
Natuur en cultuur
De mens wordt geboren als een zeer onbeholpen wezen: nauwelijks enkele uren kan het overleven zonder de hulp van zijn omgeving: de ouders, de maatschappij, materiële voorzieningen. En dat verandert eigenlijk niet tijdens de rest van zijn leven. De mens is een sociaal en cultureel wezen, hij heeft een netwerk aan medemensen, hulpmiddelen en structuren nodig voor zijn instandhouding.
En toch leeft in elke mens een vaag of sterker uitgesproken heimwee naar een cultuurloze toestand, naar de ongerepte natuur, waarin hij alleen en zonder (al te veel…) hulpmiddelen overleeft, en een eenvoudig geluk nastreeft dat hij mist in de meer complexe culturele wereld. Wandelaars, kampeerders, biologische landbouwers zoeken die natuur en ontdoen zich, althans voor enkele uren of dagen, van een aantal van de kenmerken van de culturele wereld. Maar ook zij ondervinden dan dat het toch heel wat beter gaat als zij niet alles meteen overboord gooien: stevige (en dure) stapschoenen, een vederlichte maar ijzersterke tent; elektrische stroom, desnoods opgewekt met zonne- of waterkracht, is onmisbaar in elk landbouwbedrijf dat wil overleven.
Het is de oude vraag over natuur en cultuur, die ook vandaag voor velen nog niet beantwoord is. Moet de moderne mens terug naar de natuur? Is zijn wereld on-natuurlijk geworden?
Priesters en profeten van alle slag willen het ons doen geloven, zoals zij het door de hele geschiedenis heen steeds gedaan hebben. Allerlei nieuwe ontwikkelingen werden aanvankelijk vijandig onthaald voor ze in de cultuur werden opgenomen, denken we maar aan het verzet tegen de eerste treinen en auto’s. Die vijandigheid kwam vaak in de eerste plaats precies van die priesters, van de godsdienst. Zij predikten een eenvoudig leven: ora et labora. Vertrouw op God, hij zal voor alles zorgen. Het geluk van de mens ligt dan in het aanvaarden van het onvolmaakte, meestal door lijden getekende leven en de hoop op een later eeuwig beter leven. Kijk naar de leliën in het veld, de vogels in de lucht, zij zaaien niet en maaien niet…
De moderne mens wordt afgeschilderd als een ziek dier: hij heeft zich afgekeerd van de natuur en is de slaaf geworden van de wereld die hij zelf heeft geschapen. Vooral tijdens de industriële revolutie, toen een ongebreidelde explosie van roofbouwtechnieken de ongerepte natuur veranderde in een inferno van ongezonde fabrieken waarin mensen als slaven werden uitgebuit, werd precies die evolutie gezien als het werk van de duivel.
Als we eerlijk zijn moeten we echter bekennen dat de wereld waarin wij nu leven, op zowat alle plaatsen van onze aarde, niet zonder die beschavingscultuur kan voortbestaan. Er is geen weg terug. Het enige dat nog mogelijk lijkt is een vertraging van bepaalde evoluties en, op veel langere termijn, het vervangen van schadelijke technieken door minder schadelijke.
De mens is een beschavingswezen. Hij is zo geworden sinds hij rechtop ging lopen. Dieren overleven door blind te vertrouwen op hun instincten. De mens heeft zijn instincten steeds meer vervangen door zijn verstand en de resultaten van zijn denken. Hij heeft de wereld om zich heen bewoonbaar gemaakt. Zelfs de oceanen, de laatste plek op de aarde waar de natuur alleen heerst, heeft hij bedwongen, met grandioze passagiersschepen, mastodonten van tankers, zeilschepen die dank zij de moderne wetenschap door één enkele persoon om de wereld varen.
Ik kijk om mij heen: zonder mijn bril, met dubbele focus, zonder overgang geslepen om mijn bijziend linker- en mijn verziend rechteroog en mijn astigmatisme te compenseren zou ik al veel minder zien; ik beken: mijn ‘eetkamer’ is van plastiek, en zonder dat hulpmiddel kan ik terug naar de papfles; mijn schoenen, mijn kleren, ons bed met donsdeken, ons espresso-apparaat, droogkast, afwasmachine, wasautomaat, elektrisch mes, koffiemolen, magnetronoven… zal ik nog even doorgaan? Natuurlijk kan je overleven zonder die dingen, maar hoe? En hoelang?
Toen het de mens nog niet zo goed ging, toen zijn wereld nog zeer onvolmaakt was, toen de landbouw niet in staat was om met zekerheid de hongersnood te vermijden, toen pest en ziekte verwoestend toesloeg, toen maakte een heilsboodschap, zij het voor een uitgesteld geluk, nog enige kans. Vandaag is de wereld geseculariseerd, zoals dat heet: de overweldigende invloed van de kerk is verdwenen. En dat heeft de mens toch wat verweesd achtergelaten. Jarenlang is hem ingeprent (en af en toe ingeklopt) dat hij moest geloven in God, Christus, de heiligen, allerlei geboden, wetten, regels… en plots is er niets meer. Moeder, waarom leven wij? Werken tot je erbij doodvalt, zoals in de tijd van Lode Zielens, is er ook niet meer bij. De werkomstandigheden zijn ongelooflijk veel verbeterd. Wij hebben volop vrije tijd. Werken doen we nog om te leven, en niet andersom.
Maar veel mensen stellen zich vragen. Waarom leven wij? Om op vakantie te kunnen gaan? Om te genieten van alles wat slimme commerçanten ons als onmisbaar aanprijzen? Om te leven als God in Frankrijk… Het blijkt niet iedereen te bevredigen. Mensen zoeken een doel, een reden, zoals de godsdienst er vroeger een aanbood. Ze laten zich nu vangen door onwaarschijnlijk doorzichtige retro-goeroes die Latijnse missen zingen en met wierookvaten zwaaien, of door in oranje doeken gewikkelde kale monniken die zingend wierook in stokjes en vrede op aarde verkopen, of door zwartgeklede kale macho’s die onverdraagzaamheid en geweld en egoïsme prediken. Anderen zetten zich vrijwillig en belangeloos in voor hun medemens of zoeken contact in heemkundige kringen, naaikransjes, kooklessen, modeltreinclubs en progressieve zangverenigingen. Gewoon maar genieten van wat je hebt is niet genoeg, blijkbaar. Een dagje vakantie aan het strand is leuk, maar een week is lang, een maand nog veel langer. De leegte duikt weer op, de verveling, de zinloosheid van het bestaan. Men zoekt verwoed naar zinvolle bezigheid, op het werk en ook daarbuiten.
Voor heel wat mensen is het gezin de ideale invulling, omdat het gezinsleven zowel materieel als emotioneel voor langere tijd vervulling biedt, zonder dat daarover veel moet nagedacht. Je hebt een relationeel en seksueel bevredigend of uitdagend leven, je moet wel werken anders kom je niet rond, en kinderen eisen je soms meer op dan je lief is. Vele moeders lijken niet meer nodig te hebben dan hun gezin, soms op het ziekelijke af. Maar ook in het gezin slaat de twijfel soms toe, de verveling, en glijdt de blik naar de overkant van de straat, naar de collega die je blik iets langer vasthoudt dan nodig…
De mens heeft behoefte aan een gemakkelijk begrijpelijke en eenduidige wereld. Hij heeft heimwee naar een eenvoudig bestaan, dat er overigens nooit geweest is.
De mens is namelijk nooit alleen geweest. Misschien was het in een zeer primitief stadium nog mogelijk dat een clan, een familie eenzelfde doel had, overleven in een bepaald gebied bijvoorbeeld, maar het contact met andere groepen met een zelfde primitief motief verbrak die vermeende eenheid meteen. Overleven lukte het best in grotere gemeenschappen.
Zo ook de moderne mens. Een goeroe kan (tijdelijk, meestal) mensen rond zich verenigen in een groep waar eenheid heerst, maar hij kan die groep niet eindeloos en totaal afzonderen van de buitenwereld, zelfs niet in de oerwouden van Amazonië, Jonestown bijvoorbeeld. De buitenwereld dringt steeds door, en de noodlottige monocultuur wordt doorbroken. Israel droomde van een blijvend land van melk en honing (en wijn, liefst ook) onder één god, maar werd steeds weer overrompeld, in ballingschap weggevoerd, verstrooid, innerlijk verdeeld, ten prooi aan afgoderij, de tempel werd verwoest; en de recente pogingen om een ‘zuiver’ nieuw Jeruzalem te stichten in het oude beloofde land zijn een etterende wonde, een historische miskleun, ingegeven door een hysterische historische misdaad.
De wereld is altijd al te groot geweest voor één enkel gedachtegoed, een alles overheersende ideologie. Heel onze geschiedenis toont dit bitter aan, van in de vroegste tijden. Geen enkele van de volken of culturen van de oudheid heeft alle andere blijvend kunnen onderwerpen. Ook de kerk is daarin niet geslaagd, noch de Franse revolutie, en gelukkig ook Hitler niet, of het communisme, en het ruige kapitalisme evenmin.
Er is een noodzakelijke, onvermijdelijke veelheid van opinies en waarheden, de mens is gedwongen te leven met die veelheid van mogelijkheden. In onze zo langzaam aan overbevolkte wereld is men nooit en nergens alleen. Onze moderne maatschappij is er noodgedwongen een van communicatie, verkeer, handel, samenwerking, dat is onze absolute menselijke biotoop.
Er is geen uitweg. De mens is een sociaal, cultureel wezen, hij heeft zijn omgeving nodig, zij hoort even onvervreemdbaar bij zijn bestaan als de lucht die hij inademt.
Als we dat aanvaarden, kunnen we onze beste krachten wijden aan onze omgeving, onze medemens, dat is al de zingeving die we behoeven.
Er is geen nood aan een dichtbevolkte Olympus, een almachtige schepper, een verlosser, een hiernamaals als beloning of straf, een kerk of staat die voor anderen bepaalt wat intrinsiek goed of kwaad is.
Er is geen andere moraal dan die ons samenleven mogelijk maakt. En wijzelf bepalen onder mekaar hoe dat moet, met vallen en opstaan, en dromen misschien tegen beter weten in maar desondanks onverdroten van een wereldwijd vredelievend samenwerkende gemeenschap van evenwaardige mensen.