horizon(t)


We weten wel wat de horizont – of horizon, dat is gebruikelijker – is, al is hij in onze dichtbebouwde omgeving vrijwel nooit zichtbaar. Het is waar hemel en aarde elkaar raken. Het is zo ver als je kan zien, indien er geen obstakels zouden zijn, zoals op zee of in de bergen, dus is het de gezichtseinder of kortweg de einder. Een poëtisch klinkend synoniem is kim of kimme, maar zo kunstig is dat woord niet: oorspronkelijk is het de rand van een ton, of meer precies de inkepingen in de wand van een vat waarin de bodem en het deksel worden geklemd, de sponning in de duigen dus; duigen zijn de afzonderlijke latten die de wand vormen, samengehouden door de metalen hoepels of banden; als die banden of de deksels breken, dan valt alles in …duigen, juist. Een tonnenmaker is een kuiper, een bekende familienaam ook: De Cuyper, bijvoorbeeld.
Vind je ook niet dat horizon(t) een beetje vreemd klinkt? Ken je nog andere Nederlandse woorden die erop lijken, behalve natuurlijk die enkele die ervan afgeleid zijn: horizontaal, horizontalisme? We moeten de oorsprong, de etymologie van ons woord duidelijk ergens anders gaan zoeken. Aangezien ook onze buurtalen het zelfde woord gebruiken, op hun manier maar bijna identiek (Fr., Eng. horizon, Du. Horizont), moet er wel een gemeenschappelijke oorsprong zijn. Meestal komen we dan bij het Latijn terecht, maar daar is het woord voor horizon orbis (finiens). Een stapje verder is het Grieks en daar zijn we terecht. Horos betekent grens, meet, begrenzende lijn, scheidingslijn &c. en horizoo is begrenzen, maar horizoon, gen. horizontos is evident ook onze horizon(t).
De horizon is een denkbeeldige lijn, er is immers nergens een lijn getrokken met een bordje erbij ‘horizon(t)’. Je kan er niet dichterbij komen, hij is altijd even ver weg. Hij is nog meer denkbeeldig dan een meridiaan, de lijn die de plaatsen op aarde verbindt waar het te gelijkertijd middag is; die lijn bestaat op die manier echt, al is ze slechts hier en daar ook echt op de grond aangebracht, zoals in Greenwich, vlak bij Londen: daar hebben ze een stukje van de nul-meridiaan in het koper afgebeeld. Maar de horizon is relatief, niet absoluut: hij is afhankelijk van de plaats van de waarnemer, hij verschuift met zijn of haar bewegingen. Als je in Spanje bent, zie je een ander stuk van de aarde dan hier bij ons en als je naar ginds reist, verschuift je horizon, het cirkelvormig stuk dat je kan zien, voortdurend met je mee.
Hoe ver is de horizon van ons verwijderd? Hoe ver kan je zien? Zonder rekening te houden met het weer en met alles wat in de weg kan staan, is dat minder dan vijf kilometer op ooghoogte, van op een toren van honderd meter is dat al ongeveer 35 kilometer. Dat we niet verder kunnen kijken, ligt aan de vorm van de aarde: het is een bol en we kunnen nu eenmaal niet in een boogje kijken. Van uit de ruimte zie je de hele aarde, of althans de ene kant van de aardbol, een ‘cirkel’ met een straal van ongeveer 6.371 kilometer.
We gebruiken horizon ook figuurlijk: ‘dat valt buiten mijn horizon’; ‘dat ligt niet binnen hun politieke horizon’. Wat er wel binnen valt, dat is waarmee we bezig zijn, wat onze aandacht krijgt. Wie ruimdenkend is, open van geest, heeft een brede of wijde horizon. Wat achter iemands horizont ligt, daar heeft hij of zij geen idee van, geen belangstelling voor. Ons gezichtsveld, letterlijk en figuurlijk, is begrensd, letterlijk en figuurlijk, door onze horizont.




















