opera: Gluck Iphigénie en Aulide


Christoph Willibald, Ritter von Gluck (1714-1787) zocht als jonge muzikant zijn geluk in verscheidene Europese muzikale hoofdsteden zoals Praag, Milaan, Venetië, Londen, in Duitsland en zelfs in Denemarken, maar dank zij de familie van zijn vrouw vond hij uiteindelijke een positie aan het Weense keizerlijke hof, rond 1750. In de volgende tien jaar reisde hij herhaaldelijk naar Parijs voor opdrachten aldaar en kon op die manier bijdragen tot de verschuiving van de smaak van het Weense hof, van de klassieke Italiaanse naar de Franse muziek en naar een meer natuurlijke muzikale expressie van de poëzie en de dramatiek van de teksten. Dat gebeurde door minder aandacht te schenken aan conventies en aan de rol van de virtuoze zangers en meer aan het orkest, het koor en de dans, zoals in de Franse opéra lyrique. Bij Gluck zijn de recitatieven volledig georkestreerd, dus geen simpele begeleiding door een harp of klavecimbel. Hij beleefde enorme triomfen met zijn nieuwe operavormen en was veel gevraagd in Wenen en in Parijs. Na de mislukking, in Parijs, van Echo et Narcisse in 1779 vertrok hij definitief naar Wenen. Zijn laatste levensjaren waren getekend door ziekte. Op zijn sterfbed werd hij bezocht door zijn leerling Salieri, die hem raad kwam vragen over een opdracht die hij had gekregen voor een cantate over het Laatste Oordeel. “Heb nog een paar dagen geduld, zo zou hij gezegd hebben, binnenkort kan ik u van uit de andere wereld laten weten in welke toonaard de Heiland zingt!”
Gluck is vandaag niet de meest populaire operacomponist. Dat was ooit wel anders, want zelfs lang na zijn dood is hij beroemd gebleven en werd hij zonder enige onderbreking overal ter wereld opgevoerd, en dat is ook zo gebleven. Hij werd bewonderd door Cherubini, Spontini, Weber, Salieri en Mozart en later door Berlioz, Wagner en Strauss. Elke operaliefhebber en vele anderen kennen de aria Che faro senza Euridice? uit zijn Orfeo en de balletmuziek uit dezelfde opera die we vaak te horen krijgen als de ‘Dans van de zalige geesten’.
Gisteren bracht Mezzo de eerste Franse opera van Gluck: Iphigénie en Aulide (1774). Het onderwerp haalde zijn librettist bij Racine, maar het is een thema dat in de Ilias aanwezig is en dat al in -410 als een klassieke tragedie door Euripides ten tonele werd gebracht.
Dit is het verhaal: de Grieken liggen voor anker in Aulis, door ongunstige wind opgehouden op hun krijgstocht naar Troje. De Trojaan Paris heeft Helena geroofd, de vrouw van Menelaos, koning van Sparta. Agamemnon, de broer van Menelaos, is de leider van de Grieken en koning van Mycene. De ziener Calchas verkondigt dat het de godin Artemis is, Diane in het Frans, die de gunstige winden tegenhoudt en dat zij moet gepaaid worden met een zoenoffer: Iphigénie, de dochter van Agamemnon. Agamemnon laat zijn dochter overkomen onder het voorwendsel dat ze zal trouwen met de Griekse oorlogsheld Achilles. Hij wordt verscheurd door deze beslissing en stuurt nog een boodschap om haar tegen te houden, maar dat mislukt (bij Euripides omdat Menelaos dat verhindert). Als moeder Clitemnestre en dochter Iphigénie aankomen, zegt Agamemnon dat Achilles Iphigénie ontrouw is geworden en haar verstoot. De twee geliefden ontmoeten elkaar en in een dramatisch duet komen hun ware gevoelens naar voren. Agamemnon lokt dan zijn dochter naar het altaar, als om haar toch te laten trouwen met Achilles, maar in werkelijkheid om haar te offeren, onder druk van de woedende Grieken. Zijn opzet wordt echter verraden. Achilles wil zijn bruid gewapenderhand verdedigen, maar zij wenst zich te onderwerpen aan de wens van haar vader. Op het laatste ogenblik komt de godin Diane tussenbeide en neemt Iphigénie in bescherming: de bekende deus ex machina, in feite een herwerking door maestro Richard Wagner zelf uit 1847. De wind steekt op en de Grieken kunnen naar Troje vertrekken.
Grote emoties alom dus, dramatische confrontaties en de vele peripetieën of plotwijzigingen maken het verhaal zeer levendig. De instrumentale muziek is verrassend modern, de aria’s volgen inderdaad de spanningen op het toneel. Er is een lang ballet, met goede muziek, de choreografie vond ik af en toe wat minder geslaagd in deze opvoering van 2002 door het ensemble van de Scala van Milaan onder Muti, in het Teatro degli Arcimboldi, met minder bekende maar overtuigende zangers, al zouden topsolisten het artistieke plezier natuurlijk nog groter maken. De enscenering was modern, maar in haar soberheid bijna klassiek, de kostuums grandioos, de regie gelukkig aangepast aan het kunstwerk.
Ik vertel er nog bij dat Mezzo deze opera heruitzendt op 1, 10, 13 en 20 april. Ik heb niet kunnen ontdekken of er van deze uitvoering ook een Dvd bestaat, of zelfs een andere uitvoering op Dvd. Zonde, eigenlijk, het is best wel de moeite.



















