Er is iets fundamenteel verkeerd met veel kritiek op godsdienst.
Men doet de godsdiensten teveel eer aan: niet al wat gebeurt in naam van de godsdienst gebeurt ook omwille van de godsdienst. Het beste bewijs daarvoor is dat de meeste mensen die zich op godsdienst beroepen, geen flauw idee hebben van zelfs de eerste beginselen van die godsdienst. Er moet dus iets anders zijn dat hen samenhoudt en dat hen drijft tot de daden die ze stellen.
Het is ook vreemd dat critici enerzijds heldhaftig bewijzen dat er geen God is, maar tezelfdertijd die God verantwoordelijk stellen voor al wat er verkeerd is met godsdienst. De ene spreekt van een rotgodje, de andere van godsdienst als de grootste boosdoener op aarde. Ze hebben allebei gelijk, maar ze vergissen zich van vijand. Niet God en godsdienst moeten ze dat alles verwijten, maar hun medemens die God en godsdienst heeft uitgevonden. Enkel de mens is verantwoordelijk voor alle onzin, irrationaliteit, wreedheid die in de heilige boeken staat en voor alles wat hij uitgespookt heeft in naam van een of andere God of godsdienst.
Zeggen dat de Bijbel onmogelijk het woord van God kan zijn omdat vele van de verhalen erin geen steek houden, is een zinloze cirkelredenering: er is namelijk helemaal geen God om de volmaakte leer te schrijven. De Bijbel is door mensen geschreven, niet door God, dus verwacht niets volmaakts. Atheïsten mogen niet dezelfde simpele vergissing begaan die ze hun (goed)gelovige medemensen zo verwijten.
Dat maakt het meteen mogelijk om de heilige boeken selectief te lezen, zoals we dat doen met de rest van de wereldliteratuur. Ontdaan van hun exclusiviteit, hun goddelijke oorsprong, hun onvoorwaardelijk gelijk en hun afdwingbaar gezag, zijn het vaak merkwaardige getuigenissen van de hoogste menselijke ambities en de meest tragische voorbeelden van menselijke grootheid en jammerlijk falen.
Zelfde redenering met alle dogma’s en elke officiële leer van welke kerk dan ook: allemaal mensenwerk, dus allemaal povere pogingen om de waarheid te benaderen, allemaal tijdsgebonden uitspraken en bedenksels van zeer concrete mensen, niet het onfeilbare woord van God. Ook hier zien we geïnspireerde teksten naast klinkklare nonsens, onverteerbare prietpraat en schandelijke beledigingen van de menselijke waardigheid. Dus laten we het daarover eens zijn, onder atheïsten: er is geen God, Hij heeft de Bijbel niet geschreven, Hij heeft de godsdienst niet ingesteld, Hij dwingt ons tot niets want Hij bestaat niet. God is niet dood, hij heeft nooit bestaan.
Maar godsdienst wel. Die is er steeds geweest en wat we vandaag om ons heen zien, doet ons twijfelen aan de mogelijkheid van een wereld zonder godsdienst. Vele mensen hebben blijkbaar behoefte aan godsdienst. Er zijn allerlei perfect aanvaardbare redenen die men daarvoor kan bedenken: de behoefte aan het behoren tot een dominante of herkenbare gemeenschap, de vraag naar algemene principes die het samenleven regelen zonder dat elk individu ze telkens opnieuw moet uitvinden of ongestraft kan overtreden, de drang naar aangrijpende artistieke ervaringen en naar emotionele beleving. Die en wellicht nog een aantal andere diep menselijke gevoelens hebben godsdienst doen ontstaan en houden godsdienstigheid in leven, met of zonder God.
Maar zoals bij al wat menselijk is, zijn er ook ontsporingen. Atheïsten hebben niet meer redenen om daarvan lijstjes op te stellen dan gelovigen, en gelovigen minder excuses om dat niet te doen dan atheïsten, die er zich met een schouderophalen zouden kunnen van af maken om zich dan ijverig te wijden aan alternatieven voor de godsdienst die ze zo verfoeien.
Ondertussen zijn er alternatieven genoeg, zou je zeggen. Voor de ene is dat fan-dom (zoals in christen-dom en mens-dom): verbazingwekkend hoe fans van bijvoorbeeld een voetbalclub of een veldrijder op religieuze fan-atici lijken en hoe de organisatoren van sportmanifestaties, zoals de Olympische spelen, in de leer zijn gegaan bij de gevestigde godsdiensten. Een andere zal zich laten inspireren door de Universele verklaring van de rechten van de mens, hoewel het moet gezegd zijn dat de Verenigde Naties, het bestuur van de wereld, zeg maar, op heel wat minder enthousiasme kan rekenen bij zijn ongetwijfeld verdienstelijke humanitaire inspanningen, dan de Champions League of de Grand Slam toernooien. Misschien daarom dat de UN-ambassadeurs precies onder voetballers en tennissers gekozen worden en niet onder gepensioneerde atheïstische blogschrijvers.
Er lijken ten minste twee belangrijke (naast vele kleinere, maar hardnekkige en vaak gevaarlijkere) uitzondering te zijn op de algemene regel dat godsdiensten naar de achtergrond verdwijnen bij de vooruitgang van wetenschap en welvaart.
De ene is de Islam. In talrijke landen slaagt die erin om stand te houden en zelfs radicaler te worden, bijvoorbeeld in Irak, dat toch een belangrijke intellectuele elite heeft, of in Saoedi-Arabië, het rijkste land ter wereld.
De andere uitzondering is de Verenigde Staten van Amerika, waar een belangrijke minderheid van fundamentalistische christenen een in verhouding ongemeen grote invloed heeft in de samenleving. Daar is het mogelijk dat prominente wetenschappers hun onweerlegbare kennis betreffende het ontstaan van de wereld ondergeschikt maken aan de letterlijke teksten van de Bijbel: de wereld is zesduizend jaar oud omdat de Bijbel dat zegt, punt.
In beide gevallen komt het mij voor dat bepaalde mensen of groepen misbruik maken van die algemeen menselijke verlangens die we vernoemden om hun eigen materiële situatie en hun macht over anderen veilig te stellen. Hoelang zouden de ayatollahs nog een gehoor vinden als men het volledige staatsapparaat niet zou inzetten voor het agressief en totaal onkritisch verspreiden van een bepaalde versie van de Koran, maar voor een democratisch, objectief en wetenschappelijk onderwijssysteem? Hoeveel geld en invloed zouden Amerikaanse preachers hebben als zij zouden gedwongen worden hun inkomsten en uitgaven bekend te maken en hun verklaringen over genezingen en de kracht van het gebed en geldschenkingen objectief te laten onderzoeken? Hoe rijk zouden kerken en religieuze verenigingen zijn indien ze niet meer konden rekenen op de belastingvrijstellingen die ze nu overal genieten?
Wij zien dat allemaal hier in Vlaanderen, God zij dank. Wij hebben hier bijna geen priesters meer en de weinige die we hebben blijven uit de media en laten zich zeker niet verleiden tot uitspraken zoals je die elke dag hoort en ziet in de Islamwereld en de USA. De kloosters zijn gesloten en verkocht, de kerken lijkt hetzelfde lot te wachten. De invloed van de kerk is minimaal, zelfs bij de politieke partij die traditioneel die naam draagt. Religieus fanatisme en irrationele belevingen zoals in het pentecostalisme hebben hier alleen bij enkele zeldzame licht beïnvloedbare geesten (een eufemisme dat helaas naast een kardinaal ook een koningspaar insluit) enig succes gehad. Religie is in Vlaanderen nu een marginaal verschijnsel, zoals blijkt uit alle opiniepeilingen en uit onze eigen ervaringen van elke dag.
Maar dat mag en kan onze ogen niet sluiten voor de hedendaagse religieuze ontsporingen, ook een eufemisme, dat helaas ook de moordbrigades in Darfour en de explosieve Palestijnse zelfmoordenaars omvat, om maar die te noemen. Er spelen zeker ook andere dan religieuze motieven mee in de strijd tussen het noorden en het zuiden van Soedan en die tussen de Palestijnen en Israël, maar de lijnen zijn getrokken in het bloed van ‘religieuze’ moordenaars, martelaars en onschuldige omstanders, tussen Soen- en Sji-ieten, tussen Moslims en Joden en Christenen, tussen Katholieken en Protestanten, tussen gelovigen en ongelovigen.
Hier in Vlaanderen kan je zelfs op de Grote Markt of in elk theater of kerk openlijk verklaren dat je niet in God gelooft, er zal geen haan naar kraaien, om die erg Bijbelse uitdrukking eens te gebruiken. In de Islamwereld riskeer je letterlijk de doodstraf, echt. En in Amerika is het totaal uitgesloten dat een presidentskandidaat zou verklaren dat hij niet in God gelooft: hij of zij zou meteen elke kans op verkiezing verspelen.
Laten we dus maar gelukkig zijn dat we hier en nu leven, nog even.