De taal is gans het volk


De taal is gans het volk.
Een citaat? Ja, maar van wie? Volgens een Vlaamse journalist zou de Duitse Sturm und Drang-dichter Herder het gezegd hebben, maar Die Sprache ist das ganze Volk zal je niet in zijn teksten terugvinden. Een Duitse journaliste vertaalt onze tekst in het Duits en situeert de uitspraak in de strijd voor de erkenning van het Nederlands. Zeker is dat August Vermeylen de uitdrukking gebruikt heeft, maar hij vermeldt ze al als een citaat, ‘een gevleugelde spreuk’ in een tekst van 1937: Vlaanderen in het kader van België. Ook hij is niet de auteur, dus. In de 19de eeuw was er in Gent een taal- en letterkundig genootschap dat die naam droeg: De Tael is gans het Volk. We zullen het maar daarbij houden, tenzij iemand zou weten wie de strijdbare naam van dat genootschap bedacht heeft?
Wat scheidt ons, Vlamingen, van de Franssprekende Belgen? Juist: zij spreken Frans. Maar dat is niet alles. Precies omdat zij een andere taal spreken, vormen zij, en wij, aparte gemeenschappen. De taal is gans het volk. Wij zijn dus niet allemaal Belgen, van wie een deel Frans spreekt en een deel Nederlands en ook nog een paar naoorlogse aangetrouwde Duitstaligen. Al voor de verkiezingscampagne, bijvoorbeeld bij de nepreportage op de RTBF over de Vlaamse onafhankelijkheidverklaring, maar ook in de campagne zelf en in de evaluatie van de verkiezingsuitslagen, heeft iedereen voortdurend benadrukt dat Vlamingen en Franssprekenden een totaal andere cultuur hebben, dat zij elkaar niet meer kennen en zich daar ook geen zier van aantrekken.
En wat blijkt bij de regeringsvorming? De beide groepen staan zowat lijnrecht tegenover elkaar, zoals destijds in de Kortrijkse beemden. Wij Vlamingen willen af van het Belgische staatsbestel, wij willen ons eigen potje koken, als het moet binnen een Belgische staat, als het kan in een groter Europees geheel, maar steeds los van het Franssprekende blok aan het been. Wij zijn eraan gewend geraakt, want er is al een hele brok bevoegdheden die we autonoom kunnen uitoefenen. We willen op die ingeslagen weg verdergaan, want wat we zelf doen, doen we misschien niet altijd beter, maar we kunnen dan de schuld niet meer op een ander steken.
De Franssprekenden, en ik gebruik met opzet die term en niet: de Walen, want in onze heerlijke staatshervorming hebben wij beslist dat er gewesten en gemeenschappen zijn en er is enerzijds het Waalse gewest en anderzijds de Franstalige gemeenschap, wat erop neerkomt dat het overwegend Franssprekend Brussel van hén is en niet van ons, althans volgens hen, niet volgens ons… De Franstaligen, dus, weigeren elke staatshervorming, elke uitbreiding van de bevoegdheid van de gewesten of de gemeenschappen. Zij verdedigen het oude België. Wij proberen hen wijs te maken dat zij zich ook voordeel kunnen doen met bijkomende bevoegdheden en een afslanking van de federale staat, maar zij weigeren botweg.
Dan stelt zich die ene vraag: waarom? En er kan maar één antwoord zijn: de Belgische staat speelt, nog altijd, in hun voordeel. Alle Franstalige partijen stellen dat zij geen staatshervorming zullen aanvaarden die in hun nadeel is. Vreemd genoeg stellen de Vlaamse partijen dat zij dat ook niet willen, dat een staatshervorming in het voordeel van de beide kan zijn, maar dat geloven ze blijkbaar niet. Het lijkt ook ongeloofwaardig: als wij zo nodig willen hervormen en meer eigen bevoegdheden hebben, dan betekent dat minder federale bevoegdheid en middelen en meteen meer middelen die naar de Vlamingen gaan, dus minder naar de Franstaligen. Men zegt wel dat de federale middelen eerlijk verdeeld worden, rekening houdend met de bevolkingsaantallen van de gemeenschappen en gewesten, maar als we de Vlaamse afkeer voor het Belgische instituut koppelen aan de hardnekkige Franstalige Belgische liefde, dan kan het niet anders dan dat België meer geeft aan de Franstaligen dan ze zouden krijgen bij een 100% eerlijke verdeling, bijvoorbeeld in een federatie van twee onafhankelijke staten. Er zijn dus transfers, er wordt geld overgeheveld van de enen naar de anderen en wij zijn ervan overtuigd dat ons geld naar het zuiden gaat en de Franstalige reactie op de Vlaamse eisen bewijst dat dat inderdaad zo is.
En nu zitten ze samen aan tafel om een regering te vormen die als belangrijkste taak heeft om zichzelf zowat overbodig te maken en de Vlaamse en Franstalige parlementen en regeringen oppermachtig te maken en zo Vlaanderen rijker en de Franstaligen armer, laten we er geen doekjes om doen.
Ofwel krijgen we een regering die niets van dat alles doet, ofwel krijgen we geen regering. Ofwel krijgen we dus een regering, maar geen staatshervorming, ofwel een staatshervorming, maar geen regering.
Ik ben eens benieuwd.




















