Kundo


Ik had het hier al eens over de anniversary clock of de vierhonderd dagen-klok, je weet wel, met zo’n speciale ‘slinger’, die bestaat uit vier bollen en die heen en weer ronddraait, opgehangen aan een heel dunne stalen draadveer. Twee firma’s zijn vooral bekend voor dergelijke klokken: Schatz en Kundo.
Kundo is een firmanaam, gevormd uit de namen van de twee partners, Kieninger en Obergfell. In 1899 begint het verhaal in Sankt-Georgen, in het Zwarte Woud, een streek die traditioneel bekend was om haar klokken, met Johann Obergfell die een fabriekje opzet voor uurwerkonderdelen. Na WO I, in 1918 komt J.G. Kieninger erbij, een specialist in email voor wijzerplaten. Zo ontstaat Kieninger und Obergfell, afgekort tot K und O, dus Kundo. Vanaf 1923 produceren ze de langlopende 400-dagen klokken en blijven dat doen tot op het einde van WO II, dan heeft men de fabriek ontmanteld. Maar het duurt niet lang voor de eigenaars de zaak weer opstarten en rond 1950 werken er weer ongeveer 80 mensen. Naast de vierhondenderd dagen-klok ontwikkelen ze een nieuw type, waarbij een ‘gewone’ slinger gebruikt wordt, maar dan elektrisch aangedreven.
Fritz Thoma, de knapste man van de firma, neemt verscheidene patenten op een ingenieus systeem, dat regelrecht ingaat tegen de bestaande filosofie van pendelklokken. Zoals ik in mijn vorige bijdrage zei, is een klok niet aangedreven door de slinger, zoals wij in onze onschuld/onkunde wel eens denken, maar de slinger door de klok, via het werk, door de gewichten of de veer. Bij de elektronische slingeraandrijving zet men deze theorie op zijn kop: de slingerbeweging wordt namelijk rechtstreeks aangedreven op het slingergewicht en zorgt zo voor de aandrijving van het uurwerk, waar geen gewichten of veren aanwezig zijn. Het werk wordt dus aangedreven door de slinger! De energiebron is een simpel AA-batterijtje van 1,5 volt en dat is genoeg voor een jaar slingeren. Aangezien het een ‘pendule’ is, een slingeruurwerk, kan je ze heel precies afregelen door het gewichtje op de slinger op of neer te schroeven.
Er zijn verscheidene modellen, waarvan de meest bekende een wat vreemde slinger heeft die heen en weer gaat door een koperen buis (zie foto). Ik kon onlangs in de brocante een werkend exemplaar op de kop tikken voor amper acht euro, zelfs de behuizing is nog in vrij goede staat. Een plezier om het te zien werken! Gisteren zat de avondzon op de slinger en toverde op de muur goudkleurige weerkaatsingen die vrolijk op en neer gingen; het is niet zo indrukwekkend als wat ze hier een kilometer verder op de wei in Werchter doen, maar het kost ook niet zoveel… en het maakt vééééél minder lawaai!
In de jaren zestig breidde de fabriek uit en begon ook andere apparaten te maken, zoals de eerste digitale klokken en besturingssystemen voor machines. Rond 1975 was Kundo de grootste fabrikant van digitale klokken in Duitsland, er werkten meer dan 600 mensen voor het bedrijf. Rond 1980 splitst de afdeling kwartsklokken af (UTS) en begint de samenwerking met een concurrent, Staiger. Het worden woelige jaren; in 1992 wordt Kundo Systemtechnik opgericht, een bedrijf dat nog steeds bestaat, maar geen klokken maakt. UTS gaat samen met Junghans voor de digitale klokken. Maar door de concurrentie uit de lageloonlanden gaat UTS in 2001 op de fles. Einde van het Kundo-klokkenverhaal. Ondertussen heeft een Chinees bedrijf de naam Kundo overgekocht, net als het even beroemde Kienzle-label. Wat nu op de markt komt onder die naam is dus goedkope Chinese ‘rommel’, zoals het ‘valse’ vierhonderd dagen-klokje dat ik kocht voor 80 cent in de Kringloopwinkel en dat inderdaad Kienzle als merknaam heeft.
Gedurende eeuwen was de klok de motor van de beschaving. Elke stap in de ontwikkeling van juiste en betaalbare tijdmeters betekende meteen ook een enorme en spectaculaire ontwikkeling in de samenleving, in de ontwikkeling van de scheepvaart en dus de ontdekking van de wereld, in de kosmologie en de geografie, de werktuigkunde, de wiskunde…
Vandaag is tijdsmeting een evidentie geworden, een onzichtbare alomaanwezigheid. We weten altijd en overal precies hoe laat het is, maar we staan er niet bij stil hoe dat komt en zeker niet hoe het zover gekomen is. Een simpel radiogestuurd kwartsuurwerkje van enkele euro loopt juister dan de duurste Zwitserse chronograaf, waarvan er nog steeds gemaakt worden, met de hand, in beperkte oplagen waarvoor liefhebbers heel, héél veel geld over hebben. Maar dan gaat het niet meer om de vooruitgang van de mensheid, maar om luxeproducten voor enkelingen, om vrijwel onbetaalbare toptechniek, zoals bij F1-bolides. De beste uurwerken, die de tijd nauwkeurigst bijhouden, zijn nu wel spotgoedkoop en uiterst functioneel, met allerlei bijkomende functies zoals automatische aanpassing aan de zomertijd en schrikkeljaren, wekkers, barometers, chronometers, weervoorspellers, alarmfuncties allerhande, hartslag- en bloeddrukmeters, hoogte- en dieptemeters, kompas, noem maar op, maar ze zijn zelden mooi, als polshorloge zelfs meestal gruwelijk protserig en opzichtig. Vandaar dat er nog steeds een markt is voor het klassieke pols- of zelfs zakhorloge. Net zo voor wanduurwerken en staande klokken: het zijn vrijwel nog steeds de klassieke modellen die je overal ziet, de digitale en radiogestuurde worden wel zo verbouwd dat ze nog een klassiek uitzicht hebben. Het is een eigenaardige toestand: vroeger bouwde men klokken die zo goed mogelijk deden wat ze verondersteld werden te doen: de tijd meten; de verpakking was secundair, al waren de beste en dus duurste klokken ook wel vrijwel steeds pareltjes van edelsmeedkunst. Nu maakt men nog altijd dure klokken en uurwerken zoals vroeger, maar vanuit totaal andere overwegingen, namelijk voor de luxeconsumptie, voor de exclusiviteit. Voor de functionaliteit, het meten van de tijd, kijken we allemaal op goedkope kwartsklokken en digitale en radiogestuurde uurwerken en polshorloges.
Wij hebben de tijd eindelijk overmeesterd, wij meten de tijd tot op een fractie van een seconde, als de trein over tijd is krijg je je geld (soms) terug. Weten hoe laat het is, is geen kunst meer, geen mysterie, geen privilege, zoals dat vroeger was: iederéén weet nu hoe laat het is, altijd, overal. Alles verloopt precies op tijd, de wereld lijkt wel één groot uurwerk. Alle machines houden zich aan die ene wereldtijd en zijn perfect op elkaar afgestemd, waar ook ter wereld. Als ik op eBay tijdens de laatste seconden van een veiling een bod doe, met een radiogestuurd klokje van Blokker bij de hand, snoep ik in Amerika een postuurtje van 6,50 € af van een andere bieder in Australië, die ginds een seconde vroeger heeft afgedrukt.
Wij zijn de meesters van de tijd. Of de slaven.




















