Barbara Bain, Cinnamon en kaneel

Barbara Bain is een van die Amerikaanse actrices die in je netvlies gebrand zijn, enerzijds omdat ze voortdurend verscheen in populaire tv-series en films, anderzijds vooral omdat haar fascinerende verschijning dat ene tikkeltje mysterieuze en onderkoelde erotiek heeft, dat elke puber en de puber in elk van ons voor altijd vereenzelvigt met onbereikbare maar daarom net begeerlijke verre geliefden, wegens leeftijdsverschil, stand of gewoon omdat zij een tv-ster is. Dat zij daarnaast ook nog een echte levende persoon is, doet er dan even helemaal niet toe. Barbara Bain is de Asta Nielsen van mijn generatie, die ons samen met onze excuus-kinderen aan tv kluisterde net voor of na het avondnieuws. Ze is geboren in Chicago in 1931 en was al vrij bekend in de States vanaf 1958, maar zij is vooral doorgebroken met haar rol van Cinnamon Carter in Mission: Impossible (76 afleveringen 1966-69) en later als dr. Helena Russell in Space: 1999 (48 afleveringen, 1975-1978), enorm succesvolle reeksen die wij ook hier met enige vertraging te zien kregen.
‘Cinnamon’ was voor mij toen gewoon een exotische naam, die wonderwel leek te passen bij Barbara Bain en haar personage; wist ik veel wat cinnamon was, tot ik ineens beroepshalve Engels moest kennen en me daar hals over kop (of, zoals ze bij ons in Eeklo zeiden: kop over kloten) in stortte, met de bekende gevolgen, maar dat is een ander verhaal. De mysterieuze Cinnamon bleek dan gewoon Kaneel te heten. Kaneel?
Kaneel is een specerij. Ze is zo oud als onze beschaving, de Egyptenaren kenden al kaneel en ook het Oude testament. Het is de binnenbast van een boom, de kaneellaurier, die vooral op Ceylon, nu Sri Lanka voorkwam; die binnenbast wordt bewerkt en gedroogd en krult dan spontaan op tot de bekende bruine pijpjes. Hier in Vlaanderen gebruikten we het alleen maar in rijstpap.
De naam kaneel komt van het Franse woord, cannelle, dat een verkleinwoord is van canne, van het Latijn canna en het Grieks kanna, allemaal met de betekenis: riet, of iets dat van riet gemaakt is, zoals een fluit, of een maatstok, of de teut van een recipiënt, of de recipiënt zelf, zoals een… kan, natuurlijk, hoewel Van Dale etymologisch weer Haas heet en van niets weet. De bijnaam van de jonge Van Dale was trouwens volgens sommige gefrustreerde bronnen inderdaad Haasje, omdat hij al op vroege leeftijd op alle pertinente en vooral etymologische vragen placht te antwoorden met een luidkeels: dat is mij onbekend! Later kreeg hij natuurlijk het meer vertrouwde epitheet ‘den dikke’, tot hij zo lijvig werd dat men wel drie volumes nodig had om hem helemaal te beschrijven, maar dit volkomen terzijde.
De botanische benaming van de kaneelboom is tweevoudig, want er zijn twee verschillende soorten kaneel. Enerzijds heb je Cinnamomum verum of C. zeylanicum, waarin je gemakkelijk Ceylon herkent, anderzijds de Laurus cassia, die bij ons ook de Malabaarse kaneelboom heet, naar het zuiden van de westkust van Indië, waar de Nederlanders naar toe trokken toen ze Ceylon verloren aan de Britten. Onze kaneel is meestal de echte, in Amerika is het hoofdzakelijk de wat zoetere en pikantere kaneelkassie of houtkaneel.
Meteen weet je ook waarom in het Engels kaneel cinnamon is; de nog verdere etymologie loopt via het Hebreeuws naar het vroege Maleisische woord voor ‘zoete boom’.
Mission: Impossible is sinds lang in onze taal verankerd, net zoals het self-destructing bandje met de opdracht; zelfs Dehaene, die nauwelijks van allusief taalgebruik kan verdacht worden, gebruikte de term onlangs vlotjes. De tv-serie was geschreven door Bruce Geller, die nadien ook die andere onverwoestbare serie, Mannix schreef. Hij is dus de bedenker van de personages en hun namen, inclusief Cinnamon. Het was geen populaire voornaam, om voor de hand liggende redenen en het is dat ook niet geworden. Je kan je dochter misschien wel Merel noemen, maar Kaneel?...
En toch zal ik altijd een beetje, onderkoeld, verliefd blijven op de rijpere Barbara ‘Cinnamon’ Bain.




















