meniscus, maankop en croissant


’t Zijn de meniscussen…
Menig sportbeoefenaar heeft dat al zuchtend gezegd en meteen zijn plannen moeten opbergen voor die recordpoging of zelfs voor een hele carrière. Een operatie met wekenlange revalidatie brengt soms soelaas, maar niet altijd en niet altijd voor lang.
Meniscus, zoals vele moeilijke woorden die op –us eindigen, is Latijn en zoals wel meer het geval is met Latijnse woorden die op –iscus eindigen, komt ook dit woord van het Grieks. Hoezo?
Laten we even teruggaan naar 29 mei 2006, toen ik hier schreef over maanzaad, de zaadjes van de papaver, die eruit zien als maantjes. De papaver heet in het Grieks mèkoon; ze kenden toen ook al het sap van de papaver, waarvan opium gemaakt wordt: mèkoonion.
Is de ‘maan’ in maankop afgeleid van het Griekse mèkoon, zoals Van Dale zegt? Ik ben daar niet zo zeker van. Waarom zouden wij in 1350 een woord uit het Grieks hebben overgenomen, toen hier en in het hele Westen geen mens Grieks kon lezen, op een paar Arabieren na? Allez, zoals Justine zegt. Ik zei het al: de zaadjes zien eruit als maantjes, dat lijkt me voldoende als verklaring. Een synoniem voor maankop in de zin van zaaddoosje is maanbol, of ook nog slaapbol en dat laatste zal wel verwijzen naar de slaapverwekkende eigenschappen van opium.
Het is overigens helemaal niet zeker dat mèkoon iets te maken heeft met het Grieks voor maan: mènè; een maand noemde men mèn, natuurlijk, dat kennen we van menstruatie en menopauze. We weten ook dat de ‘maanden’ aanvankelijk de maancyclus volgden van 29½ dagen, pas later heeft men er enkele dagen bijgevoegd om aan de 365 te geraken die een zonnejaar vol maken. De twee stammen: mèk en mèn hebben geen betekenissen die met elkaar verwant zijn; mèkos betekent langwerpig, zoals we al opmerkten toen we over pronikgetallen spraken, die heteremèkos zijn, van ongelijke lengte, dus oblong, langwerpig. Je zou zelfs kunnen zeggen dat ook de maan langwerpig is, althans in de minder dan vollemaanse schijngestalten.
Terloops even terug naar onze papaver, een benaming die gewoon uit het Latijn is overgenomen, volgens Van Dale pas in de zestiende eeuw, dus lang na de maankop als benaming voor de bekende bloemen. De etymologie van de Latijnse papaver is overigens niet echt bekend.
Conclusie nummer één: onze maankop komt wellicht niet van de Griekse mèkoon, maar van de maanvormige zaadjes.
Conclusie twee: hoe zit dat nu met die meniscussen?
Ach ja, daarmee was ik begonnen, maar ik heb me laten afleiden, weeral.
Wel, die men-iscussen, die zien er net zo uit als maanzaadjes…
Mèniskos is gewoon het Griekse verkleinwoord of diminutief van mèn, maan, dus een klein maantje en dat is geen klein vol maantje, maar de maan op haar kleinst, dus als ze niet vol is, een maansikkel. Het moderne wetenschappelijk Latijn heeft dat gewoon overgenomen: meniscus. Het is een algemeen woord voor alles dat klein en maanvormig is en wat dacht je: de meniscussen waar wij het meestal over hebben, zijn de kraakbeenschijfjes tussen gewrichten, inzonderheid die in het kniegewricht, zoals elke voetballiefhebber weet. Maar dat is maar één van de betekenissen van meniscus: een lens die aan de ene kant bol en aan de andere hol geslepen is, noemt men ook meniscus, of maanglas; ook het verschijnsel waarbij een vloeistof in een glas een bolle vorm aanneemt als de wanden droog zijn en een holle als die vochtig zijn, is een meniscusverschijnsel. Hol noemen we ook concaaf (van cavare uithollen, denk aan een uitgegraven ruimte, een cave) en bol is convex, van convexus met dezelfde betekenis, volgens Van Dale evenwel van het Frans convexe, jaja.
Conclusie twee dus: de meniscussen in je knie zijn, net zoals de maanzaadjes, maanvormig en het woord komt van mèn-iskos, maantje. En de papaver, de maankop, dat is gewoon een mooie Nederlandse maanzaadkop, niets te maken met de Griekse mèkoon-bloemen, ge kunt nog té slim zijn ook.
En een croissant? Als toetje? Dat is Frans voor de wassende maan: croître is groeien, komt van het Latijn crescere, in het Engels is de wassende maan de crescent. Je kan onthouden hoe de wassende maan eruit ziet als je onthoudt dat ze er niet uitziet zoals de letter C van croissant en crescent.
En die croissant? Wel, in 1689 werd de opmars van het Ottomaanse Rijk tot staan gebracht voor Wenen. Naar verluidt (verluiden is een werkwoord, dus met –dt!) vierde men daar toen die overwinning door broodjes te bakken in de vorm van de wassende maan, het symbool van de Islam. Die Duitse Hörnchen of hoorntjes zijn onze Franse croissants. Als je echte, letterlijke croissants wil eten, moet je ze dus met de punten naar links doen wijzen op je bord, anders zijn het décroissants, tanende of afnemende maantjes, in plaats van wassende .
Smakelijk.




















