Vagevuur & voorgeborchte


Ik moet het toegeven: ik heb me vergist.
Ik heb op deze bladzijden recentelijk enkele keren vermeld dat de Katholieke Kerk het Vagevuur zou afgeschaft hebben en dat is pertinent niet zo. Vanzelfsprekend heb ik dat niet met opzet gedaan, zo zijn we niet. Hoe komt het dan dat ik mij vergist heb? Ik had me gebaseerd op berichtgeving op radio en tv, maar ik had blijkbaar niet goed geluisterd of de berichtgeving was inadequaat. Bovendien had ik, tegen mijn gewoonte in, mag ik wel zeggen, niet nagekeken waar de klepel precies hing. Tijd dus om een en ander recht te zetten.
Laten we beginnen met het vagevuur. Zoals we geleerd hebben in de catechismus, gaan de zielen van de gelovigen die zich schuldig gemaakt hebben aan ernstige maar niet onvergeeflijke zonden en die daarvoor eventueel geen kwijtschelding hebben gekregen op het ogenblik van de dood, niet naar de hemel of de hel, maar naar het vagevuur, waar ze een tijd moeten doorbrengen van boete, loutering, zuivering, voor ze naar de hemel kunnen gaan. Laten we ook nog even in herinnering brengen dat er twee soorten zonden zijn: doodzonden en dagelijkse zonden; wie sterft in staat van doodzonde, dat wil zeggen dat hij of zij geen berouw heeft betoond en/of vergeving heeft bekomen, die gaat naar de hel. Wie wel zijn doodzonden gebiecht heeft, evenals wie enkel dagelijkse zonden heeft uitstaan, die gaat naar het vagevuur, want zelfs al zijn alle zonden vergeven, toch blijft er iets van over, een schuld die moet uitgevaagd worden. Het vage-vuur is een bestraffing voor al wat we verkeerd gedaan hebben op aarde, de duur en de aard van de bestraffing hangen af van de begane zonden.
Dit vagevuur is nog steeds een vast punt van het geloof van de katholieke kerk, een dogma. De kerk houdt eveneens vast aan de (sinds Luther) merkwaardige stelling dat de nog levende gelovigen door hun gebed, aalmoezen, boetedoening en aflaten, strafvermindering kunnen bekomen voor de zielen in het vagevuur.
Wat is er dan wel gebeurd? Op verzoek van de vorige paus heeft de Theologische commissie zich gebogen over de kwestie van het voorgeborchte, in het Latijn limbo of limbus, letterlijk: rand, zoom. Het is een soort van tussenstadium tussen hemel, hel en vagevuur, voor enkele specifieke categorieën. Reeds in de eerste eeuwen van het christendom vroeg men zich namelijk af wat er gebeurde met de zielen van kinderen die sterven voor ze gedoopt konden worden. Aangezien het doopsel een noodzakelijke voorwaarde is om van de erfzonde (en alle andere zonden) bevrijd te worden, konden ongedoopte kinderen niet naar de hemel, ook al hadden ze persoonlijk geen enkele schuld. De leer over het doopsel was (en is!) evenwel zo streng, dat men hen geen vrijstelling kon geven. Ze moesten dan maar naar het voorgeborchte, dat men speciaal voor hen uitdacht. Meteen konden ook anderen daar terecht: al de ‘rechtvaardigen’ die vóór Christus komst gestorven waren en zich dus niet konden bekeerd hebben, omdat er gewoon nog geen doopsel en geen kerk was. Rond 500 besefte men ook al dat er in de wereld andere volkeren waren die de blijde boodschap nog niet hadden vernomen, die dus ook geen gelegenheid gekregen hadden om zich te laten dopen. Die konden dus ook na hun dood en onverwist daar ondergebracht worden, althans als ze een deugdzaam leven geleid hadden. Vandaag kan men die uitvlucht niet meer gebruiken: het katholieke geloof is alom verspreid, niemand kan nog pleiten dat hij of zij niet op de hoogte was.
Wat is nu het uiteindelijk lot van de zielen in het voorgeborchte? Daarover wordt beslist bij het Laatste Oordeel, aan het einde der tijden. Dan gaan ze naar de hemel, of naar de hel, al naargelang van de uitslag van het Oordeel Gods.
In het Credo stond vroeger een vreemd zinnetje: ‘…die nedergedaald is ter helle’. Merkwaardig genoeg is dat niet terug te vinden in de Latijnse tekst, noch in (noord-) Nederlandse of protestantse versies en dus nu ook niet meer in onze Vlaamse liturgie. Het gaat terug op een veel oudere zogenaamd apostolische versie van het Credo, nog voor het concilie van Nicea (325) en Constantinopel (381). Het is dit zinnetje dat men (lang) nadien heeft uitgelegd alsof Christus na zijn verrijzenis even langs de hel is gegaan, of het voorgeborchte ervan, maar hoe dan ook met de bedoeling om al de rechtvaardigen van voor zijn tijd mee te nemen naar de hemel (foto). Ik heb dat als knaap nog te horen gekregen in de godsdienstles.
Het verhaal van het voorgeborchte is nooit dogma geworden, al hebben kerkvaders, pauzen en theologen het steeds voor waar aangenomen en in feite is dat nog zo: het is iets dat men mag geloven, maar niet verplicht is te geloven. De neerdaling ter helle zelf lijkt meer op een legende en is zeker ook geen geloofspunt, al vraag ik me toch af waar en wanneer dat zinnetje stiekem uit de tekst van het Vlaamse Credo verdwenen is, en waar het kon op slaan, nog voor er ooit sprake was van een voorgeborchte…
Dat is ook de teneur van wat de Theologische commissie heeft gezegd in haar rapport van 2006. Zij bekennen dat zij het moeilijk hebben met het lot van de zielen van de ongedoopte kinderen en spreken de hoop en het vertrouwen uit dat God in al zijn Goedheid zijn eigen regels zal overtreden en mensenkinderen rechtstreeks zal toelaten tot de hemel die niet gedoopt zijn. Als Hij dat doet, is althans voor deze groep het voorgeborchte (van de hel of de hemel, dat is nog niet echt duidelijk), overbodig geworden. Maar zeker weten het niet. Het voorgeborchte blijft dus bestaan, als iets dat men mag geloven, ook voor de ongedoopte kinderen, maar in alle geval als de pleisterplaats van al wie zonder daar zelf schuld aan te hebben, gestorven is zonder het doopsel, maar desondanks een deugdzaam leven heeft geleid.
Een belangrijke vraag daarbij is evenwel wat er gebeurt met andere christenen, zoals de protestanten, anglicanen en de orthodoxen en uiteraard ook met aanhangers van andere religies en overtuigingen, dus de overgrote meerderheid van de mensheid. Recente theologen nemen aan dat de andere christene kerken, ook al dwalen zij op belangrijke punten en al zouden zij, om goed te zijn, cito presto moeten terugkeren in de schoot van de ene, katholieke kerk, toch de macht hebben behouden om door het doopsel hun gelovigen te bevrijden van de erfzonde. Dat is alvast een geruststelling voor hen. Boeddhisten, hindoes, taoïsten, jaïnisten, joden… dat is een gans andere kwestie: die kunnen nu niet meer zeggen dat ze nog nooit van de katholieke leer gehoord hebben; ze keren zich dus bewust af van het heil door het doopsel. Men ziet wel in dat zij een deugdzaam leven kunnen leiden, maar aangezien ze sterven met de erfzonde, kunnen ze niet naar de hemel. Ze zitten dus ofwel voorgoed in de hel of tijdelijk in het voorgeborchte; in dat laatste geval zal ook pas bij het Laatste Oordeel, en dat kan nog even duren, hopen we, over hun lot beslist worden: God is niet gebonden aan de regel van het verplichte doopsel, dat geldt enkel voor de kerk hier op aarde.
En wat met ongelovigen, zoals bijvoorbeeld uw dienaar? Tja… de hel, zeker? Want ik wijs niet alleen het doopsel en de erfzonde af, maar ook al de rest: de kerk, de paus, de sacramenten, de hemel en de hel, het vagevuur en het voorgeborchte, het leven na de dood, de verrijzenis, het Laatste Oordeel, de Heilige Geest, Christus en God zelve. Daarvoor kwam men vroeger op de brandstapel, het was zonder meer een voldoende reden voor bedienaars van de kerk en voor de plaatsvervanger van God op aarde zelf om met volle overtuiging het vijfde en toch wel enigszins belangrijke gebod te overtreden: Gij zult niet doden!
Zo, dat was het zowat. We weten nu weer dat er een verschil is tussen het vagevuur en het voorgeborchte, dat ze allebei (niet) bestaan en wie er (niet) in zit. Ik ben blij dat ik dat even heb kunnen rechtzetten. Ik zou immers niet willen dat men mij, naast al mijn andere zonden, ook nog zou aanwrijven dat ik gelovigen verkeerde informatie verstrekt heb over hun eeuwig leven.




















