Riten en rituelen


Van Dale verbindt riten met religie en zo met God. Maar is dat ook noodzakelijk zo? We leven in een land waarin slechts een zeer kleine minderheid nog deelneemt aan de riten van wat vroeger de dominante kerk was, het katholicisme. Het zou vermetel zijn om te stellen dat al die andere mensen geen behoefte hebben aan riten. Stilaan ziet men alternatieven ontstaan. Dit is het meest evident bij de zogenaamde seculiere huwelijksvieringen. Ongelovigen - en gelovigen van het zelfde geslacht - die trouwen, doen dat voor een burgerlijke instantie; naast de gebruikelijke plichtplegingen, die dateren van uit Napoleons tijd, proberen ze eigen accenten te leggen, aansluitend bij het officiële of los daarvan. Een zelfde evolutie hebben we bij begrafenissen. Het is namelijk niet omdat men niet gelovig is, dat men geen behoorlijke begrafenis mag hebben, of een zinvolle huwelijksviering. Het Humanistisch Verbond experimenteert met een alternatief voor de plechtige communie, een soort initiatierite op de overgang naar de volwassenheid. Ouders die hun kinderen niet laten dopen, zoeken een manier om het kindje feestelijk te verwelkomen. Men viert huwelijksverjaardagen, verlovingen, promoties, pensionering en wat nog allemaal. Alles wijst erop dat de mens de belangrijke momenten van zijn leven wil markeren met een viering. Meestal gebeurt dat samen met anderen; men eet en drinkt, men luistert naar toespraken of voorgelezen teksten, men luistert naar muziek. Soms spreken de betrokkenen zelf ook, om hun gevoelens van vreugde en dankbaarheid te uiten, om bepaalde afspraken formeel uit te spreken in aanwezigheid van de gemeenschap. Dat verschilt allemaal niet veel van wat er vroeger gebeurde binnen de katholieke kerk. Alleen is er nu geen priester, zijn er geen opgelegde rituelen of teksten en zijn er vrijwel geen verwijzingen meer naar God, de heiligen of engelen, de duivel, het hiernamaals, zonde en straf, allemaal onderwerpen die men er vroeger wel bijnam, maar waar men niet te lang bleef bij stilstaan; het hoorde erbij, het was de traditie en de sociale druk om niet af te wijken was zeer groot. Nu die druk volledig verdwenen is, is ook de tolerantie of zelfs de interesse voor het religieuze aspect zo goed als verdwenen. Dit zal nog verder gaan, vooral als de commercie dit gat in de markt verder zal opvullen, zoals nu al vooral met begrafenisplechtigheden gebeurt.
Men moet dus een onderscheid maken tussen geloof en kerkelijkheid en het gebruik van riten. Men kan stellen dat de mens behoefte had aan God, het feit dat de mens in de geschiedenis zo onnoemelijk veel in godsdienst heeft geïnvesteerd is daarvan een duidelijk bewijs, ook al was niet alles zo godsdienstig als het lijkt. De wereld is nu anders en de behoefte aan de God van onze vaderen en de rituelen van weleer is zo goed als verdwenen. Zelfs overtuigde katholieken nemen afstand van of hebben niet de minste belangstelling voor zelfs de meest essentiële punten van het officiële geloof, zoals verlossing en hiernamaals.
Maar de mens blijft vasthouden aan vieringen, aan bezinning, aan zingeving; hij blijft ook hunkeren naar gemeenschap.
De kerk heeft zich altijd verzet tegen elke afwijkende opinie en ze blijft dat ook doen. Ze heeft zo sinds de Verlichting zowat alle intellectuelen verloren en sinds de opkomst van het agressieve kapitalisme ook de arbeidersmassa. Met haar onbegrijpelijk onverzettelijke houding over ethische kwesties en het celibaat heeft ze haar eigen priesters de deur uitgejaagd. De gelovigen hebben bedankt voor een boodschap die al lang niet meer blij was. Stilaan zijn het instanties buiten de kerk die de rituelen inpalmen; leegstaande kloosters en kerken vinden andere bestemmingen vinden of worden zonder scrupules afgebroken.
Wie nu nog zegt te geloven zoals Benedetto het wil, behoort de uiterst kleine minderheid die ook al in het verleden de harde kern was van misleiding, machtsmisbruik, uitbuiting, onderdrukking en vernedering van de mens en van de mensheid.



















