ex libris²

In mijn jeugd las ik enkele boeken van Cor Bruijn, onder meer Sil, de strandjutter. Veel herinner ik mij er niet van, behalve dat het verhaal zich afspeelde op de Waddeneilanden. Het beeld van de strandjutter is ons allen wel in de geest geprent: de min of meer stoere, oudere man, wat mysterieus, met een niet-nader bepaald woelig verleden, zwijgzaam, lopend langs de vloedlijn, en levend van wat de zee prijsgeeft. Een zeer romantisch en dus waarschijnlijk onrealistisch beeld, want of je van het strandjutten kan leven? Er spoelen niet elke dag nagelnieuwe BMW. motoren aan, of zelfs flessen slaolie.
Soms voel ik me strandjutter van onze consumptiemaatschappij: altijd op zoek naar koopjes, wachten tot de solden om noodzakelijke kledingstukken te kopen, altijd snuisterend op rommelmarkten en in brocante-zaken en tweedehandse winkels, kringloopwinkels…
Soms kan je toch echt wel een ‘hazard’ doen, zoals wij dat noemen (van het Frans un hasard, een gelukkig toeval; de oorsprong van hasard is Arabisch en verwijst naar dobbelstenen of het dobbelspel). Onder meer in Leuven is er een winkel met boeken en papierwaren, Dvd’s, video’s en dies meer onder de naam Voordeelboek. Daar kocht Lut laatst een nieuw boek, verpakt in krimpfolie, gebonden, vol linnen band, groot formaat, 755 pp. mooi papier, goed gezet uit een zeer leesbare letter: Het menselijk genie. Streven naar het ultieme in kunst en wetenschap door de eeuwen heen, van Charles Murray, in zeer behoorlijk Nederlands vertaald en uitgegeven bij Het Spectrum/Standaard Uitgeverij in 2004, het origineel verscheen in 2003. Ik laat u raden hoeveel het boek ons gekost heeft: € 2,45 en er is niets maar dan ook niet verkeerds mee! Zelfs niet met de inhoud.
Dit is de opzet: aan de hand van objectieve criteria zoeken naar de belangrijkste personen en feiten in onze beschaving. De gegevens waarop de studie zich baseert zijn de vermeldingen die een persoon of een feit krijgt in standaard referentiewerken en de verwerking gebeurt streng statistisch-wetenschappelijk. Het resultaat is op zijn minst interessant, al is het vaak verrassend en soms controversieel. Natuurlijk volgen de resultaten noodzakelijkerwijze uit de methode. In naslagwerken worden heel wat mensen vermeld die voor elk van ons totaal onbekend zijn. Na een aantal bewerkingen op het ruwe materiaal komt de auteur tot 4002 personen in vijf grote groepen:
wetenschap 1442
wijsbegeerte 239
beeldende kunst 671
letterkunde 1128
westerse muziek 522.
Dit is op zichzelf al een merkwaardig resultaat, want als je zelf een lijstje zou maken van wie je een belangrijk persoon vindt in onze beschaving, dan vermoed ik dat daarbij wel wat minder wetenschappers en bijvoorbeeld wijsgeren zouden zijn. Maar goed, de auteur legt zeer zorgvuldig uit hoe hij te werk gegaan is: alle 4002 personen komen voor in ten minste de helft van de geraadpleegde naslagwerken. Andere referentiewerken zouden misschien lichtjes andere resultaten geven, maar slechts nauwelijks.
In de oorspronkelijke Amerikaanse titel staat expliciet vermeld dat de bestudeerde periode loopt van -800 tot 1950. Een paar meer recente namen zullen daarom wel ontbreken en enkele zeer oude krijgen wel erg nadrukkelijk belang.
De proef op de som is natuurlijk wie er in de top 20 staat voor elke subcategorie en daar zijn behoorlijk wat verrassingen bij. Ik vermeld er een paar.
Voor mij was de grootste verrassing de naam van Aristoteles. Hij prijkt op nr. 2 bij de biologen, vlak na Darwin maar voor elke bioloog die je je kan indenken (Lamarck? Linnaeus? Mendel?) en ook op nr. 1 bij de westerse wijsgeren. Bij de letterkunde is hij met opgezet weggelaten omdat je niet in beide categorieën mag voorkomen, anders was hij zeker nog eens zeer hoog geëindigd. Ik heb nooit één letter van Aristoteles gelezen, moet ik tot mijn schande bekennen, op wat citaten links en rechts na; ik vrees echter dat ik niet alleen ben, want Aristoteles komt niet in de leerprogramma’s voor en zelfs aan de universiteiten leest men hem niet, zelfs amper in de opleiding wijsbegeerte. En toch is dit veruit de meest invloedrijke wetenschapper en filosoof van heel onze beschaving, de eindkandidaat voor de titel van grootste genie aller tijden. Ziedaar voorwaar een zeer frappante contradictie.
Eerder verrassend was ook de volgorde van de sterrenkundigen: Galilei, Kepler, Herschel, Laplace, Copernicus. Wat ik over Galilei gelezen heb, is zeker niet voldoende voor die eerste plaats, daar zou ik toch eerder Copernicus en Kepler plaatsen. Maar in de wetenschap kan je een belangrijk man zijn omdat je bijvoorbeeld per ongeluk als eerste iets opgemerkt hebt.
Er zijn categorieën waar je ongeveer niemand kent, zowel in de wetenschappen als bijvoorbeeld in de Chinese en de Indische wijsbegeerte, de Japanse kunst, de Chinese schilderkunst, de Arabische, Chinese, Indische en Japanse letterkunde. Daar kan je de vraag stellen naar de relevantie van deze onderzoeksresultaten, maar je kan ook de gelegenheid aangrijpen om eens iets meer te weten te komen over een persoon die volgens het algemeen oordeel behoort tot de 4002 belangrijkste personen die ooit geleefd hebben, daarmee kan je nooit verkeerd doen.
Bij de Westerse muziek verwachtte ik Bach op nr. 1. Niet dus, wel Beethoven, Mozart en pas dan Bach, gevolgd door Wagner! en dan pas Haydn, Haendel… Verdi prijkt op nr. 17, ver na Debussy, Liszt, Schumann en Schoenberg. Shostakovich, Richard Strauss, Bartok, Chopin, Lassus, Josquin, Mahler, Mendelssohn, Scarlatti… komen nog veel verder in de rij. Een zeer merkwaardige volgorde, wat mij betreft. Dat doet je dan vragen stellen bij de methode, natuurlijk en als het bij de muziek zo’n vreemd resultaat geeft, wat is dan de waarde van de volgorde van de andere categorieën?
Ik vermeldde gisteren of zo al de top vijf in de westerse letterkunde: Shakespeare, Goethe, Dante, Vergilius, Homerus. Daarna volgen: Rousseau, Voltaire, Molière, Byron; daarna pas Tolstoi en Dostoievski, Petrarca, Hugo, Schiller, Boccaccio, Horatius, Euripides, Racine, Scott en Ibsen. In deze categorie bestond het ruwe materiaal uit bijna 4.000 vermeldingen in een gebruikt naslagwerk; dat leverde 1918 verschillende namen op, en 835 zijn significante personen, zij staan vermeld in ten minste de helft van de naslagwerken; slechts 236 zijn voorname personen, maar het is me niet meteen duidelijk hoe dat bepaald wordt, allicht zijn het de hoogste 236 scores. Je zal vergeefs zoeken naar Tolkien of Updike, te recent? Waarom dan wel Nabokov, hoewel ik daartegen natuurlijk geen bezwaren heb?! In het lijstje vind je alle grote namen, maar nog veel meer totaal onbekenden, die enkel in het eigen taalgebied bekend zijn.
Dat is een beetje de grondtwijfel waarmee ik achterblijf: als al die grote namen zo belangrijk zijn voor onze beschaving, waarom ken ik ze dan niet? En als ik ze niet ken, dan zullen er nog wel een paar andere mensen zijn, vermoed ik zo… En als wij die allemaal geen van allen kennen, hoe kunnen ze dan bepalend zijn voor onze cultuur, onze beschaving?
Wellicht heeft de auteur gelijk als hij zegt dat onze beschaving gebouwd is op een zeer gering aantal echt geniale mensen: Darwin, Aristoteles, Pasteur, Lyell, Newton, Einstein, Lavoisier, Copernicus en Kepler, Edison, Watt, Euler, Confucius, Sankara, Michelangelo, Basho, Shakespeare, Bach en Beethoven. Dat is het hooggebergte, waar de lucht te ijl is voor gewone stervelingen. Dat zijn de verten die ons wenken.
Als je het boek ziet: niet aarzelen!

















