burger


Open brief aan een eerste minister
Mijn vader zaliger heeft ons ooit verboden om over politiek te praten, wellicht na een negatieve ervaring met politiekers die hem de hemel beloofd hadden, maar uiteindelijk iemand anders het postje bezorgden waarop hij had gehoopt voor zijn gezin. Die banbliksem op zeer jeugdige leeftijd is me bijgebleven. Politiek is iets dat je niet doet, politiekers zijn zakkenvullers, opportunisten, volksverleiders zonder principes.
Toen ik de eerste keer mocht gaan stemmen, rond 1965, was er de euforie van het ontwakende Vlaanderen; ik studeerde in Leuven en Leuven moest Vlaams zijn. Net zoals vele anderen stemde ik met overtuiging voor de Volksunie en het werd hun grootste overwinning, meer dan 10% winst, du jamais vu, zeggen ze nu op de VRT. Later, toen agalev opkwam, kregen die mijn alternatieve stem. Maar het fundamentalisme van de partijbonzen zinde mij niet. Bij volgende verkiezingen was mijn stemgedrag ronduit aberrant: ik stemde voor de laagst geplaatste vrouw op een van de grote partijen, soms ook eens op iemand die ik persoonlijk kende. Toen de VRT de stemmentest lanceerde, bleek ik het dichtst bij Spirit aan te leunen, maar dat is een ei-of-kipgeval: Spirit had na marktonderzoek een programma opgesteld om mensen zoals ik te verleiden.
Laatst, bij de gemeenteraadsverkiezingen, heb ik voor een plaatselijke groep gekozen die groen en rood bijeenbrengt. Voor de provincie heb ik dan weer blauw gestemd. Waarom? Eerst is er de eliminatie-regel: geen extreem links of rechts, geen confessionele partij. Blauw of rood dus; in Wallonië zien we wat rood ook is, en de truken van de foor van Stevaert leken me vroeger te plat. Maar voor het eerst was er ook een bewuste keuze. Het zou blauw worden.
Het aantreden van de liberalen als iets anders dan een zinloze oppositiepartij, en vooral de uitschakeling van de confessionele ‘tsjeven’, was een verfrissende wind in ons politieke landschap. Niet dat ze het zoveel beter deden, maar het was een ideologische bevrijding. Het bleek dat een regering zonder de katholieken wel degelijk kon. Het land verging niet, er waren geen spontane betogingen, zelfs de bisschoppen zwegen. Misschien was het niet beter, maar toch ook niet bepaald slechter. Het is moeilijk om te begrijpen wat voor Copernicaanse omwenteling dat voor vele katholiek opgevoede mensen was. Ik ben nu zestig, en nog elke dag ontdek ik hoe ik met handen en voeten ideologisch gebonden ben, door het milieu waarin ik geboren ben, school liep, mijn kinderen opvoedde en zelf ook werkte. De vanzelfsprekende arrogantie van de katholieke zuil is verbijsterend voor al wie er geen deel van uitmaakt, of voor wie zich eruit losrukt. Iemand die niet naar de mis ging, was niets minder dan een misdadiger (spontane woordspeling), die voor de eeuwigheid in de hel zou branden. Socialist was een scheldwoord, dat waren ook al ongelovigen, en bovendien was het werkvol, ruw, losbandig, dom, opstandig, lui en meestal dronken. De liberalen, dat waren de grote bazen van de fabrieken, atheïsten, vrijmetselaars, kapitalisten die enkel aan geld dachten en de arme mensen uitbuitten. Flaminganten waren zwartzakken die met roddelcampagnes of van de preekstoel verketterd werden. Je had de katholieken, de goei… en je had de rest. Zolang de goei de meerderheid hadden, zou alles goed gaan. En zelfs in een coalitie was het duidelijk wie er baas was, de eerste minister was toch altijd zeker een goeie katholiek. En als het verkeerd liep, dan was het de schuld van de onbetrouwbare coalitiepartners en eigenlijk ook van de kiezers, die de absolute meerderheid verkwanseld hadden.
De wereld is veranderd. De katholieken, hoe ze zich nu ook mogen noemen, CD&V+NV(U)A of zo, zijn maar een partij zoals de andere, want ze zitten nu al jaren machteloos in de oppositie. Maar vergis u niet, dat is niet wat zij ervan denken. Zij zijn nog altijd de enige goei en kijk maar naar Vlaanderen: ze komen terug, het wordt weer zoals vroeger! Dat is de reden waarop ik een bescheiden stemmetje aan de liberalen gegeven heb, hoe die zich ook mogen noemen, VlenD-Vivant bijvoorbeeld.
Het is een stem voor de autonome, bevrijde burger, tegen de historische verzuiling en de oneerlijke vermenging van geloof en politiek, tegen de betutteling, het opgestoken vingertje, de schoolmeestermentaliteit, de intellectuele hypocrisie, het politieke machtsmisbruik van de katholieke, religieuze ideologie. Die ideologie steunt vandaag op niets meer, niet op het geloof, niet op kerkelijke standpunten, want daarvan weet zelfs een Leterme zo goed als niets, en hij wenst er ook niets over te weten. Zij hebben het over waarden, maar weten niet welke, of die waarden blijken even goed in de partijprogramma’s van de anderen te staan. Het vat klinkt des te luider nu het zo goed als leeg is.
Wij verwijten de wereld van de Islam dat ze kerk en staat niet scheiden, dat de religie het openbaar leven en de politiek overheerst. De Islam is nu niet rabiater, machtsgeiler of arroganter dan de katholieken van mijn jeugd, en hun erfgenamen beseffen niet eens dat zij uit een verdacht rechts, kwezelig, fundamentalistisch en autoritair nest komen en dat de stank ervan hen als een lijfgeur volgt. Zij zijn niet christelijk, en als ze het zouden zijn, zou dat de scheiding van kerk en staat bedreigen, zoals bewezen is in de laatste honderd jaar politieke en sociale geschiedenis van ons land. Ze zijn ook niet democratisch: het zijn de kampioenen van het middenveld, van de belangengroepen, van de standen, waarin het telkens de top van de structuur is die bepaalt wat de basis zegt. Vlaams zijn ze maar als het hen goed uitkomt, bijvoorbeeld om stemmen weg te halen bij een echt Vlaamse partij en een ministerpost te geven aan de doodgraver van de idealistische Volksunie.
Ik weet niet of de eerste minister van dit land er prijs zal op stellen, maar hierbij beloof ik hem mijn steun bij de komende verkiezingen, als dank voor zijn volgehouden verzet tegen de suprematie van katholieke en socialistische confessionelen, voor zijn eerlijke vrijzinnigheid en bewust sociaal-liberalisme, voor zijn dappere weerbarstigheid tegen de druk van machtsblokken in binnen en buitenland, voor zijn origineel rolmodel als de echte eerste, burgerlijke burger van dit land.


















