Der Fall Wagner (F. Nietzsche)

Seniorennet heeft ook een forum. Mensen kunnen daar berichten kwijt over allerlei onderwerpen, en reageren op andere berichten. Een tijd geleden nam ik deel aan een discussie over het individu in de maatschappij, en berichtte daarover ook hier. Een laatste aflevering daarvan volgt binnenkort.
Ik was bij de afdeling klassieke muziek een operaforum gestart; daar had ik een drietal besprekingen van opera’s gezien op Mezzo en op DVD gepost, zoals dat heet. Een bescheiden aantal lezers, niemand die inpikte met eigen besprekingen of commentaar. Tot ik mijn recente bespreking van Wagners Tannhäuser ook daar plaatste, inclusief de slotparagraaf over Wagners antisemitisme.
Een operaliefhebber reageerde attent op de bespreking, maar voegde eraan toe dat hij van dat antisemitisme in de werken van Wagner zelf niets gemerkt had; dat had ik ook niet beweerd, en ook dat erkende hij.
Een andere persoon reageerde eerder afwijzend op die ene paragraaf. Vervolgens was er een tirade van de moderator: blijf bij uw topic.
Muziek bespreken: geen probleem althans “als het met kennis van zaken gebeurt”… Maar geen politiek erbij betrekken, geen gegevens over het persoonlijk leven van de kunstenaars en zo.
Ik heb mijn operaforum maar laten afsluiten. Wie wil weten wat ik over opera en muziek in het algemeen denk of voel, leze in het vervolg mijn blog. Het al wat amechtige forum zal dan zo mogelijk nog schraler bedeeld zijn met bijdragen van dilettanten en op die manier uiteindelijk van een open forum verder evolueren tot een persoonlijke blog.
Wat me ook van het hart moet is dit. Blijkbaar zijn er nog steeds mensen die de kunst als iets verhevens beschouwen, iets dat groter is dan de mens, hem overstijgt en dus onaantastbaar is. Hoe verder de kunstenaar en zijn werken in het verleden, hoe ‘heiliger’. Dus geen verkeerd woord over de groten van de muziek, bijvoorbeeld: Bach, Mozart, Beethoven… en Wagner. Men vergeet daarbij dat, hoe geniaal ook, deze kunstenaars ‘slechts’ mensen waren, met alle kenmerken vandien. Een kunstenaar is niet meteen en niet noodzakelijk ook een voorbeeldig mens. Hij kan kleine kantjes hebben, duidelijke gebreken, een slecht karakter zelfs, en toch een uitstekend kunstenaar zijn, waarom niet. En dit is ook het geval met zelfs de allergrootsten. De muziekwetenschap is nu zover dat zij dat erkent en uitvoerig documenteert, bijvoorbeeld door de publicatie van de wel erg scatologische brieven van Mozart, de wel erg zakelijke communicatie van Bach met zijn broodheren, de wel erg vreemde relatie van Beethoven met zijn neef en ga zo maar door, want zo komen we ook bij het rabiate, manifeste en onverbeterlijke antisemitisme van Richard Wagner. Niet alleen in zijn pamflet Das Judentum in die Kunst (1850, 1869), maar ook in later geschriften, publieke zowel als talrijke van zijn 10.000 (!) brieven komt hij steeds terug op de fysieke afstotelijkheid van de Joden als ras, op hun misdadig asociaal gedrag, op hun intrinsiek onvermogen tot intelligentie, beschaving, hun ongeschiktheid tot originele kunst van welke aard ook, op hun cynische vermeende integratie, op hun onophoudelijke pogingen om de economische macht in handen te nemen door bedrog en uitbuiting van de anderen, op hun destructieve invloed op alle vormen van kunst. Hij was niet de enige, natuurlijk, maar weinigen zijn zo lang zo ver gegaan als hij en hebben zo weinig nuance getoond, of zo’n totaal gebrek aan zelfs maar het geringste mededogen, zelfs niet tegenover collega’s als Mendelssohn en vooral Meyerbeer, aan wie hij nochtans veel verschuldigd was.
Elke muziekliefhebber zal vroeg of laat moeten erkennen dat men niet om de genialiteit van Wagner heen kan, dat zijn muziek behoort tot wat men nu het werelderfgoed noemt. Maar ook wie door zijn werk gefascineerd is en meteen ook de kunstenaar zeer bewondert, zal moeten erkennen dat Wagner zeer blatant een verschrikkelijk duistere kant had en het lijkt mij, net zoals vrijwel alle hedendaagse musicologen, onmogelijk om over Wagner te spreken zonder ook die kant onder ogen te zien. Ik behoor niet tot degenen die zijn antisemitisme ook in zijn composities zien, de argumenten die zij daarvoor aanbrengen zijn vaak indrukwekkend, maar uiteindelijk is het interpretatie, geen feit, in tegenstelling met de onmiskenbaar klare wan-taal die hij in zijn geschriften heeft nagelaten.
Natuurlijk is Richard Wagner niet verantwoordelijk voor wat de propagandamachine van de Nazi’s met zijn muziek, zijn figuur en met Bayreuth gedaan heeft - al was het voor hen natuurlijk wel gefundenes Fressen -, noch voor de onverbloemde collaboratie van zijn familie met het Nazisme en met Hitler zelf, vriend aan huis bij Winifred tot op het laatst. In een later interview beweerde ze dat zij niet op de hoogte was van wat zich in de concentratiekampen afspeelde, en distantieerde zich daarvan ook. Ook zij heeft het dus niet geweten. Het is mogelijk. Maar het lijkt toch wat onwaarschijnlijk, als men bedenkt hoevelen het wel wisten, en hoe goed zeker de hogere kringen in het Derde Rijk geïnformeerd waren.
Wagner is zo een complexe figuur als mens, en dat kan niet anders dan afstralen op zijn appreciatie als kunstenaar. Het is ook zeer moeilijk om volledig afstand te nemen van die complexiteit wanneer we ons bezinnen over zijn kunstwerken. Het lukt nog wel bij het beluisteren en bekijken zelf van zijn opera’s, al schud ik nadien toch telkens het hoofd, zuchtend: hoe is het mogelijk dat iemand die in staat was tot dergelijke hoogtepunten van het menselijk geestelijk vermogen, zich evengoed en terzelfder tijd kon bezondigen aan zulke beschamende en uiteindelijk zelfs infantiele opvattingen over zijn medemensen, inclusief collega-componisten en de talrijke uitstekende muzikanten die ook in zijn orkesten traditioneel een belangrijke rol speelden en ook mochten blijven spelen onder zijn muzikaal bewind.
Ik verzet mij, mede door deze wat wrange bijdrage, vrij principieel tegen de onbetwistbaar voorbijgestreefde en ook musicologisch onhoudbare absolute scheiding van kunstenaar en kunstwerk. Wie enkel naar de muziek luistert en genietend de ogen sluit voor de kunstenaar die ze gemaakt heeft, doet die kunstenaar onrecht aan en mist een kans om dieper door te dringen in het wezen van zijn kunst, het wezen van de kunst. Want al is vita brevis, en ars longa, toch is de kunst onvermijdelijk en essentieel des mensen, misschien wel zijn hoogste gave, zijn sublieme aspiratie tot eeuwigheid en zijn eindeloze betrachting van transcendentie, ook als in zijn hart de stormen woeden die geen van ons ooit sparen.
Niemand is volmaakt. Dat te erkennen is een noodzakelijke stap naar een dieper begrip en een eerlijk verbaasde bewondering voor de uitzonderlijke monumenten waartoe sommige begenadigde kunstenaars, zoals ook Richard Wagner, in staat zijn.


















