200 : Lincoln


Uit Houtekiet van Gerard Walschap herinner ik me dat de hoofdfiguur ’s zondags niet naar de mis ging. Althans, niet in de eigen parochie! Zo dwingend was de sociale druk toen, blijkbaar, dat zelfs de plaatselijke ongelovige het nodig vond om tersluiks toch aan de zondagsplicht te voldoen. Om zijn imago van ongelovige te behouden, deed hij alsof hij niet meer naar de mis ging, maar om zijn zieleheil veilig te stellen, wandelde hij elke zondag enkele kilometers naar een naburige parochie. Zo hypocriet was Vlaanderen toen, dat heeft Walschap goed gezien.
Ondertussen is er veel veranderd. Voor de sterk christelijk gekleurde en liturgisch ingeklede feestelijkheden van het jaar zijn er nu ‘burgerlijke’ alternatieven. Iedereen viert Kerstmis en ook Pasen, al was het maar omdat er dan vakantie is. Ook zo voor Allerheiligen, dan is er herfstvakantie. Er zijn er ook wat weggevallen, precies omdat er geen vakantiedagen aan verbonden zijn: 15 augustus, de dag waarop men het ‘feit’ vierde dat Maria mét haar lichaam opgenomen is in de hemel; Pinksteren, de nederdaling van de Heilige Geest over de Apostelen.
Maar al bij al is er niet zoveel in de plaats gekomen, er is vooral veel weggevallen. Als ik bedenk hoeveel tijd men vroeger in de kerk doorbracht en hoeveel we met godsdienst bezig waren op school…
Blijkbaar is er een behoefte weggevallen, anders hadden we wel alternatieven gezocht.
Maar het is niet overal zo. In Mekka draaien drie miljoen bedevaarders in witte gewaden rond een meteoriet. Drie miljoen! De ramadan wordt vrij goed opgevolgd door de moslims, de feesten vrij uitbundig gevierd. Het moslimgeloof spreekt nog sterk aan. Er is daar nog godsdienstig fanatisme, iets dat hier zelfs de kardinaal niet over zijn hart kan krijgen. Zelfs de meest achterhaalde uitspraken van de paus zijn van een zachtaardigheid die je bij ayatollahs alleen maar kan wensen.
Ik las onlangs grote delen van Ludwig Feuerbach, The Essence of Christianity (1841), een vertaling van George Eliot, de Victoriaanse vrouwelijke auteur van onder meer Middlemarch. Het is geen eenvoudige lectuur, Duitse filosofie is nu eenmaal ‘doorwrocht’, om het nog vriendelijk te zeggen. De Engelse vertaling lijkt me eerder een hulpmiddel voor het verstaan. De basisopvatting van Feuerbach is dat de mens zich een God geschapen heeft en aan die God allerlei menselijke kenmerken heeft gegeven zodat hij perfect beantwoordt aan de noden en verzuchtingen van de mens. Dat wordt tot in de kleinste details uitvoerig toegelicht. Natuurlijk impliceert Feuerbach dat het dus zinloos is om het bestaan van een God te erkennen of zo een God te aanbidden, maar hij gaat enigszins voorbij aan de realiteit van die God die door mensen is gecreëerd. Als de mens behoefte had aan een God, aan die God, en bevrediging vond in zijn creatie, wat is er dan verkeerd? Misschien is dat beter dan bijvoorbeeld alcoholisme, een kwaal die vooral de arbeiders vroeger veel sterker teisterde dan nu. Godsdienst, de opium van het volk, is misschien te verkiezen boven opium zelf? En als de behoefte aan de illusie van God en aan godsdienst wegvalt, dan vallen misschien ook God en godsdienst weg, zoals we hier bij ons zien?
Godsdienst, zoals die toen beleefd werd, moet voor een intellectueel van het kaliber van Feuerbach -en voor zovele anderen, overal ter wereld- een ongelooflijke belediging geweest zijn, net zoals het moslimfanatisme nu voor ons, onkerkelijke westerlingen, totaal onbegrijpelijk en zelfs verfoeilijk is. Hij moet geloofd hebben dat zijn scherpe analyses al zijn lezers overtuigd zouden hebben van zijn gelijk. Niet dus. De tijden waren er nog niet rijp voor, het heeft weinig zin mensen te willen overtuigen dat hun behoeften emotioneel of irrationeel en dus verwerpelijk zijn. Je moet wachten tot de behoefte aan de illusie wegvalt.
Wat zal er van de kerk in Vlaanderen overschieten binnen honderd jaar? Hoe zal de islamwereld evolueren als de welvaart daar gaat stijgen?
Ik althans geloof dat we de goede weg opgaan, ik kan niet aanvaarden dat we terug kunnen naar hoe het vroeger was, onder de tsaren, de Nazi’s of Stalin of de koude oorlog, bijvoorbeeld. Ik geloof ook niet in een globale islamisering of de overwinning van het christelijk fundamentalisme in het westen. Want Abraham Lincoln, Amerikaans president 1861-65, zei het al:
It is true you may fool all the people some of the time; you can even fool some of the people all the time; but you can’t fool all of the people all the time.
Op 15 april 1865 werd hij vermoord door een politiek tegenstander. Hij was de eerste Amerikaans president die dat overkwam, maar niet de laatste, zoals we weten. Laten we dus toch maar voorzichtig blijven.
Dit was mijn 200ste bericht.





















