ex libris P.D. James


P.D. James, Death in Holy Orders, 387 pp., 2001. Paperback groot formaat, tweedehands voor €8, In ’t profijtelijk boeksken.
Op zoek naar wat ontspannende lectuur kwam ik terecht bij de auteur van The Lighthouse (2005), dat ik met zoveel genoegen las enige tijd geleden (zie de bespreking hiernaast in de lijst). Death in Holy Orders schreef ze in 2001; het is ook verfilmd. Nadien volgde nog The Murder Room in 2004 en tussendoor schreef ze ook nog een heel stuk autobiografie. De dame is geboren in 1920… In haar romans, want dat zijn het, ook al behoren ze tot het genre van het detectiveverhaal, duiken voortdurend personages op die niet te beroerd zijn om te laten zien dat zij behoren tot homo sapiens en die hun eruditie en beschaving niet onder de korenmaat steken. Commander Dalgliesh heeft gestudeerd en is een gepubliceerd dichter. In dit boek zijn er meer personen die in Oxford of Cambridge gestudeerd hebben of er zelfs doceren dan andere. En zij gaat de discussie niet uit de weg: er zijn mensen die klagen over de ondergang van ons Avondland, over het allesoverheersende voetbal, over scholen die niet deugen, over de jeugd die enkel drank en drugs en seks wil en geen boeken meer leest; er zijn er ook die vanuit dezelfde gedachten, dezelfde ervaringen actief verzet aantekenen, hun stem verheffen om die negatieve evolutie aan te klagen; er zijn er ook die proberen er zelf ook iets aan te doen. Zij doet dat -onder meer- door haar boeken en de rolmodellen die ze naar voren schuift. Si parva comparare licet magnis (om het met Vergilius en Ovidius te zeggen: als het ons vergund is onze bescheiden inspanningen te vergelijken met haar ontiegelijk veel aanzienlijkere), dan wil ik hier toch even stilstaan bij mijn eigen blog. Ik schrijf in de eerste plaats voor mezelf, omdat ik dat graag doe; ik lees en zoek op voor mijn eigen plezier, dat is wat ik altijd al graag gedaan heb, en als ik ergens spijt van heb, dan is het dat mijn administratieve taken aan de universiteit mij zo weinig ‘tijd’ lieten voor dat soort bezigheden. Ik ben nu een jaar geleden gestopt met werken, en ik heb intussen veel gelezen, veel opgezocht en toch al heel wat bijeengeschreven hier op mijn blog, naast nog enkele verhalen en wat bladzijden in een meer persoonlijke kroniek. Ongelukkig zijn met de gang van zaken in onze maatschappij is een troosteloze, steriele en depressieve bezigheid. Ik reageer op mijn manier, door zelf actief bezig te zijn met allerlei maatschappelijke, filosofische of religieus-levensbeschouwelijke vragen, door erover na te denken, te lezen en te schrijven en af en toe erover te praten als iemand wil luisteren en/of meepraten; door woorden onder de loep te nemen, de aandacht op muziek te vestigen, boeken te lezen en te bespreken, gedichten te vertalen… Ik heb het geluk te mogen genieten van mijn pensioen, van een redelijke gezondheid, een meestal vrij heldere geest; ik heb een aangename thuis met heel wat boeken, Cd’s, Dvd’s binnen handbereik, internet staat 24/24 en 7/7 voor mij klaar, en Seniorennet duldt mij gratis op zijn site. Ik heb familieleden, vrienden en kennissen om mij heen die mij steunen en aanmoedigen of toch niet met geweld weerhouden, al zijn ze het niet altijd met me eens. Ik doe wat ik graag doe, maar ik zie het ook als een roeping, een aangename plicht waaraan ik me niet mag onttrekken. Ik kan dit doen, ik mag het doen en doe het graag, ik moet het dan ook doen.
Dit was even een excursus, een uitweiding. Ik moest het even kwijt, neem me niet kwalijk.
Terug naar ons boek. Het verhaal is niet echt belangrijk, lees het zelf maar, je zal er geen spijt van hebben. Ik heb niet veel nieuws te vertellen over de auteur of haar stijl, haar methode. Het is een beetje een variatie op een thema, maar zij is de eerste om dat toe te geven: misdaad is zelden origineel, there is no such thing as an original sin. We bevinden ons weer in een gesloten gemeenschap, het is weer een inside job, aan Dalgliesh en aan ons om de subtiel geplante aanwijzingen te herkennen en de dader en zijn motieven te ontmaskeren. Maar gebeurt elke misdaad niet in een gesloten gemeenschap? Het zijn meestal huisgenoten, familieleden, vrienden, kennissen die elkaar beminnen en haten, voor elkaar door het vuur gaan en elkaar de duivel aandoen, elkaar het leven geven en het ook brutaal afnemen. Gruwelijke misdaden, passionele aberraties, maar menselijk, helaas, maar voor medemensen uiteindelijk zoniet begrijpelijk, dan toch, zij het node, aanvaard. Het is maar als we alle menselijk perspectief verliezen dat we met een rugzak vol explosieven de ochtendtrein naar het werk nemen en anoniem onze anonieme medemensen opblazen en geen mens meer zijn maar God in ‘t diepst van onze gedachten, de wrekende rechterarm des Heren, zijn vlammend kromzwaard, Gods heilige moordende toorn.
Quos Juppiter perdere vult, prius dementat.
Wie God wil vernietigen, slaat hij eerst met waanzin.



















