En God sprak...


Filosofen van alle tijden hebben hemel en aarde bewogen om aan te tonen dat die aarde en die hemel een zinvol geheel vormen, en dat die zin aan de wereld is gegeven door zijn schepper; meer nog: het feit dat die zin er was, gold als een bewijs voor het bestaan van de schepper. Ook vandaag nog is die stelling nog actueel. Vanuit Amerika bereikt ons de stelling van het intelligent design: de wereld is niet toevallig zoals hij is, hij beantwoordt aan een bedoeling, de bedoeling van een schepper.
Die redenering is in feite een omkering van de werkelijkheid. De wereld is zoals hij is. De mens probeert te ontdekken hoe hij is, en hoe het komt dat hij zo is. De wetenschap achterhaalt de wetmatigheden langzaam, pas in de laatste eeuwen gaat het echt goed vooruit, al weten we zeker nog niet alles, misschien zelfs nog maar een onbeduidend deel. Elke nieuwe stap van de wetenschap is aanvankelijk een veronderstelling, een hypothese. Pas als blijkt dat die hypothese ook werkt, dat er geen tegenaanduidingen zijn en dat andere hypothesen erbij aansluiten, gaan wij spreken van een wet, maar ook dat is maar voorlopig, want nieuwe ontdekkingen leiden tot nieuwe hypotheses, en tot nieuwe wetten. Maar de wetten veranderen de wereld niet, ze proberen de werkelijkheid alleen maar te verklaren. De wetenschap is onze schuchtere poging om te begrijpen hoe de wereld is, en niet het ontdekken van wetten die in die wereld verankerd zijn, die erin gelegd zijn door een schepper.
De discussie doet me denken aan de anekdote die verteld wordt over verscheidene beeldhouwers: de kunst van de steenkapper zou er enkel in bestaan weg te halen wat overbodig is, om zo het beeld dat in het blok verborgen was, vrij te maken. Ook dat is de wereld op zijn kop zetten: er zit helemaal niets verborgen in een blok marmer of arduin, of juist alles. De kunstenaar bepaalt wat het resultaat zal zijn, niet een of ander mysterieus ideaal dat ergens verborgen zou zitten, daar aangebracht door een even mysterieuze ‘schepper’.
De meeste mensen hebben ondertussen ook wel begrepen dat die schepper, God dus, zijn bedoelingen, zijn masterplan niet zelf in zoveel woorden of een stappenplan aan de wereld meedeelt. Hij doet dat steeds onrechtstreeks, via de mens. Er zijn inderdaad altijd al mensen geweest die beweerden dat God tot hen gesproken had, of dat zij de wil van God begrepen hadden en het als hun roeping, hun plicht beschouwden om die boodschap mede te delen, om dat plan te verwezenlijken. Bij nader toezien bleek dat goddelijk plan heel goed te passen in hun eigen menselijk project van persoonlijk gewin of machtswellust. Dieu le veut! is enkel de religieuze verpakking van zeer menselijke ambities, zo leert ons de geschiedenis, ook vandaag: Irak bevrijden van zijn dictator was misschien wel de wens van God, maar de kruisraketten van nu zijn net zo min te verantwoorden als destijds de kruistochten tegen de bezetters van de ‘heilige plaatsten’, niet zo ver uit de buurt, trouwens. Wat de mens zijn medemens aandoet in naam van God zou ook die God met afgrijzen vervullen.
De filosofen die de volmaakte zinvolheid van de wereld voorstonden, stelden meteen ook dat wanneer men de zingevende schepper weglaat, de zin van de wereld eveneens verdwijnt. En dat is ook wat de verdedigers van het intelligent design naar voren brengen, en wat gelovige wetenschappers en wetenschappelijke gevormde kerkleiders ons willen doen geloven. En opnieuw wordt de wereld op zijn kop gezet. Men gaat uit van de veronderstelling dat de wereld moet begrepen worden als een zinvol geheel, dat door de schepper ervan zo bedoeld is, en wetenschap is dan enkel het achterhalen van die bedoeling, van de wetmatigheden van de zinvolle schepping. Maar dat is niet zo, want er is in de wereld meer zinloosheid dan zin, en meer toeval dan opzet. Geen enkele zingevende verklaring van de wereld heeft tot nog toe stand gehouden, geen enkele mythe is waar gebleken, geen enkele godsdienst zaligmakend. De mens wordt geboren en sterft, dat is de enige realiteit. Tijdens zijn leven moet hij rekening houden met de wereld zoals hij die aantreft, met zijn medemensen en met zichzelf. Al onze gedachten, al onze wetenschappen zijn maar overlevingsstrategieën, en geen een die aan de grond van ons bestaan ook maar iets kan veranderen. Je wordt geboren en je sterft, en de tijd die je hier doorbrengt is onooglijk als een korrel zand, een druppel water, een lichtpartikel in de zonnewind.

















