ex libris William Brodrick

Bij toeval belandde de debuut-detectiveroman van William Brodrick op mijn leestafel: The Sixth Lamentation, 2003, 433 pp. Hij was destijds door de pers en de kritiek goed onthaald en dat is toch altijd een aansporing om te lezen, er is immers zoveel op de markt.
Het gebeurt me niet vaak, maar op verscheidene momenten heb ik gewoon zitten snikken en snotteren; niet zomaar even een krop in de keel of wat mist over je ogen, nee, echt wenen van ontroering. Nu, een paar dagen later, vraag ik me dan af hoe dat komt. Natuurlijk is het goed geschreven en spannend en vlot, met goede dialogen, maar er zijn er zoveel die aan die basiseisen beantwoorden en die je leest en dan weer weglegt. Wat maakt dit boek dan zo grondig verschillend?
Er is natuurlijk het thema: de laatste overlevenden van de Holocaust, hun kinderen en kleinkinderen die elk op hun manier de trauma’s verwerken. Dat is al vaker gedaan, het ligt immers voor de hand dat de kunsten in het algemeen zich inlaten met de belangrijkste gebeurtenis van de 20ste eeuw, misschien wel de meest ingrijpende gebeurtenis in onze geschiedenis: de tweede wereldoorlog en alles wat ermee te maken heeft.
Ik denk dat het vooral de manier is waarop het hier gebeurt, die zo aangrijpend is. De waarheid over de gebeurtenissen tijdens de oorlog wordt slechts heel geleidelijk duidelijk, de personages zijn zich niet bewust van hun voorgeschiedenis en niets is wat het lijkt. Schuld en onschuld liggen heel dicht bijeen en de auteur laat de balans heel subtiel nu eens in de ene richting doorslaan, dan weer in de andere. Pas op de allerlaatste bladzijden worden de laatste twijfels over de feiten weggenomen, maar dan is de complexiteit van de geschiedenis in de plaats gekomen van de individuele daden, wandaden of heroïsche, van de hoofd- en bijfiguren, en is oordelen een precaire zaak.
Het verschil met vele andere whodunits is dus dit: de misdaden die de slimme detective moet ophelderen zijn hier geen passionele moorden, geen roofmoord of zelfs zinloos geweld, geen seriemoorden. Het zijn de reacties van gewone mensen onder de extreme omstandigheden van de oorlog en de Holocaust. Wellicht weet je pas echt wat iemand waard is, als hij zo een echte test moet doorstaan. Dan zijn het minder de principes en overtuigingen die van belang blijken, maar wel iets dat men achteraf wel kan omschrijven als heldenmoed, doch op het ogenblik voor de betrokkene zelf waarschijnlijk zeer vanzelfsprekend is. In die voor ons, hier en nu, onvoorstelbare situaties is het niet voorspelbaar hoe iemand gaat reageren. Men neemt een beslissing, hoewel men evengoed een andere had kunnen nemen en men blijft erbij, ook al zijn de consequenties niet te overzien. Voor hen die overleven, als dader of als slachtoffer, blijft de herinnering als een wrede, onheelbare wonde.
Brodrick heeft die tragiek van winnaars en verliezers, van schuld en boete, van misdaad en straf op een zeer menselijke manier in beeld gebracht. Zijn personages zijn levende mensen, sterk in hun zwakheid en vertwijfeld in hun zekerheden. Het is in de confrontatie van die stuk voor stuk overtuigend geloofwaardige menselijke typeringen dat zijn emotionele bravoure ligt, het is daar dat de tranen spontaan in je ogen springen. Dit is een zeer sterk verhaal, dit is een van de weinige detectiveverhalen waarvan je denkt: dit moet ik nog eens lezen. Zeldzame lof!
Dank je, Birgit…

















