Systemen
Toen de machtige,
grote en Ene rechtgeaarde
In zes dagen
zijn werk had gedaan hier op aarde
En al de
hemellichamen op hun plaats had gerangeerd
Heeft hij de
mechanieken van zijn grootse machine gemaskeerd
En over de
natuur een ondoordringbare sluier gedrapeerd.
Bij een
rabbijn heb ik gelezen dat dit onzegbare Wezen
Op een dag de
geleerden bijeenriep voor zijn troon
De trotse kinderen
van het sofisme, de eindeloze criticasters
De goede
Thomas van Aquino, Scotus en Bonaventuur
Uit de
Provence zelfs een leerling van Epicuur
En meester
René die men vandaag vergeten is gewoon
De grote gek,
vervolgd door nog grotere gekken dan hij was en
Al die knappe
koppen die met hun geleerde fratsen
Het wereldbouwwerk
optrokken van het ingebeelde leven.
Welaan, vrienden,
zei God, ontraadsel mijn geheim:
Zeg me wie
ik ben, en hoe ik gemaakt moet zijn
En als
supplement daarbij, zeg me wie jullie zijn
Welke kracht
de kometen doet tollen als zot
En waarom er
op deze aardkloot door het fatale lot
Voor elk
pond goeds honderd centenaars kwaad moet zijn.
Ik weet dat dank
zij de goede zorgen van nobele genieën
Prijzen worden
uitgeschreven door de academiën
Ik loof er
ook een uit. Wie het doel het dichtst benadert
Krijgt veel
geld en verwerft ook het heil, maar dan later.
Zo sprak
hij. Thomas stond op voor een august vertoog,
Thomas de dominicaan,
de engel van de scholastiek
Die wel honderd
redetwisters diende van repliek
Die op alles
een antwoord wist en nooit zichzelf bedroog.
Gij zijt, zo
sprak hij tot hem, de existentie en de essentie,
Eén met
attributen, zuivere act en ook substantie
Einde, begin
en midden, binnen en buiten alle tijden,
Altijd
overal aanwezig zonder ooit ergens te verbeiden.
De Eeuwige
nam na die woorden bewonderd door een lorejas
Het woord
met een glimlach en sprak: Goede moed, Thomas!
Descartes
nam diens plaats in en stommelde wat rond
Op zoek naar
een werveling die hij maar niet vond
En met zijn
voorhoofd bepoederd met subtiele materie
Zonder ooit
iets gelezen te hebben, zelfs niet het Evangelie,
Heer, zo
sprak hij tot God, deze brave man Thomas
Loopt al te
zeer met de dromerige Aristoteles in de pas.
Dit is mijn
argument en ik vind dat het onweerlegbaar is
Om te zijn
volstaat het dat het zijn mogelijk is.
Wat uw
universum aangaat, het is erg imposant
Maar ik kan
dat net zo goed, ik sta ervoor garant
Uit materie alles
maken is iets wat ook ik vermag
De
elementen, dieren, wervelingen en het licht
Als ik over de
wetten van de mechanica goed ben ingelicht.
God schonk ook
hem een meewarige glimlach.
Gassendi,
een priester uit Digne, vroom maar onzeker
Verachtte die
ongelooflijk brutale Bretoense grootspreker
En begon
tegen God over zijn kromme atomen te brallen
Hoewel die
uit de mode waren en helaas al lang vervallen
Het suprême
zijn was voor hem echter de spelbreker.
Toen kwam er
een joodje met een lange neus, bleek gelaat
Arm maar tevreden, bedachtzaam, desolaat
Subtiel van geest, op het ijle af, meer geroemd dan gelezen
Verstopt onder de mantel van Descartes, zijn meester
En stapte met gemeten schreden naar het grote Wezen.
Excuseer zei hij met nauwelijks hoorbaar gefluister
Maar ik denk, onder ons gezegd, dat u niet bestaat...
Ik heb dat
meen ik bewezen met mijn mathematiek.
Ik heb
ordinaire leerlingen en ook wat slechte kritiek;
Oordeel nu over
ons. Bij die woorden begon de aardbol te daveren
En uit afschuw
en vrees begon de Heilige Thomas achteruit te laveren
Maar de
goede en clemente God beval slechts dat men
De
ongelovige beklaagde de hersenen zou purgeren.
Nu hij zelf niet
meer om de prijs kon concurreren
Vertrok hij,
vergezeld door enkele knappe koppen.
Onze
geleerden merkten hoe God in zijn grootmoedigheid
Toegaf aan al
die verregaande stoutmoedigheid.
Ze etaleerden
al gauw wel honderd diepe inventies
En nobele staaltjes
van hun puntige pretenties.
Ze praatten,
ze disputeerden en schreeuwden allen zonodig
Zo gaat het
ook als een gastheer op het feestmaal nodigt
Vijftien of
twintig raisonneurs, acteurs, commentatoren
Rijmelaars,
compilatoren, chansonniers, traductoren,
Het huis weergalmt
van hun geroep en hun geblaat
Voorbijgangers
blijven verbouwereerd staan op straat.
Heel gedecideerd
verzekerde Malebranche dat men zich bovenal
Tot Het
Woord moet richten en dat het antwoorden zal
God in zijn
opperste goedheid zo sprak Arnaud zonder verbloemen
Heeft speciaal
het mensenras geschapen om ons te kunnen verdoemen.
Leibniz
waarschuwde Turken en Christenen vastberaden
Dat het
grondig verkeerd was zijn harmonie te versmaden
Dat God, de
wereld en wij niets zijn zonder zijn monaden.
In de
Koerier van Lapland was er een hansworst die aanvoerde
Dat we naar
de straat moeten waar Magellaan ons voerde
Alsof het verstand
verlicht wie een dissectie op een reus uitvoerde.
Benoît de
Maillet, consul maar niet zoals die in Rome
Weet perfect
hoe hier de eerste mens tot stand kon komen.
Eerst was
hij een vis. De zeer wisselvallige bakermat
Van dat arme
beest was zelfs in het fijnste kristal gevat.
En wij
verbazen ons nog steeds dat de Chinese Zeeën
Door hun
stromingen vorm gaven aan de Pyreneeën.
Elk creëert
zijn systeem en al hun geleerde dromen
Lijken wel
regelrecht uit het gekkenhuis te komen.
God werd
echter niet boos: hij is de allerbeste vader
En wil ons niet
beklemmen met al te strakke banden
Hij wil liever
dat zijn kinderen als kleine libertijntjes
Zich amuseren
en genieten van het werk zijner handen
Hij stelde
de prijs dan maar uit tot een jaartje later
Maar nog dezelfde
dag zond hij terstond en fijntjes
Zijn Engel
Gabriël, als ambassadeur met vrede beladen
Vervuld van
indulgenties en brenger van weldaden.
De gevederde
zendeling overvloog wel twintig provinciën
Bezocht
heiligen, pauzen en ook prinsen
Kranige
kardinalen en ook inquisiteurs zeer ervaren
Die in
vorige eeuwen toegewijde vervolgers waren.
Mijne heren,
zo zei hij hen, de goede God ordonneert
Dat gij zonder
iemand anders te genaken u goed amuseert.
Hij weet dat
men op de wereld geleerden aantreft
Wiens
domheid die van jullie ruim overtreft
Die de bedoeling
noch de macht hebben om kwaad te doen
Moeten we
hen dan omdat ze dwalen in de brandende olie doen?
Het gevaar
van een boek, geloof me vrij, is niet baarlijk
Een handtekening
van jullie echter is levensgevaarlijk.
In de
Sorbonne, bij het geuzenkerkhof, is men één van gedacht:
Doe als de
goede God, die er alleen maar om lacht.
Voltaire, Satires, Les Systèmes
Vertaald door Karel D’huyvetters, ©2012