vilt


Wie weet nog wat vilt is? Voor mannen is de hoed weer mode, en hoeden worden van vilt gemaakt. Biljarten, vooral de snookerversie, is ook heel populair en we spreken nog altijd van het groene vilt, als is het tegenwoordig ook wel eens blauw. Groene loden jagersjassen, zoals onze Koninklijke familie ze graag draagt als ze op hun buitenverblijf in de Ardennen zijn, dat is ook vilt. We kennen ook de viltstift: het puntje is een halfzachte stof die doordrenkt is met de inkt of kleurstof; oorspronkelijk was dat vilt en dat hebben we geweten, want die puntjes werden snel helemaal zacht, zodat er niet meer mee te schrijven viel.
En wat is vilt dan? Hoe wordt het gemaakt?
We moeten heel ver in de geschiedenis teruggaan voor de oorsprong van vilt. Archeologisch onderzoek heeft aangetoond dat de mens al acht duizend jaar lang vilt maakt. Lang voor het weven en het breien werd op die manier textiel gemaakt voor kleding en andere toepassingen, zoals de bedekking en vloeren van tenten, zadels en zo meer.
Men heeft de ‘ontdekking’ van vilt in mythen vastgelegd. Een ervan zegt dat de dieren in Noë’s ark met uitgevallen vezels van hun wol en pels, in combinatie met hun urine en hun getrappel een vilten mat zouden gemaakt hebben op de bodem van de ark. Een christelijke versie laat de ene of de andere heilige een lange voetreis maken om aan vervolging te ontkomen; om het stappen wat te verlichten legde de heilige wol in zijn sandalen; op het einde van de reis was die wol vilt.
Uit die verhalen wordt al duidelijk hoe men vilt maakt: je hebt wol nodig, warmte, vocht en druk. Goede en vooral slechte huisvrouwen weten er alles van: als je een kledingstuk dat (gedeeltelijk) van wol gemaakt is té warm wast, krimpt het drastisch, de wol koekt ineen tot een stevige massa. Dat is dus vilt. De vezels van wol hebben de eigenschap om bij vochtige verhitting en druk te gaan draaien en samen te klitten.
De eenvoudigste manier om vilt te maken is dus deze: stop wol en eventueel ook een gedeelte andere vezels die goed uiteen gehaald zijn in de wasmachine op de hoogste temperatuurstand en laat een paar keer het hele programma aflopen.
Men heeft dus altijd wol nodig, ten minste 10% van het geheel; daarnaast kan men andere vezels gebruiken, zoals de haren van dierenpelsen, losgemaakt van de huid.
Na het reinigen en het verwijderen van onzuiverheden is de eerste bewerking het kaarden. Wol, van een schaap bijvoorbeeld, bestaat uit vezels die sterk ineengekruld zitten; met twee planken met nagels erop kan men de wol kammen en de afzonderlijke vezels naast elkaar leggen in een soort dunne mat. Men legt verscheidene dergelijke matten op elkaar, met ten minste één mat die kruiselings op de andere ligt.
De matten stoomt men en plet ze vervolgens onder een hete plaat of rol, tot de verschillende lagen één vaste massa vormen; dat noemt men het harden. De afmetingen in de breedte en de lengte van de matten zijn hierdoor niet beïnvloed, enkel de dikte.
Het volgende proces noemt men vollen en daarin versterkt het vilten of ineenkoeken nog fel en krimpt men de matten tot de afmetingen die men nodig heeft. Dat gebeurt door de matten te bevochtigen met loog, zuren of gewoon warm water en ze dan stevig te bewerken, meestal in een volmolen, die ze hamert, wringt, draait en perst. Dan is het vilt klaar voor verdere afwerking: reinigen, kleuren, strijken en verder bewerken met allerlei stoffen die het uiteindelijke uitzicht bepalen, zoals dat ook in de wolverwerking gebeurt. Het grote verschil met alle andere textielverwerking ligt dus hierin, dat bij het vilten de vezels samenklitten in een natuurlijk proces, zodat er een stevige stof ontstaat, die men dan verder kan bewerken en dat zonder dat men de vezels spint en weeft of breit of vlecht.
Vilt is een stof die men nog steeds gebruikt, al zijn er synthetische concurrenten, voor wieken, absorberende lappen, isolatiemateriaal tegen trillingen of warmte, vulling en verpakkingsmateriaal, afdichting en pakking (in de zeevaart), en ook voor het polijsten. In de papierindustrie gebruikt men vilt om het water uit de papierpap te persen. En natuurlijk maakt men hoeden en andere kledingstukken van vilt, en biljartlaken.
Bij deze dank ik de vriendelijke jonge vrouw die me in onze tweedehandseboekenwinkel vroeg naar een boek over vilten. Dit is wel geen boek, maar het is een begin. Veel Nederlandstalige literatuur is er over dit onderwerp helaas niet te vinden.



















