massaproductie


Onze economie draait op massaproductie. Je kan maar weinig gebruiksvoorwerpen bedenken of ze zijn in enorme aantallen gemaakt en aan spotprijzen verkocht. Dat geldt ook voor voedingswaren, in de eerste plaats de basisproducten zoals graan en rijst. De schaalvergroting en de industriële landbouwmethodes maken het mogelijk dat we genoeg voedsel voortbrengen om iedereen te eten te geven. Natuurlijk is er nog honger en zelfs hongersnood, maar niet omdat er niet genoeg voedsel zou zijn, integendeel, er zijn enorme voedseloverschotten die we ‘moeten’ vernietigen. Het probleem ligt bij de ongelijke verdeling van de welvaart en bij plaatselijke conflicten die zelfs de verdeling van gratis hulppakketten verhinderen.
Denk ook eens aan al de elektronica in onze huizen, bedrijven, winkels en straten. Een PC kost minder dan een maandloon en kan veel meer dan de mastodonten die vroeger enkel in researchlabo’s van universiteiten stonden. Dat is enkel mogelijk door de met zevenmijlslaarzen vooruitsnellende techniek en de massaproductie in lage-loonlanden.
Ook de mens is eigenlijk een massaproduct. Wij zijn nu op onze planeet met ongeveer zes en half miljard mensen. We kunnen ons dat niet eens voorstellen: 6.500.000.000 medemensen!
En toch ervaren we dat niet zo. Elke mens ziet zichzelf als een uniek wezen, een individu dat totaal verschilt van alle andere. Ga eens op een terrasje zitten en bekijk de voorbijgangers in hun bonte verscheidenheid van lichaamsbouw, houding, kleding: er zijn geen twee dezelfde bij. Rashonden kweekt men om ze zo goed mogelijk op een ideaal model te doen lijken. Mensen ‘kweken’ ook, maar worden niet gekweekt, op de onmenselijke experimenten van de Nazi’s na. Elk pasgeboren kind is een nieuwe wereld die ontstaat, een nieuwe ster aan de hemel.
Elk leven is belangrijk. Op de Tv-journaals bestaat het nieuws hoofdzakelijk uit berichten over leven en dood. Voor moord is één slachtoffer al voldoende voor vermelding. Voor verkeersslachtoffers neemt men die van een weekeinde of een mistige dag bijeen, enkel een kind of een oude vrouw op de fiets krijgt nog een afzonderlijk bericht. Voor de doden in oorlogssituaties ligt de drempel helaas hoger, het moeten er al vijftig of honderd in een keer zijn. En de doden door honger of ontbering telt men alleen nog in statistieken.
De medische wereld is alomtegenwoordig, de bedragen die we daaraan uitgeven, zowel individueel als gezamenlijk in de begroting van het land, zijn onvoorstelbaar groot. We koesteren het leven, we willen zo oud mogelijk worden, zonder ziekte of aftakelingsverschijnselen, we willen onbeperkt genieten van alles wat deze aarde te bieden heeft.
Zoals bij elke massaproductie zijn er ook bij de mens kneusjes, rejects, miskleunen. Personen met een handicap, fysiek of mentaal of beide, aangeboren of na ongeval of gewoon door ouder te worden. De beschavingsgraad van een maatschappij kan men meten aan de wijze waarop zij met deze medemensen omgaat. Hier bij ons valt dat wel mee, ook al moeten sommigen te lang wachten op een optimale begeleiding of verzorging.
Er zijn ook mensen die dit leven niet aankunnen. Tussen twintig en veertig is zelfdoding de belangrijkste doodsoorzaak. Vaak is dat totaal onverwacht: succesvolle mensen in bloei van hun leven, zonder enige merkbare aanleiding of aanwijsbare oorzaak, zomaar. Soms ook komt het abrupte einde na een jarenlange tragische lijdensweg van onbegrepen zijn, een ongelukkige liefde, verslaving aan drugs of drank, marginaliteit, leven aan de zelfkant of in psychiatrische instellingen. Sommige personen zijn zo uniek dat ze niet meer ‘normaal’ zijn, ze beantwoorden niet meer aan de norm, kunnen zich niet neerleggen bij de normen die de maatschappij oplegt. Onze wereld komt hen vreemd en bedreigend voor, zij vinden er geen plaats in. En dan op een dag hebben ze geen verweer meer tegen het wenken van het water, tegen de zuigende afgrond van een brug of torengebouw, tegen de overdosis medicijnen of drugs, tegen het touw of de aanstormende trein. Zij zien het probleem niet meer, alleen de bevrijdende oplossing.
Ook zij worden in het nieuws enkel vermeld als statistieken, hoewel er elke dag meer zelfdodingen zijn dan moorden of verkeersdoden. De nieuwslezers vertrekken hun gezicht dan in een gepijnigde grimas die elke zweem van glimlach angstvallig vermijdt. Snel wordt er bij vermeld dat er een studie is gewijd aan het fenomeen en dat de overheid middelen vrijmaakt om iets aan die statistieken te doen.
Misschien helpt het, misschien ook niet: als iemand zo ver is, is het einde meestal onvermijdelijk nabij. Misschien moeten we onze aandacht niet zozeer richten op allerlei mogelijke doelgroepen, op mensen die statistisch gezien het meest in aanmerking komen voor zelfdoding, want dan is het al te laat. Misschien moeten we iets doen aan onze maatschappij en aan de succesnormen die ze onverbiddelijk oplegt. Misschien leggen we de lat te hoog en gaan de verwachtingen de krachten te boven; misschien zijn de lasten te zwaar voor de schouders die ze moeten dragen, zijn de wonden te diep die wij ongewild slaan in al te kwetsbare harten.
Misschien haalt al wat we doen ook niets uit en moeten we ons erbij neerleggen, uiteindelijk, dat niet iedereen dit leven tot het einde gaat.





















