Wat God gescheiden heeft, mag de mens niet
verbinden.
Dat is de boodschap die Mgr. Léonard, de
nieuwbenoemde aartsbisschop van Mechelen-Brussel en primaat van België, ons met
mediatieke bravoure brengt. In elk interview tast men hem opnieuw in het kruis
over zijn opvattingen betreffende de menselijke seksualiteit. Steevast is zijn
antwoord: seksualiteit dient voor de voortplanting, dat is de essentie ervan.
Wie dus de seksualiteit voor iets anders aanwendt, wijkt af van de
‘natuurlijke’ functie van de seksualiteit.
Het is verbazingwekkend hoe simplistisch
een ogenschijnlijk intelligente man als deze priester Gods kan zijn. Het
reduceren van de seksualiteit tot voortplanting is niet alleen een
verschrikkelijke verarming van dit wondere aspect van onze menselijkheid, het
is biologisch gezien ook goed fout. Seksualiteit is, dat moet toch ook deze man
inzien, zo wereldvreemd is hij toch niet, veel ruimer dan de
voortplantingsdaad? Anders kunnen we ons evengoed beperken tot het bezwangeren
en zich laten bezwangeren, bij voorkeur via kunstmatige inseminatie, zoals bij
het vee.
Nee, het is duidelijk: mensen zijn door en
door seksuele wezens, van hun geboorte tot hun dood, elke dag, elk uur van hun
leven. Een seksuele moraal zoals die van de officiële katholieke kerk, die
enkel over de voortplanting spreekt, heeft het strikt gesproken enkel over die
zeer zeldzame gelegenheden waarbij seks ook leidt tot bevruchting en tot een
nieuwe mens. Dat is dan een periode van slechts enkele jaren in het leven van
een mens en in die periode een totale duur van, zeg maar, een half uurtje of
zo, alles samen? Je ziet zelf wat er allemaal daarbuiten valt: zowat heel ons
leven.
Wat zegt de kerk over de rest van de tijd?
Niets: seks voor of buiten het huwelijk is verboden; seks binnen of buiten het
huwelijk die niet op de voortplanting gericht is, is verboden; seks die niet
tot voortplanting kan leiden, bijvoorbeeld tussen mensen van hetzelfde
geslacht, is verboden; zelfs seks met een impotente partner is verboden, dat is
trouwens de enige aanvaardbare reden voor een kerkelijke echtscheiding.
De kerk sluit zich daarmee af van de
dagelijkse praktijk van álle mensen. Er is niemand, niemand die zich helemaal
aan de strikte leer van de kerk houdt, altijd en overal, ook Mgr. Léonard niet,
want naar zijn eigen zeggen zijn wij allen zondaars en hijzelf, nog steeds in
zijn eigen woorden, de grootste. Maar zij sluit zich daarmee wel op een
spectaculaire manier af van specifieke groepen van mensen: ouders die zelf het
moment en de omvang van hun kinderwens willen bepalen; jongeren voor het
huwelijk en andere ongehuwden; al de mensen die seksueel actief zijn buiten het
huwelijk; homo’s, lesbiennes en biseksuelen. Ook hier vrees ik dat de
verzameling van deze groepen ongeveer de hele mensheid omvat.
Binnen het geheel van wat wij seksualiteit
noemen, is de voortplantingsdaad slechts een detail. Een belangrijk detail, dat
wel, maar toch niet meer dan dat, zowel in de tijd gezien als in het geheel van
het emotioneel leven. Verliefdheid is zeker zo intens, genegenheid evenzeer,
maar ook verlangen, begeerte, erotiek, herinnering, wanhoop, onzekerheid,
jaloersheid… Ach, hoe is het toch mogelijk dat iemand dat allemaal over het
hoofd ziet? Onze hele beschaving, onze cultuur draait rond de verhouding tussen
mensen, mannen en vrouwen, in een ondoorgrondelijke veelheid van daden en
gevoelens. Wat zou onze literatuur, onze kunst, onze samenleving zijn zonder
seksualiteit?
Mgr. Léonard heeft in zijn goed voorbereid
antwoord op de cruciale vragen ook een etymologisch element ingelast. Dat deed
me natuurlijk de oren spitsen. Seksualiteit is volgens hem afgeleid van het
Latijnse werkwoord secare, snijden, splitsen,
scheiden. Dat mag dan al zo zijn, of ze mogen dan al beide teruggaan op een
zelfde stam ‘sec’ met die betekenis. Maar de zaak is veel complexer dan dat. Bovendien
is een etymologische verklaring, hoe wetenschappelijk die ook moge lijken, niet
meer dan een fiorituur, een spielerei en dus zeker geen absolute verklaringsgrond.
Etymologisch is seks niet wat de mensen
scheidt, zoals Léonard meent, maar wat ze ónderscheidt. God heeft de mensen
niet gescheiden in twee soorten, hij heeft de menselijke soort onderscheiden en
dat op veel meer manieren dan alleen het fysisch seksueel onderscheid van man
en vrouw. Wij hebben niet alleen toevallig verschillende genitaliën, wij zijn anders
mens als man en als vrouw.
Anders gezegd: de menselijke soort is
geëvolueerd, zoals een groot gedeelte van het leven op aarde, als een soort
waarbij de voortplanting gebeurt door de vereniging van de vrouwelijke eicel en
de mannelijke zaadcel. Dat heeft niets met scheiden, uiteenhalen, verwijderen
te maken, maar alles met samenvoegen, verbinden, verenigen. Seksualiteit is wat
mensen met elkaar verbindt, niet wat hen scheidt. Al te lang heeft de kerk zich
ingespannen om de seksen zoveel mogelijk uit elkaar te houden, tenzij het niet
anders kon, namelijk voor de strikte voortplanting. Dat er duizend andere
redenen zijn voor mensen om elkaar te omarmen, samen te zijn, ook seksueel,
daar heeft de kerk nooit oog voor gehad, integendeel, dat heeft ze steeds
ontkend en als zondig bestreden uit alle macht.
Niets is meer essentieel voor de menselijke
soort dan haar voortplanting. Zonder voortplanting sterft de mensheid op zeer
korte tijd uit. De evolutie heeft dat zeer goed ingezien en doet er alles aan
opdat de mens zich zou voortplanten, zowel bij de man als bij de vrouw. Dat is
wat wij onder seksualiteit verstaan: dat wondere geheel van ontelbare en
grotendeels onbewuste elementen die maken dat wij ons graag voortplanten, dat
wij maar moeilijk aan de drang kunnen weerstaan, dat seksualiteit ons hele
leven en de hele samenleving doordringt. Het zit ons letterlijk in het bloed,
of correcter: in de genen en bovendien hebben wij er ons hele bestaan op
gebouwd.
We moeten dat zien als een kenmerk van de
menselijke soort, dat aanwezig is in al de individuele mensen, maar dan op een
individueel verschillende manier, zoals trouwens alle andere kenmerken.
Seksualiteit is veelomvattend en uiterst divers in zijn mogelijke vormen en
belevingen. Er zijn geen twee mensen die eender zijn, er zijn er ook geen twee
die hun seksualiteit op precies dezelfde manier ervaren of vorm geven. Zeker,
er zijn grote lijnen, maar er zijn ook enorm veel afwijkingen. Er zijn
duidelijke voorkeuren en taboes, maar er zijn massaal veel alternatieven en
zelfs perversies en seksuele misdrijven.
Zoals elk ander gedrag moet in een
samenleving ook de seksualiteit geregeld worden. Die regels worden door elke
samenleving opgesteld, gebaseerd op wat mensen doen, wat ze goed vinden en wat
niet. Er zijn maar weinig dingen die door iedereen en altijd afgewezen worden
in de seksualiteit. Incest is er een van. Ik schreef daarover vroeger al, klik
hier: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=341
https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=382
De voortplanting is essentieel voor het
overleven van de soort, maar dat wil niet zeggen dat wij niets anders te doen
hebben dan ons voortplanten, noch dat elk van ons zich zou moeten voortplanten.
Het gaat om de soort, niet om het individu. Trouwens, bij de voortplanting ‘overleeft’
het individu niet echt: onze kinderen zijn geen kopieën van onszelf, op geen
enkele manier; genetisch is het een mix van de chromosomen van de beide
partners en het is niet te voorspellen welke kenmerken dominant zullen blijken
te zijn. Bovendien: wat elk kind zelf maakt van het materiaal dat het genetisch
heeft meegekregen, is nog veel minder voorspelbaar. Het is dus onzin om de mens
te herleiden tot een voortplantingsmachine, dat is zelfs bij de meest
primitieve volkeren niet zo. De mens is geen dekstier en geen konijn.
Het leven van de mens wordt niet uitsluitend
bepaald door zijn voortplantingsdrang en die drang wordt niet op een obsessionele
en strikt biologische manier beleefd. De aantrekkingskracht tussen partners is
gericht op een totaalbeleving, niet zomaar op snelle seks. Wij hebben rond de voortplanting
een hele beschaving gebouwd, een complexe samenleving. Wie dat miskent, miskent
de essentie van het mens-zijn en herleid de mens tot een bronstig beest.
Ik wou het ook nog even hebben over de
houding van de kerk, zoals zonder aarzeling of pudeur verwoord door Mgr.
Léonard, tegenover echtscheiding. Hij steunt zich daarbij op Matteus, hoofdstuk
19. Ik citeer de evangelietekst hier voor u:
19
1
Nadat Jezus deze rede had uitgesproken, verliet hij Galilea en ging hij langs
de overkant van de Jordaan naar Judea. 2 Grote massa’s mensen volgden hem, en
hij genas hen ter plekke. 3 Toen kwamen er farizeeën op hem af om hem op de
proef te stellen. Ze vroegen: ‘Mag een man zijn vrouw om willekeurig welke
reden verstoten?’ 4 Hij zei: ‘Hebt u niet gelezen dat de schepper de mens bij
het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt?’ 5 En hij vervolgde: ‘Daarom
zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en
die twee zullen één worden; 6 ze zijn dan niet langer twee, maar één. Wat God
heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’ 7 Toen vroegen ze hem: ‘Waarom
heeft Mozes dan voorgeschreven haar een scheidingsbrief te geven en haar zo te
verstoten?’ 8 Hij antwoordde: ‘Omdat u harteloos en koppig bent, daarom heeft
Mozes u toegestaan uw vrouw te verstoten. Maar dat is niet vanaf het begin zo
geweest. 9 Ik zeg u: wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt
overspel, tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbintenis.’
10
Hierop zeiden zijn leerlingen: ‘Als het met de verhouding tussen man en vrouw
zo gesteld is, kun je maar beter niet trouwen.’ 11 Hij zei tegen hen: ‘Niet
iedereen kan deze kwestie begrijpen, alleen degenen aan wie het gegeven is: 12
er zijn mannen die niet trouwen omdat ze onvruchtbaar geboren werden, andere
omdat ze door mensen onvruchtbaar gemaakt zijn, en er zijn mannen die niet
trouwen omdat ze zichzelf onvruchtbaar gemaakt hebben met het oog op het
koninkrijk van de hemel. Laat wie bij machte is dit te begrijpen het begrijpen!’
Uit de hele context is duidelijk dat het
hier gaat om een discussie over wetten. De Farizeeën citeren de Joodse wet, die
inderdaad in de praktijk nogal vrij omging met het verstoten van echtgenotes.
Zij wisten heel goed dat dit gebruik van de Mozaïsche wet betwistbaar was, dat
het een smoes was die Joodse mannen gebruikten om uit de echt te scheiden, om
welke reden dan ook. Niet dat iedereen dat zomaar deed, maar ongetwijfeld
gebeurde het toen net zo goed en net zo frequent als nu. Jezus legt de vinger
op de wonde: het is omdat de man harteloos (lees: uitgekeken) en koppig (lees:
verliefd) is dat hij zijn vrouw verstoot voor een andere. De wet dient alleen
maar om dat te legitimeren. Het is dus feitelijk een misbruik, want het
goddelijk gebod, dat prioriteit heeft op de wet, is evident: mensenkinderen
zullen hun ouders verlaten en zich aan een partner binden; voor de meesten
onder hen is dat een partner van het andere geslacht en uit die gemeenschap
kunnen kinderen geboren worden, dat is zo genetisch bepaald.
Dat is de basisregel voor de menselijke
soort. Wie die te goeder trouw aangegane verbintenis eenzijdig en brutaal beëindigt
en dus contractbreuk pleegt, handelt niet correct. Maar het gebeurt nu eenmaal,
zo is de mens, daar is niets aan te doen, dat wist men toen ook al, dat blijkt
overduidelijk uit de reactie van de leerlingen: als je niet mag scheiden, wie
zal er dan nog willen trouwen? Beter van gewoon samen te wonen!
En dus waren er voorzieningen in de Joodse wet,
bijvoorbeeld de scheidingsbrief, die de verstoten vrouw kon gebruiken om haar
onschuld en eventueel haar potentiële vruchtbaarheid te bewijzen. In onze tijd
doen wij het net zo. Het huwelijk is in principe een verbintenis op lange
termijn. Wie ze eenzijdig verbreekt, is verplicht om de andere partner
schadeloos te stellen en moet ook blijven bijdragen in de kosten van het
onderhoud van de eventuele kinderen. Indien twee partners in onderling overleg
beslissen uiteen te gaan, regelen zij hun zaken op een correcte manier voor de
notaris en de rechtbank. Lees wat ik daarover schreef, kik hier: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=109139.
Dat zijn de termen van de discussie. Wat
doen we dan met dat ene zinnetje: wat God verbonden heeft, zal de mens niet
scheiden? Dat is wat de kerk steeds inroept om zich tegen echtscheiding te
verzetten.
Vooreerst staat er duidelijk: ‘wat God verenigd
heeft’; man en vrouw zijn seksueel onderscheiden van elkaar om zich te
verenigen en zo voor nakomelingen te zorgen. Dat is de biologische, genetisch
vastgelegde basisregel. Een man die de ene vrouw zomaar verstoot voor een
andere, zondigt tegen die basisregel, tenzij zijn eerste vrouw onvruchtbaar is
of in het geval van overspel door de vrouw. Dat is een zeer algemeen verspreide
wet.
Toch waren en zijn er in elke samenleving ook
regels die rekening hielden met het mislukken van een huwelijk. Mensen zijn
niet altijd heel wijs of vooruitziend wanneer ze hun partner kiezen: als de
staart staat, zit het verstand inderdaad in de kloten. Er waren dus altijd voorzieningen
om op een billijke manier een einde te maken aan huwelijkscontracten; dat de
mannen daarbij wel eens het laken naar zich trokken, zal niemand verwonderen,
al is het niet goed te praten.
In onze moderne tijd zijn die kwesties vrij
goed geregeld, ook voor de vrouw.
Wij beschikken nu ook over zeer efficiënte en
veilige voorbehoedsmiddelen. Dat heeft ertoe geleid dat seks nu ook mogelijk is
zonder voortplanting. Voor heel wat mensen heeft dat de termen van de discussie
grondig veranderd. Het is nu mogelijk dat partners seks hebben om andere
redenen dan de voortplanting, bijvoorbeeld als een zeer intieme en intense
manier om hun wederzijdse gevoelens te uiten en genietend te beleven, ook
zonder het oog op een huwelijk of samenleven. Dat was vroeger ook al zo, maar
toen was er steeds het risico op ongewenste zwangerschap. Ik weet niet of er nu
meer mensen op die manier hun seksualiteit beleven, maar het is in alle geval
een buitengewoon goede zaak dat zij dat kunnen zonder dat er kinderen moeten
geboren worden die niet gewenst, ja, zelfs verwenst zijn.
Het Evangelie zegt ook een beetje
geheimzinnig dat niet iedereen moet huwen: wie onvruchtbaar is ten gevolge van
een defect van de natuur, wie onvruchtbaar gemaakt is, door castratie
bijvoorbeeld. Maar er is ook een derde categorie: zij die zichzelf onvruchtbaar
gemaakt hebben omwille van het rijk Gods. Nogmaals wordt beklemtoond dat dit
iets is dat niet iedereen kan begrijpen en dat is volkomen terecht.
Het valt op dat alleen deze laatste tekst
enkel bij Matteus voorkomt, dus niet bij de twee andere synoptische evangelisten,
Lukas en Marcus. Dat is veeleer uitzonderlijk. Technisch exegetisch gezien is het
dus een beetje een vreemde, misschien zelfs verdachte, later toegevoegde tekst.
Anderzijds is het niet ongebruikelijk in godsdiensten dat eunuchen tot de
priesterlijke klasse behoren, noch dat eunuchen een bijzonder plaats bekleden
in de maatschappij. Er is echter aan deze tekst een bijzondere moeilijkheid
verbonden. Het gaat immers niet om mensen die fysisch onvruchtbaar zijn zoals
eunuchen of castraten, maar om personen die zichzelf zo gemaakt hebben ‘omwille
van het koninkrijk Gods’. Wij mogen veronderstellen dat zij zichzelf niet
letterlijk gecastreerd hebben, al is dat wel hier en daar gebeurd in het vroege
christendom.
Het grote probleem is, dat mensen die zich voornemen
onvruchtbaar te zijn, dat daarom nog niet zijn in de praktijk. Dat is de vloek van
het verplicht priesterlijk celibaat: men blijft vruchtbaar; meer nog:
vruchtbaarheid is een vereiste om priester te mogen worden. Meteen zien we de
gevaren: men blijft een seksueel wezen, men kan zijn mening herzien, men kan zondigen,
men kan kinderen verwekken. Priesters van alle tijden hebben dat dan ook
gedaan, waar een wil is, is een weg, en de geest is gewillig maar het vlees is
zwak. Lees nog eens na wat ik schreef over het celibaat, klik hier: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=326591.
En ook wat ik schreef over seksueel
misbruik door priesters, klik hier: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=141243.
We moeten deze uitspraken van het Evangelie
over het onvruchtbaar zijn omwille van het Rijk Gods zien in verband met het
vervolg van de tekst van Matteus 19 over het Koninkrijk Gods en die is wel
helemaal synoptisch, quasi woord voor woord aanwezig in de drie evangelies.
Daarin benadrukt Jezus dat men zich grote opofferingen moet getroosten om het
rijk Gods binnen te gaan: men moet werkelijk alles opgeven. Het duidelijkst en onmenselijkst
staat dat in Lukas 14, 26-27, een van de teksten die door priesters en
aartsbisschoppen ongetwijfeld het minst letterlijk wordt geciteerd: 26‘Wie mij volgt, maar niet breekt met
zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja zelfs met
zijn eigen leven, kan niet mijn leerling zijn.27Wie niet zijn kruis
draagt en mij op mijn weg volgt, kan niet mijn leerling zijn. Dit is de erg
eufemistische versie van de Nieuwe Bijbelvertaling. In alle andere versies is
het werkwoord ‘haten’, in de Griekse tekst misei
(zoals in misantropie en misogynie, mensen- en vrouwenhaat), in de Latijnse odit, veel duidelijker kan het niet zijn.
Het ziet ernaar uit dat Jezus vraagt dat
men ook de seksualiteit opgeeft om hem te volgen, dat zijn volgelingen dus
zichzelf ‘onvruchtbaar maken’, zoals ze ook alle andere wereldse bezittingen
opgeven. In ruil zullen ze wat ze verlaten hebben honderdvoud ontvangen en het
eeuwig leven verwerven. Dat wordt geïllustreerd in de parabelen die de deze tekst
omringen. Merkwaardig is dat voortdurend, ook bij Lukas, die formule herhaald
wordt: niet iedereen kan dit begrijpen, wie oren heeft om te horen die zal het
verstaan. Het lijkt wel een soort van signaal, dat toegevoegd is om te zeggen:
neem dit niet letterlijk, begrijp het niet verkeerd.
Dat is anders wel precies wat de kerk
gedaan heeft: het celibaat is een verplichting, tot op vandaag, voor priesters
en religieuzen, de echte dienaars en volgelingen van Jezus. De anderen, die het
niet verstaan, zijn zondaars. Een zeer groot gedeelte van Jezus boodschap, het
Evangelie, bestaat precies daarin: men moet alles opgeven en hem volgen.
Waarheen en waarom, dat is veel minder duidelijk.
Zijn we afgedwaald? Geenszins.
De kerk heeft deze teksten aangegrepen om
het monogame en onverbrekelijke huwelijk als de enig mogelijke samenlevingsvorm
op te leggen aan iedereen. Wie toch scheidt, om welke reden dan ook, mag niet
opnieuw in het huwelijk treden, ook niet wie buiten zijn of haar schuld
verlaten is of wie zijn vrouw of man verstoten heeft omwille van overspel. De
kerk roept dezelfde tekst in om elke vorm van seksualiteit onder seksgenoten te
verbieden. En ook het verplichte priestercelibaat is erop gesteund.
Nog los van de vraag of het verstandig is
om voor dergelijke belangrijke maatschappelijke kwesties nu nog altijd uitsluitend
te steunen op een zogenaamd heilige tekst, waarvan de ontstaansgeschiedenis allesbehalve
duidelijk is en die overigens geen enkele objectieve autoriteit heeft, is het waarlijk
waanzin om die beslissingen te steunen op een al te letterlijke en uiterst eenzijdige
interpretatie van zeer twijfelachtige en ambigue passages van teksten die op
zichzelf al een bedenkelijke pedigree hebben.
Het is dan ook niet verwonderlijk dat in grote
delen van het christendom de priesters wel mogen huwen; dat men homoseksuelen erkent
voor wat ze zijn en hen zelfs toelaat tot het ambt; dat echtscheiding als een
persoonlijke aangelegenheid aanvaard wordt waarover de religie zich niet hoort
uit te spreken; dat men seksualiteit als een positieve waarde aanziet, ook
buiten de voortplanting en het huwelijk.
Dat is helaas niet het standpunt van Mgr.
Léonard, of zal ik zeggen de heer Léonard, want mon seigneur is hij echt niet. Een dienaar des Heren zou zich er
overigens moeten voor hoeden om de titel van zijn meester te usurperen: de
knecht zal niet meer zijn dan de meester (Joh. 13, 16). Wij moeten ons ervan
bewust zijn dat wat hij zegt niet de Waarheid is, maar slechts zijn kleine waarheid,
zijn bedenkelijke interpretatie, die slechts gedeeld wordt door een beperkt
aantal gelijkgezinden van dezelfde leeftijd, ook binnen de kerk. Het gezag
waarmee hij zich bekleed acht, is zoals het Evangelie zegt ‘niet van deze
wereld’, wij hoeven er dus niet van wakker te liggen, buiten deze wereld is er immers niets.
We mogen er wel verontwaardigd over zijn,
of zwaar teleurgesteld, samen met vele christenen binnen de kerk. Op deze man
rust een loodzware verantwoordelijkheid. De allesbehalve blijde boodschap die
hij brengt is een ontgoocheling en zelfs een belediging voor talloze mensen.
Het vernietigende en hardvochtig oordeel dat hij zo welsprekend uitspreekt over
zijn medemensen is verschrikkelijk, hoe hij zich ook draait en keert in zijn gladde
bewoordingen. De mensen hebben maar al te goed door wat hij werkelijk bedoelt. Zoals
Lukas (17, 1-4) zegt:
1
Tegen zijn leerlingen zei hij: ‘Het is onvermijdelijk dat er mensen ten val
worden gebracht, alleen: wee degene die daarvoor verantwoordelijk is! 2 Het zou
beter voor hem zijn als hij met een molensteen om zijn nek in zee werd geworpen
dan dat hij ook maar een van deze geringen ten val zou brengen. 3 Let dus goed
op jezelf!
Indien
een van je broeders of zusters zondigt, spreek die dan ernstig toe; en als ze
berouw hebben, vergeef hun. 4 En als ze zevenmaal op een dag tegen je zondigen
en zevenmaal naar je terugkeren en zeggen: “Ik heb berouw,” dan moet je hun
vergeven.’
Nog erger zal het vergaan wie zevenmaal per
dag van op de kansel en voor de camera volkomen onschuldigen er ten onrechte van beticht
dat ze zondigen en eist dat ze zevenmaal zeven keer berouw moeten tonen en
vergeving vragen aan een medemens die zich in mateloos aanmatigende trots boven
hen heeft verheven.
Wat de mens bindt, zal geen God scheiden,
laat staan zijn knecht.