Daniel Dennett, Consciousness Explained, xiii
+ 511 pp., appendices, bibliography, index, Little, Brown, 1991, nieuw $ 28.
vertaald als: Het bewustzijn verklaard, 570
blz., Olympus, 1999, ongeveer € 17.
Dit is voorwaar geen gemakkelijk boek. Als
je dit van mij hoort, dan wil dat wat zeggen, ik ben wel een en ander gewoon.
Ik heb al verscheidene werken van Dennett gelezen en er ook steeds van genoten,
dus ik ben niet negatief vooringenomen tegen hem. Ik weet niet of de vroege publicatiedatum
er iets mee te maken heeft: het boek is verschenen in 1991, mijn exemplaar is
een tweedehandse eerste editie van de hardcover. Misschien heeft Dennett zijn
didactische kwaliteiten sindsdien aanzienlijk verbeterd, dat zou kunnen. Het
zou ook kunnen liggen aan de enigszins omslachtige methode die de auteur
gebruikt in dit boek. Hij geeft de voorkeur aan een constante intense en
gedetailleerde dialoog met opvattingen van andere auteurs en met het spontaan
en intuïtief aanvoelen. Hij werkt via ingenieuze denkexperimenten die ons
stilaan op weg moeten zetten om zijn alternatieve voorstellingen te begrijpen
en te aanvaarden. Misschien is dat nuttig en zelfs nodig, maar af en toe smeek
je de auteur om nu eens klaar en duidelijk te zeggen wat hij dan wel bedoelt.
Ik heb gezweet op dit boek en enkele al te
uitgesponnen bladzijden heb ik gewoon cursorisch gelezen, ik geef het toe. Wie
een uitvoerige inhoudelijke bespreking wenst, kan daarvoor onder meer terecht
op deze site, er zijn twee delen: http://www.webfilosofen.nl/artikel.php?bewustzijndennett.
Toch heb ik het de moeite gevonden om vol
te houden. Zoals vaak met dergelijke teksten kan ik mij er niet van weerhouden
om wat gezegd wordt onmiddellijk te testen op mijzelf, om zo te zien of het
klopt. Misschien is dat wel de reden waarom het lezen zo traag en zo moeizaam
vooruit ging: het was een voortdurende confrontatie van de tekst met mijn eigen
reacties, commentaren en spontane gedachten.
Nadenken over het bewustzijn is een vorm
van introspectie, een gewetensonderzoek, een zelfpsychoanalyse. Het is de vraag
naar wie ik ben, naar mijn persoonlijkheid, mijn ego, mijn ‘zelf’, mijn ziel, mijn
eigenheid, mijn individualiteit, mijn ik.
Wat ligt er meer voor de hand dan dat?
Descartes vertrok daarvan: ik denk, dus ik ben. Let op de ik-vorm… Ik eet, ik
drink, ik ga, ik sta, ik lig, ik plant mij voort, ik leer, ik geniet, ik vergis
me, ik geniet, ik slaap, ik werk, ik verdien geld, ik ga dood. Is het mogelijk
dat wij ons in al die gevallen vergissen, dat er geen ik bestaat?
Het is in alle geval niet gemakkelijk om
dat ‘ik’ te vatten. Descartes situeerde het in de pijnappelklier in onze hersenen,
anderen op andere plaatsten in ons lichaam, ons hart, ons hoofd, onze ‘inborst’.
Anderen hebben daaraan getwijfeld en vandaag spreekt de moderne wetenschap niet
meer in die termen. Wat ze dan wel zegt, is zeer problematisch en ingewikkeld,
er zijn vele opvattingen, of anders gezegd: men weet het niet. Dat ons ik ‘iets’
zou zijn, dat zich ergens bevindt, dat gelooft vrijwel niemand meer. Het is
geen voorwerp, geen tastbaar iets, zoals onze lever of zelfs onze hersenen. Het
heeft vooral met onze hersenen te maken, maar het kan er niet mee gelijkgesteld
worden. Zonder hersenen is er geen ik, zelfs geen ‘mens’. Maar een mens met
hersenen die niet meer werken is hersendood en ook dat aanzien we niet als een
mens, ook al weten we niet goed hoe we ermee moeten omgaan.
Ons bewustzijn heeft te maken met de
activiteit van onze hersenen in ons lichaam, maar ook dat is geen afdoende
verklaring, want die activiteit speelt zich grotendeels onbewust af, wij hebben
er geen vat op, wij kunnen onze hersenen niet doen werken zoals onze armen en
benen of onze ogen. We beseffen dat het te maken heeft met denken, met
gedachten, maar ook met emoties, gevoelens, maar wat dat precies is, dat weten
we niet.
Wat is een gedachte? Is dat iets dat bestaat,
tastbaar is, iets dat kan vastgesteld worden met een apparaat? Zijn de elektromagnetische
golven die men ziet dan ook de gedachte? Kunnen we met een hersenscanner
iemands gedachten lezen? Het is allemaal heel onduidelijk.
Wat we wel zeker weten is dat ons
bewustzijn verbonden is met ons lichaam. Het is mijn bewustzijn, het behoort
bij deze persoon, deze mens. Het kan niet plots overgaan naar een andere. Twee
personen kunnen niet samen één bewustzijn hebben, al zijn er vreemde toestanden
met eeneiige tweelingen. Een persoon kan niet twee ‘bewustzijns’ hebben, het
meervoud bestaat niet eens, al zijn er vreemde toestanden met meervoudige
persoonlijkheden. Mijn bewustzijn beperkt zich tot mijn eigen lichaam, ik kan
de gedachten van iemand anders niet lezen zoals ik mijn gedachten heb, ik kan
zijn lichaam niet voelen in al zijn aspecten zoals ik het mijne voel. Er is dus
een grens aan mijn bewustzijn en die valt samen met mijn lichaamsgrenzen.
Maar dan ook weer niet, want met mijn
lichaam treed ik in contact met de wereld. Ik ben mij niet alleen bewust van
mijn innerlijk lichaam, maar vooral van de wereld om mij heen, mijn lichaam én
mijn bewustzijn reageren op mijn omgeving. Die omgeving staat in nauw contact
met mij. Wij zijn totaal van onze materiële omgeving afhankelijk, anders gaan
we dood. We ademen de lucht om ons heen in en uit; als die lucht te vervuild is
of te dun, dan overleven we dat uiteindelijk niet. We eten en drinken onze
omgeving, we gebruiken, vervuilen, recycleren ze. Ons lichaam bestaat volledig uit
elementen die we uit onze omgeving halen.
Ik noem het mijn lichaam, maar ik zou beter
zeggen: ons lichaam, want het is bevolkt met miljarden andere levende wezen,
bacteriën, virussen en talloze minuscule organismen. Sommige daarvan hebben we
nodig, bijvoorbeeld voor de spijsvertering. Andere dulden we, zoals alles wat
zich op onze huid en in ons haar bevindt. Andere bestrijden we, zo goed en zo
kwaad als het gaat, want sommige zijn onze vijanden en kunnen ons doden: aids,
kanker en al die andere belagers. Zijn al die vreemde gasten ook ik? Ben ik
hen?
Wij leven in onze omgeving, we zijn een
deel ervan, wij zijn onze omgeving. De atomen waaruit wij zijn samengesteld
zijn identiek met die van de wereld om ons heen, de cellen waaruit we bestaan
zijn identiek met die van alle andere levende wezens.
Het gaat nog veel verder. Wij zijn niet
alleen materieel een deel van onze omgeving, maar ook economisch en sociaal.
Onze wereld is een zeer complex samenspel van dode materie en van werkelijk
ontelbare soorten levende organismen. Die kwetsbare samenhang is noodzakelijk
voor ons voortbestaan. We leven en werken samen met andere mensen en met andere
levende organismen, dieren en planten en bacteriën en al. We zijn helemaal op
elkaar en op onze wereld aangewezen. Ook emotioneel kunnen we niet zonder
elkaar, zonder onze huisdieren, ons vee, de fauna en de flora.
Op een zeer intense manier zijn we met onze
medemens verbonden in de voortplanting. We verenigen onze genetische eigenheid
met die van een ander individu door de helft van ons DNA samen te koppelen aan de
helft van dat van onze partner en daaruit ontstaat een nieuw levend wezen, dat
op een unieke manier die twee combineert. In dat seksueel contact voegen we onze
lichaamsvochten samen, iets dat we anders nooit doen: eens die ons lichaam
verlaten hebben, ons speeksel, oorsmeer, snot, braaksel, sperma, uitwerpselen,
bloed… hebben we zelfs een afkeer van de producten van ons eigen lichaam. Bij
seks dringen we in elkaar binnen langs alle mogelijke wegen en gaan met elkaars
lichaam om alsof het ons eigen is, we worden één vlees.
We beginnen ons leven dus als twee onooglijke
stukjes van andere mensen. Dan begint onze eigenheid. Maar zeker in die eerste
periode zijn we volledig afhankelijk van onze omgeving en van andere mensen, in
de eerste plaats de moeder. Wat is de eigenheid van een embryo? In hoeverre is
het een deel van het moederlichaam en in hoeverre is het zelfstandig? De
katholieke kerk zegt dat bij de conceptie, dus bij de bevruchting van de eicel,
God een onsterfelijke ziel instort in de vereniging van die twee cellen. Maar
wij weten niet wat daarmee bedoeld is: wie of wat is God? Een ziel? Instorten?
Wat gebeurt er precies? Hoe weten we dat? Is dat aanwijsbaar? Betekent dat
iets?
Wanneer begint het individuele bewustzijn
van een embryo? Wij weten het niet. Hebben planten en dieren een bewustzijn?
Wij weten het niet!
Het is wel evident dat er vanaf de geboorte
een individu is, dat kan je gewoon zien: er is een nieuwe, afzonderlijke mens.
Maar het is een zeer afhankelijke mens die slechts kan overleven met de grootst
mogelijke zorgen, bijvoorbeeld de voeding door het lichaamsvocht van de moeder
bij het zogen. Wat betekent het zelfbewustzijn van een zuigeling?
En dan begint het hele complexe proces van
het opgroeien tot zelfstandigheid. Het bewustzijn van een kind groeit elke dag,
elk uur, elke minuut. Het begint niet als een onbeschreven blad, zoals men
vroeger dacht. Nee, er zijn patronen die genetisch vastgelegd zijn. Zoals een
vogel geen instructies nodig heeft van zijn ouders, geen geschreven handleiding
of een voorbeeld voor ogen om zijn nest te bouwen, zo zijn er in de mens systemen
ingebouwd, te beginnen met de ademhaling, de zuigreflex enzovoort. In een
moeilijk te begrijpen samenspel van opvoeding en geschiktheid ontwikkelt het
kind zich tot een mens die kan overleven in zijn omgeving.
Vanaf wanneer spreken we van een volledig en
zelfstandig bewustzijn? Er zijn vele stappen: de kleuterschool, het lager
onderwijs, het secundair, de initiatieriten; vanaf 16 krijg je bepaalde rechten,
vanaf 18 nog andere, vroeger was dat 21. Dan ben je volwassen, maar als je nog
thuis woont en economisch afhankelijk bent van je ouders en omgeving, hoe
zelfstandig ben je dan? Hoe vaak zeggen we niet dat mensen pas volwassen worden
als ze gaan werken en geld verdienen, als ze een partner en eventueel kinderen
hebben? En hoe zelfstandig zijn ze dan, verbonden als ze op hun beurt zijn met hun
gezinsleden?
Alles wijst erop dat het ik vele aspecten
heeft, op veel manieren kan omschreven worden en dat die elkaar niet volledig
dekken. Dat geeft aanleiding tot problemen die geen eenvoudige oplossing
hebben. Iemand die een misdaad begaat moet gestraft worden. Maar er zijn
omstandigheden waarin we aarzelen. Wie een passionele moord begaat, gaat soms
vrijuit of krijgt opschorting van straf. Wie niet toerekeningsvatbaar is, wordt
niet gestraft maar geïnterneerd, als een beschermende maatregel, tegenover de
maatschappij en tegenover dat individu. We doen iets met zijn lichaam,
opsluiten, behandelen, omwille van iets dat zijn lichaam heeft gedaan, zonder
dat zijn bewustzijn daarvoor verantwoordelijk was.
We maken dus soms een onderscheid tussen het
lichaam en het bewustzijn en dat is zeer vreemd, want hoe kan het ene bestaan
zonder het andere? Is er dan geen identiteit tussen de twee?
Een dood lichaam is geen mens, maar toch
gaan we uiterst respectvol om met onze lijken, dat is een vast element in elke
beschaving. We gooien onze lijken niet op het stort en stoppen ze niet in
vuilniszakken (tenzij bij een misdaad). En toch heeft een dode mens geen
bewustzijn meer.
Een mens kan zich het ene moment laten
lijden door emoties, dan weer door primaire aandriften, dan weer door
zorgvuldig en logisch overleg. Soms doet een mens verbazingwekkende dingen,
goede en kwade. Soms hebben mensen echt twee gezichten, Jekyll en Hyde, denk
aan psychopathische moordenaars: ze leiden een ogenschijnlijk normaal leven,
maar ’s nachts gaan ze op moordtocht, soms jaren lang.
Men spreekt van een gespleten
persoonlijkheid, maar wat is dat precies? Twee ‘bewustzijns’ in één persoon? En
wie is dan de schuldige, wie moeten we straffen?
Dit zijn slechts enkele van de overwegingen
die bij mij opkwamen bij het lezen van dit boek van Dennett. Hij stelt veel
vragen en haalt veel gevestigde opvattingen neer en hij doet dat op een
overtuigende manier. Hij doet ons nadenken en inzien dat het allemaal niet zo
simpel is als wij dachten of als men ons wil doen geloven. Zijn belangrijkste
bijdrage tot de discussie lijkt me het sloopwerk. Wat hij in de plaats
aanbiedt, is veel minder duidelijk of evident. Je kan aan het einde van het
boek niet opgelucht ademhalen en zeggen: nu weet ik wat het bewustzijn is! Je
weet veeleer wat het niet is… Vandaar dat hijzelf en anderen na hem wel eens
zeggen dat de titel van zijn boek zou moeten zijn: Consciousness explained away, wat we benaderend kunnen vertalen
als: het bewustzijn weg verklaard.
Want wat blijft er over van het
traditionele beeld dat wij hebben van het bewustzijn? Is het niet meer dan een
indruk die wij hebben, een zinsbegoocheling? Een gemakkelijkheidsoplossing, een
doen alsof er zoiets is als een zelfbewustzijn, een manier van zeggen? Het
lijkt wel op die jonge vrijzinnige filosoof die stelde dat er geen God is, maar
dat we moeten leven alsof er wel een is. Onzin, toch?
Ook de vergelijking met de software op een
computer gaat mank. Ons bewustzijn is geen software die op onze hersenen
draait, maar hoogstens ‘als’ een software, het blijft een vergelijking, want
software is wel degelijk iets dat gemaakt is, dat materieel bestaat uit geschreven
opdrachten, door andere mensen gemaakt. Dat is ons bewustzijn nadrukkelijk
niet: het is wel degelijk onze identiteit, geen geleende of gekochte. Het is
niet de instructies, maar het uitvoeren ervan.
Wat is trouwens de ‘virtuele’ realiteit van
het bewustzijn in Dennetts visie? We hebben de ziel verworpen als een theologisch
verzinsel, iets dat niet bestaat, een begrip dat nergens op slaat en nergens
toe dient. We verwerpen elke metafysische realiteit: er is niets dat niet
fysisch is. Maar wat betekent ‘virtueel’ bestaan? Is dat niet slechts een
andere naam voor een theologische of filosofische, metafysische manier van
bestaan en dus even onzinnig, nutteloos en misleidend?
Dennett zelf zegt ergens terloops dat er
geen duidelijk antwoord is op de vraag wat een gedachte is. Het kan niet anders
dan dat er dan ook (nog?) geen duidelijk antwoord is op de vraag naar het
bewustzijn. Ik ben het met hem eens als hij zegt dat er geen materieel
aanwijsbaar ‘ik’ is ergens in onze hersenen. Maar wat is dan dat niet-materiële?
Je kan zeggen dat er niets bestaat dat niet materieel is, maar we ‘hebben’
zeker gedachten, ze bestaan op een of andere manier, het is geen fictie, maar
ze bestaan ook niet materieel zoals een steen, een koe of een computer.
Wat is dan een gedachte? Het is een
activiteit van of in onze hersenen, maar is die fysieke activiteit alles wat de
gedachte is? Wat wij bedoelen met een gedachte is niet die fysieke activiteit
van onze hersencellen, maar het verstaan, de inhoud als het ware van die gedachte,
de betekenis die het heeft voor een persoon, het uitspreken ervan of het ermee
rekening houden bij het handelen.
Ik kan het boek enkel aanraden aan mensen
die naast enige filosofische voorkennis ook een aanzienlijk intellectueel uithoudingsvermogen
hebben. Ikzelf zal op zoek gaan naar een ander boek over het bewustzijn, een
dat minder aandacht geeft aan de traditionele opvattingen of de theorieën van andere
wetenschappers en filosofen, maar dat veeleer een eigen visie ontwikkelt. Ik
besef dat zoiets niet eenvoudig is, maar naast de historisch-kritische en
analytische methode die Dennett hier zo briljant en zelfs met succes hanteert, moet
er toch ook een andere zijn, die wel voortbouwt op de veelheid van opvattingen
over het bewustzijn, inclusief die van Dennett, zonder enige twijfel, maar die
meer gericht is op een (voorlopige) synthese en een grotere onmiddellijke verstaanbaarheid,
ook voor een publiek van belangstellende leken in het vak. In vergelijking met
zijn andere boeken is Consciousness
Explained op dat punt zeker het minst geslaagd te noemen.
Sommige filosofen en wetenschappers stellen
dat de mens zijn eigen denken nooit zal begrijpen: het denken is niet gemaakt
om over het denken te denken, zoals een hamer niet gemaakt is om zichzelf te
slaan. Dat lijkt een mogelijkheid, maar voor we daartoe besluiten zou ik er
toch voor pleiten om nog even verder op zoek te gaan. Het zelfverstaan is voor
de mens de meest fascinerende opdracht. We voelen aan dat het ultieme resultaat ervan van ongemeen belang is voor ons, als individu en als samenleving. Sinds de mens
homo sapiens is, hebben we niet opgehouden ons daarover vragen te stellen en
het ziet er niet naar uit dat we daar ooit zullen mee ophouden. Goed zo.