Kwaad
Kwaad. Dat heeft een dubbele betekenis: je bent kwaad over iets; en dat iets is zelf een ‘kwaad’.
In Chili is er weer een katholieke bisschop afgezet omdat hij een jongeman seksueel misbruikt had. En aan de Katholieke Universiteit Leuven is een bekende psychiater overgegaan tot bekentenissen, nadat hij onder vuur was komen te liggen bij een onderzoek door de media, over zijn jarenlang misbruik van patiënten in zijn medische praktijk.
Er is nog wel meer om ons kwaad over te maken, zoals de (zoveelste) moord op een jong meisje door de Taliban, of de moord op een vrouw en haar drie kinderen in Brussel. Dat er kwaad is in de wereld, dat hoeft niemand ons te vertellen.
Ook filosofen praten en schrijven over het kwaad. Dat kan dan behoorlijk ingewikkeld worden, zo zijn filosofen nu eenmaal. Meestal komt de vraag dan neer op de persoonlijke verantwoordelijkheid van de dader, op zijn vrije wil. Het gaat dan niet zozeer over hoe de slachtoffers en de gemeenschap tegen de feiten aankijken; daarover is men het zonder meer eens. Er is nauwelijks iemand die ook maar een ogenblik twijfelt aan het kwaad van de voorbeelden die ik net aangaf. Maar hoe zit het met de dader? Vindt die ook dat wat hij deed verkeerd was? En zo ja, waarom deed die het dan?
Laten we beginnen met de eerste vraag: weet een misdadiger dat hij een misdaad begaat? Behalve in gevallen van evidente en uiterst zware mentale beperkingen, meen ik dat we daarop bevestigend moeten antwoorden. Ik zag ooit op tv een interview met een seksuele seriemoordenaar in de VS, en uit al wat hij zei en deed bleek overduidelijk dat hij wist dat wat hij deed niet alleen verboden was, maar ook niet ‘goed’. Zelfs de leiders van de SS gaven toe dat het vermoorden van Joden op zich verkeerd was; ze zorgden voor een vorm van begeleiding voor de ‘moordenaars’, die het er zelf ook moeilijk mee hadden; de gaskamers en de crematoria zijn uitgevonden, niet alleen om sneller en op grotere schaal te kunnen uitmoorden, maar ook om de persoonlijke actieve betrokkenheid van de Duitse soldaten en burgers bij het concrete doden van mensen zoveel als mogelijk te beperken.
Maar hoe kan men dan wetens en willens misdaden begaan?
Dat is de vraag. Enkele ‘carjackers’ merken tijdens een overval een naderende politiecombi en schieten koelbloedig twee agenten neer, een van hen overleeft het niet. De daders kunnen niet ontkennen dat ze iets deden dat volstrekt verkeerd is, hoe je het ook bekijkt. En toch doen ze het. Dat kan alleen wanneer zij op dat ogenblik de zaken anders bekijken. Zij zijn gekomen om een dure auto te stelen; dat is hun bron van inkomsten. De politie stoort hen bij de uitvoering van hun ‘werk’. Ze nemen de wapens, hun ‘werktuigen’ en gebruiken die om zich te ontdoen van hun belagers. Het is voor hen een kwestie van prioriteiten: zij leven nu eenmaal van het beroven van andere mensen, dat is wat ze doen. Zij weten dat het niet mag, maar ze weten ook dat het iets is dat kan.
Men kan in een maatschappij overleven door te werken en bij te dragen tot het algemeen welzijn. Maar men kan ook vals spelen en parasiteren op de maatschappij.
Cheaters noemt men dat. Mensen die het spel niet eerlijk spelen. Dat kan op ontelbaar veel manieren, de mens is erg vindingrijk. Dat moet ook wel, want als er iets is waarop wij onmiddellijk verontwaardigd reageren, dan is het wel op vals spelen. In de evolutionaire psychologie heeft men dat verschijnsel uitvoerig bestudeerd. Er zijn altijd bedriegers, die misbruik maken van anderen voor hun persoonlijk gewin of plezier. En er zijn anderen, de overgrote meerderheid, die dat niet doen, of toch niet opvallend en in grote mate. Als er in een groep meer valsspelers zijn dan andere, dan zal die groep uitsterven. De beste manier om in leven te blijven en te floreren is immers eerlijk samenwerken. In de mate dat het vals spelen genetisch bepaald is, zal het verwijderd worden uit het leefpatroon, omdat het uiteindelijk een genetisch nadeel is, op langere termijn. Misdaad loont immers niet. Het is gevaarlijk en het is verboden, het wordt niet getolereerd, iedereen is achterdochtig voor mogelijk misbruik. Valsspelers dragen niet bij tot het algemeen welzijn.
Maar het is wel verleidelijk. Wie alleen op korte termijn denkt, kan alle scrupules opzij zetten en doen wat hij of zij wil om in de persoonlijke behoeften te voorzien, zonder met de anderen rekening te houden. En dat is precies wat er gebeurt. Men creëert een situatie waarin iets wat normaal als verkeerd wordt gezien en ervaren, dat plots niet meer is. Men weet nog altijd dat het in principe verkeerd is, maar niet hier en nu, niet voor mij.
Excuses zijn er genoeg. Een ervan is: niemand zal het weten. En als niemand het weet, dan is er niets aan de hand, er kunnen geen negatieve gevolgen zijn voor de dader, alleen positieve: het onmiddellijk gewin of plezier. Het probleem is echter dat niets geheim blijft. Die psychiater kan jarenlang zijn zin doen met zijn patiënten, in een reeks van min of meer vreemde, ongezonde relaties, zonder dat iemand er iets van zegt, zelfs niet de vele mensen die ervan op de hoogte waren: de patiënten zelf en hun naasten, collega’s, medewerkers, ondergeschikten. De man leefde in de waan dat hij ongestraft zijn gang kon gaan, terwijl hij perfect goed wist dat wat hij deed helemaal fout was. Maar hij achtte zich onschendbaar, en dan mag plots alles, denken we.
Een ander excuus: het is toch zo erg niet… Denk aan de ex-bisschop van Brugge, die zijn misbruik met zijn neefje omschreef als ‘een relatietje’. Wat is dat nou voor ergs, elkaar een beetje betasten en eens laten klaarkomen? Het gebeurt toch voortdurend, overal? Het mag niet, dat is waar, maar zo vreselijk is dat nu toch ook weer niet! Men minimaliseert de feiten, die op zichzelf inderdaad misschien niet wereldschokkend zijn en zo schuift men de schuld van zich af. Men vindt dat men toch ook wel een klein beetje misbruik mag maken van de situatie, wanneer die zich voordoet. Niemand is immers zonder zonde. Het weer hetzelfde: het mag niet, akkoord, maar hier en nu doen we het toch maar. Ook de gevolgen voor de slachtoffers minimaliseert men weg.
Nog een ander excuus is: het hoger belang. Dat zien we bij de SS: mensen ombrengen mag niet, maar de joden zijn verantwoordelijk voor alles wat er verkeerd is in de wereld, dat heeft de Staat zelf beslist. En dus moeten ze uitgeroeid worden; dat is een vreselijke taak, maar iemand moet ze doen. Of de Taliban: een meisje van veertien mag je niet doden, maar dit meisje had zich schuldig gemaakt aan de zwaarste overtredingen van de goddelijke wet en volgens die wet moest ze gedood worden.
Zo zien we dus dat het niet voldoende is dat we weten dat iets verkeerd is om het ook te laten. De verleiding zal er altijd zijn om de wetten te overtreden in het eigen voordeel, of wat men op dat moment als zijn voordeel ziet.
Wij leven allemaal op de rand van die dunne lijn die goed en kwaad scheidt. Wij voelen zeer goed aan wanneer we iets doen dat kwaad is, groot of klein. Wanneer we twijfelen, kunnen we te rade gaan bij de wet, de gebruiken, bij goede vrienden of betrouwbare raadgevers. Meestal moeten we alleen maar in het eigen hart kijken, of in de ogen van de mensen die we onheus behandelen.
De jongste jaren komt de kwestie van de vrije wil van de mens weer ter sprake, vooral in de context van misdaden die men begaat. Zoals ik hier al eerder schreef en ook hierboven aanhaalde, zijn er overduidelijke gevallen van mensen die niet verantwoordelijk zijn voor hun daden, vroeger noemde men dat zwakzinnigen; vandaag zal men wel politiek correcte eufemismen verzinnen, maar daarmee hoef ik me niet in te laten, de lezer weet wat ik bedoel.
Sommigen stellen nu dat wij, gezonde mensen, in alles wat wij doen bepaald zijn door onze voorgeschiedenis: onze genen, of liever: die van onze ouders en voorouders; onze opvoeding in het gezin en op school, onze omgeving, het dorp, de streek, het land, het werelddeel, de tijd waarin we leven, onze vrienden en vijanden. Wij zijn alleen maar het resultaat van al die factoren. Met andere woorden: we kunnen er niet aan doen.
Op enkele nauwkeurig te bepalen uitzonderingen na is dat onzin. Het is alsof men de persoon ziet als een onbeschreven blad of een leeg vat, waarop de invloeden van buitenaf dan vrij spel hebben. Maar dat is niet zo. Elke mens beschikt over een stel hersenen en wij kunnen die ook gebruiken, elk op zijn of haar manier, maar altijd voldoende om te kunnen spreken van een waarachtige individuele verantwoordelijkheid van elke mens. Met andere woorden: wij weten bijna steeds feilloos of we iets doen dat eigenlijk niet kan. Wij verwerken de invloeden die wij inderdaad sinds onze geboorte ondergaan, zoals we ook de genetische invloeden niet zonder meer overnemen, maar er een eigen, unieke combinatie van maken die niet zomaar bepaald wordt door de genen van onze voorouders. Wij zijn geen passieve slachtoffers van de omgevingsfactoren, maar gaan daar actief mee om in het maken van de ontelbare keuzes die zich elke dag opdringen, grote en kleine. Binnen de wetmatigheden die er ongetwijfeld zijn, is er een enorme variatie van oorzaak en gevolg mogelijk, zoals blijkt uit het feit dat het gedrag van een mens zo goed als helemaal onvoorspelbaar is op elk moment.
Maar zelfs indien men zou aannemen dat de beïnvloeding, genetisch of anders, veel aanzienlijker zou zijn dan men nu heeft kunnen vaststellen, dan nog blijft men als fysiek persoon volledig verantwoordelijk voor alles wat men doet. Het is die psychiater die zich heeft schuldig gemaakt aan ongeoorloofde relaties met zijn patiënten, niet iemand anders. Hij is de verantwoordelijke, zoals hij nu is als persoon, ook als hij spijt heeft (wat we nog niet vernomen hebben), ook als de patiënten (misschien) ook (min of meer) vrij hebben meegewerkt, ook als vaststaat dat intieme relaties in de psychiatrie en in de hele verzorgingswereld vaak voorkomen en als een beroepsrisico kunnen beschouwd worden. Hij zal dan ook vervolgd worden en zijn straf moeten ondergaan, tenzij kan aangetoond worden dat hij totaal niet toerekeningsvatbaar was en is.
Wanneer men bewust wetten (in de algemene betekenis van het woord) overtreedt, is men schuldig. Wanneer men de medemens niet als een evenwaardig, vrij en moreel en fysiek onaantastbaar persoon behandelt, is men eveneens schuldig, wat de wet ook zegt en wie het ook weet en wie het ook verzwijgt. Dat is de zware opgave waar wij elke dag voor staan. Wie begint met het vergoelijken van een kleine misstap, loopt het gevaar binnen de kortste keren alle normen te ontkennen. Vroeg of laat loopt dat slecht af; eerst voor de slachtoffers, uiteindelijk ook voor de dader.








/bv131_Ratzinger_VatII.jpg)





.jpg)









