omgedicht: If, Rudyard Kipling


Rudyard Kipling (1865-1935)
IF (1910)
If you can keep your head when all about you
Are losing theirs and blaming it on you;
If you can trust yourself when all men doubt you,
But make allowance for their doubting too;
If you can wait and not be tired by waiting,
Or, being lied about, don't deal in lies,
Or, being hated, don't give way to hating,
And yet don't look too good, nor talk too wise;
If you can dream - and not make dreams your master;
If you can think - and not make thoughts your aim;
If you can meet with triumph and disaster
And treat those two imposters just the same;
If you can bear to hear the truth you've spoken
Twisted by knaves to make a trap for fools,
Or watch the things you gave your life to broken,
And stoop and build 'em up with wornout tools;
If you can make one heap of all your winnings
And risk it on one turn of pitch-and-toss,
And lose, and start again at your beginnings
And never breath a word about your loss;
If you can force your heart and nerve and sinew
To serve your turn long after they are gone,
And so hold on when there is nothing in you
Except the Will which says to them: "Hold on";
If you can talk with crowds and keep your virtue,
Or walk with kings - nor lose the common touch;
If neither foes nor loving friends can hurt you;
If all men count with you, but none too much;
If you can fill the unforgiving minute
With sixty seconds' worth of distance run -
Yours is the Earth and everything that's in it,
And - which is more - you'll be a Man my son!
Als
Als je het hoofd koel kan houden als al de anderen
de kop verliezen en jij de schuld nog krijgt;
als je op jezelf vertrouwt als alle anderen wankelen
maar ook hun twijfel toch zijn recht nog krijgt;
als je kan wachten en het wachten je niet verlamt;
of als men je beliegt, je zelf steeds de leugen versmaadt
of als men je haat, je niet jezelf tot haat verlaagt,
jezelf niet beter toont of mooier praat dan je wel bent;
als je droomt, maar droom niet tot je meester maakt;
als je nadenkt, maar om gedachten het einddoel niet verzaakt;
als je triomf en onheil dapper tegemoet kan gaan
en de bedriegers elk te woord kan staan;
als je lijden kan dat ware woorden die je spreekt
door schelmen worden verdraaid om dwazen te vangen;
of als men het werk van heel een leven zomaar breekt
en je dan bukt en de brokken weer opbouwt met beide handen;
als je heel je levens winst zomaar op een hoop kan keren
en alles voor het rollen van de teerling durft riskeren
en bij verlies opnieuw kan starten waar je ooit begon
en aan je verlies geen woord verspilt en ziet niet om;
als je hart en moed en kracht kan dwingen
om je beurt te doen als je hart al lang is uitgeblust
en volhoudt als kracht en moed je al ontgingen
en enkel de wil nog spreekt en zegt: er is geen rust!
Als je kan omgaan met het grauw en toch deugd bewaart
of met koningen verkeert en op gezond verstand vertrouwt;
als vijand noch dierbare vriend je hart bezwaart;
als eenieder voor jou van tel is maar toch zijn plaats behoudt;
als elke minuut onverbiddelijk voorbij mag snellen
met weg genoeg gegaan voor elk der zestig tellen –
dan behoort de Aarde jou toe en alle werelds loon
en wat meer nog is, dan ben je een man, mijn zoon.
vertaald door Karel D’huyvetters, 3 maart 2007

















