de senaat en de oude gewaden

Ik huiver een beetje om mij nog te mengen in lopende controverses. Ik haalde hier eerder al fel uit, onder meer naar de politicus Leterme, en sommige van mijn voorspellingen van toen zijn helaas maar al te waar gebleken: we hebben nog altijd geen staatshervorming, ondanks alle beloftes. Een regering hebben we dus wel, onder Leterme nog wel, dank zij de wonderen van de internationale politiek, maar de prijs die ervoor betaald is, kunnen we niet anders dan verschrikkelijk noemen: lethargie, immobilisme, banaliteit.
Maar genoeg daarover. Er zijn anderen die daarover schrijven, dus hoef ik het niet node te doen. Er zijn andere kwesties die mijn aandacht opeisen en die me veel interessanter lijken dan de Belgische politiek, en dat is niet bepaald moeilijk: álles is interessanter dan onze nationale politiek, zeg nu zelf.
En toch… Ik kan het niet laten om even stil te staan bij een recent detail in die Belgische pantomime. Enkele senatoren van de linkerzijde hebben, in een wanhopige poging om hun obligate onbenulligheid te contesteren en de verpletterende roodpluchen verveling te verjagen, beslist een heus wetsvoorstel in te dienen, strekkende tot een uitbreiding van de scheiding tussen kerk en staat. De politieke partijen, ook die van de betrokkenen, hebben echter al publiekelijk laten weten dat het enkel gaat om een folkloristische typisch senatoriale oprisping. Zoals de meeste van de duizenden dergelijke voorstellen die jaarlijks ingediend worden, zal ook dit een stille dood sterven, zelfs nog voor het zou kunnen geëncommissioneerd worden.
Waarom er dan aandacht aan schenken?
Omdat het een aangelegenheid ter sprake brengt die wel degelijk belangrijk is.
Onze grondwet schrijft de volledige scheiding voor van kerk en staat. Dat is een overblijfsel van de Franse Revolutie, maar nog meer van de filosofische en politieke debatten die daaraan voorafgingen. Die scheiding is sindsdien te vinden in alle democratische staten ter wereld, niet zelden in formuleringen die sterk herinneren aan onze originele Belgische grondwet. Wij zijn voorlopers geweest op dat punt, stel je voor. Maar tussen de letter van de wet en de praktijk gaapt een kloof waarin alle verzamelde edities van het burgerlijk én het kerkelijk of canoniek wetboek moeiteloos verdwijnen.
Elk kind in Vlaanderen ondervindt vandaag elke dag aan den lijve dat kerk en staat hier geenszins daadwerkelijk gescheiden zijn. Het onderwijs is nu nog altijd ten minste even stevig in handen van de katholieke zuil als 150 jaar geleden. Elke zieke, gehandicapte of anderzijds hulpbehoevende persoon in Vlaanderen weet dat ook: bijna een op vier verzorgingsinstellingen behoort tot die zelfde zuil. In ons land heerst, eveneens op basis van de grondwet, vrijheid van godsdienst. Maar meer dan 85% van de rechtstreekse staatstoelagen aan de erkende godsdiensten gaat naar, u raadt het, de katholieke zuil.
In de protocollaire volgorde staat de primaat (in de niet-biologische betekenis) van België vooraan. Bij alle officiële gelegenheden waarop hij aanwezig is, neemt hij precedentie op alle andere burgers van dit land. Daarover ondervraagd zei Kardinaal Danneels onlangs nog: dat is historisch zo gegroeid, ik heb daar nooit om gevraagd. Dat moge dan al zo zijn, maar niet alles wat historisch gegroeid is moet ook zo blijven, dat kunnen we met goede voorbeelden gemakkelijk illustreren: vaccinatie tegen koepokken is ooit door de paus veroordeeld als onchristelijk, stemmen voor een Vlaamsgezinde partij is van de preekstoel als zondig afgeroepen in een herderlijk schrijven van de bisschop van Brugge. Danneels doet zoals de infame Raad van State: hij spreekt zich niet uit over de grond van de zaak, hij gaat enkel na wat de wet zegt en of die correct toegepast is. Het zou hem sieren, als hij dan toch niet gebrand is op die luxueuze eerste stoel op de eerste rij, om zelf te melden dat hij daaraan verzaakt. That’ll be the day… Ik zal het niet meer meemaken.
Onze senatoren hebben enkele interessante punten ter sprake gebracht, zoals de overigens slechts relatief belangrijke protocollaire volgorde. Ze hebben zich evenwel ook laten verleiden tot enkele regelrechte lachwekkende blunders van formaat. Neem nu hun stelling dat ambtenaren bij de uitoefening van hun ambt geen enkel uiterlijk teken van hun godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging mogen dragen: geen kruisen, hoofddoeken, keppeltjes, tulbanden, oranje kleden of wat dan ook. Dat lijkt redelijk, maar het is onzin. Het is ook discriminatie: als je als ambtenaar houdt aan die uiterlijke tekenen, dan ben je gezien; je wordt dan namelijk effectief uitgesloten van dat ambt. Vergelijk dat eens met wat in India gebeurt. De huidige president is een Sikh en dat zie je eraan. Niemand die daaraan aanstoot neemt, ook hier bij ons niet. Zoals ik al zei: het is niet wat je op je hoofd hebt, of niet hebt, maar wat erin zit, of er niet in zit.
Als we afstand nemen van dergelijke onzin, en dat is echt wel nodig, dan blijft de essentie over. Scheiding van kerk en staat staat niet gelijk met de invoering van een vrijzinnige staat, daarover zijn de beste vrijzinnige filosofen het eens. Het betekent integendeel een neutrale staat op het gebied van godsdienst en levensbeschouwing. Dat houdt evident nog altijd niet in dat iedereen neutraal zou zijn of moeten zijn, zoals men in dictatoriale regimes voorstond en voorstaat. Au contraire, zoals wij in Vlaanderen zeggen; in een ideologisch neutrale gemeenschap kunnen duizend bloemen bloeien, zonder dat de staat of de concurrentie ze vertrappelt. Nogmaals integendeel: de staat moet die tere bloempjes waar nodig beschermen, zodat ook minderheden kunnen genieten van de rechten die ze als vrije burgers bij wet genieten.
Dit brengt op zijn beurt mee dat geen van al die burgers, noch enige vereniging van burgers, zich de macht mag toe-eigenen om anderen aan hun opvattingen te onderwerpen. Enkel de staat, geleid door de democratisch verkozen vertegenwoordigers van het volk, heeft dat recht.
En daar wringt helaas al te vaak het historisch nauwe religieuze schoentje.
In Vlaanderen is iedereen vrij om te kiezen tussen alternatieven. Je kan je kinderen naar een katholieke school sturen of een officiële. Maar er is wel een verschil! Omwille van historische omstandigheden zijn er meer en vaak ook betere katholieke scholen, meer en betere katholieke ziekenhuizen en verzorgingsinstellingen, syndicale organisaties en belangenverenigingen allerhande. Er is dus wel vrije keuze, maar het is geen eerlijke keuze, geen keuze tussen volledig gelijkwaardige alternatieven. Als enkel overtuigde katholieken hun kinderen naar de katholieke scholen stuurden, dan waren die meteen opgedoekt: ze zouden niet genoeg leerlingen hebben om gesubsidieerd te worden.
Dat is de Vlaamse en de Belgische paradox: godsdienst is er zo goed als onbestaande, maar de structuren van het triomfalistische katholicisme van voor 1960 zijn zo goed als volledig intact gebleven en vaak nog versterkt. De overgrote meerderheid van de bevolking is in de praktijk ongelovig, vrijzinnig dus, maar weigert zich zo te noemen of zo te gedragen. Ze houden de schone schijn op, gotweet waarom. Theologisch en filosofisch ongeschoolde maar ambitieuze leken hebben stiekem de plaats ingenomen van priesters, paters en nonnen en dat is helaas niet altijd een verbetering gebleken. Ze hebben zich vaak tersluiks de materiële voordelen, de privileges en het autoritaire gezag van hun voorgangers toegeëigend, maar missen naast de intellectuele en geloofsvorming niet zelden de elementaire naastenliefde, om nog te zwijgen van de gehoorzaamheid, de kuisheid en de armoede die we bij de religieuzen tenminste nog mochten veronderstellen.
Ik steun dus zelfs de meest schamele pogingen om de werkelijke ideologische verhoudingen te laten gelden in onze samenleving.
Neem nu de talloze kerken. Sommige zijn architecturaal belangrijk, maar de meeste helemaal niet. Ze staan leeg, te verkommeren, de enige bewoners zijn echte duiven die, in tegenstelling tot het mystieke spirituele exemplaar, tonnen afval achterlaten. Onlangs liet de deken van Leuven de onnoemelijk vervuilde en verloederde bouwvallige Sint-Jakobskerk zien. Ik heb daar veertig jaar geleden nog enkele uren per week de parochiale bibliotheek opengehouden in mijn vrije tijd, het was ook toen al een beschermd monument. Je kon nu zien wat die bescherming betekent: een veroordeling tot de totale roemloze ondergang, de totale en onherstelbare destructie. De Vlaamse kerkgemeenschap en haar leiders kennen het probleem, maar zijn onmachtig en onwillig om het aan te pakken, laat staan op te lossen. Men wil al die kerken behouden, beschermen, maar precies daardoor veroordeelt men ze tot de uiteindelijke ondergang. Vergelijk daarmee de krachtdadige aanpak van de socialist en vrijdenker, de burgemeester ad vitam van dat zelfde Leuven, van de Sint-Pieters hoofdkerk. De hele zichtbare buitenkant is zorgvuldig gerestaureerd, elke verweerde steen door een nieuwe vervangen, de toren hersteld. Binnen is het hoogkoor eveneens in zijn oude glorie hersteld en dan ingericht als museum en occasionele concertzaal. Het schip van de kerk, dat gebruikt wordt voor de eredienst ligt er al decennia desolaat bij, er is geen geld voor die restauratie. Dat is de Belgische paradox in de praktijk.
Laten we in hemelsnaam toch de moed opbrengen om de dingen te noemen met hun naam. Een lelijke kerk moet je desgevallend net zo goed afbreken als een lelijk huis of bankgebouw. Een prachtige kerk of kapel moet je in de praktijk beschermen, niet in een koninklijk besluit. Als ze geen religieuze functie meer vervullen, geef ze dan een beschaafde en respectvolle andere, dat kan niet zo moeilijk zijn.
Laten we de resterende sporen van ons verleden ernstig onderzoeken en dan zelf beslissen wat we willen houden en wat niet. Dat geldt niet enkel voor die kerken, maar ook voor onze hele cultuur. Die is, ik ben de laatste om het te ontkennen, doordrongen van religiositeit. Maar bescherming van ons cultureel erfgoed betekent niet alles laten zoals het is en het desnoods liever laten verkommeren dan er ook maar iets aan te veranderen. We kunnen niet alle kerken redden, ze zijn ook meestal het redden niet waard. We kunnen ze niet allemaal herstellen in hun oorspronkelijke toestand, daarvoor is er geen geld genoeg, en er is ook geen enkele reden toe. Indien de kerk ooit al drager zou geweest zijn van grootmenselijke waarden, dan is ze er op spectaculaire wijze niet in geslaagd om die over te dragen op volgende generaties.
Onze cultuur hoog houden betekent niet dat we ons allemaal in een folkloristisch plunje steken of teruggrijpen naar de alchemie voor onze gezondheidszorg (al komt de terugbetaling van sommige alternatieve geneeswijzen door de ziekteverzekering gevaarlijk dicht in die buurt). Wij passen ons voortdurend aan, dat is de kracht van de menselijke soort. We evolueren razendsnel, op tien jaar tijd ziet onze wereld er al anders uit. We bouwen voort op wat er is, if we can see far, it is because we are standing in the shoulders of giants. Wie dwergen als opstapje gebruikt, zal helaas altijd kortzichtig blijven.
Een kerk die hardnekkig vasthoudt aan het verleden, die het oppervlakkige niet kan aanpassen om de essentie te redden, die is verloren. In de voorbije vijftig jaar hebben we precies daardoor de teloorgang meegemaakt van katholiek Vlaanderen. De demografische basis voor het voortbestaan van het katholicisme in Vlaanderen is onbestaande. Ik heb de stellige indruk dat de overjaarse kapiteins van de kerk beslist hebben om met hun zinkend schip ten onder te gaan, of liever: om zoals de Vliegende Hollander en kapitein Nemo, om niet te spreken over Hitler, hun schip en hun bemanning met zich mee te sleuren in hun eigen onafwendbare waanzin en ondergang.
Als de kerk er niet in slaagt haar eigen cultureel erfgoed, roerend en onroerend, materieel en spiritueel, effectief te beschermen, dan moet de gemeenschap dat doen. Behouden wat waardevol is, maar krachtdadig en beslist afwijzen en afschaffen wat niet essentieel is, niet waardevol, niet behartigenswaardig. Geen Beeldenstorm, geen heksenjacht, geen godsdienstoorlog, geen nieuwe strijd om de ziel van het kind. Maar ook geen valse goden en geen verdoken vasthouden aan de macht van een main morte, een godsdienst die ten onder is gegaan aan zijn eigen illusies. Het is tijd om de oude gewaden af te leggen. We kunnen de uitdagingen van de komende eeuwen niet tegemoet gaan gekleed in de verlepte grauwe pakken van de parochiepriesters, het purper en rood op de gespannen buiken van de kerkvorsten of de clowneske tabbaard van de eenzame oude man in zijn protserige Romeinse gevangenis.













.jpg)





