naastenliefde


Laatst kwam in een toevallig gesprek de vraag naar voren over de rol van de westerse en vooral christelijke beschaving in de formulering en realisatie van het principe van de naastenliefde.
Als we even alle directe goddelijke interventie of inspiratie ter zijde laten, is naastenliefde een algemeen menselijk begrip, dat elke mens spontaan als waardevol erkent, al was het maar uit eigenbelang: behandel de medemens zoals gij wilt dat de medemens u behandelt, zo eenvoudig is het. Oordeel niet en gij zult niet geoordeeld worden. Wie zich verheft zal vernederd worden.
Zijn dit typisch of exclusief christelijke waarden? Is het katholicisme zoals het zelf nog steeds volhoudt, met uitsluiting van honderden miljoenen andere christenen en miljarden andere medemensen, de enige godsdienst die de naastenliefde predikt? Ik weet te weinig van de andere wereldgodsdiensten om daarover een oordeel te vellen, maar het lijkt me gewoon onwaarschijnlijk dat dit algemeen menselijk aanvoelen uniek zou zijn voor één groep van mensen en totaal vreemd aan alle andere. De ultieme test van elk systeem ligt in zijn praktische realisaties; de waarde van een boodschap kan je afmeten aan haar succes.
En daar begint het schoentje al te wringen. Zelfs indien de boodschap van naastenliefde door Christus zelf in zijn Joodse gemeenschap zou gepredikt zijn rond het begin van onze tijdrekening, overigens een hypothese waarvoor geen historische gronden bestaan, dan nog bewijst de geschiedenis van het christendom van in de vroegste tijden tot vandaag dat de naastenliefde misschien wel gepredikt werd of als een ideaal voorgesteld, maar dat in de praktijk de medemens ook door de christenen op de meest liefdeloze manier werd behandeld, misbruikt, vernederd, bedrogen, belogen, bestolen, gemarteld, verkracht en vermoord, niet zelden in naam van de naastenliefde of de interpretatie die daaraan werd gegeven door de religieuze machthebbers van het moment.
Op onze dagen maken wij wellicht het definitieve einde mee van het christendom. Kijk om u heen of kijk in uw hart en geef toe: wat is er nog christelijk in wat wij doen en laten, in onze manier van denken, in onze hoop en verwachtingen voor hier en nu en later? Het christendom heeft gefaald, precies omdat het sinds zijn eerste dagen steeds gekozen heeft voor de macht, de macht van zijn leden en vooral van zijn priesters over anderen, de wereldse macht, de juridische macht veeleer dan het morele gezag. In de moderne tijd, vanaf de renaissance maar vooral vanaf de revolutionaire periode, heeft de Kerk door haar onbegrip, behoudsgezindheid en star anti-intellectueel dogmatisme ook het geloof van de burgers verloren, van de intellectuelen, de commerçanten, dan dat van de arbeiders, van de nationalisten, van de socialisten en uiteindelijk, door haar achterhaalde en manifest mensonwaardige morele standpunten over seksualiteit, over het begin en het einde van het leven en over de samenleving, ook het vertrouwen van zelfs de meest eerlijke devote zoekenden en onzekeren.
Wie nu nog kiest voor het Roomse ideaal, schaart zich onder een vale vlag, een uitgerafelde banier, een onbegrijpelijk en onwezenlijk overblijfsel van een uitgestorven traditie en klampt zich wanhopig vast aan Latijnse rituelen en lege riten die geen troost meer bieden voor het alledaagse leed dat mens-zijn onvermijdelijk met zich meebrengt, lijden en dood, het verlies van je eigen leven en het afscheid van de geliefden om je heen.
Neen, ik acht het christendom niet hoog, niet hoger dan een andere godsdienst of beschaving, niet hoger dan de godsdiensten en beschavingen die het christendom zonder reden of aanleiding heeft bestreden en uitgeroeid. Neen, het christendom heeft het monopolie niet van de naastenliefde, in tegendeel: het heeft de naastenliefde afgezworen, elke dag opnieuw, elke keer dat het gedoogde, toeliet of aanmoedigde dat de ene mens zich verhief boven en ten nadele van een andere, elke keer dat een christen een vernietigend oordeel uitsprak over een medemens of zijn lichamelijke of geestelijke integriteit belaagde. De kerken zijn leeg, want de hongerigen naar brood kregen er slechts stenen, zij die er God zochten, vonden slechts de mens, zij die Christus wilden volgen, zagen keer op keer hun weg versperd door de mammon.
De kans dat met de trotse maar verweerde stenen van haar lege kathedralen een nieuw Jeruzalem gebouwd wordt, een thuis voor de onbehoorlijk talrijke daklozen en de miljarden moreel vertwijfelden die deze aarde bevolken, is gering. In het witgekalkte Rome predikt een merkwaardig argeloos hardvochtige, uitdagend kortzichtige en mateloos verstarde oude man geen verzoening maar orthodoxie, geen naastenliefde maar genadeloze leerstelligheid, wie niet met hem is, is tegen hem en dat ben ik, wanhopig en met vuur en leg, trouw aan mijn menselijke waardigheid, lijdzaam doch met rustige zekerheid, de oude gewaden af, mijn blik vast gericht op een nieuw ontwaken tot bevrijdend dienen.




















