ex libris Elizabeth George


ex libris George, Elizabeth, In the Presence of the Enemy, 1996, 637 pp., paperback, In ‘t Profijtelijk Boeksken-Leuven, € 3.
De naam van Elizabeth George zie je voortdurend opduiken in boekhandels en 2dehandse boekenwinkels. Ze is een succesvolle schrijfster van thrillers, krimi’s, detectiveverhalen, politieromans, hoe je ze ook wil noemen. Ik heb het bekijken van de Tv-series van dergelijke boeken lang geleden afgezworen, maar ik zie in de Tv-programma’s vaak de naam van haar ‘hoofdfiguur’, Inspector Lynley, verschijnen.
Waarom zet ik die aanhalingstekens?
Lynley is al zoveel hoofdfiguur in dit verhaal als koning Arthur in de Arthur-verhalen. De term ‘raamvertelling’ lijkt me hier zeer van toepassing. Het is een trucje dat de auteur werk bespaart: eenmaal ze de figuur heeft, kan ze die, samen met enkele vaste nevenfiguren en een specifieke omgeving, in dit geval de vrouwelijke sergeant Havers en CID-New Scotland Yard, als vaste achtergrond gebruiken voor telkens weer nieuwe verhalen. Maar Lynley en Scotland Yard spelen geen rol van betekenis in de ontwikkeling of de oplossing van het verhaal, en de sergeant nauwelijks.
De andere personages moeten het dan maar doen. En ook hier hapert er entwat. Ik heb nog maar zelden een zogenaamd ernstig boek gelezen, dus geen parodie of persiflage, waar de personages zo karikaturaal getekend waren.
Je hebt een jonge vrouw, een rijzende ster in de politiek, die enkel aan die politiek denkt, en daar zelfs haar eigen familie opoffert, zonder ook maar één ogenblik te aarzelen, zonder een traan te laten. Je hebt een specialist in forensische technieken, vingerafdrukken en zo, met een toegewijde vrouw en een even toegewijde medewerkster, allemaal very upper class, met huispersoneel en al. Je hebt een vrijwel gewetenloze hoofdredacteur van een schandaalkrant. En verder nog een aantal nevenfiguren, allemaal uitvoerig beschreven, en allemaal parodieën van zichzelf, karikaturen in wat ze zeggen, doen en zijn, totaal voorspelbaar in hun reacties, ongevoelig voor wat anderen zeggen, onverschillig voor de gebeurtenissen die hen en anderen overkomen.
Wat ze ook gemeen hebben is dat ze praten, en praten, en blijven praten, bladzijden lang. De auteur kruipt dan in hun vel en geeft de conversaties weer met al de trekjes die bij die typetjes horen: de zwarte politieman, de Ierse muziekleraar, de oudere secretaresse, de kapelaan, de B&B-houdster… Het is allemaal wel knap gedaan, maar meer dan zeshonderd bladzijden kleine druk is echt meer dan genoeg van dat.
En de gebeurtenissen zelf zijn eerder aan de magere kant: kidnapping, met alles erop en eraan, maar als enige actie voor een lange thriller is dat pover. De ontrafeling is dus lang uitgesponnen, en pas in de laatste bladzijden komt de actie wat op dreef, maar dan weet je al dat het niet lang meer kan duren, het boek is bijna uit. Ik kreeg dat nare teleurgestelde gevoel dat me ook overviel als kind in de bioscoop, toen ik op de lichtende klok zag dat de film nog maar tien minuten kon duren en dat er dus niet veel meer op komst was…
Wat bij andere dergelijke verhalen een van de meer aantrekkelijke kanten is, namelijk het behoedzaam toestoppen van allerlei suggesties over wie ‘het’ zou kunnen gedaan hebben, en het even stiekem ontkrachten ervan, zodat je zelf betrokken geraakt bij het oplossen, dat proces wordt hier verknoeid door de ongeloofwaardigheid van de ‘hints’ en het binnenhalen van allerlei figuren als zovele deus ex machina, een noodoplossing uit het oude theater, waarbij een externe figuur het onmogelijk geworden verhaal komt redden met een totaal onvoorspelbare ingreep.
Ik heb mezelf wat moeten dwingen om niet na dertig bladzijden te stoppen met dit boek. De rest van de bladzijden heeft me enkel bevestiging gebracht van mijn eerste indrukken. De auteur kan natuurlijk wel schrijven, al is het taalgebruik soms zo krampachtig gekunsteld dat het zelfs ongewild grappig wordt of, zoals gezegd, onnatuurlijk ‘natuurlijk’.
De langdradige conversaties, het zwakke verhaal en de onwaarschijnlijk rechtlijnige karakters maken dit boek althans voor mij totaal overbodig, er is zoveel beter op deze drukke markt. Minder kieskeurige lezers (en ik wil deze medemensen geenszins met de vinger wijzen, iedereen geniet van wat hij of zij het best vindt) kunnen deze turf misschien nog smaken op een strand ergens op vakantie, maar zelfs aan hen zou ik eerder aanraden om iets te lezen van John Le Carré, P.D. James, Ed McBain, Alistair MacLean, Ian Rankin, Lee Child, Martin Cruz Smith, je vindt besprekingen hiernaast onder het trefwoord ex libris.
Of (her)lees eens Shogun van James Clavell, of Dune van Frank Herbert.















.jpg)

