opera: Ariadne auf Naxos


Gisteren was er weer een opera op Mezzo die ik nog niet gezien had, althans niet in die enscenering. Even was er een conflict met Kim Clijsters, die de halve finale speelde in Antwerpen, en zoals alle rechtgeaarde Vlamingen hebben we eerst naar die match gekeken. Gelukkig duurde het niet te lang. Bovendien hebben we sinds een maand of zo een digicorder van Telenet; die laat ons toe op een gebruiksvriendelijke manier programma’s op te nemen, zonder codes of instellingen: gewoon aanklikken wat je wil hebben. Toen Kim klaar was – vandaag de finale! – schakelden we over naar de opera en keken dus vanaf het begin terwijl de recorder verder opnam… technisch niet echt een hoogstandje, maar zoiets was tien jaar geleden toch wat gecompliceerder!
De uitvoering was heel recent, wat niet steeds het geval is op Mezzo. De Opéra de Paris bracht in 2003 Ariadne auf Naxos van Richard Strauss, een Oper in einem Aufzug nebst einem Vorspiel. Het libretto is ook hier van Hugo von Hofmannsthal. Uraufführung 1. Fassung: 25. Oktober 1912, Stuttgart (Kleines Haus des Hoftheaters) - 2. Fassung: 4. Oktober 1916, Wien (Hofoper). Van de uitvoerenden vermeld ik slechts Natalie Dessay, die een wederoptreden deed als Zerbinetta na een operatie aan de stembanden en die stilaan van een heel lichte soubrette evolueert naar een volwaardige, wellicht zelfs dramatische sopraan, en ook Sophie Koch, die een van die typische Hosen-rollen speelt waarvan Strauss zo houdt, een mannenrol gezongen door een vrouw, meestal een mezzo, denk maar aan de Rosenkavalier; in dit geval is het de jonge componist in het voorspel, een kleine maar mooie en niet gemakkelijke bijrol.
Als we eraan denken dat deze opera in 1912 oer-opgevoerd werd, dan valt op hoe modern Strauss toen was. Zoals hij later nog zou doen, in 1942 met Capriccio, maakte hij een opera over opera, een opvoering over een opvoering. Dit is het verhaal van het voorspel: in het huis van een rijke mecenas worden de voorbereidingen getroffen voor de opvoering van de opera seria Ariadne op Naxos, een mythologisch drama over Ariadne die door Theseus na zijn avonturen met de Minotaurus op Kreta treurend achtergelaten is op het eiland Naxos, wachtend op de dood. Blijkbaar heeft ook de mecenas geen goed oog in die onderneming, want achter de rug van de jonge componist van Ariadne heeft hij ook een vaudeville gepland, een risqué muzikaal verzetje. Aanvankelijk was het plan dus voor een uitgebreide maaltijd, dan de opera, dan het variété en dan vuurwerk in de tuin. Maar de maaltijd loopt natuurlijk uit, en de majordomus komt aan de twee gezelschappen melden dat ze hun opvoeringen daaraan moeten aanpassen: niet na elkaar, maar samen, terzelfder tijd en dat ze moeten klaar zijn voor het vuurwerk begint. Voor de jonge componist is dat ongehoord, maar Zerbinetta, de vrouwelijke hoofdrolspeelster van het cabaret-ensemble, brengt hem op andere gedachten en hij geeft uiteindelijk toe. Dan begint het spektakel, inderdaad een mengeling van ernst en luim, waarbij de heel serieuze opera rond een thema uit de Griekse mythologie opgefleurd wordt met luchtiger intermezzi.
Dit schema biedt Strauss volop gelegenheid om zich uit te leven, natuurlijk, in al de typische situaties en tradities van de opera en de operette, met veel ironie en zelfspot en parodieën of parafrasen van bekende opera’s, niet in het minst de grote Wagner. Het is eens wat anders dan het gezwollen gedoe van veel opera’s en het publiek heeft dat altijd weten op prijs stellen: eindelijk eens een opera waarin er ook eens mag gelachen worden, zelfs met de opera.
De opvoering in Parijs zou Strauss wellicht OTT gevonden hebben, over the top, ‘erover’, zegt men nu. Zerbinetta lijkt in het voorspel zo weggelopen van een punk of rave fuif, en in de opera verschijnt ze in fleurige bikini, haar gezellen in Hawaïi-hemd, sandalen en maxi-short. Maar we zijn nu bijna honderd jaar later en het is interessant om de moderniteit van toen eens omgezet te zien in de postmoderniteit van de 21ste eeuw, Strauss’ opzet lukt nog altijd. Hij heeft de kluchtigheid heerlijke muziek meegegeven en het is ook de muziek die de loodzware aria’s van Ariadne en Bacchus redt. Zoals altijd was de eerste bekommernis van Strauss het publiek, dat hij in zijn brieven zo haatte…
Over deze opvoering ga ik het verder niet hebben, er zijn betere en minder gelukte, denk ik, maar ik ben geboeid blijven kijken en gefascineerd blijven luisteren, wat wil je nog meer? Terwijl ik dit schrijf luister ik op de zeer bevredigende speakertjes van mijn Pc naar de versie van Karajan uit 1954, met Schwarzkopf, Streich, Seefried, Schock, Prey, en dat klinkt ook al bijzonder goed. Show is een element van opera, natuurlijk en gisteren lag de nadruk misschien vooral daarop, vandaag, zonder de beelden, is het de muziek die je zalig doet glimlachen.
Opera vraagt een inspanning, zeker volledige uitvoeringen, daar is de drempel altijd vrij hoog, ook voor mij. Als achtergrondmuziek lukt het alleen zoals straks, na het middageten in Tosca, het operaprogramma op Klara, waar je korte stukjes krijgt, hoogtepunten, ook letterlijk, uit allerlei opera’s, van Monteverdi tot het meest recente werk. Maar wie de inspanning doet, vindt steeds meer dan verwacht of gehoopt, het loont steeds de moeite. Probeer het ook eens?

















