Lied van de Dood
Gisteren zagen we hoe een componist als Berlioz erin slaagde om een romantisch prullenversje van Théophile Gautier te verheffen tot een ontroerend tijdloos meesterwerk: Le spectre de la rose uit zijn Nuits d’été.
Vandaag stel ik u mijn vertaling voor van een gedicht van Arseny Arkad'yevich Golenishchev-Kutuzov (1848-1913), dat door Modest Petrovich Musorgsky (1839-1881) in 1875-77 op muziek werd gezet als het vierde van zijn Liederen en dansen van de Dood. Ik was ooit diep aangegrepen door een waarlijk gewelddadige vertolking door de schitterende bariton Dmitri Hvorostovsky in het heropeningsgala van een van de enkele jaren geleden afgebrande operahuizen, was het nu La Fenice in Venetië, (de tweede keer al, wellicht om zijn naam eer aan te doen en ondanks al het water aan zijn voeten) of het Liceu in Barcelona, ik weet het niet meer, maar zijn kort maar dramatisch optreden sloeg toen iedereen met verstomming.
In dit geval zijn er twee gelijkwaardige partners. De componist heeft aan het oorspronkelijke hoogstaande werk van de dichter zijn even kwaliteitsvolle inspiratie en arbeid toegevoegd en daarmee een prachtig gedicht, dat anders nooit een internationaal publiek zou bereikt hebben, van de vergetelheid gered door het universele genie van zijn muziek.
Haast u dus naar uw Cd-rek, naar de mediatheek of naar de platenwinkel, of zoek eens op het web naar een goede opname, die van mij is met Anatoly Kotcherga en Abbado en de Berliner Philharmoniker op Sony. Misschien dat ik ooit eens muzikale weblinks toevoeg, maar voorlopig vind ik dat je dat evengoed zelf kan zoeken...
Russisch ken ik niet, ik heb me dus gesteund op een Duitse, een Franse en twee Engelse vertalingen. Ik geef hierbij ook een van die twee Engelse vertalingen, van een ten onrechte anonieme kenner, omdat ze zo goed is, veel vrijer dan mijn eerder letterlijke, maar als zelfstandig dichtwerk zoveel beter…
De veldheer
De veldslag raast, de harnassen schitteren
de bronzen kanonnen donderen
de regimenten stormen aan, de paarden in galop
en rode beken stromen.
De middagzon brandt, de mannen vechten!
De zon gaat onder, de strijd verhevigt nog!
De deemstering verbleekt, maar immer beuken de vijanden op elkaar in
steeds grimmiger, steeds heftiger!
De nacht is gevallen over het slagveld.
In de duisternis zijn de legers uiteen geweken…
Alles is verstomd en in de nachtelijke nevel
stijgt een gekreun op ten hemel.
En dan, verlicht door de maan,
gezeten op zijn strijdros
met witfonkelend geraamte
verschijnt de Dood.
Zwijgend, luisterend naar het geweeklaag en gesmeek,
vervuld van trotse zelfgenoegzaamheid,
een veldheer gelijk rijdt hij
over het slagveld rond.
Van op een heuvel kijkt hij om zich heen,
houdt halt en glimlacht
en over het veld waar de slag heeft gewoed
weerklinkt zijn onheilspellende stem:
De strijd is voorbij! Iedereen heb ik verslagen!
Aan mij hebt gij allen u overgegeven, strijders!
Het leven heeft u tegen elkaar opgezet, ik heb u weer verzoend!
Staat nu allen samen op voor mijn inspectie, mijn lijken!
Defileer nu voor mij in een triomfmars,
ik wil mijn troepen tellen!
En leg dan uw gebeente neer op de grond
en vindt voor dit leven zoete rust in de aarde.
Ongemerkt zullen de jaren voorbijgaan
de mensheid ontgaat elke herinnering aan u.
Maar ik vergeet niet! En luidkeels vier ik feest
over u keer op keer om middernacht!
In een loodzware dans vertrappel ik
deze vochtige aarde, zodat uw beenderen
in eeuwen de kerker van uw graven niet verlaten
en gij nooit meer uit de aarde opstaat, nooit!
vertaald door Karel D'huyvetters, 21 maart 2007
The Field Marshal
The battle rages, swords are flashing,
Like hungry beasts the cannons roar;
The horses neigh, the squadrons gallop,
The stream runs crimson, dyed with gore.
The burning noon-day sees the slaughter,
And still at sunset the fight endures.
The last gleams vanish, still unyielding,
The foe maintains a stubborn front.
Now falls the night upon the carnage,
And in the gloaming all disperse.
Silence reigns; only the darkness hears
The wounded crying unto Heaven.
See, there, where fall the livid moon-rays,
Astride upon a charger pale,
Rides a warrior wan and grisly, whose name
is Death. There, in the dusk,
He hears their pitiful complaining;
Surveys the ghastly field with pride:
Moves like a leader triumphant,
Over the scene of glory and pain.
Then climbs a hillock,
Gazes round him on dead and dying, grimly smiling...
Now over the seething field of slaughter
Rings out stern and clear his voice:
"Cease now the fight! The victory is mine!
You warriors all, it is to Death you have yielded!
Foes in your lifetime, I come to make you friends!
Rise up, reply to the roll-call of Death!
Fall into my rank! You must march past your leader!
Before the day dawns I must muster my men.
Soldiers, your bones shall repose in the earth's bosom,
Sweet is the slumber that follows the fight!
Years shall pass over you unreckoned, unheeded,
Men shall forget what you fought for today.
I, Death alone, will remember your valor,
Honor your memory when midnight is struck!
Over these furrows I'll dance in the moonlight
Tread down the earth where your limbs lie at rest,
Tread it so closely, your bones shall never move,
Never more shall you come back to earth."
(anonymous translation)


















