etymon: satelliet


Satelliet is een modern woord, zou je denken, maar echt nieuwe woorden zijn er niet veel, en als we er dan al eentje maken, dan vergeten we soms wie en hoe, zoals bij het prachtige ‘fiets’: niemand weet precies waar het woord vandaan komt of wie het voor het eerst gebruikt heeft.
Satelliet dus. De verre oorsprong is het Latijn, zoals wel vaker het geval is met wetenschappelijke termen en met woorden die er in verscheidene talen ongeveer eender uitzien. Satelles betekent in het klassiek Latijn: een begeleider van een belangrijke persoon, een erewacht; later kwam er de meer algemene betekenis: iemand die met een andere persoon meegaat, een begeleider, maar ook een meeloper, iemand die zich gemakkelijk laat beïnvloeden. Soms is er ook een pejoratieve, negatieve bijklank: een trawant, een mededader, een medeplichtige.
Zoals we eerder al gezien hebben, heeft het Latijn stilaan zijn verbuigingen verloren, die werden vervangen door voorzetsels, zoals in het Nederlands. De vorm die behouden werd, was meestal niet de nominatief, dat is de onverbogen vorm, maar de accusatief, dat is de naamval van het lijdend voorwerp. In ons geval is dat satellitem.
Het woord satellite duikt in het Frans op rond 1350, als vertaling (nou, ja…) van het Latijnse satelles en met dezelfde betekenis die we aangaven: de erewacht van de koningen in de oudheid. Rond 1470 wordt het gebruikt voor een persoon die in loondienst is van een andere, hoger geplaatste persoon, vaak specifiek voor een gewapende huurling.
Rond 1600 krijgen we dan voor het eerst de astronomische betekenis, als Keppler de manen van Jupiter sprekend met die naam aanduidt omdat ze in een vaste baan rond de planeet wentelen.
Vanaf 1800 spreekt men ook van satellietstaten: het zijn kleinere landen die in principe onafhankelijk zijn, maar die in belangrijke mate hun politiek (moeten) laten bepalen door een machtige buur. In de 20ste eeuw was het vooral de Sovjet-Unie die op die manier alle landen van het Oostblok tot gedwongen satellieten maakte.
In 1936 wordt voor het eerst de mogelijkheid geopperd van een kunstmatige satelliet; in 1945 beschrijft de SF-auteur Arthur C. Clarke een communicatiesatelliet in een van zijn verhalen; hij krijgt er later enkele prijzen voor, en ook één aandeel van Bell, als die de eerste commerciële telecommunicatiesatelliet gaan uitbaten. Die kunstmanen, zoals de bekende Spoetnik, komen er pas vanaf 1960, eerst als wetenschappelijk experiment, maar vandaag wemelt het van satellieten of kunstmanen in een baan rond de aarde, vooral voor communicatiedoeleinden.
Er is ook een medische toepassing: men spreekt van satellietaders en satellietspieren, om aan te duiden dat ze in de buurt van en in functie van een of ander orgaan werkzaam zijn.
Van Dale maakt er zich weer gemakkelijk van af: ‘komt van het Franse satellite en is in 1853 voor het eerst gebruikt in het Nederlands.’ Tja…
We staan er niet bij stil wat voor ingewikkelde toestanden er allemaal aan te pas komen als we onze schotelantenne naar de hemel richten, net zoals we spreken over satellieten zonder ook maar even te denken aan die oorspronkelijke erewachten van de Romeinse koningen, zo’n 2500 jaar geleden. Toen wisten ze het al: nil novi sub sole: er is niets nieuws onder de zon, al hebben ze er toen zeker niet aan gedacht dat de mens kunstmanen rond de aarde zou plaatsen om telefoongesprekken, televisiebeelden en wat nog al meer heen en weer te flitsen.

















