Lees dit niet!

De tekst van de cartoon: Maar dit pamflet is blanco? Wel, we zijn atheïsten...De rechtstreekse aanleiding om met mijn blog te beginnen, in januari 2006, was niet zozeer mijn zestigste verjaardag, maar wel het feit dat ik sinds mijn pensioen, enkele maanden daarvoor, meer was gaan lezen en schrijven en muziek beluisteren. Ik had de gewoonte aangenomen om wat gedachten, een soort van kroniek van mijn geestelijke leven, op papier te zetten, nadien ook op PC, een instrument waarmee ik toch al jaren professioneel vertrouwd was. Ik wou ook iets vastleggen van de boeken die ik las, een boekbespreking of zo, die me zou helpen om de inhoud beter te verwerken. Ik heb me toen voorgenomen en dat ook uitgesproken, om geen negatieve kritieken te schrijven: als een boek niet goed is, dan moet je er verder ook geen woorden aan vuil maken, lees een ander en schrijf dan daarover.
Soms moet je een uitzondering maken.
Bij het zoeken naar werken over atheïsme in de catalogus van de Leuvense stadbibliotheek (online beschikbaar met een klik: http://bib.vlaamsbrabant.be/F/?func=find-c-0&local_base=leuv en van daar kan je ook naar andere (Vlaamse) gemeentelijke bibliotheken) vond ik ‘De geschiedenis van het atheïsme’ van Hubert Dethier, 206 blz., 1995. Ik reserveerde het boek elektronisch (0,75 €) en ging het dezelfde dag nog halen. Welnu: ik raad u aan dat niet te doen. Het blijken enkel wat opgesmukte cursusnota’s te zijn, veeleer dan een degelijk uitgewerkt en goed geschreven boek; zoiets zou bij een belangrijke uitgever nooit genade vinden in de ogen van de lectoren, tenzij met veel herwerking. Dethier (1933-) is/was professor filosofie aan de VUB. Het is spijtig dat het vele materiaal niet beter geïntegreerd is in een duidelijk betoog. Nu moet je de spaarzame zinvolle conclusies en verhelderende inzichten gaan zoeken tussen langdradige en soms zelfs onsamenhangende uiteenzettingen. Nee, dit is niet dé geschiedenis van het atheïsme.
Ik luister vrij vaak naar het programma van Bart Stouten op de VRT, elke weekdag van vijf tot zeven ’s avonds. Daar hoorde ik zijn zeer enthousiaste verwijzing naar een recent boek van Ger Groot, een Nederlands filosoof die ook in kranten en algemene tijdschriften publiceert. Het ging om ‘Het krediet van het credo’, 159 blz., SUN, 2006. De Leuvense stadsbibliotheek bleek zelfs twee exemplaren te hebben en ze waren niet uitgeleend, dus reserveerde ik er ook maar eentje. Helaas was ook dit een teleurstelling. Meer nog: ik heb mij mateloos zitten ergeren aan dit boekje. Het is een ‘min of meer ingrijpende bewerking en herschrijving’ van acht artikels of lezingen van de auteur, daterend van 1993 tot 2006. Ze zijn verscheiden van onderwerp, maar handelen steeds over wat de ondertitel van het boekje samenvat als ‘godsdienst – ongeloof – katholicisme’. De auteur noemt zich onkerkelijk en atheïst, met een katholiek verleden waar hij geen moeilijkheden mee heeft.
Van waar mijn teleurstelling?
Van een filosoof mag je een ernstig betoog verwachten. Je vertrouwt erop dat hij zijn termen consequent gebruikt, dat de aangehaalde feiten kloppen, dat hij correct citeert en dat zijn voorstelling van het gedachtegoed van andere auteurs en stromingen met een grote graad van objectiviteit gebeurt. Je hoopt ook dat de onderliggende bedoeling, de eigen overtuiging van de auteur, duidelijk en volgehouden blijkt uit de tekst.
Als ik deze vrij eenvoudige vereisten hier opsom, dan ligt het voor de hand dat ik van mening ben dat de auteur van dit boekje op die punten ernstig tekortschiet en dat is ook zo, ik bedoel: ik meen dat hij inderdaad zondigt tegen deze en vrijwel alle principes van de intellectuele eerlijkheid. Grote woorden, maar ik meen het, echt waar. Er is geen bladzijde zonder een zin of passage waarbij je ernstige bedenkingen kan en moet maken. Voortdurend blijkt wat voor de auteur een evidentie is of een feit en dus geen verklaring behoeft, allerminst evident of feitelijk te zijn of een algemeen erkende waarheid of opinie. Zijn voorstelling van de godsdienstige praktijk en de gelovige overtuiging is uiterst eigenzinnig en voor zover ik dat kan nagaan zeer vertekend, om niet te zeggen absurd.
Dat doet de lezer dan ook vragen: waarom? Wat is de hidden agenda, het addertje in het gras? Wat steekt er achter al die verdraaiingen, halve waarheden, verborgen in preteriten of pretermissies, litotes en andere geniepige stijlfiguren en truken van de logica, sofismen, zorgvuldige verzwijgingen en ronduit foute informatie en interpretatie, om nog te zwijgen van de tergende miskenningen van het gezond verstand?
Ik weet het niet goed. Ik vermoed dat de auteur heimelijk een erg conservatief denker is, met veel heimwee naar het emotionele katholicisme van zijn jeugd (of nog vroeger: de Statenbijbel, bijvoorbeeld, niet de Nieuwe Bijbelvertaling) en een grondige afkeer van en zelfs minachting voor het autonoom denkende moderne individu. Dat mag allemaal, maar dan zou ik dat wel graag in de inleiding lezen of in de conclusie of desnoods op elke bladzijde. Nu zijn dat mijn eerlijke vermoedens na de lectuur; de enige andere mogelijkheid, die ik weiger onder ogen te zien, is dat deze ‘filosoof’ in feite een malin is, een flauwe plezante, met een verborgen boosaardigheid, een kwaadwillige intelligentie, iemand die zich anders voordoet dan hij is, die er plezier in heeft de mensen op het verkeerde been te zetten en daar schadenfreude aan beleeft, iemand die niet te goeder trouw is; dan zou het boekje precies het tegenovergestelde doel hebben dan het geadverteerde en de zaken zo schromelijk verkeerd voorstellen dat je denkt: dit kan niet, zo gek kan het niet zijn, dit is een persiflage, de auteur bedoelt eigenlijk net het tegenovergestelde… Dat is wat ik namelijk herhaaldelijk spontaan gedacht heb bij het lezen.
Enfin, je weet het ondertussen al: als je mijn mening ook maar enigszins respecteert, neem dan een wijde bocht rond dit onwelriekend misbaksel. Je kan je tijd wel beter gebruiken. Het is al erg genoeg dat ik de mijne ermee verdaan heb.
Zoals ze bij ons zeggen: ander en beter!
















