ik en de anderen
Totalitaire systemen, zoals het Nazisme, het Stalinisme
enzovoort, hebben nood aan vijanden. Daartoe sluiten zij bepaalde groepen uit
van de gemeenschap, zoals de Nazi’s deden met de joden, zigeuners,
homoseksuelen en personen met een beperking. Zij waren plots geen burgers meer,
konden geen functies meer opnemen in de maatschappij, hadden geen bezittingen
meer, geen rechten, zelfs niet op het bestaan zelf. Voor hen gold enkel nog een
Endlösung, een drastische,
definitieve uitroeiing.
Wij beginnen pas nu te beseffen hoe die totalitaire mentaliteit onze samenleving doordrongen heeft en aanwezig blijft tot op de dag van vandaag. Wie zoals ik opgevoed is in de katholieke kerk in de tweede helft van de twintigste eeuw, slaagt er maar met veel moeite in om in te zien dat hetzelfde totalitaire principe ook daar actief was en is. Op alle mogelijke manieren werd ons ingeprent dat wij de enige goede mensen waren, en alle anderen slecht: protestanten en alle andere heidenen, liberalen, socialisten, kleurlingen, ongelovigen, ‘gebrekkigen’, zondaars allerhande… Wij moesten ons afzetten tegen al die boosaardige wezens, ons inspannen om toch nooit te worden zoals zij, en dus zoveel mogelijk alle contact met hen schuwen. We mochten alleen met onze soortgenoten omgang hebben, van de wieg tot het graf. Een opvoeding binnen het katholieke onderwijs dus, katholieke jeugdbeweging, katholieke boeken lezen uit katholieke bibliotheken, goedgekeurd door de katholieke boekencensuur, enkel naar filmen gaan die door de katholieke filmliga en Jos Burvenich S.J. waren toegelaten, elke (zon)dag naar de mis, trouwen met een katholiek enzovoort enzovoort.
Door alle contact met andersdenkenden streng te verbieden en
hen te diaboliseren, maakte men van ons ergerlijk onverdraagzame mensen. Alle
katholieken waren eender en anders dan alle anderen. Alleen de katholieken
waren goed, al de anderen waren baarlijke duivels. Dat is het kenmerk van elk
totalitair systeem. Ook vandaag nog is de katholieke kerk gekenmerkt door dat
systeem van enerzijds globale uitsluiting en anderzijds absolute en kritiekloze
zelfverheerlijking. Er is geen plaats voor afwijkende opvattingen binnen de
kerk, en geen sprake van verdraagzaamheid tegenover andersdenkenden.
Nochtans is het duidelijk dat die houding niet alleen onduldbaar maar ook totaal onhoudbaar is, zo ze ooit al echt gerealiseerd is. Wij leven nu met zeven miljard mensen samen en het is onmogelijk dat die allemaal eender zijn op alle gebied. De katholieke kerk telt meer dan een miljard ‘gelovigen’ en het is ondenkbaar dat die allemaal hetzelfde zouden geloven. Verscheidenheid is overal aanwezig en wij kunnen niet anders dan samen leven en werken met mensen die op alle mogelijke manieren verschillen van elkaar. Steeds meer mensen keren zich af van instellingen die proberen hen onder één noemer te brengen en hun gedrag en denken te dicteren. Wij hebben ingezien dat alle pogingen om een totalitair systeem op te leggen gedoemd zijn om te mislukken, doch niet zonder eerst miljoenen slachtoffers gemaakt te hebben. Dat is zo voor politieke systemen, maar ook voor ideologieën, waartoe ook godsdiensten en sekten moeten gerekend worden. De mensen leren meer en meer dat zij van niemand lessen te leren hebben, zeker niet van organisaties die zich schuldig gemaakt hebben aan de meest verschrikkelijke wandaden en die zich ondertussen onmetelijk verrijkt hebben op de rug van de werkende mens. Zogenaamd religieuze organisaties als de katholieke kerk en de islam zijn in feite nog gevaarlijker dan politieke systemen, omdat zij volledig ondoorzichtig zijn en ontsnappen aan elke democratische controle. Niemand weet hoeveel zij bezitten, zij betalen geen belastingen, integendeel, zij genieten belastingsvoordelen die niemand anders krijgt; zij zijn niemand verantwoording verschuldigd en ontsnappen zelfs aan gerechtelijk onderzoek. Het is echter hun verdoken maar zeer reële invloed op het denken en voelen van de mensen, vooral jongeren tijdens hun opvoeding, die religieuze organisaties zo gevaarlijk maakt. Bijna ongemerkt ‘vormen’ zij uniforme en onverdraagzame mensen, precies wat we niet nodig hebben in onze grootschalige samenleving. De gewelddadige conflicten die wij overal zien, blijken altijd weer gebaseerd op een opgelegde en georganiseerde onverdraagzaamheid, niet zelden van religieuze aard, dat wil zeggen zonder enige reële grond. Politieke, raciale, economische en andere conflicten, daar kunnen we mee om, zij het met moeite. Religieuze en ideologische conflicten worden met de wapens uitgevochten, eeuw na eeuw na eeuw.
Godsdienst is gebaseerd op macht. Er is altijd een
priesterkaste die zich beroept op God om aan de gewone gelovigen te zeggen hoe
het moet, terwijl ze zichzelf verrijkt. Die macht is niet van religieuze of
zelfs morele aard, het is economische en politieke macht: een kerk die arm en
machteloos is, heft zichzelf binnen de kortste keren op, omdat niemand er ook
maar enige aandacht aan besteedt. Men aanvaardt enkel bevelen van wie werkelijk
machtiger is. Vroeger kon de kerk nog dreigen met God, maar dat lijkt wel
voorbij: niemand gelooft nog dat er een God is die optreedt in de wereld, die
de goeden beloont en de kwaden bestraft. De katholieke kerk heeft als
machtscentrum afgedaan in de beschaafde wereld; enkel in achtergebleven
gebieden leeft ze voort zoals hier honderd jaar geleden. De islam is zo te zien
nog altijd het machtsapparaat van meer dan duizend jaar geleden.
Het is één zaak om de godsdiensten als totalitaire systemen te ontmaskeren; daarmee heeft men ze hun macht nog niet ontnomen. Maar zelfs als we daarin op termijn slagen, blijft de vraag vervolgens: hoe organiseren wij onze samenleving? We moeten er immers over waken dat we de ene dictatuur niet door een andere vervangen.
Wij zullen er nooit in slagen om vreedzaam met elkaar samen te leven zolang we niet aanvaarden dat we verschillend mogen zijn, zolang we eisen dat de anderen zijn zoals wij, zolang wij onze ideeën aan anderen opdringen, zolang wij daarbij geweld gebruiken: militair, economisch, religieus, ideologisch, commercieel, publicitair, maar altijd geweld.
Je kan alleen maar praten met iemand wanneer je die als gelijke benadert, zonder een zwaard in je hand.


















