Muiterij


Het is een van onze moderne mythes, iedereen heeft er wel van gehoord, en de media hebben er dankbaar uitvoerig gebruik van gemaakt. Ik heb het over de muiterij op de Bounty.
Bounty is Engels voor ‘goedheid’, in het Latijn bonitas, in het Frans bonté. In het Engels zijn er enkele interessante nevenbetekenissen: in de eerste plaats vrijgevigheid en vandaar ook overvloed, en dat is ook de betekenis van de naam van het schip. Maar bounty was ook een som die als lokaas werd aangeboden om aan te monsteren op een schip, of een premie om het bereiken van een bepaald doel te stimuleren en te belonen. We kennen ook de bounty hunters uit het wilde Westen, de premiejagers die louter omwille van de beloning misdadigers ongenadig opspoorden en dead or alive voor het gerecht brachten. Nomen est omen, zoals we zullen zien.
En dan nu de feiten, want het is een mythe die gebaseerd is op een waar gebeurd verhaal. Op 28 april 1789 kwam de bemanning van het gewapende vrachtschip Bounty in de buurt van Tonga in opstand tegen de kapitein, William Bligh. De aanvoerder van de muiters was Christian Fletcher, een onderofficier. Bligh werd met 18 bemanningsleden die hem trouw bleven in een sloep gezet. Na een reis van bijna 6.000 kilometer in die open boot bereikte hij op 14 juni het eiland Timor. De muiters stichtten een kolonie op het onbekende eiland Pitcairn en leefden er verborgen tot in 1808. Enkele anderen werden in Tahiti gevangen genomen en in Engeland opgehangen.
In het verhaal speelt het karakter van William Bligh een belangrijke rol. De muiters beschuldigden hem van tirannie en wreedheid in de toepassing van de scheepsreglementen. Hijzelf echter meende dat de bemanning was aangetrokken door het gemakkelijke leventje op de eilanden en dat ze verleid waren door de plaatselijke vrouwen. Historici tekenen een minder eenzijdig beeld van de man. Hij was ongetwijfeld een uitstekende navigator en verdiende zijn sporen onder meer als stuurman van Cook tijdens diens wereldreizen. Hij was ook als soldaat en aanvoerder uitzonderlijk dapper in de strijd. Maar hij had een scherpe tong, en gedroeg zich eerder zelfbewust, misschien wel ronduit arrogant, zowel tegen medeofficieren als tegenover ondergeschikten. Hij paste het harde reglement van de marine toe zonder daar veel over na te denken, maar stond niet bekend als uitzonderlijk wreedaardig. De muiterij bleek later geen smet op zijn blazoen: hij bracht het uiteindelijk tot admiraal. Tijdens zijn latere carrière had hij nog enkele keren te maken met muiterijen, zeker één keer, in Australië, omwille van zijn vernederend gedrag. Hij stierf in 1817.
We kennen dit verhaal in de eerste plaats door het rapport van William Bligh zelf, gepubliceerd in 1792. In 1831 schreef John Barrow, lid van de Admiraliteit, een officieel rapport over de oorzaken en de afloop van de muiterij. In 1882 beschreef ook Jules Verne het verhaal. Veel later, in 1932 schreven Nordhoff en Hall het eerste deel van de The Bounty Trilogy. Wellicht daardoor geïnspireerd kwam in 1933 de eerste, Australische, film over ons onderwerp, met voor het eerst Errol Flynn op het scherm. In 1935 volgde Hollywood, met Clark Gable and Charles Laughton. Onze generatie heeft vooral genoten van de versie van 1962, met Marlon Brando en Trevor Howard, terwijl onze kinderen zich wellicht eerder de versie van 1984 met Mel Gibson en Anthony Hopkins zullen herinneren.
Het verhaal is dus altijd al populair geweest, en niet zonder reden. Het heeft alle elementen om het blijvend aantrekkelijk te maken: een avontuurlijke verre reis met een zeilschip, een arrogante kapitein die met lijfstraffen en onnodig wrede maatregelen iedereen tegen zich opzet, de muiterij van de bemanning met de galante Christian Fletcher, het exotische decor en de verleidelijke plaatselijke schonen, de heroïsche terugtocht van de kapitein in de open sloep, de vlucht van de muiters naar een onbewoond eiland dat niet op de kaart staat, de achtervolging door de Britse admiraliteit…
De werkelijkheid was wel enigszins anders. Het is de muiters niet goed vergaan: onderlinge ruzies inclusief moord, en conflicten met de inboorlingen, evenals ziekte en ontbering zorgden ervoor dat er uiteindelijk maar één overbleef op het idyllische eiland. Dit aspect wordt in de meeste versies achterwege gelaten, net zoals de latere briljante loopbaan van Bligh.
De sympathie gaat dus meestal naar de muiters, die zich verzetten tegen de tirannieke kapitein. We zijn in 1789, het jaar van de bestorming van de Bastille, het begin van de emancipatie van de gewone man, het einde van het Ancien régime en van de macht van de aristocratie.
Een detail, misschien, maar het was Christian Fletcher die van adel was, en Bligh was de pauper die zich in de Navy door hard werk, een helder verstand en ook door zijn dapperheid en strijdlust had opgewerkt tot kapitein.
Het was ook de tijd van de romantiek, die dweept met exotische plaatsen waar de mens nog in nauw contact met de natuur leeft, ver van harde, dorre wetten en troosteloze levensomstandigheden, waar het voedsel van de bomen kan geplukt worden en het water altijd helder is, de hemel steeds azuurblauw, en de vrouwen eeuwig jong, bekoorlijk en gewillig.
Het is een klassiek voorbeeld van de tweestrijd die onze wereld tekent en die ook in elk van ons aanwezig is: het conflict tussen het individu en de macht van de overheersende maatschappij, van vrijheid tegenover orde en gezag, van persoonlijk initiatief tegenover het logge en starre staatsbestel, van emotie tegenover verstand, van leven vanuit een overtuiging tegenover leven onder dwang.
In die strijd is het, in dit verhaal en in de hele geschiedenis, meestal niet de kant die onze sympathie krijgt die het ook uiteindelijk haalt. Een samenleving waarin iedereen zomaar zijn gang gaat, kan niet overleven. Maar een samenleving waarin het individu volledig gedomineerd wordt door de maatschappij kan dat evenmin. Het komt er dus op aan om een middenweg te vinden, een politiek stelsel waarin het individu zijn vrijheid niet hoeft prijs te geven in ruil voor een beschermd leven en waarin de maatschappij niet in haar bestaan bedreigd wordt door de onverantwoordelijke daden van sommige van haar leden. Onze democratie, hier en nu, lijkt aan die twee complementaire vereisten het best te beantwoorden. Laten we dat tere bloempje koesteren.


















