etymon: blauw


In de klassieke vragenlijstjes en onlangs ook hier nog op Seniorennet, waar je trouwens elke dag een vraag voorgeschoteld krijgt waarop je dan de percentages van de antwoorden kan nakijken, soms best leuk of leerrijk, staat steevast een vraag naar je lievelingskleur. Wat mijn kleding betreft, zal niemand die me kent of ooit gezien heeft eraan twijfelen: blauw is mijn kleur.
Blue, bleu, blau, bloy allemaal hetzelfde.
Italianen zijn arurri, natuurlijk en de Spanjaarden zeggen azul, zoals wij azuur en dat komt allemaal van azuursteen of lazuursteen, een soort edelsteen, diep blauw, waaruit men vroeger op natuurlijke wijze de kleur ultramarijn maakte; we kennen dat ook als blauwsteen, kobaltsteen of lapis lazuli. Niet verwarren met blauwe steen, want dat is ‘maar’ arduin. Ook in de heraldiek is blauw lazuur.
Heb je een blauwtje gelopen? Dan ben je letterlijk of figuurlijk tegen je schenen gestampt of ergens tegen aan gelopen. Pijnlijk, zelfs figuurlijk, bij een huwelijksaanzoek of een verleidingspoging bijvoorbeeld.
Blauwe bonen zijn niet om op te eten, maar dodelijke loden en dus blauwige kogels, loden bonen, huzarenbonen of blauwe erwten. De Fransen spreken van een prune, de Engelsen van een blue plum of blue pill, in Duitsland houden ze het bij de blaue Bohne.
Zullen we dat maar blauw blauw laten? Vroeger zei men: laten we blauw blauw laten, laten we het maar laten (blauw bijvoorbeeld) zoals het is (blauw dus). Je zou ook kunnen zeggen: laten we rood rood laten, maar het is nu eenmaal blauw geworden; de herhaling blauw blauw is blijven hangen en zo werd de uitdrukking: iéts blauw blauw laten.
Een blauwkous… ze zijn er niet meer, sinds de vrouwenemancipatie hier gelukt is, precies dank zij die blauwkousen. Rond 1750 was er in Londen een groep welgestelde dames die, naar Parijs voorbeeld, salons hielden waar ze aan hun eigen algemene ontwikkeling werkten met voordrachten, lectuur en discussie, al dan niet bij de thee of koffie. Het verhaal gaat dat ze op een keer een geleerde botanist uitnodigden, ene Benjamin Stillingfleet en toen die probeerde eronderuit te komen met de uitvlucht dat hij geen ‘goeie’ kleren had om daar te verschijnen, zei de lady of the house dat hij maar moest komen in zijn blue stockings, de stevige lange werkmanskousen, eigenlijk meer een broek, die hij en ander gewoon volk gewoonlijk droeg. En zo gebeurde, waarop admiraal Boscawen, de echtgenoot van een van de dames, spottend het clubje de Bluestocking Society noemde. Dat de dames zelf zo’n kousen zouden gedragen hebben is onwaarschijnlijk, maar ook toen al niet te controleren, want je kous laten zien was toen totaal uit den boze. Het Frans en het Duits hebben de term netjes vertaald, met dezelfde negatieve bijbetekenis van (pseudo-) geleerde, onaantrekkelijke vrouw die zich liever niet met haar keuken bezig houdt.
In mijn bericht over de maan (12.04.2006, klik op die maand hiernaast) schreef ik het volgende over de blue moon:
Omdat de maanmaand langer is dan februari met zijn 28 dagen, kan het gebeuren dat er een februari is zonder volle maan, dat gebeurt zo vier of vijf keer op honderd jaar. In die jaren heeft een jaar twee maanden met twee keer volle maan. De langste maanden, die van 31 dagen, maken het meest kans om twee keer volle maan kennen. Zo’n tweede volle maan in een maand noemen ze in het Engels een ‘blue moon’. Het komt één keer voor op twee of drie jaar.
De uitdrukking once in a blue moon betekent dan ook: zelden of nooit. En dat is ook de betekenis van onze uitdrukking: op een blauwe maandag. Heeft die dan de zelfde oorsprong: op een dag dat er een blauwe maan is? Of heeft blauw de bijbetekenis van zeldzaam, speciaal, waardevol, zoals in blauw bloed? Een andere bron zegt dat een blauwe maandag er een is waarop niet gewerkt wordt, een feestdag voor de werknemers, maar een ‘verloren maandag’ voor de bazen, een koppermaandag (van koppelen, verkopen) zei men vroeger, vooral bij de drukkers en uitgevers, voor de maandag na Driekoningen.
Ik hoop dat ik u geen blauwe bloempjes op de mouw gespeld heb, dat ik u niets heb wijsgemaakt; of blauwe boodschappen verzonnen, uitvluchten dus.
En weet je wat een blauwe begijn is? Ik zet je even op weg: het is zeker geen blauwkous…

















