Vergilius?


Gisteren nog gehoord: ons onderwijssysteem is goed, zeer goed, maar niet volmaakt. Wat mankeert eraan? Wat er al altijd aan mankeerde. We geven de jonge mensen wel een hoop bagage mee, informatie, kennis, wetenschap of hoe je het ook wil noemen. Maar we leren hen niet denken. We hopen dat ze door de confrontatie met al die gegevens plots vanzelf verbanden zullen gaan leggen en dat is ook wel zo, soms is dat zoiets zelfs vrij spectaculair: een knap opstel, een vlekkeloos examen van wiskunde, een lyrische vertaling van een Latijnse tekst… Maar meestal blijft het bij papegaaienwerk, tot aan de universiteit toe. Een deel van het probleem zit bij het testen, want men blokt op wat men test. Testen op intelligentie mag niet, want dan zijn de meest begaafden bevoordeeld en dat zijn ze toch al. Dus test men op blokken: hebt ge uw les goed geleerd?
We bouwen op de kennis van hen die ons voorafgingen. Newton begreep zijn eigen wetten van de zwaartekracht niet helemaal, Copernicus durfde niet geloven wat hij zag, Einstein zocht zijn hele leven naar de conclusies van zijn relativiteitstheorie. In elke opleiding heeft men de neiging om er een geschiedenisles van te maken. De filosofie begint met de pre-socratici, de meetkunde met Euclides, de natuurkunde met Archimedes, de beeldhouwkunst met de kouros, de astronomie met Ptolemaeus &c. Dat is niet dom, natuurlijk, maar er schuilt ook een gevaar in die methode. Meestal geraakt men namelijk niet aan het einde. In de geschiedenislessen bleven we steken ergens voor de Franse revolutie.
In vrijwel alle takken van de wetenschap staan we nu oneindig veel verder dan ooit iemand stond, we hebben een gecumuleerde kennis van duizenden jaren en miljarden mensen en we hebben fantastische middelen om die vergaarde kennis ook te communiceren, met machtige media zoals de computer. Wij kunnen veel sneller tot conclusies komen dan vroeger, wij kunnen met zevenmijlslaarzen stappen, omdat wij heel wat mogen aannemen als gekend, supposé connu, taken for granted. We moeten allerlei elektronische hulpmiddelen niet uitleggen aan de gebruikers, we moeten alleen tonen hoe ze die moeten gebruiken. We weten nu hoe ons planetenstelsel ineen steekt (niet: in elkaar, weet je nog?) en dat maakt het ons mogelijk om naar de maan te ‘vliegen’ en nog veel verder. Zo meen ik dat het ook voor andere wetenschappen moet zijn. Laten we de huidige stand van de wetenschap op een efficiënte manier doorgeven aan de jongeren en hen zo op weg zetten naar de sterren.
Let wel, we moeten in de eerste zeg maar vijftien jaar van die jonge levens vooral ook die krachtige open verstanden ontwikkelen en ik ben de eerste om te benadrukken dat bijvoorbeeld de studie van het Grieks en het Latijn, naast moderne talen, een uitstekende manier is om dat te doen, intensief omgaan met taal is nu eenmaal de beste manier om je verstand te gebruiken. Ook de positieve wetenschappen zijn natuurlijk zeer belangrijk. Het is een evenwichtsoefening en er is geen tijd voor alles, maar dat hoeft ook niet. Mij dunkt dat men veel tijd verliest met historische overzichten en met herhalingen. Ik herinner me dat ik voortdurend zat te wachten tot we konden verder gaan, ik verlangde mateloos naar de verten die wenkten…
Ik moet zeggen dat ik ook wat teleurgesteld was bij het lezen van de oude Latijnse en Griekse teksten, veel te weinig, overigens, om een idee te krijgen van de inhoud. Als ik nu lees dat Vergilius wordt gerekend tot de top vijf van de wereldliteratuur, na Shakespeare, Goethe en Dante maar voor Homeros, dan frons ik even de wenkbrauwen en denk met spijt terug aan de tamme uren die we in de klas verdaan hebben met het lezen in de Aeneis, de Bucolica… Hoewel Latijn en Grieks mijn beste vakken waren en ik daarvoor ettelijke prijzen en loftuitingen heb gekregen, heb ik aan de meeste teksten zo goed als niets over gehouden, behalve het oefenen van mijn verstand. Als ik nu nog eens probeer, in vertaling of met de teksten parallel, dan valt zelfs Horatius tegen en ook Tacitus, die ik vroeger nog de beste twee vond.
Ook aan de universiteit heb ik veel tijd verloren, we hielden ons bezig met futiliteiten, vond ik, de verten bleven wenken. Elke universitair afgestudeerde moest een wetenschapper zijn, in staat om zelfstandig die of gene wetenschap grensverleggend te beoefenen. Zoiets is maar enkelen gegeven, wat dacht je, en als je dat weet, waarom dan de anderen niet een ander, minder gespecialiseerd en meer gediversifieerd curriculum geven?
Ik moet me dringend gaan bezinnen over dat rijtje van de grote vijf. Van Shakespeare heb ik wel een en ander gelezen, ook de sonnetten, enkele vertaald en ook een aantal stukken theater gezien. Wat daar met taal gedaan wordt, is fenomenaal. Goethe? Een of twee gedichtjes? Dante? De aanhef van de Divina Commedia? Homeros las ik graag, er zijn prachtige stukken, maar het is een wereldbeeld dat me nu doet gruwen met al het geweld en ook met die mensen die door het lot en de goden hulpeloos op zwalpende zeeën gestuurd worden tot het einde van hun dagen… Wie heeft ooit de hele Ilias of Odyssee gelezen, laat staan de hele Aeneis?
The Lord of the Rings, daarentegen, lees ik sinds 1964 zo ongeveer elk jaar zonder enige moeite helemaal uit.

















