Vrijheid en evolutie, Daniel C. Dennett

Daniel C. Dennett, Freedom Evolves, 347 pp., bibliography, index, Penguin Books, 2003, £ 9,9
Vooreerst een waarschuwing: Penguins zijn niet duur en steeds verzorgd uitgegeven, maar… ze zijn meestal gezet uit een te kleine letter en dat maakt zeker het lezen van een ernstige filosofische tekst moeilijker dan nodig of wenselijk. Koop dus de hardcover, op die paar euro zal het ook wel niet aankomen, zeker? Op eBay of Amazon vind je die wel voor ongeveer dezelfde prijs. Vraag me niet waarom ik dan toch die paperback gekocht heb…
Er is ook een Nederlandse vertaling: De evolutie van de vrije wil, Amsterdam, Contact, 2004, ISBN 90-254-1749-3
Daniel Dennett behoort tot die beperkte groep van auteurs voor wie ik een diepe bewondering heb. Zij zijn in staat om moeilijke materie op een bevattelijke, zelfs aantrekkelijke en boeiende manier te presenteren. Eens je er een beetje de slag van weg hebt, bieden ze een ongekend intellectueel genot. Bovendien stimuleren ze je al tijdens het lezen om zelf ook te gaan nadenken, om voorbeelden te zoeken in je eigen leven, om wat je leest ook toe te passen. Dat is een niet geringe verdienste.
Ik las dit boek aansluitend bij dat van Antony Flew, die een van zijn hoofdstukken aan hetzelfde onderwerp wijdde, klik hier voor mijn bespreking: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=524203.
In elke discussie over de vrije wil van de mens komt men voor het probleem te staan van de wetten die het heelal beheersen. Hoe meer we over onze wereld te weten komen, hoe verder de wetenschap vordert, hoe meer mysteries er opgelost worden, zo veel te meer gaat men zich vragen stellen over de mens, die een deel is van die wereld. De wetenschap toont aan dat alles onderworpen is aan wetmatigheden. Is dat ook het geval voor de mens?
Dit is niet zomaar een filosofische vraag, ze heeft ook consequenties. Als wij mensen niet vrij zijn, maar voorbestemd om machteloos de wetten van de wereld te ondergaan, dan komt ook onze verantwoordelijkheid in het gedrang. Ik kon niet anders, ik moest wel, ik werd gedwongen door de omstandigheden, het was sterker dan mezelf.
Dennett legt geduldig uit dat dit niet de juiste vraagstelling is. Jazeker, de wetten van de wetenschap zijn onveranderlijk. Alles heeft een oorzaak en een gevolg. Niets gebeurt zonder reden. Maar als we even om ons heen kijken, dan weten we dat het niet zo simpel is als dat.
Als je op een bal schopt, dan vliegt die weg. De wetten van de fysica zijn hierop van toepassing. Simpel. Maar bij Standard en bij de Rode Duivels weten ze dat niet elke bal die je naar het doel schopt ook in de netten belandt. De wetten van de fysica zijn onverminderd van toepassing op alles wat in het voetbal gebeurt, niets ontsnapt eraan, er is geen enkel element van onzekerheid mee gemoeid. En toch is het resultaat van elke wedstrijd onvoorspelbaar (tenzij er Chinese belangen in het spel zijn).
Zelfs in uiterst simpele omstandigheden kan je nooit zeker zijn van de afloop. Strafschoppen, bijvoorbeeld. De bal ligt op de stip, een man achter de bal, een man op de doellijn. Hoe moeilijk kan dat zijn? En toch wil niemand (al) zijn geld verwedden op het resultaat. De wetten van de fysica volstaan met andere woorden niet om het resultaat te voorspellen.
En waarom niet?
Om helemaal voorspelbaar te zijn, moeten de fysische processen uiterst eenvoudig zijn, zoals in de les fysica. Als je water verwarmt, dan kookt het op 100 graden. Als je een loden balletje laat vallen, dan doet het er altijd even lang of kort over om op de grond te vallen. Maar onze wereld is geen laboratorium, de omstandigheden zijn nooit ideaal, nooit helemaal dezelfde. Denk aan de strafschop: er kan zoveel verkeerd gaan! Als we die strafschop helemaal tot op het bot zouden ontleden, met vertraagde beelden en met duizend sensoren, lichtmeters, fotocellen en wat nog meer, dan zouden we precies kunnen aantonen waarom de bal over het doel ging, of gestopt werd, of in de netten belandde. De wetten van de fysica volstaan om (achteraf) alle details van die gebeurtenis te verklaren, al zou dat veel tijd, geld en moeite vragen. Maar wij twijfelen er niet aan dat het zo is. Er is geen duivel mee gemoeid, geen boosaardige krachten, geen geluk, geen mysterieuze kracht of invloed.
Je ziet het probleem: enerzijds volledige doorzichtigheid en toepassing van de wetten van de fysica; anderzijds absolute onvoorspelbaarheid.
Het probleem is echter niet onoplosbaar. Het ligt hem allemaal in de complexiteit van de gebeurtenissen. Eenvoudige processen zijn voorspelbaar, maar hoe groter de complexiteit, hoe minder voorspelbaar. Neem het voorbeeld van het loden balletje dat we in het laboratorium van een helling laten rollen en vervolgens op de tafel laten vallen. Stel dat we het balletje hebben laten aanmaken met de grootst mogelijke precisie, de kleinst mogelijke afwijking. Stel dat de tafel volmaakt effen is. Wat gaat het balletje doen? Het valt, botst enkele keren en ligt dan stil. Het is mogelijk, als er werkelijk geen enkele afwijking is, dat het balletje ter plaatse stuitert, dat het dus op dezelfde plaats blijft botsen en op die zelfde plaats blijft liggen. Er is geen reden waarom het dat niet zou doen. Het is dus mogelijk en zelfs waarschijnlijk. Maar zeker kunnen we niet zijn, want bij de allerkleinste afwijking van het balletje, de tafel, de lucht, de temperatuur, de magnetische omstandigheden en wat nog allemaal, zal het balletje niet recht naar omhoog stuiteren, maar een beetje zus of zo en zo zal het totaal onvoorspelbaar zijn waar het uiteindelijk zal stilvallen.
Je ziet dat zelfs onder zeer gecontroleerde omstandigheden eenvoudige proefopstellingen geen voorspelbaar resultaat hebben. En toch twijfelen we er geen ogenblik aan dat er voor elke afwijking een goede, fysische reden is.
Als dat al het geval is voor dergelijke eenvoudige en gecontroleerde opstellingen, hoe veel te meer dan voor wat we het reële leven noemen?
Biljarten is ook een spel met ballen, maar is het niet precies de onvoorspelbaarheid van het resultaat van het aanstoten van de ballen die het spel zo fascinerend maakt? Ook hier aarzelen we geen seconde om te zeggen dat alles strikt de wetten van de fysica volgt, maar de omstandigheden zijn zo complex dat we op geen enkel moment zeker kunnen zijn van de afloop. Een van de belangrijkste elementen in deze ‘proefopstelling’ is de mens, dat is duidelijk. Als ik biljart, dan is de kans dat ik punten haal zeer gering. Als een kampioen speelt, dan is het voorspelbaar dat hij beter zal doen dan ik: zijn kundigheid maakt het verschil. Hij is onderworpen aan de wetten van de fysica, maar hij kan op die louter fysische gebeurtenissen een invloed uitoefenen. Het is hoe hij de keu hanteert, waar hij de bal raakt en hoe, hoe hard of zacht en zo verder.
In de reële wereld zijn de processen zeer complex. Het is zelfs vrijwel onmogelijk om ze allemaal te onderkennen of zelfs waar te nemen. Wij weten niet, of bijna niet, wat er gebeurt diep onder het aardoppervlak. Aardbevingen zijn zo goed als onvoorspelbaar. En toch weten we dat ook daar enkel de wetten van de fysica aan het werk zijn. We zoeken geen verklaringen in het gedrag van de mensen die daar wonen, noch bij de goden die ze aanbidden of beledigen, zoals in het Oude Testament. De complexiteit van de omstandigheden, de onbeheersbaarheid van de natuurkrachten, dat maakt dat er natuurrampen zijn die we niet kunnen voorspellen of verhinderen.
Is er dan sprake van toeval?
Ja en neen. Als je met toeval bedoelt dat men de precieze oorzaak niet kan aanwijzen, maar dat ze er wel degelijk is, of toch een hele reeks van omstandigheden die allemaal samen de oorzaak zijn, dan is dat toeval, ja. Maar als je bedoelt dat er een element van toeval schuilt in de wetmatigheden van de wereld, neen, dan niet. Er zijn geen afwijkingen van de wetten van de wetenschap, ook al hebben we nog niet al die wetten helemaal doorgrond. Wat wij toeval noemen is enkel het gevolg van de complexiteit van de situaties. Het lijkt toeval, maar het is het niet.
Want stel eens dat er echt toeval was: dat het loden balletje halverwege even bleef hangen en dan toch maar viel; dat je met je keu los door de biljartbal zou stoten; dat de strafschopbal even voor de doelman bleef hangen om vervolgens tussen zijn benen te verdwijnen.
Als we echt met toeval rekening zouden moeten houden, dan was de lol er toch af? Nu kunnen we sakkeren op de arme speler die een strafschop mist en juichen om de doelman die er weer een stopt. Als er toeval is, dan zeg je gewoon: tja, toeval hé? De spelers konden er niets aan doen, het is gewoon zo… Geen mens die nog naar een voetbalwedstrijd gaat kijken, wedden?
Hetzelfde met een persoonlijke God, die een eigen wil heeft en ingrijpt in de wereld. Als die er voor zorgt dat er dingen gebeuren, ook tegen de wetten van de wetenschap in, dan is er alleen nog chaos: je kan je aan alles verwachten, je kan nergens meer op rekenen. Mirakels zijn mogelijk, je kan je God om bijstand smeken… De spelers bidden vooraf om een overwinning, God verhoort hun gebed, zelfs als ze slecht spelen. Wat moeten de toeschouwers daar van maken? Een onverklaarbaar spektakel, tot ze ’s anderendaags in de krant lezen: smeekgebed van aalmoezenier in kleedkamer verhoord, derdeklasser wint onverwacht van de leider in de ereklasse! Kom, nou…
Als je een geldstuk omhoog gooit, is het kruis of munt. Simpel. Als je met de dobbelstenen gooit, is de kans om een bepaald resultaat te halen zeer verschillend: klik hier voor meer uitleg: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=186. Je hebt één kans op zes dat je een zeven gooit, maar slecht één kans op 36 dat je twee of twaalf gooit. Als je iemand een kaart laat trekken, is er één kans op 52 dat zij een bepaalde kaart trekt, de kans dat zij tweemaal na elkaar dezelfde kaart trekt…
Als twee ouders samen een kind maken, dan weten ze niet of het een jongen of een meisje zal zijn. Broers en zussen lijken vaak helemaal niet op elkaar, enkel eeneiige tweelingen doen dat. Het is zonder meer duidelijk dat niemand ook maar enigszins verwacht dat dezelfde ouders identieke kinderen zouden maken, zelfs niet als dat tezelfdertijd gebeurt, bij twee-eiige tweelingen; er is niemand die niet verwacht dat eeneiige tweelingen identiek zijn. Maar niemand zal eraan denken om dat gewoon toeval te noemen. Wij weten dat er goede redenen voor zijn, al kennen we de details niet en zeker niet op voorhand. Het is niet omdat er wetmatigheden zijn dat alles voorspelbaar zou zijn.
We hebben het vooral gehad over min of meer statische omstandigheden, waarbij de meeste elementen vastlagen. Maar zo zit onze wereld niet ineen. We zijn met zeven miljard mensen op een enorme aardkloot. Dat brengt een onvoorstelbaar aantal onvoorspelbare omstandigheden mee. Want mensen zijn geen loden balletjes, geen biljartballen, geen voetbal, geen bomen, geen dieren. De mens, homo sapiens is, als gevolg van een lange Darwiniaanse evolutie, uitzonderlijk goed in staat om op omstandigheden te reageren. ‘We’ kunnen een kromme bal in de winkelhaak doen belanden, of voor open doel blunderen. We kunnen de omstandigheden correct inschatten of niet.
Wij zijn niet het krachteloze slachtoffer van de omstandigheden, wij kunnen erop reageren, wij grijpen in in ons eigen bestaan, in dat van anderen en in de wereld. We doen dat veel beter dan andere levende organismen, omdat wij beschikken over een hoog ontwikkeld verstand, gekoppeld aan een goed ontwikkeld lichaam met goede zintuigen. Dat laat ons toe om zelf voor een groot gedeelte te bepalen hoe het ons vergaat. Wij kunnen schuilen voor het gure weer of het trotseren met aangepaste kledij. Wij kunnen onze honger stillen, we kunnen voorraden aanleggen, we kunnen moeilijkheden voorzien en ze omzeilen. We kunnen een partner kiezen die ons genegenheid schenkt en desgevallend kinderen.
Wij leven in een wereld die draait volgens onveranderlijke wetten, we rekenen erop dat het zo is. Ook wij zelf zijn aan die wetten onderworpen, maar niet helemaal. Wij kunnen niets doen dat tegen die wetten indruist, maar de complexiteit van de omstandigheden, gecombineerd met onze verstandelijke vermogens, maakt dat wij de wereld niet lijdzaam moeten ondergaan.
En toch zijn wij niets anders dan een deel van die materiële wereld en dus ook zelf helemaal onderworpen aan de wetten van oorzaak en gevolg. Biologie is ook een natuurwetenschap zoals fysica, maar elke fysicus en elke bioloog zal beamen dat biologie veel complexer is dan welk fysisch vraagstuk dan ook. Als wij een mens bekijken, dan is die het resultaat van al wat eraan voorafgaat. Het is bijvoorbeeld zo dat elk van onze persoonlijke voorouders geleefd heeft tot hij of zij in staat was om zich voort te planten en dat ook ten minste één keer heeft gedaan. Dat is evident, achteraf gezien, maar hun kansen op overleving en voortplanting waren dat absoluut niet. Wij stammen elk af van een zeer uitzonderlijke lange reeks superieure overlevers en succesvolle voortplanters, anders waren we er niet.
Van elke mens kunnen we zo de volledige geschiedenis bedenken, tot aan de Big Bang desnoods. Dat verleidt sommigen ertoe om te stellen dat de mens, elke mens volledig voorspelbaar is, dat het niet anders kan dan dat hij of zij er is en zoals hij of zij is. Voor elk gevolg was er een oorzaak, voor elke oorzaak een gevolg, nergens was er een mogelijkheid om daaraan te ontsnappen.
Ook dat is waar en niet waar. We zijn zoals we zijn omdat de omstandigheden dat zo bepaald hebben. Maar op talloze momenten in elk van onze geschiedenissen had het helemaal anders kunnen gaan. We hadden er ook niet kunnen zijn, het is zelfs hoogst uitzonderlijk dat we er zijn, dat er überhaupt mensen zijn. We hadden er ook helemaal anders kunnen uitzien. We moeten ook hier heel duidelijk het onderscheid maken tussen de wetmatigheid die er zekerlijk is en het resultaat daarvan. Het is immers niet zo dat een bepaald resultaat slechts door één enkele set van omstandigheden kan veroorzaakt worden. Als een voetvalploeg verliest van een andere, dan is dat het gevolg van al de omstandigheden, maar dat ene resultaat, het verliezen kan op talloze manieren: 1-0, 2-0 etc., met elf spelers of met tien etc., etc. Het is ook niet zo dat een bepaalde set van omstandigheden noodzakelijk hetzelfde gevolg moet hebben: niet alle omstandigheden wegen altijd even zwaar. Men zou zelfs kunnen zeggen dat het vrijwel onmogelijk is dat identiek dezelfde omstandigheden, werkelijk identiek, zich tweemaal kunnen voordoen, de kans daarop is infinitesimaal klein.
Wat is dan uiteindelijk de vrijheid van de mens?
Het is een vrijheid binnen beperkingen. Wij kunnen niet om het even wat, we zijn gebonden aan de wereld waarin we leven, het resultaat van een voorgeschiedenis en een evolutie. We willen ook niet om het even wat, ook dat hangt af van wie we zijn. We hebben onszelf niet gemaakt, we moeten roeien met de riemen die we hebben. Maar we zijn wel in staat om te reageren op omstandigheden, om het beste of het slechtste te maken van de kaarten die ons toebedeeld zijn.
Het is niet zo dat wij op elk moment om het even wat kunnen doen of laten, dat is een louter theoretische veronderstelling die niets met de praktijk te maken heeft. Wat we doen en laten hangt af van wie we zijn en wie we zijn is wat we geworden zijn. In die evolutie van het mensdom en van elke mens zijn er talloze momenten geweest waarop de toekomst de ene richting uitkon of de andere.
Als individu ben ik het resultaat van de grote evolutie en ook van mijn eigen persoonlijke ontwikkeling, die ik voor een aanzienlijk gedeelte zelf heb gekozen. De keuzes die ik gemaakt heb, waren gesteund op wat ik op dat moment belangrijk achtte, bewust of onbewust. Zeker, ik was sterk beïnvloed door mijn voorgeschiedenis, voor een deel zelfs zo goed als voorbepaald, maar toch waren het mijn eigen keuzes, het resultaat lag niet van tevoren vast.
Dat is de vrijheid die we hebben, om met kennis van zaken te kiezen uit mogelijkheden, of om mogelijkheden bij te creëren, of om keuzes te ontwijken. Het is geen theoretische vrijheid, maar een zeer praktische, een zeer concrete en ze bepaalt wie ik ben.
Er is dus geen sprake van determinisme. De wetten van de wetenschap zijn onverkort van toepassing op de hele wereld, ook op de mens. Maar binnen die wetten is er een werkelijk oneindige mogelijkheid aan variatie en wat er in de praktijk gebeurt of niet gebeurt, hangt af van ontelbare factoren. In onze mensenwereld is de complexiteit uiterst groot, omdat de mens zo’n complex wezen is en in staat om actief in te grijpen in zijn bestaan.
Maar er kan ook geen sprake zijn van indeterminisme, van een wereldvreemd element van louter toeval of van goddelijke genade en straf of een andere onverklaarbare willekeurige kracht. Er is geen behoefte, zoals Laplace aan Napoleon zei, aan dergelijke hypothesen. De wereld blijft draaien en op de wereld ontwikkelt zich het leven, allemaal volgens de wetenschappelijke wetten. Onze vrijheid speelt zich daarbinnen af.
Die vrijheid is de basis van elke moraal. Enkel wanneer wij binnen betrouwbare wetmatigheden zelf keuzes kunnen maken, wanneer wij als complex persoon op onze eigen manier inspelen op de omstandigheden, zijn wij ook verantwoordelijk voor onze daden.
Dit bewustzijn, namelijk dat wij zelf de volle verantwoordelijkheid dragen voor onze keuzes, maakt ons waarlijk tot mens.




















