de maakbare mens


Men stelt het wel eens voor als zou de primitieve mens zich louter door zijn driften laten leiden, zoals de dieren, eigenlijk: eten, drinken, seks en dat alles op een gewelddadige, ja wrede wijze. Een ander gedrag zou de beschaving hem bijbrengen, of veeleer opleggen, via het burgerlijk of religieus gezag. Enkel het vooruitzicht van straf, hier en nu of later, in het hiernamaals, weerhoudt de mens ervan om die dierlijke driften ongebreideld te volgen zonder na te denken over de gevolgen, voor zichzelf of voor anderen. De mens moet dus als het ware afgericht worden, zoals huis- of lastdieren, met straf en beloning, al naar gelang.
Als we vandaag om ons heen kijken, dan lopen er nog wel een paar primitieven rond, maar in de meeste gevallen gebruiken de mensen hun verstand, zoals dat heet, ook zonder het directe vooruitzicht van straf. Men heeft zich de opgelegde regels eigen gemaakt.
Heeft het gezag dan zijn doel bereikt? Vertegenwoordigers van de kerk zullen natuurlijk sterk de nadruk leggen op het belang van hun missioneringswerk, op het verzachten van de zeden, op hun invloed in de algemene mentaliteitswijziging. Ook staatslieden en rechters, pedagogen en filosofen beroemen zich erop dat zij de maatschappij ten goede veranderd hebben.
Ik heb het wat moeilijk met die opvatting, omdat ze zo’n negatief beeld van de mens tekent. Ik weet wel, dat andere, romantische beeld van de nobele wilde is evenmin overtuigend, hoewel ook daarin een kern van waarheid schuilt.
De mens is geen beest dat onder dwang moet afgericht worden. In elk van ons is een duidelijk verlangen en een onweerlegbaar streven aanwezig naar een leven dat niet beheerst wordt door geweld. Dat sommigen dat meer of beter aanvoelen dan anderen is normaal en wellicht te wijten aan niet meer dan toevallige omstandigheden; het geeft aan die bevoorrechten ook niet het recht om zich boven hun medemensen te verheffen en hen onder dwang te ‘beschaven’, zoals al te vaak is gebeurd in onze geschiedenis door allerlei verlichte despoten. Menselijkheid vindt men niet vooral bij de meest geprivilegieerden, maar evengoed in Darfoer, in Palestijnse vluchtelingenkampen of in Siberië. Beschaving is niet het laagje vernis, het westers pak, de letters die men gegeten heeft. Als we naar de grond van de zaak gaan, is beschaving het afzweren van geweld. Alle geweld.
Beschaving is een proces dat in de loop van de geschiedenis hoogte- en dieptepunten heeft gekend, maar waarin we ook een constante vooruitgang mogen vaststellen. Beschavingsniveaus worden doorgegeven als het vertrekpunt voor verdere vooruitgang en dat is de laatste eeuwen steeds meer het geval, in de wetenschap en de kunst maar ook op moreel vlak. Toch moet elke mens op zijn beurt tijdens zijn leven een weg afleggen die naar meer menselijkheid en minder geweld leidt en ook dat gebeurt met vallen en opstaan. Als jonge heethoofden over de straat razen in hun opgefokte wagens, beseffen ze ongetwijfeld onvoldoende de bedreiging die daarvan uitgaat, noch het gevaar voor henzelf en voor de anderen. Zij leven als in een roes, meestal ongestraft, gelukkig, maar helaas vaak ook tot het bitter ontwaken. Wij ouderen schudden daarbij meewarig het hoofd of woedend de vuist, maar wij kunnen er vrijwel niets aan doen en ook het gezag slaagt daarin niet, want zelfs in de meest repressieve maatschappij, of misschien vooral daar, is er nog altijd plaats voor afwijkend en agressief gedrag, om nog te zwijgen van de meer dan marginale inherente nevenverschijnselen van dergelijke staatsvorm. Als men geweld tot het principe zelf van de maatschappijordening verheft, is geweld zonder meer ook de dagelijkse algemene praktijk.
Voorlopig besluit, alweer: laten we de strijdbijl begraven. Voor het roken van de vredespijp moeten we nog een gezond alternatief vinden. Onlangs was er in de straten van Leuven een actie om meer te kussen en elkaar meer te omhelzen, zo maar. Het heeft wel wat, vind je ook niet?

















