A Snow of Peace (Luc Verbeke)


A Snow of Peace
Upon the dark earth
under the ashen skies
the white cloth of fresh snow
a winter’s song of peace
one breath of bliss
children romping
sliding and sledding
snowballing
innocently, tenderly, unwary.
The sparkle
of sliding words
on the blank paper
of soft snow:
a poem, immaculate.
But far away from here:
the Promised Land
and Abraham’s Mesopotamia
the Holy Land
desert deserted
tears and blood in the sand
pinions of fiery vampires
smoke black with hatred
violence, vultures, oil and business
burning, agony, death and sorrow
man crueller than beast
and the eternal questions
of Job on the rubbish heap
Is this still your world, Lord?
Paradise, the Promised Land
our dream, Your Kingdom
gift from Your Hand?
Or just the dark earth
and the ashen skies
a cesspool of misery and suffering
Cain’s corrupted conscience
ever ready for murder.
And yet, have mercy, Lord, forever
on us who are called your children
even when we forsake Thy law
or know of our weakness and frailty
make us as snow soft and pure
as children kind, unwary and tender
take away from us sword and fire
and shroud the whole of Thy world
in the white veil of Thy peace.
Sneeuw van Vrede
Over de donkere aarde
onder het grauw van de lucht,
het witte kleed van verse sneeuw.
Eén winterlied van vrede.
Eén ademtocht van geluk.
Stoeiende kinderen,
slierend en sleeënd,
sneeuwballen gooiend,
onschuldig, teder, argeloos.
Glinstering
van glijdende woorden
op het blanke papier
van zachte sneeuw:
een gedicht, smetteloos.
Maar ver hier vandaan:
het Beloofde Land
en Abrahams Tweestromenland,
het Heilig gebied,
woestijn en woestenij.
Tranen en bloed in het zand.
Vlerken van vuren vampieren.
Rook, zwart van haat. Geweld.
Gieren. Olie en geld.
Brandend lijden. Dood en verdriet.
Mensen wreder dan dieren.
En de eeuwige vragen
van Job op de belt.
Is dit nog uw wereld, Heer?
Het paradijs, het Beloofde Land,
onze droom, Uw Rijk,
geschenk uit Uw Hand?
Of alleen maar de donkere aarde
en het grauw van de lucht,
een poel van miserie en leed.
Kaïn met verduisterd geweten,
altijd tot moorden gereed.
En toch, blijf U erbarmen, Heer,
over ons die Uw kinderen heten
ook als wij Uw wetten vergeten
of ons zwak en machteloos weten.
Maak ons als sneeuw zacht en puur,
als kinderen lief én argeloos én teder.
Ontneem ons zwaard en vuur
en bekleed heel Uw wereld
met het witte kleed van Uw vrede.
Luc Verbeke, 15 februari 1991, uit 'Terugblik' 1994 blz. 60
Engelse vertaling: Karel D’huyvetters, 25 januari 2009



















