Jim Jones & David Koresh


In 1978 vielen er meer dan 900 doden in Jonestown (foto), een religieus kamp in de jungle van Guyana. De leider van de sekte, Jim Jones, stierf er door schotwonden, waarschijnlijk door zelfmoord of wederzijdse moord met enkele van zijn nauwste medewerkers; de meeste van zijn volgelingen dronken een snelwerkend gif.
In 1993 viel de Amerikaanse overheid binnen in een religieuze gemeenschap, de Branch Davidians, geleid door een man die zich David Koresh noemde. Er waren beschuldigingen van bezit van verboden wapens (en dat wil wat zeggen in Amerika, waar het bezit en dragen van vuurwapens in de grondwet staat), druggebruik, mishandeling, ook van minderjarigen, seksueel misbruik van minderjarigen en nog een reeks andere misdaden. Bij de eerste confrontatie vielen er tien doden: vier agenten en zes Davidians. Er volgde een belegering die 51 dagen duurde en eindigde met een bestorming met tanks en traangas. 79 Davidians vonden de dood, onder wie 21 kinderen.
Dit zijn slechts enkele voorbeelden van hoe verkeerd het kan gaan als mensen vreemde dingen beginnen te geloven. Het toont ook aan dat mensen extreem goedgelovig kunnen zijn. De volgelingen van Jones hadden al hun bezittingen en persoonsbewijzen aan hun leider afgestaan. De Davidians stonden zelfs hun kinderen af.
Met het zelfde ongeloof waarmee wij terugblikken op deze faits divers, denken we met verbijsterd onbegrip na over wat er gebeurd is op zovele momenten van de geschiedenis, tot in onze tijd, bijvoorbeeld bij het uiteenvallen van Joegoslavië, wanneer bevolkingsgroepen die honderden jaren min of meer vreedzaam naast elkaar geleefd hadden, plots elkaar naar het leven stonden, vaak op de meest beestachtige wijze. Pas na twee maanden bombardementen door de NAVO kon in 1999 een einde gemaakt worden aan de bloedige wederzijdse etnische ‘zuiveringen’: grootschalige moordpartijen, massale verkrachtingen, zinloze vernieling.
De meeste mensen kennen meestal en zonder daar diep te hoeven over na te denken, het verschil tussen goed en kwaad. Maar diezelfde mensen doen, onder bepaalde omstandigheden, toch de verkeerde dingen. Waarom? Meestal zijn ze, net als de volgelingen van Koresh en Jones, overtuigd dat ze niet anders kunnen, dat er redenen zijn om toch zo te handelen. Dat moeten ook de volgelingen van Hitler, Stalin en Pol Pot gedacht hebben. Het is dus mogelijk mensen van alles wijs te maken, zeker als men beschikt over macht en mediamiddelen. Mensen raken dan overtuigd van wat men hen onverdroten voorliegt en verdringen hun natuurlijke kritische vermogens en moreel aanvoelen onder invloed van de directe dreiging die van de machthebbers uitgaat.
Dat zelfde mechanisme is aan het werk in de godsdiensten die zich steunen op de Bijbel: joden, christenen en moslims. Religieuze leiders en een hun medewerkers leggen regels voor het denken en handelen op aan hun gelovigen. Indien die leiders bovendien beschikken over macht en daar ook gebruik van maken, zijn de gevolgen even desastreus als bij totalitaire regimes, denk aan de excessen van de sharia, ook vandaag nog. Maar ook de blijvende machtspositie van christelijke organisaties in onderwijs en ziekenzorg, bijvoorbeeld, zijn potentieel gevaarlijke structuren.
Mensen leven samen, we zijn met zovelen op deze wereld dat het niet anders kan. Hoe wij dat doen, moeten wij samen vrij kunnen beslissen in overleg. Daarbij mogen we geen ander gezag erkennen dan dat van de mens zelf; geen mens mag zich daarbij beroepen op bovennatuurlijke krachten of zichzelf charismatische macht aanmatigen, of een positie van ongecontroleerde uitzonderlijk grote macht of invloed innemen gedurende een langere periode. Geweld mag, ook en zeker door de staat zelf, enkel gebruikt worden als er werkelijk geen andere mogelijkheid meer is om de fundamentele rechten van de mens te vrijwaren.
Onze democratie mag dan af en toe wankelen, zij is veruit te verkiezen boven elk bekend alternatief. Laten we dus op onze hoede zijn als iemand zegt dat zijn godsdienst geen democratie is, of dat je een bedrijf niet kan runnen als een democratie. We weten waar wij dan onvermijdelijk terecht komen.



















