Ockhams scheermes

Gedurende heel lange tijd hebben zeer vele zeer verstandige mensen aangenomen dat de zon om de aarde draait, evenals de planeten, en de sterren ook. Men dacht ook dat elk van die hemellichamen vastzat in een holle kristallen bol, concentrisch met de aarde, zoals die ingewikkelde chinese ivoren bollen die in elkaar uitgesneden zijn en onafhankelijk van elkaar kunnen draaien.
Wij weten nu dat ons zonnestelsel niet zo werkt.
Kepler, die de beweging van de planeten beschreef, kon zelf nog niet geloven dat er in die planeten een (zwaarte-)kracht aanwezig is die ze onderling beïnvloedt over enorme afstanden.
Newton, die de wiskundige bewijzen leverde voor de beweging van de hemellichamen, was ervan overtuigd dat ze uiteindelijk toch tegen elkaar moesten aanbotsen; de enige reden waarom ze dat niet deden, zo meende hij, was dat er een God was die dat verhinderde.
Wij weten nu dat het heelal nog een heel lange tijd zal blijven draaien, en dat zonder rechtstreekse tussenkomst van God, maar gewoon omdat we de wetten van de zwaartekracht nu beter begrijpen.
Waar wil ik naartoe?
Soms is de oplossing veel eenvoudiger dan men denkt. De beweging van de planeten kan men veel gemakkelijker verklaren als men ervan uitgaat dat ze, net als de aarde, om de zon draaien, en niet andersom.
De kristallen sferen waarin men zo lang geloofd heeft, blijken uiteindelijk totaal onnodig.
Ockham’s razor, in het Nederlands Ockhams scheermes, zegt ons precies dat: maak het niet te ingewikkeld, de eenvoudigste uitleg is de meest waarschijnlijke.
William of Occam (1285?-1347) was een Engelse Franciscaanse monnik, en een van de knapste koppen van zijn tijd; hij schreef over theologie, filosofie en wat we nu psychologie en sociale en politieke wetenschappen noemen. Hij had het, zoals iedereen die zijn verstand gebruikt, moeilijk met gezagsargumenten (‘het is zo omdat ik het zeg’, ‘doe wat u gezegd wordt’) en kwam ook in conflict met het hoogste gezag in die tijd, de paus. Hij stierf tijdens een uitbraak van de pest.
Het principe van Ockham (alle schrijfwijzen zijn juist…) was al eerder bekend en gebruikt in de theologie en de filosofie. Het is een toepassing van het gezond verstand: maak geen wilde veronderstellingen, hou het simpel; geen fantasietjes, blijf bij wat je zeker weet. En als blijkt dat je veronderstellingen toch niet kloppen, pas ze dan aan, maar alleen als dat echt nodig is om het weer te doen kloppen
Er zijn twee versies van het scheermes, novacula in het Latijn; wij zeggen meestal: Non sunt multiplicanda entia praeter necessitatem, het aantal der dingen moet niet zonder noodzaak vermeerderd worden. Het oorspronkelijk citaat zou zijn: Pluralites non est ponenda sine necessitate, meervoudigheid moet niet gesteld worden zonder noodzaak.
Men gebruikt deze stelregel vaak tegen allerlei paranormale theorieën. Neem nu bijvoorbeeld telekinesis, of het verplaatsen van dingen zonder gebruik te maken van materiële middelen. Het is inderdaad moeilijk te bewijzen dat iets absoluut niet bestaat, niet kan bestaan. Maar zolang we de wereld kunnen verklaren zonder te aanvaarden dat er zoiets als telekinesis bestaat, doen we het beter zonder, want anders komen we zo in het ongerijmde terecht: als de dingen zomaar kunnen bewegen, kunnen we nergens nog zeker van zijn. We hebben dat begrip echt niet nodig, alles is te verklaren zonder. Er is nog nooit een experiment geweest waarbij iemand telekinesis kon aantonen, ook al zijn er zeer grote bedragen uitgeloofd voor iemand die dit kan.
Een andere context voor het scheermes zijn de zogenaamde complot-theorieën, waarbij men achter bepaalde gebeurtenissen duistere krachten ziet, ook al heeft men er geen bewijzen voor. Zo heeft men zeer lang blijven volhouden dat de Joden hosties zouden ontwijden, kinderen vermoorden en hun bloed drinken… Vrouwen werden als heksen verbrand omdat men hen duistere machten toedichtte, bijvoorbeeld het veroorzaken van ziekten, miskramen of misvormingen bij pasgeborenen. Telkens is het de wetenschappelijke methode die de ware toedracht zocht en met antwoorden kwam die konden geverifieerd worden, of met veronderstellingen waarvan men aannam dat ze de waarheid zo goed mogelijk weergaven, tot bewijs van het tegendeel.
Een voorbeeld.
Vroeger dacht men dat materiële dingen enkel bestaan als men ze kon zien, betasten, ruiken, smaken, horen: waarnemen met onze vijf zintuigen. Maar al gauw bleek dat we die zintuigen wat kunnen helpen, en dat de waarneembare dingen dan plots veel talrijker worden: we zien een wondere wereld opengaan met de telescoop, de microscoop en nog ingewikkelder toestellen.
Men sprak vroeger over ‘ingebeelde ziekten’, maar nu weten we dat psychische afwijkingen even reëel zijn als een ontsteking van het appendix (die we vroeger het vuur in de buik noemden, omdat we het ontstoken aanhangseltje niet konden zien…).
We moeten onze zintuigen ook niet elk afzonderlijk nemen, maar als een geheel van mogelijkheden die we hebben als mens om de werkelijkheid te ontmoeten. Neem nu intuïtie. We weten wel wat we daarmee bedoelen, maar het is geen zintuig in de letterlijke betekenis van het woord. Soms hebben we een indruk, een ingeving, een overtuiging die we niet goed kunnen plaatsen, maar die toch zeer reëel is, en vaak ook bevestigd wordt. Veel van de grote wetenschappelijke ontdekkingen zijn op dergelijke intuïties gebaseerd: iemand ving allerlei signalen op, combineerde bewust of onbewust allerlei gegevens in zijn geest en kwam dan met een opmerkelijk en verrassend antwoord op oude vragen: veronderstel nu eens dat de aarde bolvormig is, en als je oostwaarts blijft varen, je uiteindelijk terug op dezelfde plek komt? dat de aarde om de zon draait, en niet andersom? dat je iemands botten kan zien met bepaalde stralen, en zo dwars door zijn vlees kan kijken? dat je met heel weinig uranium een heel krachtige bom kan maken?
Intuïtie bestaat, maar het is geen erg betrouwbaar ‘zintuig’, je kan er evengoed naast zitten… Occams scheermes zal dan zeggen: ga in op je intuïties, maar onderzoek of ze wel kloppen, probeer ze te bewijzen, test ze in de praktijk.
De evolutieleer is zo’n meesterlijke intuïtie, waarmee sommige mensen nog altijd last hebben. Maar die (veronder)stelling blijkt wel alle testen te doorstaan en is een verheldering voor vele verschijnselen die we vroeger niet konden verklaren. Het is in alle geval duidelijk dat God de mens niet op een mooie dag heeft geschapen zoals hij nu rondloopt, al heeft de kerk dat tot vrij onlangs volgehouden, en al zijn er nog steeds mensen die denken dat het wel zo is.
Vroeger geloofde men in water- en bosgeesten, dwaallichten, elfen, trollen, heksen, weerwolven, vampieren, nimfen, engelen, duivels, spoken en verschijningen… Men geloofde ook in tovenarij, astrologie, toekomstvoorspellingen, vervloekingen… Wie daar nu nog in gelooft, is bezig met de verbeelding. Daar is niets verkeerd mee, zolang men beseft dat het verbeelding is.
The Lord of the Rings is een meesterwerk van verbeelding, maar tegelijk een vlijmscherp geslepen spiegel van de werkelijkheid. Dus alle macht aan de verbeelding!
Maar wie verbeelding en werkelijkheid verwart, begeeft zich op een glibberig pad. Mensen die dat voortdurend doen, noemen we geesteszieken. Als machthebbers zich aan die verwarring bezondigen, is de wereld in gevaar. Vandaag beroept George Bush Jr. zich op een goddelijke zending voor al wat hij doet. Hitler heeft tot op het laatst volgehouden dat zijn strijd gerechtvaardigd was als een antwoord op een misdadig complot van de Joden tegen de rest van de mensheid; hij steunde daarvoor onder meer op een tekst waarvan wij nu weten dat het een vervalsing is.
Waanzin in de plaats van gezond verstand.
Dat is wat Occams scheermes wil vermijden.

















