ex libris: Edmund Wilson


De naam Edmund Wilson zegt je meer dan waarschijnlijk niets. Onlangs pikte ik een boek van hem op in een goedkope Pelican herdruk, de non-fiction afdeling van Penguin, zoals Puffin de jeugdafdeling is. Een pelikaan is wat steviger, wat zwaarder ook dan een pinguïn, terwijl een puffin, een papegaaiduiker, heel wat lichter is en er een beetje uitziet als een clown.
Edmund Wilson (1895-1972) was een Amerikaans literair criticus. Hij las dus boeken en besprak die voor literaire tijdschriften. Natuurlijk las hij ze niet zo oppervlakkig als jij en ik: hij wist dat hij er een boekbespreking moest aan overhouden en dat die met aandacht zou gelezen worden door de vele lezers van de belangrijke tijdschriften waarvoor hij schreef en, niet te vergeten, door zijn collegae die op de loer lagen om hem bij elke typefout, bij elke lapsus door de mangel te halen. Dus moest hij zijn huiswerk maken en in de verzameling essays The Triple Thinkers van 1952 heeft hij dat gedaan, zoals ze ginds zeggen with a vengeance: niet gezeverd, zeggen ze bij ons. Er zit een beetje van alles tussen: een paar herinneringen aan zijn schooltijd, ter gelegenheid van het afsterven van een leraar of collega; de tekst van een lezing aan Princeton in 1940, over literaire kritiek, jawel; een antwoord op de vraag of verzen maken nog in is; een pleidooi voor het lezen van Pushkin, ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van diens overlijden, in 1937, met een bespreking van Evgeny Onegin en een prozavertaling van ‘De bronzen ruiter’; en verder bijdragen over A.E. Housman, Flaubert, Henry James, J. J. Chapman, Bernard Shaw bij zijn 80ste verjaardag, Ben Jonson (niet erg lovend), en ook een (te) lang essay over Marxisme en literatuur.
Akkoord, het zijn grotendeels vergeten auteurs, maar dat waren ze toen ook al, dus dat is geen reden om de essays niet te lezen. Een erg goede reden om het wel te doen is dat ze, ondanks hun lengte, buitengewoon vlot lezen, omdat ze zonder meer buitengewoon goed geschreven zijn. Het is een plezier om de welgebouwde zinnen te volgen terwijl de auteur zijn gedachten ontvouwt voor jouw kritische geest. Hij geeft je net genoeg informatie om te blijven lezen, ook al heb je nooit van de auteur in kwestie gehoord en er zeker nooit iets van gelezen. Het is interessant, omdat hij het interessant maakt en met sommige van zijn onderwerpen is dat geen kleine verdienste. Een aanrader dus, al kan ik me niet voorstellen dat jullie nu allemaal rechtspringen en naar de (tweedehandse) boekhandel of naar de bibliotheek stormen. Maar misschien, als je ergens een boek van hem ziet liggen op een rommelmarkt, dat je die 50 cent toch maar neertelt, je weet nooit.
Edmund Wilson was een man van de wereld: de juiste opleiding, de beste universiteiten, de beste uitgevers, de betere tijdschriften (The New Yorker!), aan huis bij de beste families, altijd te vinden in de betere restaurants en hotels, een gast op elke grote receptie. Hij was ook een onvermoeibare versierder, trouwde verscheidene keren, deed zelfs Anais Nin een aanzoek, met bijkomend aanbod om haar te leren schrijven…
Voor Nabokov-liefhebbers is Wilson een oude bekende. Hij was het die de jonge Nabokov na zijn aankomst in Amerika, gevlucht, na zijn meer dan overhaast vertrek uit Rusland na de revolutie, voor het Nazisme, eerst uit Berlijn en dan nog eens uit Parijs, een baan bezorgde en hem introduceerde bij uitgevers en tijdschriften. Hij was het ook, die later Lolita maar zozo vond, wat Nabokov natuurlijk niet gelukkig maakte. Maar het was vooral zijn reactie op Nabokovs monumentale vertaling van en commentaar bij dat zelfde Evgeny (of Eugene) Onegin van Pushkin die de twee voorgoed uit elkaar dreef, met scherpe open brieven over en weer. Je moet ook maar durven: Nabokov was tenslotte een gepubliceerd Russisch auteur, een taalvirtuoos en stilist in zijn eigen taal voor hij dat ook werd in het Engels, leraar Russisch aan Cornell University, a native speaker. Wilson las ook Russisch en meende Nabokov te moeten terechtwijzen, niet alleen op stilistische subtiliteiten, maar ook op feitelijke taalkennis. Hij zal het geweten hebben…
Wilson was geen gemakkelijk man. Hij lag niet wakker van de gevolgen van of de reacties op zijn kritische stukken. En zijn kritiek bleef niet beperkt tot de literatuur. Politiek was hij een democrat en hij was niet mals voor de politiek van de republikeinen. Hij was een tegenstander van de Koude Oorlog en van de inmenging in Vietnam, weigerde zelfs zijn belasting te betalen, maar of dat helemaal uit politieke overtuiging was…
De titel van het boek: The Triple Thinkers is een citaat uit een brief van Flaubert aan Louise Colet in 1853: À l'heure qu'il est, je crois même qu'un penseur (et qu'est-ce que l'artiste si ce n'est un triple penseur?) ne doit avoir ni religion, ni patrie, ni même aucune conviction sociale. Le doute absolu maintenant me paraît être si nettement démontré que vouloir le formuler serait presque une niaiserie.
Een (goed!) literair criticus en zeker Wilson verdient best een dergelijk epitheton ornans, maar laten we het met een double entendre bij een double thinker houden, dat is al lof genoeg.



















