarvan de kleuren mede het toverachtige schouwspel van de bosbodem bepalen . En al de vetplanten , vanaf de bescheiden huislook van daken en muren tot aan die overdonderende Mexikaanse waskaarsen . Om nog niet te spreken van de aloé's , de agaven , de cactussen met hun knobbelige of sponsachtige lichamen ( waterreservoir voor de lange perioden van droogte ! ) . Maar we hoeven niet zo ver te gaan ; dicht bij huis vinden wij onze vruchten , onze bessen , onze groenten , motieven waarvan vele kunstenaars prachtige schilderijen hebben gemaakt . In de natuur is alles harmonie . Wij moeten op ontdekkingstocht zonder vooroordeel , maar oog in oog tegenover dat wat de natuur ons biedt ! Wij moeten er de schoonheid van ontdekken en dit anderen laten zien . Laten wij toch vooral goed leren waarnemen ; bekijken van ver af of van dicht bij , nu eens op zoek naar kleur dan weer naar het kunstig lijnenspel of de minitieus uitgewerkte details , al naar gelang het karakteristiek is voor de betreffende plant of bloem . Dit alles is een zaak van studeren en waar elke studie tot herscheppen leidt , tot een toekomstige persoonlijke schepping . Het onderzoekingsterrein is onbegrensd en hoewel het reeds eeuwenlang is doorkruist en doorvorst verbergt het voor de kunstenaar nog duizenden vruchtbare ondekkingen . Met dit voor ogen gaan wij thans aan ons werk !
FIG . 14 . - KNOP VAN EEN DAHLIA ( POTLOODTEKENING ) .
Fig . 14 Knop van een dahlia ( potloodtekening ) .
FIG . 6 , - SCHEMA ( VERTICALE DOORSNEDE ) VAN EEN BLOEM
Fig . 6 . Schema ( verticale doorsnede ) van een bloem .
FIGUREN . 7 . TOT EN MET FIG . 10
Figuren . 7 . tot en met fig. 10
Fig . 7 . - Schema van eenvoudige , regelmatige bloemen van de eerstgenoemde categorie . Boven , recht van voren gezien . Beneden , in perspectief gezien , met wijkende lijnen en verdwijnpunten .
Fig . 8 . - Schema van eenvoudige , regelmatige bloemen van de 2e categorie .
Fig . 8 bis. - Varianten van de voorafgaande categorie , waarin de 4e categorie reeds is aangekondigd .
Fig . 9 . - Categorie , die de 4e nog dichter nadert .
Fig . 10 . - Bloemen van de hierboven beschreven 4e categorie .
PLAAT III
Plaat III
FIG . 11 EN FIG . 11 , Bis
Fig . 11 en Fig . 11 , bis
FIG . 12 EN FIG . 13 . - MEELDRADEN EN STAMPERS
Fig . 12 en Fig . 13 .
Meeldraden en stampers
ART . NR . 16 , b , - HET BLAD
Art . Nr . 16 , b
Het Blad .
Iedereen weet wat een blad is , doch wij gaan dit nu eens nauwkeuriger bekijken . Op het eigenlijke groene blad tekenen zich de nerven af . Wij kunnen deze nerven zien als een soort leidingen , belast met de taak het voedzame sap aan te voeren . Kleinere nerven vertakken zich , uitgaande van de hoofdnerf , welke in het verlengde van de bladsteel ligt . De bladsteel is een dun hol steeltje , aan de achterzijde meestal voorzien van een ternauwernood aangegeven gleufje . Het hecht zich vast aan de stengel met de bladschede , een soort verwijding aan beide kanten , die de stengel omsluit . Vaak komen aan de bladsteel nog steunblaadjes voor ( fig. 5 ) . Het punt waar de bladsteel zich vasthecht heet een knoop en het gedeelte van de stengel tussen twee knopen noemen wij een lid ( zie wederom fig ; 5 ) . In de oksel , de plaats waar stengel en bladsteel zich verenigen zien wij veelal een knopje , de okselknop . Uit dit knopje ( fig . 1 ) kan weer een nieuw steeltje onstaan met meerdere vertakkingen . Op deze manier kan een heel samenstel van stengels , bladeren , bloemen of vruchten ontstaan . Wij zullen er nog verder over spreken .
Variéteiten
Bladeren nemen de meest verschillende vormen aan . Men noemt ze enkelvoudig , d.w.z. één enkele bladschijf met gladde rand ( perzik ) ; getande rand ( brandnetel ) of min of meer ingesneden bladeren ( eik - esdoorn - druif ) . Men noemt ze samengesteld , wanneer het blad gevormd wordt door verschillende aparte gedeelten , die men blaadjes noemt ( fig . 5 ) . Deze blaadjes kunnen uitgaan van eenzelfde punt ( kastanje - klaver ) of trapgewijs liggen langs de hoofdbladsteel ( rozenstruik - acacia ) . Meestal is het blad betrekkelijk plat , maar brengen de nerven er min of meer nadrukkelijk uitspringende gedeelten op aan . Bij bepaalde soorten is het sterk ingesneden of gegolfd en geeft het een uitgesproken vorm ( hulst - distel en het merendeel der stekelplanten ) . Nogal zelden hebben de blaadjes een handvormige of stervormige rangschikking ( zoals bij de kastanje , de lupine enz. ) . De verschillende afbeeldingen op Plaat I en Plaat II laten je de uiterst verschillende vormen van de bladeren duidelijk zien . Tenslotte zijn er , temidden van heel wat andere rangschikkingen , de reeks varens , die in de plantenwereld een betrekkelijk aparte plaats innemen , evenals de mossen , om maar niet te spreken van de zeealgen en de korstmossen . Tenslotte zijn er ook nog de paddestoelen met hun wonderlijke vormen en kleuren .
De Knop
Het zou onredelijk zijn om , alvoren te beginnen met de studie van de bloem , niets te zeggen over de knop die de toekomstige bloem in zich bergt . Is dat niet het begin van de toekomstige met loof uitkomende takken ? Hij groeit aan de stengel of aan zijn vertakkingen ; meestal aan de oksels ( zie weer fig . 1 ) . Zijn vorm is meestal eivormig , gerekt , gerond of gepunt . Hij wordt beschermd door blaadjes , die meestal harshoudend of kleverig en glimmend zijn ; Het is een zeer belangrijk detail en geeft een duidelijk accent aan de vorm van de plant . Verwaarloos het dus niet . Knoppen immers kunnen een zeer decoratief element vormen en hoe boeiend is het niet deze ontwikkeling nader te volgen .
De koppen bieden ons heel de bevalligheid van de plantenwereld in het voorjaar , zowel door hun verscheidenheid van vormen , als door de teerheid van kleuren en is dat niet een belofte van nieuw leven ? Voordat het knoppen werden waren het alleen maar ogen ( verdikkingen aan de takken ) die de eentonige strakheid van de winterse bomen en struiken onderbraken .