
Het thema van het kwaad is hier al menig maal ter sprake gekomen. Ik had het over de etymologie van het woord in deze bijdrage:
https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=223
Ondertussen heb ik me inderdaad de drie eerste delen aangeschaft van het Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, al zijn die schabouwelijk duur. Ik kan je dus meegeven wat ik daarin gevonden heb, maar het is niet vet... ‘Kwaad' komt al voor in teksten van rond 1175, onder meer in een Latijnse tekst: emerunt quade terram, ze kochten een kwaad stuk grond. Het is een Germaanse stam, die wijst op vuilnis, drek, zo is er ‘verkins quaet' en ‘peerdesquade'. Aan de betekenis moeten we dus niet twijfelen.
Ook in een volgend artikel sprak ik over de namen voor het kwaad, klik daarover hier: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=224. Een van de synoniemen is ‘euvel', in het Engels evil en dat is de titel van het boek dat ik net uit heb. De auteur is de Amerikaan Lance Morrow, sinds de jaren zestig redacteur van Time, een man die de hele wereld heeft gezien en die al wat naam heeft met de voornaam aanspreekt. Evil. An Investigation, viii + 276 pp., Basic Books, 2003, € 12 (paperback), € 23 (hardcover), ik kocht de hardcover In 't Profijtelijk Boeksken in Leuven voor €10. Een Nederlandse vertaling heb ik nergens gevonden.
Het is een zeer verscheiden werk. Je merkt natuurlijk onmiddellijk en overal de journalist, de directe en uitdagende stijl, maar ook de name dropping: hij laat graag blijken wie met wie hij allemaal omgaat, al is het waarschijnlijk niet zijn zeer persoonlijke verdienste dat hij op een conferentie dicht in de buurt van Nelson Mandela zit, hij is nu eenmaal een belangrijk journalist van een wereldtijdschrift. Je krijgt dus veel anekdotisch materiaal, maar dat is hier niet misplaatst: je kan over het kwaad schrijven zonder het ooit van dichtbij gezien te hebben, zoals ik, maar het is heel wat anders als je oog in oog zit met Karadzic, Milosevitch of hun kleinere beulen. De auteur probeert echter de verhalen, hoe schrijnend of verbluffend ze ook zijn, te overstijgen en gaat op zoek naar Het Kwaad, de grond van de verschillende vormen die het kan aannemen en aangenomen heeft in de geschiedenis en het meer recente verleden. En hij heeft heus wel zijn huiswerk gemaakt, hij kent zijn klassieken. Anderzijds moeten we toegeven dat Morrow misschien wel een ervaren en zelfs wijs man is, maar het is geen filosoof. Hij slaagt er niet in (indien dat zijn bedoeling is geweest) om een samenhangend betoog op te bouwen over het kwaad, een theoretische basis voor zijn uitspraken over de vele en onvermijdelijke vormen van het kwaad die hij in de wereld ziet, een verklaring misschien waarom de mens kiest voor het kwade, een kompas bij het beoordelen van 's mensen daden of passiviteit, een antwoord op de vraag naar schuld en persoonlijke verantwoordelijkheid. Vrijwel telkens wanneer hij zich op dat niveau begeeft, schakelt hij over naar al dan niet retorische vragen, die misschien wel aangeven in welke richting we antwoorden kunnen zoeken, of wat zijn persoonlijke opinie is, maar die ons niet echt vooruit helpen als we er zelf willen over nadenken.
Het is natuurlijk ook geen gemakkelijk thema. Persoonlijk heb ik voor die indringende en belangrijke problematiek onrechtstreeks veel gehad aan de boeken van Antonio Damasio (kijk in het lijstje hiernaast voor de besprekingen), vooral waar hij het heeft over de rol van de emoties in het bewustzijn.
Als we op zoek gaan naar de grond van alle kwaad, dan moeten we die hopen te vinden in de fundamentele structuren van onze wereld: materie, energie, de reactie van de elementen op elkaar, het ontstaan van de wereld en de evolutie tot wat hij nu is, de lagere levensvormen, de planten, de dieren, de mens, de samenleving zoals ze zich ontwikkeld heeft.
Men spreekt over natuurlijk kwaad en verwijst dan naar de klassieke vulkaanuitbarstingen, tsunami's en andere orkanen: het zijn dingen die nu eenmaal gebeuren en waarvoor niemand schuld treft, die tijd zijn we wel voorbij, enkel heel ‘speciale' gelovigen menen nog dat zoiets moet gezien worden als een straf, de terechte toorn van de goden. Maar als we er dieper over nadenken, zijn het niet zozeer de natuurverschijnselen die een kwaad zijn, maar hun gevolgen voor de mens; een aardbeving die in volle zee gebeurt en die slechts een geringe weerslag heeft op de menselijke samenleving, krijgt nauwelijks enige vermelding in het nieuws. Maar als vele duizenden mensen zich zijn gaan vestigen op de flanken van een bekende actieve vulkaan, mogen we dan nog van natuurlijk kwaad spreken? Het is maar omdat de mens het gevaar opgezocht heeft, risico's heeft genomen dat hij zich blootstelt aan het ‘natuurlijk kwaad'. Wie zich vestigt in een overstromingsgebied krijgt bij ons van de verzekering zelfs geen vergoeding voor zijn schade. Het is een schrijnend maar onweerlegbaar gegeven dat de allerarmsten zich vrijwel voorspelbaar blijken te bevinden in het pad van orkanen en seizoensoverstromingen. Maar kan men de schuld daarvoor bij de natuur leggen? In onze moderne wereld heeft de mens de natuur zo naar zijn hand gezet, dat men nog maar nauwelijks kan spreken over natuurlijk kwaad, tenzij op een zeer fundamenteel niveau: het is eigen aan onze natuur van ouder te worden, af te takelen en uiteindelijk te sterven. Maar ook daarvoor is niemand verantwoordelijk en kunnen we niet van schuld spreken, dus ook niet van kwaad.
De leeuw doodt zijn prooi en verscheurt die en ook dat is de natuur; de leeuw haat zijn prooi niet, hij verlustigt zich niet in het berokkenen van pijn, in het doden, het is zijn manier om in leven te blijven, als hij dat niet doet, komt hij om, sterft hij uit. De leeuw heeft geen gevoelens, hij is zich niet bewust van zijn emoties, hij beleeft ze, hij heeft ze nodig om te overleven: ze geven hem zijn gevoel van honger, van voldaanheid als hij genoeg gegeten heeft, ze zetten hem aan tot seks om zich voort te planten &c maar hij staat er niet bij stil, hij heeft er geen weet van dat hij de koning der dieren is of een bedreigde diersoort. De mens is een stap verder gegaan in de evolutie: hij heeft vrijwel al de zelfde emoties, maar hij wéét dat hij die heeft, hij is zich bewust van zijn gevoelens, of toch van heel veel ervan. En daar begint het. Ce qui distingue l'homme des autres bêtes, c'est qu'il mange sans faim, boit sans soif et qu'il fait l'amour en tout temps (Beaumarchais, Le Marriage de Figaro). De mens voldoet niet alleen aan zijn natuurlijke behoeften, hij is in staat om daarin te overdrijven. De lijst van de mogelijkheden is uitgebreid, lees eens na wat ik daarover zei in mijn uitleg over de deugden en de hoofdzonden die daaraan beantwoorden, klik hier: https://blog.seniorennet.be/kareldhuyvetters/archief.php?ID=416.
Je moet genoeg drinken, anders ga je dood, maar kijk eens wat wij daarvan gemaakt hebben... En zo kan je elk van onze emoties bekijken, elke menselijke mogelijkheid tot ‘genieten': er is een ‘natuurlijke' manier om die te bevredigen en er is een andere, laten we die maar gerust een pervers genoegen noemen. Daar begint het kwaad, als we het bekijken vanuit de mens als actieve speler, als ‘dader': in het misbruik dat we maken van onze emoties, in het tegennatuurlijk handelen. Dat is de subjectieve kant van het kwaad in de mens, het is het kwaad dat we onszelf aandoen.
Helaas zijn wij niet het enige slachtoffer van onze perversies. De mens is niet alleen op de wereld. Echte alcoholiekers drinken alleen, zegt men, maar er is ook social drinking en daarna rijden onder invloed en dat is waar de slachtoffers vallen, om nog te zwijgen van de familieleden en de omgeving van die mensen. Dan zijn we bij de objectieve kant van het kwaad: het leed dat we anderen berokkenen. En daarmee hebben we ook ontdekt dat we enkel echt van kwaad, evil kunnen spreken als het over mensen gaat. Er is niet zoiets als Het Kwaad, de Kwade, Satan, net zomin als er Het Goede of een Algoede God is.
De fundamentele natuurlijke gegevens zijn goed noch slecht: geboren worden, leven, sterven zijn neutraal, het is maar als wij er een invloed op uitoefenen dat ze een kwalificatie krijgen: een ongewenste zwangerschap, abortus provocatus, een ellendig leven, een te vroege dood. Als wij bij een zachte dood na een vol leven toch door verdriet getroffen zijn, dan ervaren we dat niet als een echt kwaad, echt lijden. Daarvoor heb je enerzijds een dader nodig, een mens die zich te buiten gaat aan het excessief of oneigenlijk bevredigen van zijn emoties, en anderzijds een slachtoffer, een medemens die leed berokkend wordt, die te lijden heeft onder het kwaad van een andere mens, die negatieve emoties moet verwerken onder invloed van de daden van zijn medemens.
De moderne mens is nog nauwelijks bezig met de essentie van zijn primaire behoeften van overleven en zich voortplanten, zoals de leeuw; wij, dat zijn de mensen in de ‘eerste' wereld, zijn vooral bezig met de manier waarop dat gebeurt, met de bijzaken dus, de verpakking; niet met het stillen van onze honger, maar met eten. Daarvoor moet alles wijken: de materie (steenkool, petroleum), de energie (kernenergie, hernieuwbare), levende materie (planten, bomen), levende organismen (dieren, bacteriën) en ja, ook de medemens. Wij gebruiken de wereld voor het bevredigen, niet van onze behoeften, maar van onze emoties, die de eigenlijk maar de signalen zijn van die behoeften. Seksuele opwinding is wat ons aanzet om ons voort te planten, maar porno is de bevrediging van die opwinding, niet van de voortplantingsdrang. Zin in eten maakt dat we niet doodgaan van de honger, maar een maaltijd in een driesterrenrestaurant heeft niets meer te maken met het stillen van de honger, met in leven blijven, maar alles met het verfijnd stimuleren van onze smaakpapillen, die eigenlijk dienen om voedsel van vergif te kunnen onderscheiden; in sommige (slechte!) restaurants krijg je zo weinig op je bord dat de klanten nadien een frituur binnenvluchten.
Est modus in rebus, er zijn gradaties, in het kwaad en het lijden en in het genot. Een bescheiden drinker, een genieter, zeg maar, doet allicht daarmee zichzelf noch anderen echt kwaad: zijn genot is matig, er is wellicht ook niemand anders die eronder lijdt. Hoe meer men overdrijft in de wellust, hoe groter het gevaar dat men zichzelf ten gronde richt en helaas, helaas, driewerf helaas, hoe meer kans er ook is dat men anderen daarin betrekt. Iemand die er plezier in heeft om anderen tussen de lijnen te zien lopen kan scheidsrechter worden bij het voetbal, maar hij kan ook ontaarden in een kleine dictator op kantoor, of eindigen als Pol Pot.
Er zijn talloze manieren waarop we het kwaad en het lijden afmeten, en de meeste hebben te maken met de objectieve kant: het leed dat we anderen aandoen; hoe onschuldiger het slachtoffer (een toevallige voorbijganger of een aartsvijand), hoe kwetsbaarder (een kind), hoe waardevoller (Gandhi, Kennedy, Martin Luther King), hoe erger; er is ook een verschil tussen een steen (tenzij het de neus van de Madonna is op de Pietà van Michelangelo), een plant (tenzij het iemands kostbare orchidee is, of een eeuwenoude eik), een dier (we eten wel varken en koe, maar geen hond of kat, of rat); ook verwantschap speelt een rol (incest is verboden, je eigen kinderen ombrengen, of je partner of je ouders of je broers is ‘erger' dan een wildvreemde). Ook de aantallen spelen een rol: seriemoordenaars, de genocide van de Joden, Armeniërs, Cambodja, Rwanda..., het vergiftigen van de melk van honderdduizenden Chinese kinderen.
Er kunnen ook bezwarende omstandigheden zijn aan de kant van de dader: voorbedachtheid, recidive of hervallen in de boosheid, misbruik van vertrouwen &c.
Zo komen we bij de vraag of er iets aan te doen is: kunnen we ooit tot een wereld komen waarin er geen enkel kwaad meer is? Wel... we doen ons best, toch? Kijk eens naar de inspanningen die we doen om ziekten te bestrijden, het is werkelijk fenomenaal wat we allemaal kunnen en de resultaten zijn spectaculair, ook op wereldschaal, we leven twee keer zo lang als vroeger. Ook voor de voedselvoorziening is dat zo en voor nog heel wat andere domeinen van ons leven en samenleven. We proberen ook onze natuurlijke omgeving in bedwang te houden: in Nederland heeft men zelfs de zee getemd, na de Grote Overstroming; op vele plaatsten heeft men nu tsunami-alarmsystemen, de meteorologische diensten voorspellen orkanen en overstromingen, zelfs aardbevingen en vulkaanuitbarstingen. Dat voor het natuurlijk kwaad; maar niemand durft zelfs maar te dromen van een wereld waarin er niets verkeerd gaat, waar alle ziekten zouden verdwenen zijn, waar iedereen honderd (duizend?) jaar oud wordt... Er gaat nog altijd meer verkeerd dan goed, slechts een klein deel van de wereldbevolking geniet van de beste voorzieningen.
En dan het morele kwaad: zelfs in de meest beschaafde landen en tot op de hoogste niveaus wordt gemoord en verkracht en gestolen en bedrogen, we hebben soms zelfs veeleer de indruk dat het erger wordt dan beter. Geen godsdienst, filosofie, politieke partij, geen profeet of dictator is in staat om ‘de mens' blijvend grondig te veranderen, wij luisteren nog steeds grotendeels naar de emoties uit het stenen tijdperk, ook al bevinden we ons in een ruimtestation of het hoofdkwartier van de Verenigde Naties of in het Vaticaan.
Laten we besluiten, het is laat geworden. Satan bestaat niet, Het Kwaad, Evil bestaat niet. Kwaad is een zeer concreet werkwoord met een acuut lijdend voorwerp, kwaad is wat mensen, alle mensen elkaar aandoen. Zij doen dat om hun natuurlijke emoties buitenmate te bevredigen, met uiteindelijk negatieve gevolgen voor hun eigen welzijn en met negatieve gevolgen voor (de emoties van) hun medemens.