Register

Een register is voor de meeste mensen een schrift of een boek waarin men zaken bijhoudt. Het is niet echt een boek in de gebruikelijke betekenis van het woord, omdat er in een nieuw register niets geschreven of gedrukt is, hoogstens een aantal meestal lichtblauwe en rode lijnen die de kolommen en de regels aangeven waarbinnen de gegevens met de hand worden geschreven. Vroeger hadden de bedrijven een kasregister met daarin de inkomsten en uitgaven, in aparte kolommen. Een ander bekend voorbeeld is het bevolkingsregister, met daarin de namen van de personen die in een gemeente of stad of land wonen. Dat hoeft geen echt boek meer te zijn, de gegevens kunnen ook opgeslagen zijn in het geheugen van een computer of op een of andere elektronische drager zoals een cd-rom of een geheugenstick. In het geval van ‘bevolkingsregister’ verwijst de benaming ‘register’ niet meer naar het boek, de drager, maar naar de inhoud.
Voor de etymologie, de afkomst van ons woord moet je weeral niet bij Van Dale te rade gaan, die verwijst naar het Latijnse woord registrum en een eerste verschijningsdatum van het Nederlandse woord in 1397, maar daarmee zit hij nauwelijks halverwege de geschiedenis. We moeten helemaal terug tot de tijd van de Romeinen. Regero is een werkwoord en het betekent ik noteer, ik schrijf op of over. Het is een samenstelling van gero, ik draag en het voorvoegsel re-, letterlijk ik draag terug; het verwijst naar overdragen van een gegeven naar een lijst. Het verleden deelwoord is regestum en dat is de basis voor een verdere vervorming in het Middeleeuws Latijn: registrum. Van daar is het in zowat alle Europese talen overgenomen.
Maar ons woord heeft meer dan één betekenis. Zo is er de uitdrukking ‘alle registers opentrekken’. Die hebben we uit de wereld van het orgelspel. Oorspronkelijk verwijst het naar het overzicht van de bedieningsknoppen voor de verschillende klankkleuren en groepen van toonhoogtes die een orgel heeft. Op een groot orgel is dat een zeer indrukwekkende rij knoppen boven en naast de klavieren, bij de uitvoering van complexe orgelwerken is er naast de organist een afzonderlijke muzikant nodig die de registers bedient.
Bij uitbreiding is één register de verzameling van de orgelpijpen van opeenvolgende tonen binnen één bepaalde klankkleur of toonhoogte, bijvoorbeeld de twaalfvoet, of de neuzelaar en bijgevolg de specifieke klank die daardoor wordt voortgebracht. De organist bedient de verschillende registers door aan een knop te trekken, zodat de lucht van de blaasbalg naar een welbepaalde rij orgelpijpen gaat. Als je alle registers opentrekt, speel je met al de verschillende series pijpen tegelijk en dat geeft niet alleen een zeer rijke, complexe klank, maar het maakt ook veel lawaai, zoals in een orkest met alle (tutti) instrumenten voor een majestueuze finale.
Van daar is de benaming ‘register’ overgedragen naar andere muziekinstrumenten en zelfs naar de menselijke stem: je kan spelen of zingen in een hoger of lager register. In het taalgebruik is er bijvoorbeeld het vertrouwelijk register of het meer formele.
Een andere afleiding van het in- en uitschuiven van de bedieningsknoppen van het orgel vinden we in de benaming ‘register’ voor de lade of schuif van schouwen, roosters en ovens.
Ook in de drukkunst vinden we ons woord terug. Boeken drukt men op grote vellen, signaturen genaamd, die men dan vouwt tot er op elke bladzijde ook één bladzijde afgedrukt staat. Op elk van de katernen die zo ontstaan vind je onderaan een aanduiding die verwijst naar het boek in kwestie en de volgorde van de katernen, zodat er geen vergissingen gebeuren bij het inbinden. De lijst van die verwijzingen noemt men het register. Die naam is bijna vanzelfsprekend overgenomen voor de inhoudsopgave, de lijst van de hoofdstukken en paragrafen die men vooraan of achteraan in het boek afdrukt.
Maar er is nog een andere toepassing, nog steeds bij de drukkers. Misschien heb je er nog niet op gelet, maar het is zeer belangrijk dat bij drukken de regels van de ene kant van de pagina perfect overeenkomen met die van de achterkant, de keerzijde (men zegt ook recto en verso, of in het Nederlands de schoondruk en de weerdruk). Je kan dat zelf ook vaststellen als je een mooi gedrukt boek ter hand neemt. Hou eens een bladzijde tegen het licht en je zal zien dat, als het boek professioneel gezet is, de regels van de voor- en de keerzijde mooi overlappen. Waarom moet dat zo?
Papier is altijd min of meer doorzichtig. Enkel zeer zwaar papier is dat niet. Boeken met zwaar papier uitgeven is een dure onderneming en dikke, zware boeken zijn niet handig in het gebruik. Twee goede redenen om dus zo dun mogelijk papier te gebruiken. Maar dan schemeren de letters van de keerzijde storend door op de voorzijde. Al heel vroeg hebben de drukkers ontdekt dat het veel minder hindert als je de regels van de keerzijde netjes doet samenvallen met die van de voorzijde. Doe je dat niet, dan veroorzaakt de keerzijde een grijze schaduw op de witte interlinie van de voorzijde. Dat geeft een smoezelige indruk, alsof het papier vuil is. Het maakt het lezen ook moeilijker. Bij een goede overeenkomst tussen voor- en keerzijde is de interlinie mooi wit, er is een goed contrast tussen de gedrukte tekst en de witte pagina. Bovendien versterkt de schaduw van de keerzijde de letters op de voorzijde: het zwart van de inkt wordt nog versterkt door achtergrond gevormd door de inkt op de keerzijde. Het klinkt allemaal wat ingewikkeld, maar neem eens een goed gedrukt boek in de hand en bekijk het eens, dan wordt het meteen duidelijk.
Het typografisch goed overeenkomen van het zetwerk van de schoon- en de weerdruk noemt men het register. Registeren (niet: registreren) is het (doen) overeenkomen van de regels. Wellicht is dat afgeleid van gedrukte registers, waarin elke bladzijde egaal bedrukt is met de lijnen die de kolommen vormen; ook daar is het belangrijk dat die mooi overeenkomen, zodat elke bladzijde van het register er eender uitziet.
Toen men met mechanische meerkleurendruk begon (de eerste gedrukte boeken werden met de hand ingekleurd), stelde zich een nieuw probleem. De verschillende kleuren worden één voor één gedrukt, het papier gaat dus verscheidene keren door de pers. Sommige kleuren moeten precies naast elkaar komen, andere moeten elkaar overlappen om gemengde kleuren te bekomen; en alle kleuren moeten overeenkomen met de gedrukte tekst. Dat is een precisiewerkje voor specialisten. Ook dat is registeren, de overeenkomst is het register: de afbeelding registert, het register is goed.
Die uitdrukking kan je ook overdrachtelijk gebruiken: twee zaken kunnen goed samengaan en dan registeren ze. Ondernemingszin registert goed met werklust. IJver registert met arbeidsvreugde.
Register is een handzaam woord. In zijn afgeleide betekenis van het doen overeenkomen van de tekst op de voor- en keerzijde noopt het ons tot nadenken over de manier waarop wij met elkaar omgaan. Zoals en pagina heeft ook elke medaille twee kanten, je kan alles van uit twee oogpunten bekijken, je moet beide klokjes horen luiden. Ook op die manier is het belangrijk dat de twee kanten goed overeenkomen met elkaar. Zoals bij zetwerk worden de dingen vertroebeld als de twee kanten niet overeenkomen, terwijl bij een goede afstemming op elkaar de eigen standpunten nog versterkt worden en het contrast verduidelijkt. Het tegendeel van een stelling is niet meteen onzin, we kunnen veel leren van elkaar als we bereid zijn om naar elkaar te luisteren, om onze versie te toetsen aan een andere.
Ik had het net over medailles. De twee zijden hebben een naam, zelfs verscheidene. Officieel is dat de avers en de revers zijde. Avers is de voorkant (van het Latijn adversus, dat wat zich tegenover ons bevindt), revers is de achterkant. Wij kennen ook kruis en munt: kruis is de voorzijde, munt de achterkant. Op de voorkant staat een afbeelding, oorspronkelijk een simpel kruis, maar nu meestal de kop van een koninklijk of ander belangrijk persoon; daarom spreken we van de beeldzijde. In het Engels is het officieel obverse-reverse, of in de volksmond heads-tails. In het Frans zegt men naast avers-revers gemeenlijk pile-face maar face is natuurlijk de voorkant, de côté droit, de beeldzijde; pile is de keerzijde, de etymologie is onduidelijk, maar heeft te maken met het Latijnse pila, zuil of kolom, zoals onze pilaar. Op de keerzijde staat meestal de waarde van de munt.
Kruis of munt doen we voor onbelangrijke dingen, zoals bij een voetbal- of tenniswedstrijd om uit te maken wie het eerst aan deze of gene zijde van het veld begint. Het is de of-of redenering: het is het een of het ander en het maakt niet uit wat het resultaat is. We laten het toeval beslissen. Dat is geen goede manier om bijvoorbeeld aan politiek te doen. Politiek is complex, er zijn meestal veel meer mogelijkheden dan twee.
In de Belgische politiek zitten we in een patstelling,
zoals bij het schaken, waarbij de koning (nog) niet schaak staat, maar geen
kant meer uit kan zonder het gevaar te lopen omvergeworpen te worden, terwijl ook
de andere stukken niet meer kunnen bewegen. De meeste politici zeggen dat er
geen alternatief is: we moeten naar een compromis, waarbij iedereen water in de
wijn doet. Ik ben die mening niet toegedaan. De reden voor de patstelling is
dat we twee verschillende landen zijn, of zelfs drie, met Vlaanderen als een
quasi onafhankelijke staat. Waarom zouden wij een compromis sluiten? Is er één
goede reden waarom we niet onze eigen gangen zouden gaan, zoals we al doen voor
een ruim aantal belangrijke aangelegenheden, zoals onderwijs en alle culturele
kwesties, verkeer, toerisme enzovoort, officieel in totaal meer dan dertig
specifieke verantwoordelijkheden? Er is wel degelijk een alternatief: de
splitsing van de miskleun België.
Misschien denk je nu: moeten we dan niet werken volgens
het registermodel, waarbij voor- en keerzijde gelijke kansen krijgen? Putten we
geen kracht uit de eendracht? Dat is enkel zo wanneer er inderdaad eendracht
is. Ik weet het wel, ook de Vlamingen zijn het vaak onderling oneens, maar over
maatschappelijke kwesties is er veel meer eensgezindheid binnen elk van de gemeenschappen
dan tussen de gemeenschappen. Vlaanderen is overwegend centrumrechts, Wallonië
is uitgesproken links. Wat een federale regeringsvorming in de weg staat, is
ten gronde niet zozeer de tegenstelling inzake staatshervorming en Vlaamse
autonomie, maar wat we met die autonomie willen doen: een Vlaamse staat
uitbouwen die niet geschoeid is op de socialistische leest die Wallonië al
zolang teistert.
Als je het op een andere manier wil bekijken, kan je zeggen dat de Franstaligen vooral bezig zijn met de beeldzijde van de medaille, waarop de kop van de vorst prijkt als een symbool van de nationale eenheid. De Vlamingen hebben meer oog voor de keerzijde: daarop staat de waarde van onze munt genoteerd en dat is wat echt telt. Op de beeldzijde kan om het even wat staan, kijk maar eens naar de euro’s in je geldbeugel; het kan ook zonder koning, blijkbaar.
Een jaar na de verkiezingen is het de hoogste tijd dat er een einde komt aan de Belgische patstelling. Schakers weten dat dit alleen kan door een remise: we stoppen ermee, niemand wint of verliest, we doen een tabula rasa en beginnen opnieuw, elke speler zet al zijn stukken weer op het bord en probeert er het beste van te maken, met respect voor de regels en voor zijn of haar tegenstander.










