Westende zendt zijn zonen en dochters uit en krijgt er broeders en zusters voor terug op de ‘Roepingsdag’ op 27 augustus 1961
Wat houdt een roeping eigenlijk in? Volgens Wikipedia is dat het subjectieve idee dat iemand heeft dat hij een taak te volbrengen heeft. Deze taak kan ook maatschappelijk zijn (arts, verpleegster, leerkracht, …) maar ik wil het hierna enkel hebben over de geestelijke roeping waardoor iemand predikant, priester, broeder, zuster, missionaris of diaken wordt. Dat houdt natuurlijk heel wat meer in dan het ‘volbrengen van een taak’. Laten we daar eens wat nader op ingaan. Het ligt geenszins in mijn bedoeling de katholieke kerk te bewieroken of af te breken. Mijn kernpunt is de roepingsdag die op 27 augustus 1961 in Westende plaatsvond. In het kader van deze druk bijgewoonde bijeenkomst, kon ik niet anders dan mij afvragen waarom er in de voorbije decennia een geleidelijke maar grote terugloop was van het aantal roepingen. Jullie zullen het ook wel vanzelfsprekend vinden dat ik, als leek, zelf niet in staat ben het antwoord daarop te geven. Ik moest dus de mosterd halen bij beter geïnformeerde die ook meer betrokken zijn bij de materie. Getuige daarvan de onderstaande paragraaf die soms wat geleerder aandoet dan wat jullie van mij gewoon zijn.
Voelen jongeren zich dan niet meer geroepen? Het woord 'roeping' is een geladen woord. Jongeren geven vaak te kennen dat ze er een zekere achterdocht tegenover koesteren. Wellicht hangt dit samen met het feit dat zij het soms moeilijk hebben met engagementen op lange termijn. Een andere oorzaak van deze achterdocht ligt bij de expliciet religieuze invulling van het begrip hoewel roepingen zich op vele manieren kunnen manifesteren. In de media wordt ook dikwijls over de religieuze roeping gesproken met een negatieve (of spottende) connotatie. Het zijn vooral berichten in de aard van “in het seminarie te X schreef geen enkele kandidaat zich in” of “het aantal roepingen is weer gedaald ten opzichte van vorig jaar”, enz. Het aanzien van de kerk, dat in de voorbije jaren een lelijke deuk gekregen heeft, speelt daarbij ook een rol. Mensen laten zich tegenwoordig zelfs ontdopen. Op de website http://www.knr.nl/documenten/lezingfrBianchi.pdf heb ik een opsomming gevonden van de redenen die aan de basis zouden kunnen liggen van het laag aantal roepingen dat vandaag genoteerd wordt. Allereerst sociologische : het teruglopen van de geboortes, het feit dat je steeds zeldzamer grote gezinnen aantreft (en verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat veel roepingen tot het priesterschap en het religieuze leven voortgekomen zijn uit gezinnen met veel kinderen), het verminderen van het aantal christenen (het christendom is in de minderheid geraakt). Op economisch vlak heeft de algemeen toegenomen welstand het panorama radicaal veranderd, vergeleken met de naoorlogse jaren die een opbloei hadden laten zien van priester- en kloosterroepingen in een context van armoede en gebrek. Op cultureel niveau wordt gesproken over onze maatschappij als over de eerste posttraditionele maatschappij. De breuk met de traditie vormt een belangrijk element in de crisis van het geloof en in de overdracht ervan, hetgeen ook leidt tot een zwakkere greep van het kerkelijk instituut op het leven en bewegen van personen. De secularisatie, en heden ten dage misschien de “secularisatie van de secularisatie”, is nóg een oorzaak, vanwege de opkomst van een cultuur die gekenmerkt wordt door het nihilisme en door de technologie- en informaticasamenleving. Al deze factoren hebben ertoe bijgedragen de “christelijke” wereld te verwijderen van een maatschappij die tot op de dag van gisteren veelal doordesemd was van de Kerk. Deze crisis van het christendom brengt vanzelfsprekend een crisis van het religieuze leven met zich mee. Een groot deel van de congregaties die gesticht zijn met een bepaald doel – sociaal, hulpgevend, caritatief... – hebben inmiddels de ervaring opgedaan, dat het zo specifieke principe dat aan hen leven heeft gegeven, zich nu transformeert tot een principe dat leidt naar de dood : het maakt hun tegenwoordigheid doelloos en misplaatst. Andere factoren, die beslist niet gunstig zijn voor het ontstaan van nieuwe roepingen, vinden we op kerkelijk gebied : de onbekendheid met de fundamentele waarheden van het geloof, zelfs onder christenen die praktiseren, het feit dat de geloofswoorden en – gebaren vandaag niet meer voor zichzelf spreken maar steeds weer moeten worden uitgelegd, hernieuwd, gerechtvaardigd, de stemming van vermoeidheid en frustratie tenslotte, die men bespeurt in talloze christelijke gemeenschappen. Zij ontdekken immers dat de doelen waarvoor ze zich inzetten efficiënter en zonder celibaatsverplichting via andere vormen van werk en verbintenis kunnen worden bereikt. De groei van het welzijnswerk heeft duidelijk gemaakt dat het religieuze leven in feite niet nodig is om bepaalde vormen van getuigenis en dienstbaarheid ten gunste van armen en noodlijdenden gestalte te geven. Om tot de wereld van de jongeren te komen, moeten we denken aan de snelle antropologische verandering, die een sterke dissymmetrie heeft geschapen tussen de verplichtingen die het religieuze leven met zich meebrengt en de verwachtingen van jonge mensen. Denken we alleen al aan wat men tegenwoordig bij heel veel jongeren opmerkt : de moeite die zij hebben om een keuze te maken en tot zich te laten doordringen dat die definitief zou kunnen zijn, alsook om vol te houden en trouw te blijven. Of ook aan hun onbegrip voor ascese en zich iets ontzeggen, hun behoefte aan zelfbevestiging op professioneel en economisch vlak, hun zoeken naar van de ene kant onafhankelijkheid, van de andere bescherming, hun vluchten voor lijden en vermoeidheid, hoe onpopulair celibaat en kuisheid bij hen zijn, niet alleen door hetgeen de communicatiemiddelen propageren, maar deels misschien door de nadruk waarmee kerkelijke middens het gezin ophemelen. Tenslotte – maar dat is niet de geringste reden – is er het analfabetisme wat het geloof betreft, hetgeen het nodig maakt, dat aan jongeren die toch naar de kerk zijn blijven gaan, elementaire catechese wordt gegeven. Het valt goed te begrijpen dat al deze gegevens het religieuze leven voor de jongeren vreemd maken, ver weg, niet erg aantrekkelijk. En we moeten niet vergeten, dat die “jeugdige breekbaarheid” het volharden juist voor hen die erin slaagden in te treden, ook uiterst precair maken.
Wat is een roepingsdag? Het is een dag waarop in een parochie alle priesters en zusters die er geboren zijn of die er geleefd hebben, bijeenkomen met de bedoeling nieuwe roepingen los te weken bij de parochianen. Op initiatief van de toenmalige pastoor, kanunnik Wannyn, werd op 27 augustus 1961 ook in Westende zo’n samenkomst georganiseerd. Dat was een groot succes. Niet minder dan 11 paters of priesters en 18 zusters hadden gehoor gegeven aan de oproep om deel te nemen aan een mooie dag in ‘hun’ dorp, samen met hun broeders en zusters en met hun familie. Jullie zien hieronder het prentje dat een blijde herinnering moest blijven aan de dag.
Natuurlijk moest de plaats van het gebeuren het klooster zijn dat in 1885 gesticht werd en al die tijd afhing van de orde van de zusters van de heilige Vincentius à Paulo van Kortemark. Niet minder dan elf zusters van die orde konden op de gelegenheidsfoto vastgelegd worden. Jullie zien ze hieronder.
Het zijn: Op de bovenste rij van links naar rechts: de zusters Marie-Césarine (Georgine Norré), Marie-Bernadette (Martha Bourgeois), Marie-Gerda (Aline Viaene), Marie-Stanislas (Maria Morel), Marie-Gonzaga (Séraphine Verslype) Op de onderste rij van links naar rechts: Marie-Borgia (Irma Maes), Marie-Celine (Madeleine Morel), Marie-Cyrilla (Espérance Morel), Marie-Noëlla (Sophie Verslype), Marie-Godelieve (Hilda Maes), Marie-Aloysia (Germaine Verslype)
Het verloop van de dag Om 10 uur was de vergadering met familieleden en vrienden gepland waarna onder begeleiding van de Koninklijke Harmonie Sint-Cecilia uit Moeskroen naar de kerk gestapt werd, onder de leiding van de voltallige gemeenteraad, de leden van de kerkfabriek en natuurlijk de ‘geroepenen’ uit Westende. De plechtige dankmis werd opgedragen door Pieter Renty, pastoor in Sint-Pieterskapelle, bijgestaan door een viertal priesters-Westendenaars. De mis werd opgeluisterd door het parochiaal zangkoor. Pater Morel ontroerde met een gelegenheidssermoen de talloze aanwezigen. Daarna ontving burgemeester Van Huffel het gezelschap op het gemeentehuis, waar een glas geheven werd op ‘het edel en hoogverheven werk van deze uitgelezen schaar oud-Westendenaars’. De huldiging werd verder gezet in het klooster met ‘Alte Kameraden ‘ door de harmonie en ‘Looft de Heer’ door het zangkoor. Hieronder zien jullie de groepsfoto met alle aanwezigen en hun families.
Enkele uurtjes met de familie In die tijd was één van de strenge regels van het kloosterleven nog steeds dat de contacten met de familie zeer beperkt moesten blijven. Om de geestelijken toe te laten enkele uurtjes in familiekring door te brengen, werd, op algemene aanvraag, afgezien van een gezamenlijk feestmaal. Jullie zien hieronder de welgekende familie van en met Georgine Norré, (om haar thuis te wijzen: dochter van César en zuster van Ursio). Zij was het trouwens die mij in het bezit stelde van de nodige informatie en foto’s om dit artikel te kunnen samenstellen. Ik bedank haar nogmaals daarvoor. Ik bezocht haar in het klooster in Kortemark waar ze mij haar fotoalbums liet zien. Ik heb nog maar zelden zo’n één en negentig jarige gezien, nog zo klaar van geest, met onaangetast geheugen en lichamelijk nog zo gezwind. Ze leidde mij rond in het klooster en ik had zelfs enige moeite om haar bij te benen.
Jullie zien dus ook dat de namen ‘Morel’ en ‘Verslype’ de meest voorkomende namen zijn onder de genoemde geestelijken. Het gezin van schrijnwerker Cyriel Morel en Céline Jonckheere, die in de Lombardsijdelaan 5 woonden, werd gezegend met een groot aantal kinderen (15). Camiel werd pater Capucijn en de zusters Madeleine, Maria en Espérance traden in het klooster.
Adrienne en Séraphine Verslype waren zusters en tantes van Germaine Verslype en van Hilda Maes. Georgine Norré is de nicht van Martha Bourgeois. In de familie Maes vinden we Hilda en haar tante Irma. Pierre en Joseph Renty waren/ zijn broers, Louis Debaeke is hun schoonbroer. Raymond en Hendrik Coulier waren neven. Gerard en Raphaël Verstegen waren broers, Eudoxie en Georgette Calie waren zusters. Mogen/Moeten we daaruit afleiden dat de familie of de familiale omgeving een belangrijke rol speelde in de toetredingen?
Kloosternaam van de intredende kloosterzusters Vroeger was het zo goed als algemeen dat mannen en vrouwen, bij het intreden in een klooster respectievelijk het lid worden van een door de rooms-katholieke kerk erkende orde of congregatie, een nieuwe naam aannamen ter vervanging van hun 'gewone' naam of doopnaam. Daarmee wordt tot uitdrukking gebracht dat de betrokken man of vrouw vanaf het moment van intreden een nieuwe identiteit krijgt en aan een nieuw, aan God gewijd leven, begint. Meestal wordt de naam van een heilige gekozen met wie de nieuweling zich verwant voelt en wiens leven en werk een bron van inspiratie voor hem of haar kan zijn. Ook de voornamen van de ouders worden vaak als nieuwe naam aangenomen. Voorbeelden daarvan zijn Marie-Césarine (vader César Norré en moeder Maria Verslype) en Marie Céline en Marie Cyrilla (dochters van Cyriel Morel en Céline Jonckheere).
Wie van bovengenoemde geestelijken is er nog in leven? Voor zover ik weet en op basis van gevonden bidprentjes, zouden de volgende geestelijken overleden zijn: Hendrik Coulier (Westende 3.8.1923 – Roeselare 14.5.1997) Marcel Deschacht (Middelkerke 15.10.1921 – Brugge 31.12.1968) Camiel Morel (Westende 14.10.1909 – Leuven 8.5.1969) Pieter Renty (Westende 22.12.1911 – Oostende 1.9.2005) Gerard Verstegen (Westende 28.9.1928 – Bikschote 11 juli 1997)
Met zekerheid nog in leven Georgine Norré, Gilbert Cappelle en Germaine Verslype. Louis Debaeke leefde alleszins nog in oktober 2012.
Uitgetreden Volgende zusters zouden uitgetreden zijn: Hilda Maes, Aline Viaene, Huguette Mollet, Suzy Constandt. Raphaël Verstegen zou de enige uitgetreden priester zijn.
Geen verdere gegevens beschikbaar Madeleine Vannecke en Prosper Verslype (beide naar Frankrijk getrokken), Joseph Renty, Raymond Coulier.
Andere geestelijke afkomstig uit Westende Leonie Vanhoutte (zuster Marie-Henriette): (Westende 13.9.1861 – Kortemark 5.12.1956)
Westende: zijn er vandaag nog zulke merkwaardige figuren?
Even voorstellen Néron Hieronymus De Baets, geboren in Stene in 1915 als zoon van Dominicus en van Prudentia Engels. Zegt jullie dat (de ouderen dan) nog iets? Ik vermoed, met een grote waarschijnlijkheid, dat dit niet het geval is. Maar, misschien gaat er al een lichtje branden als ik zijn roepnaam gebruik. Iedereen sprak hem namelijk aan met ‘Jerome’. Nog niet? Jullie weten toch nog wie ‘Jerome de niengelsman’ was? Hij was op 22 juli 1941 gehuwd in Middelkerke met Maria Ludovica Borry en had twee oudere broers, die bij hem inwoonden: René (geboren in Lembeke op 22 april 1900) en Alfred (geboren in Londen op 6 juni 1902).
Om een zo getrouw mogelijk beeld van Jerome en zijn gezin te kunnen schetsen, heb ik aan verschillende oudere Westendenaars gevraagd wat ze zich nog van hen herinnerden. Dat was niet bijster veel tot ik bij Gerard Ester terechtkwam, die er bijna alles over wist en die mij zelfs enkele foto’s kon bezorgen. Gerard is geboren in de Steenstraat en woont er al zijn hele leven. Aangezien de wereld van Jerome Debaets ook voor een groot deel in en rond deze straat draaide, ligt de verklaring dus voor de hand. Ik bedank Gerard dan ook voor zijn bereidwillige medewerking aan dit artikel.
Waar komt die bijnaam ‘Iengelsman’ eigenlijk vandaan? Iemand vertelde mij dat de grootvader van Jerome uit Engeland zou overgewaaid zijn. En (niet verschieten!) … die man zou zelfs tot de adel behoord hebben. Ik heb heel wat opzoekingen gedaan, maar geen bevestiging daarvan gevonden. Zijn vader heette Dominicus en werd geboren in Ertvelde, zijn grootvader heette Petrus en zag het levenslicht in Evergem. Zijn broer Alfred is geboren in Londen en daar kan misschien de uitleg liggen. Hebben zij een tijdje in Engeland gewoond en is Alfred daar toen geboren? Maar het is Jerome die ‘den Iengelsman’ genoemd werd!
Hoe kwam het gezin in Westende terecht? Het jong gezin vestigde zich vooreerst in de ‘Rattevalle’ (de Zelte) in Slijpe tussen de Rattevallebrug en de Slijpebrug. Jerome was van oorsprong boer en hield er enkele koeien en varkens op na. Orde, netheid en hygiëne kwamen niet in zijn woordenboek voor en dat zou de vaste lijn doorheen zijn leven worden, wat niet van aard was om een goede verstandhouding met buren en dorpsgenoten in de hand te werken. De bewoner van de naastliggende hoeve ‘Ampoorter’ kon ervan mee spreken. Hij werd er zelfs ooit vals van beschuldigd een koe van boer Debaets omgebracht te hebben. Hij werd er zelfs voor opgesloten. Later bleek de schuldige echter … broer René te zijn. Het is dus niet te verwonderen dat Ampoorter van zijn buur wilde afgeraken. Hij kocht zelfs het boerderijtje dat Debaets huurde, om hem daarna gemakkelijker aan de deur te kunnen zetten. Ziehier links een overblijfsel van de hoeve van Jerome langs de Vaartdijk-zuid naast een verzicht op de hoeve van de Ampoorter’s.
Het lager gelegen gedeelte van de Zelte kwam op zeker ogenblik onder water te staan, na het openen van de sluizen. Het gezin Debaets moest toen wel een ander onderkomen vinden. Dat werd dus Westende, maar … Het huis in de Lombardsijdelaan 59, waar nu de nieuwkuis is, was op 11 oktober 1926 het toneel geworden van een moord en zelfmoord. Een zekere Februarius Casselman sneed er de keel van zijn vrouw Victorina Marchandt over om zich daarna zelf van het leven te beroven. Buurman César Norré hoorde hulpgeroep, snelde toe, vond het koppel badend in hun bloed en verwittigde de politie. De Westendenaars waren er daarna heilig van overtuigd dat die woning bezocht werd door boze geesten. Niemand wilde er nog binnengaan, laat staan er gaan wonen. Volgens Georgine Norré (zuster Marie-Césarine, 91 jaar, geboren in Westende en verblijvend in het klooster H. Vincentius à Paulo in Kortemark) zou een zekere Julien Stordeur (geboren in Nazareth op 10 februari 1875), een Franstalige Brusselaar komende uit Sint-Lambrechts-Woluwe die ijsroom verkocht, op 15 november 1927 toch in het huis getrokken zijn. Tegenwoordig zou men zeggen dat Julien niet geïntegreerd was want hij weigerde ook maar één woord Nederlands te praten. Toen hij in 1942 verhuisde naar Sombreffe, vond ook onze Jerome op 3 oktober 1944 dat hij die geesten in dat huis wel de baas zou kunnen. Hij kweekte er geiten. Op zeker ogenblik werd vastgesteld dat hij geitenmelk met koeienmelk mengde en dat werd hem niet in dank afgenomen. Men kan haast zeggen dat Jerome vaker iets op zijn kerfstok had en dat hij daardoor ook vaker met het gerecht in aanraking kwam. Er werd mij ook nog een ander ‘geitenverhaal’ verteld. Jerome leefde in onmin met zijn buur Alfons (‘Foenten’) Defraeye (‘Fraeye’). Om zijn geiten toch te laten bevruchten door de bokken van ‘Foenten’, maakte Fred een gat in de omheining tussen beide doeningen zodat de bokken zich konden uitleven en het geitennageslacht voor de Debaets’en weer verzekerd was.
Waarom was hij verder zo merkwaardig?
Zijn verschijning Ik herinner mij niet de leden van het gezin ooit anders gezien te hebben als vuil, ja zelfs smerig en dus onwelriekend. Jerome haatte kousen en droeg er dan ook geen. Zijn blote voeten staken in wat wij kennen als ‘zeesluffers’. Zijn pet gaf de indruk in olie gedrenkt te zijn geweest en was zeker twintig jaar oud. Als Maria een winkel betrad, bleken de andere klanten plots grote haast te hebben of bekeken ze elkaar eens terwijl ze de neus optrokken. Als snuiver van tabak had Jerome ook de bijnaam ‘snuufdoze’ of ‘snuufneuze’. Dat laatste sloeg dan op de grootte van zijn reukorgaan. Wie hem daarmee aansprak, kon zeker op een pak slaag rekenen. Hij verplaatste zich op een oude fiets. Als jongste van de broers was hij wel de baas in het huis en van het bedrijf. Hij had ook de naam liever zijn broers aan het werk te zetten dan zelf de handen uit de mouwen te steken. Sommige Westendenaars hadden wel eens medelijden met Maria, eigenlijk een braaf vrouwtje dat veel van kinderen hield hoewel ze er zelf geen had, maar geterroriseerd werd en bijna tot slavenarbeid gedwongen werd door het broedertrio. Was het een hobby of was het om voor een deel in zijn levensonderhoud te voorzien, maar Jerome ging ik ook ‘kruien’.
HET verhaal Reeds in mijn jeugd hoorde ik een leuk verhaal vertellen over de familie De Baets. Is het echt gebeurd? Of heeft iemand op de namen gespeeld en een verhaal daarover gebreid? Ik weet het niet! Ik ga het jullie toch maar vertellen. Maria kookte dus voor de drie broers en toen het tijd was om te eten, werden de broers, die achteraan het huis aan het werk waren, daarvan verwittigd. Ze riep dan luid aan de achterdeur: «Jerome, zeg tegen Neetn dat ‘n moe kommn frettn*» Een andere dag gebruikte ze een variante: «Jerome, zeg tegen Frettn dat’n moe kommn neetn.» *Westends voor ‘vreten’
Zo zag de pastoor van Westende hem Jerome overleed in het Hendrik Serruysziekenhuis in Oostende op 16 april 1991 en werd begraven in Westende op 20 april. Zijn bidprentje geeft een deel weer van zijn persoonlijkheid. Hij wordt daarin ‘een algemeen bekende dorpsfiguur’ genoemd: «Hij die zolang hij enigszins kon, alle plaatselijke begrafenissen bijwoonde, wordt nu zelf ten grave gedragen. Wij hadden hem al een tijdje bijna niet meer gezien op zijn fiets, met de stok als hulpmiddel tussen het zadel.Hij was een beetje filosoof. «
Zo zag de pastoor van Westende haar Maria Borry werd geboren in Middelkerke op 5 januari 1914 en overleed in Westende op 20 november 1973. «Haar leven was bescheiden en eenvoudig. Zij was geen grote dame waar men moest naar opzien maar zij heeft gewerkt zoveel ze kon en misschien meer dan ze vermocht. Trouw heeft zij haar man terzijde gestaan en verzorgd. Ook haar schoonbroers heeft zij met veel liefde onderdak en zorg gegeven.»
Wat gebeurde er uiteindelijk met de broers Alfred en René?
René stierf in het Heilig Hartziekenhuis in Oostende op 21 september 1964. Het overlijden van Alfred heb ik niet teruggevonden. Ze zouden beide begraven geweest zijn door toedoen van het OCMW ‘als honden’in Stene.
De ophaling van het vuilnis in Westende vroeger De Westendenaars hebben Jerome vooral gekend als ophaler van het huisvuil. Ik heb ook eens opgezocht in de verslagen van de gemeenteraad wie dat karwei opknapte voorafgaand aan de periode ‘Debaets’. In de zitting van 22 juli 1924 werd beslist de wekelijkse ‘reinigheidsdienst’ her in te richten. Désiré Verslype zou het dorp voor zijn rekening nemen tegen een vergoeding van 400 francs per jaar en voor 260 francs per jaar zou August Verleye-Ydou het vuilnis ophalen in Klein-Westende. Tijdens de zitting van 22 maart 1927 gebeurde er een aanbesteding voor een reinigingsdienst in Westende-bad voor de periode ‘van de zaterdag voor de Paasweek 1927 tot en met de vrijdag voor de Paasweek 1933’. Laurent Verbeeke was de laagste met een jaarlijkse vergoeding van 2.900 fr, betaalbaar per kwartaal. Van de zaterdag van de week vóór Paasweek 1939 tot Pasen 1945 haalde August Coopman het vuil op in Westende-Bad voor een jaarlijkse vergoeding van 5.000 fr.
De periode van Jerome De Baets Na Coopman kreeg Debaets de concessie toegewezen voor negen jaar vanaf Pasen 1946 tot Pasen 1955. Die werd daarna nog verlengd en dat tot op 6.3.1958 in de raad beslist werd de vergoeding voor de reinigingsdienst met 30.000 fr per jaar toe te kennen aan Prosper Jacobs. Debaets kreeg toen een concessie van negen jaar in Lombardsijde. Wij ouderen hebben allemaal geweten dat Jerome, geholpen door zijn broer Fred, het vuilnis ophaalde met paard en kar. Spijtig genoeg heb ik geen foto daarvan kunnen vinden. Er werd gewerkt met een grote kar en met een kleine kar en met een aaltkar (“allekarre’ in het Westends) . Zoals jullie wel weten, is aalt of aal vloeibare mest, die terechtkwam in een beerput of aalput. Ik hoop dat jullie niet aan het eten zijn terwijl jullie dit lezen maar het bedrijf Debaets maakte ook beerputten leeg. Dat gebeurde door het uitscheppen met een emmer die uitgegoten werd in de aalkar, die jullie hieronder rechts zien, naast een hooimijt (‘u vumme’).
Een door mij aangesproken Westendenaar zag het nog voor zich dat Jerome ‘Zon en Zee’ binnenreed om alle vuilbakken leeg te maken. Hij haalde er ook de etensresten op en reed er het gras af. Zoals gezegd woonde het gezin toen nog langs de Lombardsijdelaan. Daar werden ook geiten en varkens, honden en katten gehouden. Toen op zeker ogenblik de geitenstallen afbrandden, betekende dat een rampdag voor Debaets.
Op 6 december 1961 werd verhuisd naar de Steenstraat 75 in een barak een beetje afgelegen van de straat. Jullie zien er hieronder een foto van. Omdat hij de weide langs de Steenstraat had afgedolven om er zijn beesten te laten grazen, mocht Jerome, als compensatie, het terrein op nummer 75 bezetten.
Het huisvuil werd gestort om en achter zijn woonst. De buren uit de Steenstraat waren ver van opgezet met een stort en een vuile barakomgeving in hun straat. Niet te verwonderen natuurlijk als je weet dat de nog gevulde vuilniskar soms enkele dagen in de straat stond te stinken. Het regende dan ook klachten.
Commissaris Landuyt versus Jerome Debaets Sommigen beweren dat Jerome op een goed blaadje stond bij burgemeester Vannuffel en dat hij zich daardoor wat meer durfde permitteren. Maar daar zou verandering in komen! Na eerst een tijd veldwachter geweest te zijn vanaf 1 augustus 1951 in opvolging van de gepensioneerde Karel Lefevere, werd Roger Landuyt, komende van Hertsberge, op 1 april 1954 benoemd tot politiecommissaris van Westende. Alle oudere Westendenaars zijn het er over eens dat de arm van de wet toen heel wat strenger optrad. Sommige hebben het er zelfs over dat Landuyt toen ‘de strijd aangebonden’ heeft met Jerome Debaets die zich totdantoe niets had aangetrokken van wettelijke voorschriften noch van klachten van omwonenden.
De laatste levensjaren van Jerome Na het stoppen van zijn vuilnisbedrijf trok Jerome zich samen met Maria op 19 april 1968 terug in een bosje in de Schuddebeurzestraat nummer 38. Jullie zien er hieronder een foto van. Naar het schijnt kwam hij toen heel wat properder en deftiger voor de dag, zonder te overdrijven, natuurlijk.
Gedaan met de middeleeuwse vuilniskar!
Genoeg is genoeg: het is niet hygiënisch, het stinkt en de toerist vindt het een schande voor een badplaats Op 13 december 1963 besliste de gemeenteraad het contract met Prosper Jacobs op te zeggen tegen de eerstvolgende vervaldag in april 1963. Jacobs moest nadien wel gevraagd worden om het vuil nog wat langer op te halen aan een tarief van 1.500 fr per dag omdat er nog geen alternatief was. Pas op 17 januari 1964 besliste de raad de dienst voor het afhalen van het huisvuil her in te richten vanaf 2 april 1964. Maar er kwam maar geen schot in de aanbesteding wegens herhaalde klachten. Bovendien rezen nog enkele andere problemen. De gemeente deinde razendsnel uit en er kwamen steeds meer grote appartementsgebouwen bij. De aanbesteders vonden dat een nauwkeurige prijsopgave moeilijk te maken was. Een private firma kon zich ook niet voorzien van modern en aangepast materiaal. De ophaling van inpakpapier en dozen één of twee keren per week, zou nog wel te doen zijn met een gewone camion, maar … de rest? En het huisvuil? Aangezien een camion 3T ook goed van pas zou komen voor het onderhoud van de wegen, voor het wegruimen van opgewaaid zand op de dijk, voor de onderhoudswerken aan de beplanting en voor toeristische aangelegenheden, besliste de gemeenteraad dan maar de dienst voor het afhalen van het huisvuil voortaan zelf voor zijn rekening te nemen. In de volgende maanden werden daartoe een speciale huisvuilafhaalwagen, een kip-lastwagen, een lichte bulldozer en een gewone auto-camion van ongeveer 3 ton aangekocht alsmede de nodige speciale vuilnisemmers (2.000 stuks).
Maar, waar naartoe met dat vuil? Op 14 september 1964 besliste het gemeentebestuur om een ‘machtiging’ aan te vragen aan de bestendige deputatie van de provincie om een pachtovereenkomst af te sluiten met de kerkfabriek voor het oprichten van een vuilnisbelt. De kerkfabriek wilde namelijk voor een duur van negen jaar een veldweide in de Hofstraat verpachten aan de gemeente om ze te laten ontzanden en om er de opgehaalde vuilnissen te storten, mits een jaarlijkse pachtprijs van 3.500 fr. Maar het oprichten van die vuilnisbelt werd niet goedgekeurd door de Bestendige Deputatie, die het vooral niet eens was met de termijn. Zij wilden 5 jaar in plaats van negen. De gemeente tekende echter beroep aan tegen deze beslissing en kreeg tenslotte toch de gewenste machtiging.
Zo werd een streep getrokken onder een achterhaalde, achterlijke vuilnisophaling!
Zou de tramlijn dan toch nog uit de dorpskern van Lombardsijde verdwijnen?
En de enquête dan? Tien jaar wordt er al over gesproken en er werd zelfs een actiegroep voor opgericht. Toen ik in het voorjaar van 2009 las en hoorde dat twee derde van de bevolking zich in een enquête, georganiseerd door het gemeentebestuur, uitgesproken had voor het behoud van de tram in de dorpskern, dacht ik dat de kous nu eindelijk af was. Natuurlijk ben ik een absoluut verdediger van de eerbied voor de wil van het volk … als de volksraadpleging gebeurt op een eerlijke, representatieve en aanvaardbare manier. Het is juist dat veel deelnemers aan zo’n enquête vaak niet weten waar de klepel hangt en zich gewoon laten overreden door een vriendelijke enquêteur die aan de deur komt of door een invloedrijke buurman/buurvrouw of politicus. Het resultaat van zo’n raadpleging moet natuurlijk ook gezien worden in het licht van het aantal en van de hoedanigheid van de bevraagden. Als men in dit geval enkel de vraag zou stellen aan Lombardsijdenaars die vlak bij de nieuwe halte wonen en niet aan diegene die langs het tramtraject wonen of niet aan bewoners van wijken in het Prinsenveld of langs de Nieuwpoortlaan op 1 kilometer van de kern, dan is zo’n volksraadpleging natuurlijk waardeloos. Als de raadpleging niet betrouwbaar is en dat is spijtig genoeg vaker het geval, dan kan/moet het beleid daarop natuurlijk zijn beslissing niet baseren. Naar het schijnt werden in 2009 1500 formulieren verstuurd, 1200 daarvan werden teruggestuurd, 65% daarvan waren voor het behoud van de tram in de dorpskern. Dat lijkt mij dus wel een betekenisvolle volksraadpleging. Van een gevolg daaraan was echter bijlange geen sprake.
De geschiedenis van het Lombardsijds verzet tegen de verlegging van de tram Reeds in februari 1993 stapte Rigo Henderyckx naar het gemeentebestuur met de vraag om de verkeerssituatie in de dorpskern te verbeteren. In 2004 richtte Roland Hollevoet de actiegroep ‘Red de tram’ op. De groep hield voor de eerste keer een infovergadering voor 70 mensen op 17 maart 2004 in aanwezigheid van burgemeester Landuyt, van schepen voor openbare werken Liliane Pylyser-Dewulf en van schepen voor Middenstand Janna Rommel-Opstaele, maar zonder ‘De Lijn’. CD&V fractievoorzitter in de gemeenteraad Freddy Vandenbussche zag stemmen/kiezers in het massaal verzet en nam de actiegroep op sleeptouw. De burgemeester beweerde nog over te weinig gegevens te beschikken en hield zich op de vlakte. Hij wilde eerst het resultaat van een objectieve studie afwachten. Toch meende hij de inwoners al onder druk te moeten zetten: “ofwel verdwijnt de tram en komt er een mooi ogend Dorpsplein, ofwel blijft de tram en verandert er weinig aan het Dorpsplein’. Vandenbussche hield zelf een enquête onder de inwoners die volgens hem wilden dat de tram bleef. Daarom stapte hij samen met de bond van trein-tram-busreizigers naar ‘De Lijn’. Daar vonden ze het protest voorbarig omdat er zelfs nog geen beslissing over het traject genomen was. Schepen Pylyser-Dewulf vond dat er een referendum moest georganiseerd worden. Toenmalig schepen van Middenstand, nu burgemeester Rommel-Opstaele, hield er ‘in naam van de middenstanders’ een dubbelzinnige maar zeer merkwaardige mening op na. Enerzijds vond ze dat de tram mensen tot in het hart van de gemeente brengt maar anderzijds “gebruiken veel inwoners juist die tram om hun inkopen in Nieuwpoort te doen.” Zullen ze dat dan niet meer doen als de tram langs de kustweg rijdt? Zal de afstand naar de tramhalte misschien te groot zijn? Kunnen ze de bus niet nemen? Eigenaardige (domme) uitspraak! Zou het ook niet kunnen dat ze die inkopen niet meer kunnen doen in hun dorp, bij gebrek aan winkels? Eén bakker, één beenhouwer en geen enkele geldautomaat is inderdaad maar mager. De vervangende ‘OKAY’ wordt straks ook niet meer aangedaan door de tram.
Reacties van ‘De Lijn’ en van het gemeentebestuur De in Lombardsijde uitgevoerde enquête heeft dus ofwel bij het beleid niet voldoende vertrouwen gekregen ofwel hebben de politici, die altijd de mond vol hebben van ‘inspraak door’ en ‘participatie van’ de bevolking, gewoon hun gedacht gedaan en de conservatieve voorstanders moeten er zich maar bij neerleggen. Het is natuurlijk het bestuur van ‘De Lijn’ dat beslist, maar zij voeren nooit zo’n grondige wijziging uit zonder het goedkeurend advies van het gemeentebestuur.
Politiek spelletje Eigenlijk zijn alle partijen voor de verlegging en ze willen allemaal graag de eer ervoor opstrijken. Er zijn niet zoveel punten of projecten in Middelkerke waarover dergelijke eensgezindheid bestaat. ‘Omwille van de veiligheid’ is natuurlijk iets waarbij de partijen zich, willen of niet, moeten aansluiten. Het was trouwens Jean-Marie Dedecker die als eerste het nieuws verspreidde, fier als hij was omdat daarmee het eerste programmapunt van zijn partij verwezenlijkt zal worden. Naar het schijnt zou de meerderheid deze beslissing reeds enkele maanden kennen maar ze wilde dat, voor een reden waarnaar men het raden kan hebben, liever nog een periode geheim houden. Zes maanden voor de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006 stuurde de Open VLD aan alle inwoners van Lombardsijde een bewonersbrief. Ze maakte daarin duidelijk dat de trambedding een 300-tal meters zou moeten verschoven worden. Dat het eigenlijk bijna 600 meters moet zijn, dat is maar een detail, in hun ogen. De vooruitzichten werden rooskleurig voorgesteld, juist zoals dit nu ook weer gebeurt. Toenmalig Vlaams volksvertegenwoordiger van de SP-A Jacky Maes verklaarde in de krant van 19 mei 2007 dat er een oplossing in de maak was. Hij verklaarde zich, samen met partijgenoot en schepen Geert Verdonck, voorstander om de tram via de middenberm van de N34 te laten rijden. Hij sprak toen al van een parallel spoor langs de kustweg waar alle sneltrams maar ook een aantal stoptrams zouden rijden op een dubbel spoor. De sneltram zou de stoptram kunnen inhalen. De dorpskern zou enkel nog bediend worden door stoptrams.
Laten we even het tramtraject volgen en de kenmerken ervan opsommen
De lezer die minder vertrouwd is met Lombardsijde kan hierboven nog eens het huidig en het gepland traject bekijken.
Er komen drie bochten in voor: de bocht bij de kustweg-zeelaan, zeelaan-dorp en de kustweg-westendelaan aan het koning Albertmonument op het grondgebied van Nieuwpoort. Een Lombardsijdenaar: “Bochten zijn een nachtmerrie voor de tram/’De Lijn’. De snelheid moet drastisch omlaag en de slijtage op de sporen is onevenredig groot ….en vaak komt daar nog een hinderlijk geluid bij. Vraag dit maar aan de bewoner die in de bocht zeelaan-dorp woont waar de tram op 2 meter van zijn bed passeert. Die bocht is in 2010 nochtans volledig vernieuwd maar voldoet op dit moment niet meer, wat geluid betreft.” Jullie zien hieronder links, de bocht Kustweg - Zeelaan en rechts de bocht Zeelaan – Dorpsplein/Bassevillestraat
De tram passeert aan zes kruispunten, op Lombardsijds grondgebied: met de Elisabethlaan/Schorrestraat, met de Zeelaan voor verkeer komende uit het dorp, met de Hoogstraat, met de Schoolstraat, met de Oude Nieuwpoortstraat, met de Schorrenbloemstraat. Auto’s mogen vanuit deze laatste straat de Nieuwpoortlaan niet oprijden. Jullie zien hieronder een luchtbeeld en een foto van de kruispunten.
Van boven naar onder zijn dat: Kruispunt Zeelaan met Elisbethlaan/ Schorrestraat (foto’s 1 en 2) en kruispunt tussen tram en Zeelaan voor verkeer komende uit het dorp (foto 3) Kruispunt Zeelaan met Hoogstraat Kruispunt Zeelaan met tram en met Bassevillestraat Kruispunt met tram Dorpsplein – Bamburgstraat – Schoolstraat Kruispunt Nieuwpoortlaan – Oude Nieuwpoortstraat ter hoogte van de Santhovenstraat Kruispunt Nieuwpoortlaan met Schorrenbloemstraat
Er zijn natuurlijk op elk traject kruispunten. Op het nieuw traject zal dat niet anders zijn: met Zeelaan, met Schoolstraat, met Havenstraat, met Schorrestraat, met Westendelaan in Nieuwpoort. Misschien kunnen er daarvan wel 1 of 2 gesupprimeerd worden, maar dat zal dan wel ongemak meebrengen.
Er zijn elf huizen langs de Nieuwpoortlaan waarvan de uitrit de trambedding moet kruisen. Jullie zien er daarvan vijf, hieronder.
De tram rijdt in een eigen bedding langs de Zeelaan, behalve aan de twee gelijkgrondse kruispunten, en ook langs de Oude Nieuwpoortstraat en de Nieuwpoortlaan. Ziehier een voorbeeld.
Eigen trambeddingen, gelegen in of langs openbare wegen en ervan gescheiden door boordstenen, geleidingspalen, hekkens, bomen of andere vaste hindernissen, moeten bij gelijkgrondse kruisingen voor voetgangers voorzien zijn van vluchtheuvels, tenzij het dwarsen van de eigen bedding door verkeerslichten wordt geregeld. De eigen beddingen mogen niet betreden of gebruikt worden door personen vreemd aan het trambedrijf.
Andere storende ongemakken die een tram veroorzaakt Geluidsoverlast is storend maar mag tegenwoordig ‘nogal gering’ genoemd worden. Dat heeft dan wel een ander nadelig gevolg: je hoort de tram niet meer aankomen. Waar is ook de tijd dat er alleen felgele trams reden? Er bestaan trouwens studies over die gele kleur in het verkeer die aantonen dat deze kleur het meest opvalt. Destijds in 1990 heeft Vlaams minister voor verkeer Sauwens zelfs alle verlichtingspalen in het geel laten schilderen. Hij was toen nog wel bij de Volksunie en daarom werd er een beetje zwart aan toegevoegd. Nu is de tram beschilderd met reclame in alle kleuren waardoor hij niet meer zo opvalt. Het denderen van de tram veroorzaakt ook trillingsschade aan de huizen dicht bij het spoor met scheuren in de fundering tot gevolg. Hier kan terloops ook nog opgemerkt worden dat de bovenleidingen van het spoor in de gemeente Lombardsijde vorig jaar nog vernieuwd werden. Dat wordt dus verloren energie en verloren kapitaal.
De veiligheidsplannen van ‘De Lijn’ voor de kusttram ‘De Lijn’ heeft in de voorbije jaren miljoenen geïnvesteerd in de veiligheid van de tram. Zij willen nog verder gaan: verkeerslichten of knipperlichten aan alle kruispunten, fietsers en voetgangers moeten zigzaggend de trambedding overschrijden (zoals aan de camping ‘Albatros’ zie hieronder) zodat ze de tram zien afkomen, de streepmarkeringen aan de oversteekplaatsen moeten reflecterend zijn en er moeten nog meer signalisatieborden geplaatst worden.
De meeste verkeerslichten werken met verkeerslichtenbeïnvloeding. Staat het licht op groen voor de tram, dan zijn alle andere lichten daar op dat moment rood, zodat conflicten uitgesloten zijn. Er moet overal een veilige wachtzone bestaan tussen de tramsporen en de rijweg. In het jaar 2002 werden alle kusttrams uitgerust met een soft-front en opschep. Bij een botsing geraakt de zwakke weggebruiker hierdoor niet langer onder de kusttram en zijn de letsels minder ernstig, alhoewel … en het dodelijk ongeval van 5.8.2011 dan? Er bestaan eigenlijk maar weinig verkeersborden in verband met de tram. Hierna volgen ze: het zijn drie gevaarborden, van links naar rechts A45 (overweg voor enkel spoor), A47 (Overweg voor twee of meer sporen) en A49 (kruising van een openbare weg door één of meer in de rijbaan aangelegde sporen) en één voorrangsbord A51.
Op bepaalde plaatsen werd deze installatie aangevuld met een belsignaal wat vooral ten aanzien van fietsers en voetgangers een meerwaarde biedt. Voor elke halte laat de chauffeur het typische trambelletje horen. Speerpunt in hun streven is de verbetering van de opleiding van hun tramgeleiders. Ik lees ook op hun website dat er sinds de jaren tachtig in hun schoot een werkgroep met wegbeheerders bestaat, met vertegenwoordigers van de gemeenten, de provincie en de Vlaamse gemeenschap. Wie daaraan deelneemt voor Middelkerke en wat de resultaten ervan zijn, heb ik niet kunnen achterhalen. Elke chauffeur, fietser of voetganger die verstrooid is en/of onvoldoende oplet aan een kruispunt, kan natuurlijk verwikkeld geraken in een ongeval. De dag van vandaag wil ‘De Lijn’ tengevolge van aanhoudende kritiek om de vele ongevallen met de kusttram, dat risico tot elke prijs verminderen door overal (dure) hulpmiddelen aan te brengen. De weggebruiker wordt echt gepamperd en moet haast niet meer nadenken. Dat is ook wel gevaarlijk, maar algemeen moet toch gezegd worden dat de veiligheid er fel door verhoogd wordt.
In hoeverre zijn die plannen reeds uitgevoerd in Lombardsijde? Zoals jullie hieronder kunnen zien is er een veilige wachtzone aan de tramhalte ‘YMCA’ (links); in Lombardsijde-bad (rechts) is er wel een vluchtheuvel maar geen reling.
De kruispunten met de Schoolstraat (verkeerslichten), aan de Schorrenbloemstraat en aan de Elisabethlaan (knipperlichten, spiegels en oplichtend TRAM - bord) en aan de Hoogstraat (knipperlichten en oplichtend TRAM – bord) lijken mij goed beveiligd. De kruispunten met de Oude Nieuwpoortstraat en met de Bassevillestraat zijn haast niet beveiligd: geen lichten, geen oplichtend TRAM – bord. Op het eerste kruispunt staat enkel een gevaarsbord A49 dat de kruising met de tram aangeeft en op het kruisend fietspad is er nog een A49 geschilderd, op het tweede staat een spiegel, die naar het schijnt meedraait met de wind (toestand op 1 mei 2013).
Welke voordelen zou het nieuw traject opleveren, volgens de voorstanders van de wijziging?
Er zouden minder ongelukken gebeuren! Telkens er zich een ongeval voordoet met de kusttram wordt daar veel ophef over gemaakt. Het is natuurlijk juist dat er jaarlijks (te) veel dergelijke ongevallen te betreuren vallen. In de periode 2003-2009 daalde het aantal van 127 naar 69, om in 2010 en 2011 opnieuw te stijgen naar respectievelijk 86 en 100. Volgens ‘De Lijn’ door fors te investeren in veiligheid, daalde het aantal in 2012 opnieuw naar 80. Als we een rangschikking opstellen voor alle kustplaatsen, dan neemt Lombardsijde daarin een zeer gunstige plaats in. Ik weet ook wel dat Lombardsijde niet de drukste kustplaats is, maar wat ik ook weet is dat de zware ongevallen die zich hier met de kusttram voordeden in de voorbije jaren niets te maken hadden met het gevolgde traject, noch met het feit dat de tram door de dorpskern rijdt. Volgens een provinciale studie zouden de zwaarste ongevallen zich trouwens voordoen met trams in eigen bedding. Het is natuurlijk vanzelfsprekend dat er zich in Lombardsijde geen tramongevallen meer zullen voordoen als er geen tram meer rijdt. Ik hoop van wel, maar zal de tram op zijn nieuw traject dan wel gevrijwaard blijven van ongevallen?
Ziehier het lijstje van de zware ongevallen in Lombardsijde. Op 12 februari 2010 overleed een 52-jarige man nadat hij werd aangereden door de kusttram. De man had zijn wagen geparkeerd op de parking naast de trambedding en wilde de sporen oversteken om naar zijn woning te wandelen. Hij gebruikte daarbij niet de voorziene oversteekplaats voor voetgangers. Hij zou gestruikeld zijn over een hindernis toen hij de trambedding wou oversteken. Zo’n spijtig ongeval is mogelijk aan elke oversteekplaats van de trambedding. Dat had dus niets te zien met het traject van de tram noch met de dorpskern van Lombardsijde. Er werd ondertussen een afsluiting geplaatst tussen de parkeerplaats en de trambedding, zoals te zien is op onderstaande foto..
Op vrijdag 05 augustus 2011 in de Nieuwpoortlaan ter hoogte van de halte YMCA tussen Lombardsijde en Nieuwpoort, wilde een vrouw nog snel bij de halte geraken toen de tram reeds in aantocht was. De vrouw maakte spijtig genoeg een inschattingsfout en geraakte onder de tram. Zo’n ongeval is mogelijk aan elke halte. Het ongeval had dus niets te zien met het traject van de tram noch met de dorpskern van Lombardsijde.
Op 15 oktober 2011 ontspoorde de tram in de bocht aan het koning Albertmonument. De oorzaak was overdreven snelheid. Er waren 31 gewonden. Het ongeval had niets te zien met het traject noch met de dorpskern van Lombardsijde. Er zijn overal bochten in het tramproject en er wordt overal te snel gereden.
Het nieuw project zou rijtijdwinst opleveren Kijken jullie even naar de trajectduur die nu geldig is, volgens ‘De Lijn’: Westende Sint-Laureins naar Nieuwpoort: 8 minuten Lombardsijde-bad naar Nieuwpoort via dorp: 6 minuten Westende Sint-Laureins naar Lombardsijde-bad: 2 minuten Lombardsijde-dorp naar Nieuwpoort 4 minuten
Laat ons dus aannemen dat er een maximale (volgens mij verwaarloosbare) winst zal zijn van 3 minuten. De trambegeleiders zullen dan wel een veel hogere snelheid kunnen ontwikkelen en zullen dat ook doen, met de nadelen voor het comfort van de reizigers en met mogelijkheid van meer ongevallen aan de kruispunten, tenzij deze laatste extra beveiligd worden maar dat zal wel het geval zijn, neem ik aan.
Daardoor zal Lombardsijde nu eindelijk ook zijn pleintje krijgen Als de politici eerlijk willen zijn, zullen ze moeten toegeven dat de tram vooral daarvoor uit het dorp moet verdwijnen. Elke deelgemeente moet immers zijn pleintje hebben, het handelsmerk van de Open VLD Middelkerke.
Ze willen op het Dorpplein een oase van rust en stilte creëren, met bomen, fonteinen en zitbanken en lampenkappen (de kleur is nog niet gekozen!). Dat alles in de schaduw van ‘Onze Lieve-Vrouw Bezoeking’ en aanleunend bij de ingetogenheid op het kerkhof. Men kan zich afvragen of ze het nu nog min of meer levendige Lombardsijde misschien even doods willen maken als Westende. Een Lombardsijdenaar vindt het huidige Lombardsijde nochtans nu reeds ‘zo dood als een pier’. ‘Hier gebeurt nooit wat. Er zijn zelfs bijna geen winkels meer. Alle woonhuizen die te koop staan worden vervangen door appartementen…nog meer grijs…
Schepen Liliane Pylyser-Dewulf belooft echter beterschap: “het aanzicht van Lombardsijde zal drastisch wijzigen. Hierdoor kan het dorp weer opleven.’
Een andere Lombardsijdenaar verheugt er zich reeds op dat terrasjes op het Dorpsplein mogelijk zullen zijn, dat de Ezelcavalcade geen last meer zal hebben van de tram en dat avond- en rommelmarkten opnieuw in de dorpskern zullen kunnen opgesteld worden. Gedurende de maanden juli en augustus is er op woensdagavond een zeer druk bezochte avondmarkt. De trambestuurder heeft dan al de moeite van de wereld om onvoorzichtige marktbezoekers de sporen te doen vrijmaken.
Hoewel het niet expliciet over Lombardsijde gaat, schrijft ‘De Lijn’ nochtans op een website: “Dankzij de tram verhoogt de verkeersleefbaarheid van de kustgemeenten. Ze draagt ook bij tot de economische en sociale welvaart in de regio.”
Ook andere voor Lombardsijde belangrijke wegen zouden een opknapbeurt krijgen Volgens een Lombardsijdenaar heeft het dorp veel meer dan een pleintje nodig… namelijk “een volledige herwaardering zodat het er goed wonen is voor jonge gezinnen. “ Volgens schepen Pylyser-Dewulf zou Lombardsijde dat ook krijgen. Ze beweert onder andere: “De Zeelaan zal veranderen in een promenade. “ Hopelijk moet dat weer niet bij de gebruikelijke grootspraak van het gemeentebestuur gerekend worden. Michel Landuyt zei ook ooit dat de Meeuwenlaan in Westende-bad een soort ‘La rambla’ zou worden zoals in Barcelona. Hebben jullie al iets gezien dat daarop gelijkt? Een promenade is meer dan een wandelweg. Gebruikt men die naam niet enkel voor een zeedijk of voor een weg met bezienswaardigheden aan beide zijden? Waar leidt de Zeelaan eigenlijk naartoe?
De zeelaan hoort naar de zee te leiden…en naar het militair kamp…de grote werkgever in Lombardsijde. De zeelaan kan naar de zee leiden als de Matrozenlaan doorgetrokken wordt naar het strand. Dit is op dit moment moeilijk te verwezenlijken omdat het munitiedepot dan gescheiden wordt van de rest van het kamp. Het is dus wachten op de eventuele ontmanteling van de militaire camping en de invulling van de duinenzone om enige zekerheid te krijgen over de toegang tot het strand. Een Lombardsijdenaar heeft enkele bruikbare ideeën daarover: “de Zeelaan kan ook een grote opwaardering gebruiken van wat we tegenwoordig ‘hondenpoeplaan’ noemen naar een prachtig wandelparadijs waar auto’s met mondjesmaat geduld worden. Rechts (vanuit het dorp gezien) ligt de golfsite. Goed onderhouden groene borders en voldoende straatverlichting zijn hier zeer noodzakelijk. De linkerkant kan voorzien worden van een schitterend woongebied waar villabouw naast sociale woningen geïntegreerd in een groenpark de toon zetten. Appartementen en een mini-atlantic wall zijn hier niet op hun plaats. De RUP in aanleg kan hier alvast rekening mee houden. Geef de bouwmafia en malafide promotoren geen kans.”
Over de Nieuwpoortlaan zegt schepen Pylyser-Dewulf: “De huidige trambedding zullen we samen met de Vlaamse overheid omvormen tot een veilig wandel- en fietspad. Een Lombardsijdenaar: “De heraanleg van wat in de volksmond “de Nieuwpoortse steenweg” genoemd wordt, is bij mijn weten gestopt in Middelkerke na de renovatie van de Oostendelaan. Het traject tot aan de brug in Nieuwpoort is ook dringend aan vernieuwing toe. Er mag ook wel wat gedaan worden aan de verkeerssituatie op de Lombardsijdelaan.” Op 11 april 2013 stelt burgemeester Janna Rommel-Opstaele dat de vernieuwing van de Lombardsijdelaan nu reeds vast ligt tot aan de Baronstraat en dat nu werk zal gemaakt worden van het laatste stuk tot buiten de dorpskern.
Een Lombardsijdenaar: “De aanleg van het nieuwe spoor langs de kustweg houdt ook een volledige reconstructie van de kustweg in naar het voorbeeld van het traject tussen Middelkerke en Westende bad. Eindelijk zou dan een snelheidsbeperking van 70 km per uur ingesteld kunnen worden en zou al het verkeer gedwongen worden op 1 rijstrook te rijden. Dit betekent dan het einde van een racebaan die kaarsrecht naar de brug in Nieuwpoort loopt en waar vooral motoren zich op een circuit wanen waar ze tot over de 200 km per uur kunnen halen.”
Er zullen wel tientallen bomen moeten geveld worden!
Verandert dat iets aan het beschermd dorpszicht dat bedongen werd bij de renovatie van het klooster? Een Lombardsijdenaar: “Het beschermde dorpszicht krijgt bij het wegvallen van het spoor wel meer betekenis. In dit kader zou het beter zijn het hele dorp die status te geven en de kerk en de begraafplaats en het restaurant (de Bellevue) en de pastorie erbij te betrekken.”
Dan zal er ook plaats zijn voor een feesttent Zowat in alle deelgemeenten worden de huidige feesten en evenementen gevierd in een tent. Zeer comfortabel (natuurlijk nodig bij slecht weer) en als men toch op geen euro moet kijken … Maar volgens de Open VLD zou dat nu in Lombardsijde niet mogelijk zijn. Later wel … tussen de bomen, fonteinen en zitbanken! En de Oude Nieuwpoortlaan dan? Daar staat de kermis nu toch ook!
Dan zal er ook meer parkeergelegenheid zijn op het Dorpsplein Is dat argument niet een beetje strijdig met de oase van stilte en rust die moet gecreëerd worden? Wordt het Dorpsplein, in tegenstelling met het 'evenementenplein' in Middelkerke, nu een parkeerplein zoals de markt van Westende? Op de website van de lijst Dedecker lees ik: “In de zomer davert er iedere 10 minuten een 48-tonner van 30 m lengte voorbij de voordeur van de Lombardsijdse dorpsbewoners”. Ze zullen daar nu wel stilaan aan gewoon geraakt zijn, zeker? Zal het druk op- en afrijden van auto’s dan zoveel beter zijn?
In Westende is het toch ook zo De (politieke) meerderheid heeft natuurlijk gelijk als ze beweert dat de tram destijds ook door de dorpskern van Westende reed. De halte was aan ‘La Lanterne’. Eerst en vooral wil ik opmerken dat het verplaatsen van de tramlijn in Westende uitgevoerd werd bij de vervanging van de stoomtram door een elektrische tram en dat het traject langs de dorpen meer bedoeld was voor het goederenvervoer. Toen wilde men de stichting van badplaatsen een handje toesteken en wilde men de toerist laten genieten van de zee en van de duinen. (zie verder) Westende heeft een badplaats, Lombardsijde niet. Het is vanzelfsprekend dat de tram door Westende-bad rijdt om toeristen aan te voeren. Dat betekent echter niet dat dit geen ongemak betekent voor de gemiddelde dorpeling.
Er worden compensaties voorzien In principe kunnen er haltes komen aan de kruising kustweg-zeelaan (militair kamp en campings) en de kruising Schoolstraat-kustweg. Ze liggen op exact 500 meter van elkaar. In Westende is de afstand van ‘La Lanterne’ naar de huidige halte aan de Essex-Scottishlaan exact 1 kilometer. Van het kamp en van de campings is de afstand naar de huidige of naar de toekomstige halte ongeveer dezelfde. De afstand voor de Lombardsijdenaars, die in de dorpskern wonen, naar de halte aan de Schoolstraat zou nauwelijks 600 meter bedragen. Aanvaardbaar, maar moet er dan geen rekening gehouden worden met diegene die buiten die kern wonen? Dan kan de nieuwe afstand al rap meer dan anderhalve kilometer bedragen.
Er zouden meer bussen ingelegd worden. Zal ‘De Lijn’ daarvoor de prijs willen betalen? Je mag dus stellen dat er dan praktisch een dubbel openbaar vervoer zou gecreëerd worden. Als we dan toch vergelijken met Westende: waarom zou ‘De Lijn’ meer bussen inleggen voor Lombardsijde dan ze nu doet voor Westende? Er zijn weliswaar nu reeds veel bussen, aangepast aan morgen- en avondspits, aan middaguur en aan schooldagen en –uren. Mag ik misschien ook nog de vraag stellen of busvervoer zoveel veiliger is?
Wat zeggen de voorstanders van het behoud? Roland Hollevoet, oprichter van de werkgroep ‘Red de tram’: ‘Dit is geen goede beslissing, zeker niet voor de mindervalide en oudere mensen. Maar ook voor de schoolgaande jeugd, die hierdoor fel beperkt wordt. Ik twijfel aan de frequentie van de bussen. Dat zal nooit de luxe van een tramverbinding om de 15 minuten kunnen vervangen.' Hoewel hij vreest dat toch niet meer naar zijn kreet om hulp zal geluisterd worden, vindt hij ook vandaag nog dat samen met de tram ook het sociaal leven uit het dorp zal verdwijnen.
Sam Govaert en Peggy Blancke baten langs het traject taverne 't Zwientje uit, de vroegere ‘Avenue de la Reine’. De kusttram dendert op amper anderhalve meter van hun voordeur voorbij. Maar toch houden zij er gemengde gevoelens op na. ‘Voor het gemak moet de kusttram niet weg, maar wel voor de veiligheid', zegt Sam. ‘We hebben er weinig last van, maar het blijft gevaarlijk. Er zijn al enkele zware ongevallen gebeurd. De heraanleg van de weg en dorpsplein is mooi meegenomen.'
Ik vrees dat zij niet verder gekeken hebben dan hun eigen omgeving, voor wat betreft de veiligheid. Alhoewel vlak voor de uitgang van hun café een reling geplaatst werd opdat de vertrekkende cafégangers niet recht onder de tram zouden lopen, zien ze schijnbaar enkel maar de toestand rond hun instelling, waar nochtans nog nooit een zwaar ongeval gebeurde te wijten aan het traject van de tram.
Zullen de evenementen zoals avondmarkt en ezelstoet, …. er onder te lijden hebben? Ik denk dat niemand die vraag op dit ogenblik kan beantwoorden. De caféhouders op het Dorpsplein, die veel tramreizigers onder hun cliënteel tellen, zien de toekomst niet al te rooskleurig tegemoet.
Dit was al een discussiepunt in 1924 In “Le Carillon d’Ostende et de la Région” van 27.11.1924 verscheen het artikel ‘La ligne électrique Ostende-La Panne” van Georges Paquot. Het is in het Frans gesteld maar ik heb het hier even voor jullie geresumeerd. Het gaat over de periode waarin de elektrische tram zijn eindpunt had in Westende-bad. «Het was om economische redenen dat het kortere traject van Westende naar de sluizen van Nieuwpoort voorgesteld werd. Als de tram door Lombardsijde-dorp moest rijden, zou veel duurdere grond moeten verworven worden dan voor een traject door de verlaten duinenzone. De nieuwe lijn werd aangelegd om de toeristen toe te laten langs de kuststrook te rijden, om deze aldus aan te prijzen en onze badplaatsen in de kijker te plaatsen. Het zou dus een vergissing zijn om door de dorpen te rijden! Een elektrische lijn langs de kust van Westende en langs de monding van de IJzer zal het oprichten van nieuwe villa’s en hotels in een totnogoe te veel verwaarloosde zone bevorderen. Het voorstel tot weginkorting van de minister van financiën zou het gedeelte van de duinen in de hoek tussen de kust en de IJzer over de laatste drie kilometers rechteroever, in de vergeethoek duwen. In september laatstleden kwam de gemeentelijke administratie van Westende, ingevolge een vergadering van de burgemeesters van Westende en Lombardsijde met de grondeigenaars van het dorp met een nog slechtere oplossing voor de pinnen: ze stelden namelijk aan het bestuur van de buurtspoorwegen voor om het huidig eindpunt van de elektrische lijn, te verbinden met het spoor van de stoomtram Oostende-Nieuwpoort. Zo zou de verlengde elektrische tramlijn door Westende-dorp rijden en aldus tegemoet komen aan de wensen van de landelijke eigenaars. Maar zo zou de elektrische tram zijn reden van bestaan verliezen, namelijk de ontwikkeling van de nationale kust- en toeristische nijverheid helpen bevorderen. Daarmee zou het algemeen belang niet gediend zijn. Gelukkig ging de maatschappij voor buurtspoorwegen daar niet op in. De weg Oostende-Nieuwpoort is trouwens niet breed genoeg voor een dubbel spoor. Het is hoog tijd om eens en voor altijd een einde te stellen aan de complicaties die steeds weer het gevolg zijn van de grillen van de landelijke elementen.»
Op 4 februari 1920 besliste de gemeenteraad van Westende jaarlijkse betalingen van 6.900 fr te zullen uitvoeren (totaal 138.000 fr) om de kosten van het doortrekken van de elektrische lijn van Westende-bad naar Nieuwpoort te helpen dragen. Vier jaar later, op 13 december 1924, werd dat besluit echter weer ingetrokken. Dat was niet naar de zin van Georges Pacquot die op 13.01.1925 daaraan een nieuw artikel wijdde in ‘Le Carillon d’Ostende et de la Région’: “Singulière décision à Westende”.
“Deze ommezwaai is onverantwoord en onaanvaardbaar. Het mag dan ook verwacht worden dat de hogere overheid daar niet mee akkoord zal gaan. Waar gaan we naartoe als een beslissing die bijna vijf jaar geleden genomen werd en waarop verder gewerkt werd, niet meer gerespecteerd wordt? Het incident is spijtig genoeg van die aard dat weer veel tijd zal verloren gaan. Eens te meer wordt hierdoor bewezen dat Westende-dorp het grondgebied zou moeten afgenomen worden waarop zich de badplaats Westende-bad bevindt. Deze laatste zou een zelfstandige gemeente moeten worden. De ontwikkeling van de badplaatsen is duidelijk niet de zaak van de landelijke elementen van de bevolking die in de nabijgelegen badplaats slechts een melkkoe zien en die zich geenszins rekenschap geven van de algemene behoeften op het gebied van toerisme en nationale welvaart.”
En welke zijn nu de huidige vooruitzichten? Ik ontleen de volgende tekst van de website van de Lijst Dedecker: “Het project zou al kunnen gerealiseerd worden vanaf 2014. Landmeters zijn vandaag al het nieuwe traject op de kustweg aan het uittekenen. Het is nog wachten op het financieel fiat van het Vlaams Gewest om definitief van start te gaan. Dit geeft de gemeente ruimschoots de tijd om te starten met de planning voor de noodzakelijke opwaardering van Lombardsijde. Lombardsijde zou zo ook perfect kunnen aansluiten op de Nieuwpoortse Yachthaven en een nieuw elan geven voor projecten aan de Zeelaan.”
Een Lombardsijdenaar: “Mijn inschatting van de werkelijkheid: Het is een utopie om te veronderstellen dat het nieuwe spoor tegen de zomer 2014 klaar zou zijn. Plannen maken en ruimtelijke ordening zijn geen sterke punten van onze overheden. Er is niet iets als een dwingende instantie die de ruimte op een zinvolle manier ordent en met gezag optreedt. De politiek is te wispelturig en wordt door teveel lieden beïnvloed om snelle beslissingen te nemen. Dus…..2018 is beter……”
In een eerste fase zou er een extra snelle verbinding komen tussen Westende en Nieuwpoort. Die sneltram zou reeds tegen de zomer voorzien zijn en zal langs het nieuwe traject lopen. De gewone kusttram zou nog een tijdje zijn huidige route volgen, maar zou binnenkort (??) definitief uit de dorpskern verdwijnen. Dezelfde Lombardsijdenaar: “Dit is pure onzin…je gaat geen nieuwe lijn aanleggen voor een zogenoemde sneltram en daarbij de oude lijn met al haar mogelijke problemen aanhouden.”
Hoeveel zal dat weer kosten? Dat is altijd mijn laatste vraag. De kostprijs van zo’n project moet enorm zijn. Ik zal daar later wel eens naar vragen. Heeft ‘De Lijn’ daar budgetten voor? Is er dan geen crisis voor de Vlaamse gemeenschap?
Besluit Aangezien ik niet onmiddellijk betrokken ben bij het besproken tramprobleem en ik geen inwoner ben van Lombardsijde, had ik geprobeerd een objectieve analyse te maken, zonder vooroordelen, enkel de voor- en nadelen tegen elkaar afwegend. Zo was ik tot het besluit gekomen dat deze tramverlegging eigenlijk geen absolute noodzaak was. Na raadpleging van enkele Lombardsijdenaars, die enkele nieuwe argumenten aanbrachten, werd het moeilijk voor mij. Nu begin ik te twijfelen of de voordelen van de verlegging misschien toch niet opwegen tegen de nadelen. Als de meerderheid van de inwoners vinden dat hun dorp er beter en veiliger van wordt en als de kosten niet al te veel de pan uitswingen, dan zeg ik ook maar “waarom niet?”
Als zij en het gemeentebestuur er later maar geen spijt van krijgen! Veranderen is niet altijd verbeteren!
Wat betekent ‘pétanque’ eigenlijk? Een populaire verklaring van het woord pétanque is dat het afkomstig zou zijn van het Franse "pieds tanqués" dat "voeten samen" zou betekenen. Specialisten ontkennen dat echter en beweren dat het werkwoord "tanquer" (of het daarvan afgeleide adjectief "tanqué") niet bestaat in het Frans. Het woord zou komen van het Provençaals "pétanco", wat een samenstelling is van pé (voet) en tanco (stutpaal) en dient dus opgevat te worden als "voeten die zo geplaatst zijn dat ze zo stevig staan als een stutpaal".
Hoe verloopt het spel? Petanque kan zowel individueel als in teamverband gespeeld worden, waarbij een team kan bestaan uit twee of drie spelers. Men noemt dit ook wel ‘doublette’ en ‘triplette’. Individueel noemt men ‘tête-à-tête’. Als met drie spelers per team wordt gespeeld, heeft elke speler 2 ballen, terwijl elke speler bij doublette en tête-à-tête 3 ballen heeft. De metalen ballen ("boules") hebben een diameter tussen 70,5 en 80 millimeter en een gewicht tussen 650 en 800 gram. De but ('Frans voor "het doel") heeft een diameter van 30 millimeter met een variatie van 1 mm.
Het team dat de wedstrijd mag beginnen wordt bepaald door loting. Degene die de toss wint, trekt een cirkel met een diameter van 50 centimeter en gooit het but uit op een afstand tussen de 6 en 10 meter. Het team dat het but werpt, werpt ook de eerste boule en probeert deze zo dicht mogelijk bij het but te plaatsen. Daarbij moet er op gelet worden dat de voeten in de cirkel staan en zij niet van hun plaats komen voordat de geworpen boule de grond heeft geraakt. Vervolgens mag de tegenpartij proberen een boule dichter bij het but te plaatsen (pointer), de bal van het andere team te verplaatsen (tirer of schieten) of het but te verplaatsen. Het team dat het dichtste bij het but ligt, speelt pas weer als de tegenstander beter ligt of geen boules meer heeft. In het laatste geval mag dat team proberen meer punten te scoren door boules dichterbij te brengen dan de beste van de tegenstander. Voor elke boule die een speler dichter heeft geplaatst dan de tegenpartij krijgt men een punt (max. 6 punten bij triplette en doublette). Dan is de ronde of ‘mène’ voorbij. Het team dat heeft gescoord, trekt een cirkel op de plaats waar het but lag en gooit hem opnieuw, waarna de volgende mène begint. Het spel eindigt als een team het eerste 13 punten heeft behaald.
Is Middelkerke niet enkel gek van wielrennen maar ook van pétanque? Petanque is niet alleen in Frankrijk een populair tijdverdrijf. Ook aan de Belgische kust wordt het meer en meer gespeeld. Middelkerke lijkt wel een petanquegemeente. Niet te verwonderen natuurlijk als je weet dat veel ouderen ofwel een tweede verblijf hebben in de gemeente ofwel bij hun op rust stelling ervoor gekozen hebben om in hun laatste levensjaren te komen genieten van de frisse zeelucht. Men zegt wel dat het ballenspel zowel voor jong als voor oud een geliefd tijdverdrijf is, maar dat lijkt mij wat overdreven want je ziet overal vooral ouderen op de daarvoor bestemde terreinen. Middelkerke en Westende hebben talloze aangelegde velden waar men zowel individueel als in clubverband een balletje kan gooien. Ziehier hoeveel banen er beschikbaar zijn in Middelkerke en Westende: Sportpark Middelkerke (20 buiten en 12 binnen) Sluisvaartstraat 19 OCMW Dienstencentrum (3) Westenlaan Westende-bad (4) Tussen Britselaan en Franselaan Westende-bad (Lakodam) (16) Baronstraat 25 (De Bamburg) Lombardsijde (2 buiten, nog aan te leggen) en 2 binnen bij privépersonen) Campings en Vakantieparken Middelkerke: Cosmos (6), Mercator (2), Mid’s Park (2), Mijn Plezier (1) Westende: Kristinapark (1), Marinapark (1), Poldervallei (5), Westende (2), Zee & Polder (3) Lombardsijde: Albatros (4), KACB (3), Kompas (3), Lombarde (de) (3), Zomerzon (3) In de andere deelgemeenten wordt schijnbaar geen petanque gespeeld. Is dat misschien een spel voorbehouden aan toeristen, vakantiegangers of ‘aangespoelden’? Ik telde dus een groot aantal terreinen! Misschien zijn er zelfs nog meer. Ik heb veel campings bezocht, maar niet allemaal en voor de ontbrekende heb ik de vraag gesteld per email … maar niet van iedereen antwoord ontvangen, behalve van ‘De Viking’ die zijn terreinen verving door een speelplein, wegens gebrek aan belangstelling voor petanque. Op sommige campings zouden de terreinen wel eens een opsmukbeurt kunnen gebruiken (KACB?). Het feit dat er zoveel bestaan is dus wel positief, als er maar vraag naar is en als ze ook gebruikt worden! En dat brengt mij bij de hoofdschotel van dit artikel.
Plots verrees een echt petanqueparadijs in Middelkerke
Nog vóór de zomer 2012 werd naast het tweede voetbalveld van Gold Star Middelkerke een petanque-infrastructuur opgericht met hal (en bar) en uiteraard met speelbanen, zowel binnen (12) als buiten (20). Ik weet niet of daar eigenlijk veel vraag naar was. Iemand die het zou kunnen weten vertelde mij dat dit geenszins het geval was. Jullie weten nu stilaan wel dat in Middelkerke op geen euro gekeken wordt en de installatie mocht dus wel wat kosten. Het gebouw en de binneninrichting leverden uiteindelijk een factuur op van 520.211,43 euro. De aanleg van de terreinen buiten kostte 154.369,31 euro. Tenslotte moesten nog 41.967,12 euro afgedokt worden voor de erelonen, voor de veiligheidscoördinatie (VC) en voor de EPB- verslaggever die moet nazien of er voldaan wordt aan een aantal vereisten inzake thermische isolatie, energieprestatie en binnenklimaat. Het letterwoord EPB staat voor ‘Energie Prestatie Binnenklimaat’. Samen kostte dit dus 716.547,86 euro aan de gemeente. Voor diegene die zo’n bedrag nog steeds graag omzetten in Belgische francs, is dat 28 miljoen 661 duizend 914 francs. Geen peulschil, dus!!! Ik laat jullie mee oordelen of zoiets wel verantwoord is. Hieronder zien jullie een paar foto’s van de nieuwe installatie.
Jullie zullen zich de tijd nog wel herinneren dat er in de Leopoldlaan een club gevestigd was, aangesloten bij de ‘Petanque Federatie Vlaanderen’ met de frivole naam ‘De Zeemeermin’. Boze tongen beweren nu dat de nieuwe petanquesite er gekomen is omdat het gemeentebestuur, absoluut het ‘exploot’ van het marktplein wilde herhalen. Ondanks alles, moest er nog zo’n ondergrondse parking met drie verdiepingen bijkomen en daarom moest de club daar verdwijnen. Er moest enkel nog een uitbater gevonden worden, een waardige bovendien, om dat nieuw juweeltje te koesteren en Middelkerke te promoten in binnen- en buitenland. Dat mocht niet de eerste de beste zijn want er werd geëist dat de uitbating diende te gebeuren door een lid van de petanquefederatie Vlaanderen. De uitbater moest geïnteresseerd zijn in petanque en mocht niet enkel manager zijn. Na 3 jaar zou er een evaluatie volgen.
Op de gemeenteraad van 14 juni 2012 werd aan de leden gevraagd een bestek goed te keuren, dat voorzag in een openbare inschrijvingsprocedure naast onder andere volgende voorwaarden: - duurtijd: 01/08/2012 tot en met 31/12/2015 - vergoeding a) concessievergoeding exploitatie cafetaria: de geboden jaarprijs, met een minimum van €3.600 b) gebruiksrechten op de petanqueterreinen (32): € 0,50 per terrein per halve dag met een minimum van € 2.400 per jaar c) overige kosten in functie van de dienstverlening
De gemeente wilde actief blijven tussenkomen in deze concessie die dus niet beschouwd werd als het ‘louter ter beschikking stellen van ruimtes, maar eerder als het verlenen van diensten en prestaties.’ Dat had tot gevolg dat het verlenen van concessierechten een btw-plichtige activiteit is, waardoor er een recht op aftrek ontstaat van de btw op de investerings- en exploitatiekosten. Zoals dat hier wel meer gebeurt (zie ondergrondse parking Leopoldlaan) voelde niemand zich geroepen om zich in te schrijven op basis van bovengenoemd bestek. Een nieuw dus maar … en daarom werd op 13.12.2012 nog maar eens aan de gemeenteraad gevraagd om dat goed te keuren. Aan de substantiële elementen van de overeenkomst, zoals prijs en duur, werd niet geraakt. Volgens de gemeente betroffen de wijzigingen enkel modaliteiten die ervoor zorgden dat het bestek nauwer aansloot bij de dagdagelijkse werking van een petanqueclub, Zo werden de verplichte openingsuren teruggebracht van 18u30 naar 17u30 en werd er een sluitingsdag toegestaan op maandag. Het recht van de gemeente om de constructie te gebruiken gedurende 10 dagen/jaar bleef ook ongewijzigd. De concessionaris maakt jaarlijks een lijst over van de competitiedagen en de gemeente dient uiterlijk 15 dagen na ontvangst van die lijst mee te delen op welke competitiedagen zij gebruik wenst te maken van de infrastructuur. Op niet-competitiedagen verwittigt de gemeente Middelkerke de concessionaris dat zij van dit recht gebruik zal maken, uiterlijk dertig dagen voordien. De verplichting om twee terreinen vrij te houden voor spel door recreanten wordt beperkt tot niet-competitiedagen. De eerste drie maal mogen recreanten gratis spelen. Vanaf de vierde maal dient een bijdrage van 5 euro betaald te worden. Mijn vraag: gaat de uitbater dan ook een verzekering aan voor die recreanten? Er wordt een opzeggingsmogelijkheid voorzien voor de concessionaris bij het einde van de proefperiode (1 jaar). Werden die wijzigingen aangebracht ‘à la tête du client’? Deze keer was er welgeteld 1 inschrijving. Het college van burgemeester en schepenen besliste dus op 21 januari 2013 de concessie toe te wijzen aan ‘PTC De Zeemeermin’ die verhuist van de Leopoldlaan naar de nieuwe site. De concessie, eigenlijk voorzien vanaf 1 maart, vangt echter maar aan na de inrichting van de bar. Dat zou stante pede gebeuren zodat de uitbating op korte termijn kon aanvangen. De concessietermijn werd verlengd met de vertragingstijd. Voor alle zekerheid ben ik op 26 april 2013 nog eens polshoogte gaan nemen. Alhoewel alles afgesloten was en er geen beweging te bespeuren viel, lijkt de termijn wel degelijk reeds ingegaan. Jullie zien de inrichting van de bar hieronder.
Is dat nu een goed akkoord, dat de gemeente waar voor haar geld geeft? Dat de uitbater na 1 jaar de concessie kan/mag opzeggen, is natuurlijk niet zonder gevaar! Wat zal er volgend jaar gebeuren als de proefperiode geen succes blijkt te zijn? Zal er dan nog een nieuwe uitbater gevonden worden of zal de installatie enkele jaren onbezet blijven? Wat houdt de clausule in dat de gemeente 10 dagen per jaar de constructie mag gebruiken? Is dat misschien voor de VIP’s van de hoofdsponsor tijdens de Noordzeecross? Twee terreinen vrijhouden voor recreanten, die drie maal gratis mogen spelen en daarna 5 euro moeten betalen lijkt mij ook maar een mager voordeel voor de gemeente. Recreanten vinden trouwens altijd wel een terrein: op het strand, op het gras, desnoods tussen de auto’s op een parking als hun normaal terrein onder water staat. Is de vergoeding voldoende? Als de uitbater zich houdt aan de minima voor uitbating van cafetaria en terreinen, dan betaalt hij/zij 6.000 euro per jaar. Tegenover een kostprijs van meer dan 700.000 euro betekent dat maar een magere oogst. Kosten voor dienstverlening is geen winst voor de gemeente want daar zullen prestaties tegenover staan.
Besluit Mogen/moeten we dat alweer een typisch Middelkerks product noemen? Verschrikkelijk veel geld uitgeven voor iets waar misschien onvoldoende vraag naar was. Geen uitbater vinden en dan veel water in de wijn doen om toch iemand ervoor te interesseren en tenslotte ruim verlies lijden op het geheel. Ons bestuur zal toch wel een kosten - baten analyse uitgevoerd hebben, zeker?
Ik hoop dat ik ongelijk heb want het is tenslotte allemaal met ons geld.
Erfgoeddag 2013 Middelkerke en Deelgemeenten | Stop de tijd!
Trouwe lezers van deze blog, en die worden steeds talrijker, weten al lang dat ik een groot voorstander ben van Erfgoeddag, omdat ik hou van het erfgoed van mijn dorp en bij uitbreiding, maar in mindere mate, van mijn gemeente. Ik vind ook dat Middelkerke steeds moet deelnemen aan die dag. Zelf wil ik er ook steeds op aanwezig zijn. Het was dan ook met grote voldoening dat ik vastgesteld heb dat er in 2013 weer een interessant programma op poten gezet werd. Dat werd tevens de dertiende editie en ze had plaats op zondag 21 april.
Wat is ook weer de bedoeling van Erfgoeddag? (overgenomen tekst) “Erfgoeddag is de jaarlijkse hoogdag voor iedereen die met cultureel erfgoed begaan is. Elk jaar mobiliseert het evenement in Vlaanderen bijna een kwart miljoen bezoekers. Erfgoeddag is in essentie een sensibiliseringsactie over cultureel erfgoed en de zorg die dat erfgoed vereist. Werken rond erfgoed gaat over omgaan met heden en verleden, over engagement, zorg, aandacht, reflectie en communicatie. Op Erfgoeddag krijgt het publiek op vele plaatsen een exclusieve kijk achter de schermen. Bezoekers vernemen wat erfgoedinstellingen bewaren en, vooral, hoe en waarom ze dat doen. Met deze editie zoomt de cultureel-erfgoedsector met andere woorden in op het (voor het publiek) grotendeels onzichtbare, back office werk dat nodig is om ons cultureel erfgoed te behouden en te beheren. Daarnaast wil Erfgoeddag ook een lans breken met het aanbod voor gezinnen. Erfgoededucatie, en meer bepaald op een speelse manier leren wat cultureel erfgoed betekent, tot stand komt en voorstelt, loopt ook dit jaar weer als een rode draad doorheen het aanbod.“
Erfgoeddag is een initiatief van FARO. Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoedvzw, in samenwerking met de erfgoedgemeenschappen in Vlaanderen en Brussel.
Wat voorziet het programma voor 2013 voor Vlaanderen en Brussel? Meer dan 500 organisaties , musea, archieven, erfgoedbibliotheken, heemkundige kringen, kerkfabrieken, sociaal - culturele verenigingen, restauratoren, klokkenmakers en vele andere deelnemers presenteren die dag een veelkleurige waaier van meer dan 750 activiteiten.
Het thema voor 2013 (overgenomen tekst) ‘Stop de Tijd!’ Vanwaar nu die roepnaam? Om te beginnen zijn erfgoedwerkers voortdurend in de weer om, heel letterlijk, de destructieve effecten van de tijd te vertragen. Een doordacht behoud- en beheerswerk is hierbij essentieel. Daarnaast is er vanzelfsprekend ook aandacht voor de ruimere invulling van het begrip ‘tijd’. Tijd kennen we allemaal, natuurlijk. Maar wàt is tijd? En hoe en waarom maten onze voorouders tijd? Bestond er in het verleden ook al vrije tijd? En wat doet de roze blik van de nostalgie met ons?
En wat deed Middelkerke? In Middelkerke vonden ze dat de dood de meest drastische manier is om de tijd te stoppen. Nog drastischer, vonden ze, als iemand vermoord of terechtgesteld wordt. In het licht daarvan werd een rondrit georganiseerd met een ‘moordtrein’ langs plaatsen in de verschillende deelgemeenten waar 300 jaar geleden misdrijven werden gepleegd: moord en doodslag, overspel, pedofilie, zelfmoord en vergiftiging.
De illustratie hierboven is van de hand van Joris Debruyne en stelt de verbranding voor van de heks Barbele (De Cock) op de Burg in Brugge in 1634. (zie hierna ‘Halte 5’)
Michel Landuyt geeft zijn mening over het behandelde thema Volgens schepen van cultuur Landuyt toont het moordparcours vooral dat er niet veel veranderd is sinds de zeventiende en achttiende eeuw. Natuurlijk weet ik wel wat hij bedoelt. De misdaden van toen worden inderdaad vandaag nog steeds gepleegd: moord en doodslag, overspel, pedofilie, zelfmoord, vergiftiging. “Er stonden in die tijd wel gruwelijke straffen op die feiten. Maar dat weerhield misdadigers er niet van om ze toch te plegen.” Dat is natuurlijk wat al te ongenuanceerd. Er worden nu honderd keren meer misdrijven gepleegd, er wordt nu veel minder gestraft. In die tijd kregen misdadigers geen enkelband, sommige werden geradbraakt, levend of dood verbrand, gekookt of vreselijk verminkt!. Michel zal toch niet bedoeld hebben dat straffen niet helpen, zeker? Het vermelden waard is ook dat die straffen destijds uitgesproken werden door de schepenen, nu doen daarvoor opgeleide rechters dat. Pedofiele priesters/ bisschoppen waren er toen misschien ook wel, maar het werd niet openbaar gemaakt. Heksen zijn er bij mijn weten niet meer. De levensomstandigheden waren niet te vergelijken met de huidige: op het gebied van opvoeding, financieel, sociaal, … en politiek. Wat zegt de schepen, ‘er is niet veel veranderd’?
Even de gids bij de rondrit voorstellen “Eduard Vyvey brengt op onnavolgbare wijze de kleine kantjes van de condition humaine tot leven.” Hij is een Leffingenaar en hij laat dat (terecht) graag blijken. Hij is een gewezen leerkracht, maar ook een genealoog met jarenlange ervaring en een begeesterd auteur. Eén van zijn werken is ‘Criminaliteit in Camerlinckx Ambacht’, uitgegeven op 16 juni 2011. Het boek is te koop in de Standaard boekhandel en kost 28 euro. De verhalen voor de moordtrip of erfgoeddag werden geput uit dat werk. We konden dus zeker geen betere gids treffen.
Camerlinckx-ambacht was het gebied dat bestond uit de parochies Stene, Snaaskerke, Leffinge, Middelkerke, Slijpe/Mannekensvere, Westende en Wilskerke. (dus NIET Lombardsijde) Hij schreef verder ook de geschiedenis van het kanaal Plassendale-Nieuwpoort onder de titel ‘De Nieuwe Riviere’ (voorgesteld op 14.2.2010). Ook de geschiedenis van Wilskerke (‘Willeckinskerke 400 jaar geleden’), gepubliceerd op 20 december 2012, is van zijn hand. Andere werken van Eduard Vyvey: ‘De Legende van Fleris’, Leffinge vroeger en nu, Camerlinckx Ambacht – tot 1792/Middelkerke sinds 1977, Familiae Latfingae. Hij geeft ook regelmatig voordrachten over heemkunde. Een interessant, productief en verdienstelijk man, dus.
Aan boord van de moordtrein Blijkbaar spreekt zoiets tot de verbeelding van de bevolking, want toen ik mij veertien dagen op voorhand inschreef voor één van de geplande ritten om 10 uur of om 14 uur, schenen beide reeds volzet te zijn. Dat betekende 2 x 60 geïnteresseerden, wat dus al een groot succes mocht genoemd worden. Gelukkig voor mij werd toen nog een derde rit voorzien om 17 uur met nog eens 60 deelnemers. Voor de gratis rondrit in de criminele wereld in de 17e en 18e eeuw werd verzamelen geblazen aan het centrum ‘De Branding’. Daarna werd het geelgroene tschu-tschu treintje uit Germany, met twee wagonnetjes à 30 reizigers, vooral ouderen, getrokken door een locomotiefje natuurlijk, op de sporen gezet voor een rit van twee uur. Ik had mij wat warm aangekleed, met sjerp, omdat ik vreesde dat het niet te warm zou zijn op zo’n toeristentreintje. Verkeerd gedacht want de blakende zon op het volledig gesloten glazen treintje, deden de temperatuur zeer hoog oplopen.
Korte situering van de rondrit Er waren zeven haltes voorzien, maar niemand mocht/moest uitstappen. De plaatsen waar de misdaden gepleegd werden, zijn inderdaad vandaag niet bezienswaardig meer, want na al die tijd maar vooral door twee wereldoorlogen in de twintigste eeuw bestaan die hoeven of huizen niet meer.
Halte 1: WILSKERKE – CENTRAAL: Jan De Cuelenaere baatte, samen met zijn vrouw Anna een hoeve uit. Zij hadden 5 kinderen waaronder drie meisjes, waarmee Jan incest pleegde. Na foltering bekende hij zijn misdaad.
Halte 2: LEFFINGE-NOORD, Torhoutsesteenweg: Landbouwer Joannes Denys had een verhouding met een andere vrouw Joanna. Na enkele mislukte andere moordpogingen, vergiftigde hij zijn nochtans veel jongere echtgenote Maria. Joannes en zijn aanhoudster werden betrapt en geradbraakt.
Halte 3 : LEFFINGE- CENTRAAL, Kerkplein: Cornelis van Bourgognie was schoolmeester, koster en hij was bijzonder vaardig in het namaken en vervalsen van handschriften en handtekeningen. Hij maakte daarvan gebruik om bedrog en fraude met documenten te plegen. Hij werd in 1722 in Gent ter dood veroordeeld en op gruwelijke wijze geëxecuteerd. (wurging en onthoofding)
Er was een pauze voorzien in het centrum ‘De Zwerver’ in Leffinge maar ook daar werd gewoon doorgereden.
Halte 4: SLIJPE-CENTRAAL, Gistelstraat: De 25- jarige Cornelis Boydens wist dat zijn heel wat oudere buurvrouw Maria Hendrickx over aardig wat centen beschikte. Hij raadde haar zelfs aan hoe ze te bewaren. Maria had hem echter door en maakte hem uit voor dief. Dat werd haar dood want Cornelius vermoordde haar. Hij werd daarvoor bedacht met stokslagen en zijn armen en benen werden verbrijzeld.
Halte 5: SLIJPE-BRUG: de zaak Barbele – hekserij. Ze werd veroordeeld wegens verboden geneeskundige handelingen (aderlatingen), wegens misbruik van God’s naam, enz …
Halte 6: LOMBARDSIJDE-TUINWIJK, Schuddebeurzeweg, de zaak Pieter Roeland, die zijn vrouw verdronk in een gracht omdat ze hem niet wou vertellen waar ze geweest was. Zijn rechterhand, waarmee hij zijn vrouw op het hoofd geslagen had, werd afgehakt en hij werd tentoongesteld op een rad.
de zaak Wilson – diefstal met inbraak de zaak Joachim Heindryx – zelfdoding
En het treintje reed maar door: de gids onderhield de reizigers met een interessante uitleg (met misschien iets te veel informatie). Hij beperkte zich niet tot de gevallen hierboven maar kruidde zijn uitleg met nog meer misdaden (Van Nieuwenhuyze, Van Wezemael, Pieter Boydens).
Besluit Ik heb genoten van de uitleg van de gids en ik wil hem daarvoor nogmaals feliciteren, in de eerste plaats natuurlijk voor zijn opzoekingswerk.
Misschien hebben we wat te veel gereden naar plaatsen die ons niet konden herinneren aan de tijd van toen. Als de schepen voor cultuur wil onderzoeken in hoeverre ze van de rondrit een permanente attractie kunnen maken door ze bijvoorbeeld in een nieuwe wandel- of fietsroute te gieten” dan zal daar nog heel wat moeten aan gesleuteld worden.
Deelgemeente Middelkerke gaat in zijn eentje voor de zoveelste keer een verwoede strijd aan tegen hondenpoep
Op 11 april 2013 las ik in ‘Het Nieuwsblad’ het artikel ‘Gemeente bindt strijd aan tegen hondenpoep’. Daarin staan enkele merkwaardige passages.
Ten eerste: “Bestuur wil hondenpoep PRIORITAIR aanpakken” Dit is het derde blogartikel dat ik wijd aan deze verbeten strijd die het huidig gemeentebestuur nu al meer dan 12 jaar voert tegen honden en hun eigenaars. Terecht, overigens! Het verschijnsel van hondenpoep is immers, naast de globalisering, de economische en financiële wereldcrisis, de honger in de wereld, de vergrijzing, de migratie en de voortschrijding van de islam, de opwarming van de aarde en de criminaliteit één van de belangrijkste problemen van onze hedendaagse maatschappij. Hoe ik daarbij kom? Hoe verklaar je anders de massa middelen die onze gemeente daarvoor inzet? Dat is ook nodig want deze strijd is één van de belangrijkste die in de 21ste eeuw door ons bestuur uitgevochten werd. Schijnbaar zonder succes, maar jullie weten toch ook dat ‘De aanhouder wint’. Of niet? Wie de strijd gemeentebestuur – hondenpoep in de voorbije jaren op de voet wenst te volgen, kan mijn artikels ‘De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens…’ (11.4.2010) en ‘Hondendrollen en paardenvijgen’ (26.9.2007) raadplegen in de map ‘Milieu’.
Ten tweede: “De preventiedienst plaatste een paar honderd vlaggetjes met de boodschap ‘Honden welkom, hondenpoep niet. Wij willen immers in de eerste plaats sensibiliseren!” ‘Sensibiliseren’ is een modern woord. Het betekent volgens mij ‘preventieve actie voeren met het woord in plaats van achteraf met de daad’. Meestal heeft het weinig positieve resultaten. Jullie kennen alvast de gemeentelijke folder ‘Bezorg jezelf geen overlast!’, met een zeer interessant luik ‘nette baasjes van honden’? Jullie lezen toch de gemeentelijke webstek waar de afmetingen en bestemming na gebruik van het hondenpoepzakje vermeld worden? Bij een zoektocht naar een mensentoilet zijn jullie zeker al voorbij gegaan aan één van de dagelijks gereinigde en ontsmette gemeentelijke hondentoiletten? Wat jullie misschien niet kennen is de hoeveelheid en verscheidenheid aan personeel die in het strijdperk geworpen wordt: veiligheidsagenten, stadswachten, jobstudenten, milieuambtenaar, preventiemedewerkers, de GAS – ambtenaren en officieren van de lokale en federale en gerechtelijke politie, anonieme controleurs en tenslotte een milieucel om eventuele overtreders te vervolgen. Dat leger is bovendien goed bewapend en uitgerust tot en met een brommer voor het reinigen van de hondentoiletten. Ook in de preventieve acties speelt onze gemeente een hoofdrol. Hebben jullie nog nooit de affiche gezien die furore maakte in Nederland niettegenstaande (of juist door) zijn dubbelzinnige tekst ‘Hondenpoep… het moet, het kan!’? Deze keer gebeurt het met vlag en wimpel. De baasjes zullen nu wel weten dat zij met hun honden welkom zijn maar hun poep niet.
Ten derde: “Vooral het Mouchotteplein, het Normandpark, de wandelpaden in de duinen en de Kerkhofdreef worden vaak bevuild”. De Westendenaars zijn natuurlijk niet tevreden dat het probleem zich voordoet, maar als het moet dat het dan gelukkig enkel in de deelgemeente Middelkerke gebeurt, want alle vernoemde plaatsen (tenzij de duinen) bevinden zich in Middelkerke. Zijn ze daar misschien niet zo gedisciplineerd als in de andere deelgemeenten?
Ten vierde: “Hondenbaasjes die zich aan de richtlijnen houden, krijgen bovendien een kleine attentie in de vorm van een hondenpoeptasje.” ‘Wie braaf is krijgt lekkers …’ Alle middelen zijn goed om het doel te bereiken, kan je wel zeggen, maar ik ben een tegenstander van beloningen omdat je gewoon doet wat je moet doen. Een hondenpoeptasje staat natuurlijk ‘chique’. In Nieuwpoort-bad heb ik onlangs een automaat gezien waar je weliswaar ‘slechts één zakje per keer’ gratis kunt uithalen.
Ten vijfde: “Als we overtredingen vaststellen, zal de gemeenschapswachter een verslag voor de GAS-ambtenaar opstellen. Dat kan een boete opleveren van 60 tot 250 euro'.” ‘Wie stout is de roe…’ Die ‘kan’ is er volgens mij te veel aan. Een proces-verbaal, in de portemonnee zitten van onwillige baasjes is veel efficiënter. Het feit dat er zoveel ‘pretbedervers’ zijn, heeft natuurlijk te maken met het feit dat zij wel weten dat de kans op een boete minimaal is.
Mag ik eindigen met mijn ‘dada’? Telkens de gemeente uitpakt met een nieuwe campagne tegen hondenpoep, vraag ik mij af wat er gedaan wordt tegen paardenvijgen. Ik kan maar niet begrijpen waarom daartegen nooit een actie gevoerd wordt. Een paardenvijg stoort mij meer dan een hondendrol! En is dertig keren groter! Ziet het bestuur misschien geen graten in een hoop donkerbruine smurrie in het midden van een rijbaan? Jullie wisten toch reeds dat er ook nylon ‘paardenpoepzakken’ bestaan? Goed voor drie beurten! Ze worden onder de paardenstaart (van een paard) gehangen en vastgehaakt aan het zadel. Paardenpoeptassen zijn nog niet op de markt.
Besluit Niettegenstaande ik er hierboven wat de draak mee gestoken heb, apprecieer ik ten volle de goedbedoelde inspanningen van ons bestuur. Ze kennen het probleem en willen er absoluut iets aan doen. Ik besef ook dat dit geen eenvoudige strijd is. Ze moeten echter inzien dat het niet bij sensibiliseren en preventieve acties mag blijven. Overtredingen ‘vaststellen’ is niet goed genoeg. Dure campagnes en een legertje personeel worden dan op de duur misschien overbodig.
Er zijn zo van die gelegenheden in een mensenleven die men niet mag/kan laten voorbijgaan. Als 1 april op een maandag valt, de dag waarop ik gewoonlijk een nieuw artikel op mijn blog plaats, dan is dat een ideale gelegenheid om eens te proberen de lezers van deze blog op het verkeerde been te zetten. Ik deed dat exact 5 jaar geleden ook al eens toen ik jullie probeerde wijs te maken dat er in Westende-dorp op de terreinen van Zon en Zee een moskee zou gebouwd worden. In elke aprilgrap zit een bron van waarheid, wordt er gezegd. Zoals jullie allemaal zeer goed weten, houdt het gemeentebestuur van Middelkerke van grote en dure projecten. Natuurlijk heb ik alles nog wat breder, hoger en duurder uitgesmeerd dan we van hen gewoon zijn, om het project onwaarschijnlijker te doen lijken. Anderzijds hoopte ik toch dat wat twijfel zou rijzen. Jullie oordelen zelf wel of ik daarin geslaagd ben.
Ik hoop in elk geval dat jullie er wat plezier aan beleefd hebben en dat ik het bestuur niet op slechte gedachten gebracht heb!
Middelkerke: Kregen jullie ooit al te maken met een parkeerretributie van de gemeente?
Wat is een retributie? Wanneer wordt ze geheven? Een retributie is geen proces-verbaal, het is een verschuldigde belasting die geheven wordt door een stad of gemeente, bijvoorbeeld om te parkeren. Dat gebeurt op die plaatsen waar betalend parkeren verplicht is of op die plaatsen waar parkeerders gebonden zijn aan het beperkt parkeren en hun blauwe parkeerschijf dienen te leggen. Is uw parkeertijd verstreken op het moment van de parkeercontrole? Ligt uw parkeerticket niet duidelijk zichtbaar? Dan betaal je!
Betaalt de inwoner van Middelkerke daarmee de defecte parkeerautomaten? Je zou het haast denken! Lezen jullie maar eens het onwaarschijnlijk verhaal dat ikzelf beleefd heb. Met de bedoeling op 12 september 2012 om 10 uur te parkeren in de Kerkstraat in Middelkerke, begaf ik mij naar de parkeermeter tegenover de praktijk van Dokter Van Dorpe. De meter gaf echter aan: “Buiten gebruik – parkeerschijf gebruiken”. Dat deed ik dan ook. Groot was echter mijn verwondering, bij het buitenkomen bij de dokter, toen ik aan mijn voorruit een halve-dag biljet vond, met een te betalen som van 15 euro. Nu kon/kan ik zweren op het hoofd van allen die mij dierbaar zijn, dat mijn verhaal de zuivere waarheid is en niets dan de waarheid. Ik voelde me dus onheus behandeld en ik schreef een brief aan het college van burgemeester en schepenen om te vragen of ze dat misverstand misschien wilden ophelderen aangezien ik van mening was dat ik geen overtreding begaan had tegen de parkeerregels. In mijn naïviteit (domheid eigenlijk) beschouwde ik dat niet als een bezwaarschrift omdat ik dacht dat het een vergissing betrof die stante pede door onze wijze bestuurders zou rechtgezet worden. Ik hoorde daar inderdaad niets meer van tot op 20 maart 2013, dus meer dan zes maanden later. Op die dag kreeg ik een officiële brief, ondertekend door de burgemeester en de secretaris, dat mijn ‘geval’ op 18 februari 2013, dus meer dan vijf maanden na de ‘feiten’, door het schepencollege behandeld werd. Waarom de brief gedagtekend was op 5 maart, dat kan ik enkel maar vermoeden. Het college was van oordeel dat mijn klacht ontvankelijk doch ongegrond was en dat ik de parkeerretributie wel degelijk moest betalen en nog wel binnen een termijn van 10 dagen, ‘gezien de hoogdringendheid van het geval’. (dat laatste is mijn toevoegsel!) Ik was geschokt door deze grove onrechtvaardigheid. Mag men nu zelfs geen vertrouwen meer hebben in de gemeentelijke arm van de wet?
Is daar nu echt niets tegen te beginnen? Mijn eerste gedachte was uiteraard dat zoiets niet kan en dat er een procedure moet bestaan om daar tegen te reageren. Enkele opzoekingen op internet gaven volgend resultaat. Het is inderdaad mogelijk een bezwaarschrift in te dienen indien je het niet eens bent met die retributie of als je ze niet wenst te betalen. Op http://verkeersboetes.blogspot.be/2010/01/voorbeeldbrief-bezwaar-parkeerboete.html vinden jullie een voorbeeldbrief die als model kan dienen voor zo’n bezwaarschrift. Het is natuurlijk niet zo’n hoog bedrag waar het hier over gaat en veel mensen zien er tegenop om zo’n brief te schrijven. Wie dat toch wenst te doen, kan daar best niet te lang mee wachten. Dat moet namelijk gebeuren binnen zes weken na ontvangst van uw beschikking. Indien het bezwaar is afgewezen dan kan men ervoor kiezen in beroep te gaan bij de belastingrechter.
Beschik jij over een bewijs dat je recht in je schoenen staat? Het spreekt vanzelf dat je niet zomaar kunt protesteren met enige kans op een positief resultaat als je geen geldige reden hebt of als je niet over het bewijs van het tegendeel beschikt. Er worden natuurlijk heel wat flauwe redenen aangehaald om niet te moeten betalen. Vanuit het standpunt van diegene die je klacht zal behandelen, zijn er heel wat van die redenen bij het haar gegrepen zijn en die niet de minste schijn van betrouwbaarheid vertonen. Ziehier enkele voorbeelden van ‘domme’ argumenten:
Ik ben die dag daar niet geweest
Mijn afspraak liep uit
Ik was maar een paar minuten te laat
Ik had geen kleingeld bij
‘Ik ben onbekend op de locatie’ of ‘Ik wist niet dat er betaald moest worden voor het parkeren’ of ‘Ik wist niet dat er schijfparkeren van kracht was’.
Ik kon geen parkeerautomaat vinden
Mijn parkeerkaartje was op de grond gevallen
De overtreding werd vastgesteld terwijl ik op weg was naar de parkeermeter
Ik ben het niet eens met de hoogte van het bedrag van de retributie
Ik heb geen retributiebon gevonden achter de ruitenwisser, maar kreeg onmiddellijk een aanmaning met overschrijvingsformulier.
Goede of mogelijk aanvaardbare argumenten voor je bezwaarschrift, alhoewel…
Bij alle argumenten geldt dat je moet proberen bewijsstukken te leveren die je bezwaarschrift kracht bij zetten.
Noodsituatie zoals ziekenhuis- of huisartsbezoek
Overlijden van een naaste
Ik was personen of goederen aan het laden en lossen Stuur uw leveringsbon met vermelding van uur en plaats op.
Ik had mijn auto uitgeleend.
Ik parkeerde mijn wagen om eerste hulp te bieden bij een ongeval.
De parkeermeter was defect en gaf aan dat de parkeerschijf moest geplaatst worden Leg eventueel een geschreven bericht op uw dashbord met de vermelding dat de parkeermeter defect was met vaststelling van uur en minuten. Vraag eventueel een getuige een verklaring te willen ondertekenen dat de parkeermeter wel degelijk defect was en dat de parkeerschijf achter de ruit lag. Neem foto’s van het bericht op de parkeermeter en van de schijf achter de voorruit.
Waarom ik die 15 euro dan toch betaald heb?
Ik zei het hierboven al dat ik een gewone brief geschreven heb naar het schepencollege en geen bezwaarschrift ingediend had. Of ik anders dat formele bezwaarschrift zou ingediend hebben? Hoe kon ik in mijn situatie bewijzen dat ik mij niet bezondigd had tegen de parkeerregels? Ik had geen foto genomen van de defecte parkeermeter. Ik weet het, met wat goede wil had de gemeente kunnen nagaan of de bewuste parkeermeter wel degelijk defect was op de bewuste datum. Maar ja, als kritische blogschrijver kan ik natuurlijk geen goede wil verwachten van de gemeente. Ik had geen foto van mijn parkeerschijf achter mijn ruit. Ik maak nochtans op uit brieven op internet dat zeer vaak (90%) door de controleurs een foto genomen wordt waaruit blijkt dat de parkeerschijf er niet lag. Eigenlijk moeten zij ook hun gelijk bewijzen! Is dat hier niet gebeurd of werd dat bewijsstuk moedwillig niet gebruikt?
Ik raad jullie dus aan en ik verzeker jullie dat ik vanaf heden van plan ben om altijd en overal mijn fototoestel bij te hebben.
Middelkerke wil het hoogste gebouw van België op zijn grondgebied
De idee is niet erg origineel, want meerdere burgemeesters van een kustgemeente (Knokke-Heist, Koksijde, Middelkerke en Zeebrugge/Brugge) pleiten al langer voor het bouwen in de hoogte omdat het gebrek aan bouwgrond aan de kust steeds meer de kop opsteekt. En aangezien hun vrienden, de handelaars in immobiliën, toch ook moeten leven … Ons dynamisch gemeentebestuur heeft nu beslist om niet langer te talmen en de koe bij de horens te vatten. Het wil al de andere de loef afsteken en er als eerste mee van wal steken. Toen hij nog burgemeester was, zei Michel Landuyt ooit: “Persoonlijk meen ik dat we nu te veel gebonden zijn aan regels op stedenbouwkundig vlak” Dat belemmert de ontwikkeling. Ik vind het met andere woorden een haalbaar idee om zo hoog te bouwen. De vakgroep Stedenbouw en Architectuur aan de universiteit van Gent bevestigt dat we dergelijke projecten niet mogen uitsluiten. Het project mag wel geen schade berokkenen aan anderen.” Zo is onze Michel, hé! Al die regels, daar houdt hij niet van… als het hem niet goed uitkomt. Iedereen weet ook dat hij nooit zijn kiezers van Middelkerke schade wil berokkenen. Als je naar het hoogste punt van zo’n woontoren kijkt, dan mag je toch geen stijve nek krijgen, nietwaar? Natuurlijk zou het ongehoord zijn als iemand je vanuit de hoogte begluurt terwijl je in monokini op het dak van je huis of woonblok of op je terras ligt te zonnen, Zo’n gebouw mag toch de zon en het licht van de Middelkerkenaar niet wegnemen! (en zeker het eventueel licht van onze politici niet!) En het mag toch niet te hard waaien rond dat gebouw want ze maken al wind genoeg in Middelkerke! Gelukkig zorgt er altijd iemand voor ons welzijn! Bedankt, Michel! Ik vernam uit welingelichte bron dat de Middelkerkse handelaars in onroerend goed Janna en Michel door dik en dun zouden steunen in hun letterlijke en figuurlijke hoogheidwaanzin..
Aan welke hoogte wordt er gedacht? Voor het ogenblik is de Zuidertoren in Brussel met 38 verdiepingen en een top op 150 meter nog steeds het hoogste gebouw in België. In Middelkerke wordt gedacht aan 246 meter hoogte. In Europa kan Moscou er zich op beroemen het hoogste gebouw op zijn grondgebied te hebben. Dat is de woon- en kantoortoren ‘Mercury City’ met een top van 338 meter. Die zal niet lang de hoogste blijven want vlak ernaast wordt de ‘Federation Tower’ gebouwd, die 506 meter hoog moet worden en volgend jaar klaar moet zijn. In West-Europa voert Londen de toon aan met de 310 meter hoge ‘Shard’. In Noord-Amerika, Azië en het Midden-Oosten staan bijna zestig gebouwen die hoger zijn dan Mercury City. Het allerhoogste, 828 meter, is het ‘Burj Khalifa’ in Dubai.
Hoewel dat hoogst ongewoon is voor Middelkerke, zijn ze hier toch nog enigszins bescheiden gebleven, nietwaar?
Locatie Als locatie had het gemeentebestuur gedacht aan de huidige plaats van het casino, dat zou afgebroken worden. Op het gelijkvloers zou dan, ter compensatie, een supermodern casino ingericht worden. Uitzonderlijk zijn de lijst Dedecker en de meerderheid het daarover eens. Of de LDD ’ers voor hoogbouw zijn, dat weet ik niet, maar één van hun programmapunten bij de gemeenteraadsverkiezingen op 14 oktober 2012, was de renovatie van het casino. De meerderheid heeft wel alweer geen rekening gehouden met hun voorstel om een architectuurwedstrijd uit te schrijven. Als de bestaande plannen uitgevoerd worden, dan zou de casinosite er zo uitzien:
En verder, binnenin? De wolkenkrabber zou 56 bovengrondse en 4 ondergrondse verdiepingen tellen. De totale oppervlakte zou 159.000 vierkante meter bedragen. Op de ondergrondse verdiepingen zouden parkeergarages ingericht worden met 442 parkeerplaatsen, waaronder ook 80 garageboxen. Zonder dat dit dubbelzinnig moet opgevat worden, mag gezegd worden dat deze laatste beter in de Middelkerkse markt liggen. Tot en met de 3de verdieping zouden voorzien zijn voor kantoren en bedrijfsruimten. De verdiepingen 4 tot 26 worden omgetoverd tot een hotel met 200 luxueuze kamers. Twee zwembaden zouden voor de hotelgasten voorbehouden blijven. Volgens burgemeester Janna Rommel- Opstaele zou er in Middelkerke immers veel vraag zijn naar grote hotels met veel kamers. De etages 27 tot 54 zullen exclusieve appartementen bevatten die 3 miljoen euro per stuk zullen kosten. Op de 35ste verdieping zou een exclusief zwembad voorzien worden. De verdiepingen 55 tot 56 zouden observatiegalerijen zijn. Op het dak wordt een cirkelvormige helihaven aangelegd om tegemoet te komen aan de vraag van rijke eigenaars en hotelgasten, die aldus niet meer veroordeeld zouden worden om urenlang aan te schuiven in files op de autostrade. Het is een feit dat er meer en meer helikopters worden aangekocht. Voor een Robinson R22 betaal je vandaag ongeveer 200.000 euro. Geen koopje, maar voor de gegoede burgerij is dat de prijs van een dure sportwagen. Bij helder weer zou het verzicht 51 kilometer bedragen. Het gebouw zal uitgerust worden met meerdere supersnelle dubbeldekkerliften. Met 8 meter per seconde zoeven deze naar boven. Dat is ook wel nodig want zelfs dan duurt het meer dan een halve minuut voordat je de bovenste verdieping bereikt… Hiermee hoopt Middelkerke eens Koksijde maar vooral Knokke-Heist naar de kroon te kunnen steken. Eindelijk!!
Het gebouw zou kaderen in een vernieuwing van de omgeving Het gemeentebestuur ziet ook al langere tijd uit naar de uitbouw van de dijk rond het casino.
In een foldertje beloofde Michel Landuyt dat wie op 14 oktober 2012 voor hem zou kiezen, zich aan zo’n uitbouw mocht verwachten. Hij is nu wel geen burgemeester meer, maar toch…
Kostprijs De prijs van het nieuwe gebouw ligt nog niet vast maar de project- en beheerskosten door het Brugs studiebureau ‘Ellebol’ zullen alvast hoog oplopen. Prijsstijgingen, die altijd bij zo’n bouw optreden, door misrekeningen en duurder wordende bouwmaterialen kunnen inderdaad die prijs enorm doen stijgen. De gemeente zou ook moeten bijdragen in die overigens gedeelde kosten omdat het gebouw alweer een parkeerprobleem oplost en voorziet in een groot nieuw hotel waardoor Middelkerke zal kunnen rekenen op heel wat meer toeristen die deze bezienswaardigheid niet zullen willen missen. De Vlaamse gemeenschap (10%) en de provincie (15%) zouden echter het project ruim subsidiëren zodat de last van de gemeente fel zou teruggeschroefd worden. De privésector zal natuurlijk aangesproken worden zowel voor de uitbating van het hotel, voor de verkoop en verhuur van parkeerplaatsen als voor de verkoop van de appartementen. Naar verluidt zou met veel belangstelling uitgekeken worden naar de verwezenlijking van dit grandioos project.
De tegenargumenten worden weggewuifd Naar goede gewoonte heeft het gemeentebestuur geen oren naar mogelijke bezwaren. Dat het moeilijk zou/kan worden voor de brandweer mocht ooit brand uitbreken in het gebouw, dat wuift het bestuur weg met de belofte dat de brandweer een reuzenkraan zou mogen aanschaffen. Als die dan al nodig is, want de ontwerpers zijn van mening dat het gebouw zo goed als onbrandbaar zal zijn. De kans op een ‘Towering Inferno’ zou dus vrijwel onbestaande zijn? Waar hebben we dat nog ergens gehoord? Was dat niet de 'Titanic' die niet kon zinken? Dat Stedenbouw zich mogelijk zou kunnen verzetten tegen het hoog aantal verdiepingen, wordt ontzenuwd door de mededeling dat de dienst werd gecontacteerd en geen bezwaar heeft omdat de bouw de werkgelegenheid in de gemeente en de bloei van het toerisme zou bevorderen. Dat dergelijke hoogbouw licht, zon en privacy zou wegnemen en het centrum van Middelkerke zou overschaduwen, dat erkent de burgemeester wel gedeeltelijk maar ze vindt anderzijds dat ‘voor wat hoort wat’. Ze vindt dat de inwoners eerder dankbaar moeten zijn voor dit ‘hemels’ geschenk. De geluidsoverlast voor de omwonenden door helikopters zou tot een minimum herleid worden omdat de moderne tuigen steeds minder luidruchtig worden.
Besluit De waanzin blijft maar duren. Is er voor die mensen dan geen crisis? Natuurlijk zal dit voorbeeld navolging vinden in andere badplaatsen. Natuurlijk zullen ze elkaar weer willen overtreffen. Waar eindigt dat? Is de ‘sky’ dan echt ‘the limit’.
Ik wil het toch allemaal eerst zien en dan pas geloven!
Duinen van Westende: Natuurgebied of Oefenterrein voor Mountainbikers?
Nogmaals de loftrompet Ik heb al vaak de loftrompet geblazen voor het herstel van de natuur en voor het restaureren van de stelling van een artilleriebatterij op de site van de oude camping ‘Cosmos’. De voorgeschiedenis kunnen jullie lezen in de map ‘Duinen’ onder ‘Inrichtingsplan voor de duinen in Westende en Lombardsijde (23.09.2007) en in de map ‘Natuur’ onder ‘Cristal Place: terug naar de natuur’ (08.11.2009). Om even kort het geheugen op te frissen: de Vlaamse overheid kocht de site in 2004 en besteedde kort daarna ruim één miljoen euro aan het opruimen van het gebied. Het zand werd gezeefd om zoveel mogelijk puin te verwijderen en de duinen in hun oorspronkelijke en natuurlijke toestand te herstellen. Ook uit de beschermde bunkers op het terrein werd een pak rommel gehaald, zelfs asbest. Ze werden nu afgesloten met deuren. De hoofdopdracht was om de natuurlijke zeewering te herstellen. Daarvoor werd een duinpanne uitgegraven. Het zand daarvan is gebruikt voor de aanleg van nieuwe duinen. Naast zeewering is ook geïnvesteerd in natuurontwikkeling. In de duinpanne zijn poelen voor vogels en planten aangelegd. Dat zorgt voor een grote diversiteit van flora en fauna. Ook de wandelaar komt aan zijn trekken. Doorheen het gebied zijn tal van wandelpaden aangelegd. Wie het nog niet deed, moet dat gebied absoluut eens bezoeken!
Maar, wat gebeurt er nu met de voetgangerspaadjes? Ik schreef in mijn vorig artikel over dat onderwerp dat ik de paadjes wat te smal vond en dat ik vreesde dat ze al te snel zouden verzanden. Welnu, dat is ondertussen gebeurd! Dat is te zien op onderstaande foto, genomen vanaf de Strandlaan. Om even lichtjes te overdrijven: gelukkig staat er een bord dat aangeeft dat de doorgang enkel voor wandelaars is, anders wist niemand van het bestaan van een wandelpad af. Kan het pad misschien af en toe zandvrij gemaakt worden?
De mountainbikers rukken op Een bezorgde natuurliefhebber meldt mij dat onze duinen in het algemeen en het nieuw wandelpad aan Sint-Laurentius in het bijzonder steeds vaker gebruikt worden (platgereden is de juiste term) als oefenomloop van honderden mountainbikers, dus ook daar waar de toegang verboden is. Deze waardevolle biotoop verdient volgens hem en ook volgens mij, wat meer respect. Daarom wendde hij zich tot het Agentschap voor Natuur en Bos, West-Vlaanderen, Regio Kust, om het probleem aan te kaarten. Boswachter Hans Vansteenbrugge, zijn gesprekspartner, beweert zich er terdege van bewust te zijn dat er een mountainbikeprobleem bestaat in de duinen. Hij aanvaardt dat deze ‘nieuwe’ recreanten al een tiental jaren een opkomende groep vormen in ons landschap en dat zij ‘voor een stuk’ een stek moeten zoeken en zullen krijgen in het buitengebied. Dat schijnt inderdaad de tendens te zijn. Ik heb de ‘coureurs’ ook al bezig gezien in de duinen juist buiten Middelkerke naar Raversijde toe. Straks krijgen we er misschien in onze wielergekke gemeente nog een superprestigewedstrijd bij, voor mountainbikers dan. Het Agentschap voor Natuur en Bos heeft zelfs al, in samenwerking met het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK) en de gemeente, een doortocht gerealiseerd door de duinbossen van De Haan. Het zou de bedoeling zijn dat er een gesloten lus gerealiseerd wordt door de polders door de gemeente.Ook de provincie en Westtoer leggen al hier en daar een parcours aan. Bij organisaties van toertochten wordt om bepaalde verbindingen te realiseren soms een éénmalige doortocht toegestaan door bepaalde van onze duingebieden. Mijnheer Vansteenbrugge is wel van mening dat de mountainbikers zich aan de opgelegde regels moeten houden en hij beweert dat zijn diensten regelmatig controles uitvoeren in hun domeinen. Er werd hem gevraagd wat die regels dan wel mogen inhouden. Het antwoord kwam razendsnel: ‘voor wat betreft het domeinbos van De Haan komen de regels hoofdzakelijk hierop neer: wandelaars op de paden voor wandelaars, honden overal aan de leiband, ruiters op de ruiterpaden en mountainbikers op het nieuwe mountainbikepad. Al deze paden zijn met toegankelijkheidsborden aan elke ingang van het bos en bij kruisingen van paden aangeduid.’ Ze hebben ondertussen ondervonden dat ze daar in de toekomst wat voorzichtiger zullen moeten mee omspringen en dat ze blijvend controles moeten uitvoeren en waar nodig processen opmaken.
De meeste duinen (zoals Crystal Palace en Cosmos) zijn echter eigendom en worden beheerd door het Agentschap Maritieme Dienstverlening en Kust (MDK), afdeling Kust van de Vlaamse Overheid, de instantie die instaat voor onze kustverdediging. Specifiek voor de Middelkerkse duinen is de verantwoordelijke een zekere Koen Matthys. Ook hij werd gecontacteerd omdat we graag zijn reactie zouden horen op het feit dat de mountainbikers de duinen platrijden in ons gloednieuw natuurgebied.
De heer Matthys scheen niet zo direct van plan te zijn om te antwoorden en hield er lang de spanning in. Ze schijnen het daar echt moeilijk te hebben met de hen gestelde vraag. Maar … de opdracht om de zaak verder te behandelen werd alvast gegeven. De afdeling zal niet nalaten de briefschrijver op de hoogte te houden van het verder verloop van het dossier. Wat zou hij daar eigenlijk wel kunnen op antwoorden? Toch niet dat men in het bewust natuurgebied een parcours voor mountainbikers zal aanleggen naast het wandelpad? Dat men dat eventueel doet in de duinen naast de camping ‘Albatros’ waar Freddy Maertens en Michel Pollentier heel wat oefenstonden vol maakten, tot daar toe, met die verstande dat het pad niet mag verlaten worden. Dat zou zelfs beter zijn dan de duinen kriskras te doorkruisen, zoals nu het geval is.
Waarop wacht de Vlaamse gemeenschap? Ze gaan toch hun prachtprestatie in de duinen van de ex-Cosmos en ex-Crystal Palace niet bezoedelen, zeker?
Aanpassing op 25 maart 2013 Amper een halve dag na het publiceren van bovenstaand artikel, kwam dan toch al een antwoord van de 'Maritieme Dienstverlening en Kust'. Spijtig genoeg wordt daarin de gestelde vraag niet beantwoord. Ze geven namelijk de regels waaraan organisatoren van tochten en georganiseerde mountainbikers zich moeten houden. Ze geven als regel dat er niet mag gefietst worden in het duinengebied, maar dat mountainbikers moeten rijden op de verharde wandelpaden. Dat slaat, hoop ik althans, niet op het duingebied ex-Cosmos, want daar staat een bord 'Enkel voor wandelaars!' Aanpassing op 27 maart 2013 Geloof het of niet, maar vandaag werd het pad met ingang aan de Strandlaan, zandvrij gemaakt. Bedankt aan de verantwoordelijke!