NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Westendse Blik op Middelkerke
Inhoud blog
  • Ervaringen van de Lijst Dedecker in Middelkerke:
  • De plechtige inhuldiging van de Westendelaan
  • Middelkerke en Westende: de dijken moeten verbreed worden omwille van de opwarming van de aarde. Komt die er eigenlijk wel?
  • Middelkerke heeft een ambitieus plan voor een gemeentelijk fietsnetwerk
  • ‘Middelkerke een fietsgemeente! of nog niet?’ Nader bekeken
    Zoeken in blog

    Categorieën
  • Allerlei (36)
  • Atlantikwal (3)
  • Brandweer (3)
  • Burgemeester (14)
  • Casino (3)
  • De Post (1)
  • Dialect (10)
  • Die goeie oude tijd (14)
  • Dijk en Strand (17)
  • Duinen (2)
  • Emigratie (2)
  • Energie (2)
  • Erfgoed (23)
  • Evenementen (16)
  • Fusies (4)
  • Gemeentebestuur (36)
  • Gemeentediensten (8)
  • Gemeentefinancies (6)
  • Godsdienst - Kerken (12)
  • Horeca (17)
  • Immobiliën (13)
  • Jeugd (5)
  • Kamperen (4)
  • Kunst (10)
  • Landbouw (5)
  • Leger (2)
  • Medisch (5)
  • Mijn blog (17)
  • Milieu (15)
  • Natuur (11)
  • Oorlogen (10)
  • Openbaar vervoer (1)
  • Openbare werken (3)
  • Pleinen en straten - staat en netheid (23)
  • Politieke partijen (43)
  • Scholen - Onderwijs (9)
  • Sociale woningen (2)
  • Sport (30)
  • Strand (0)
  • Uitzicht gemeente (8)
  • Veiligheid - Politie (10)
  • Verkeer (22)
  • Verkiezingen (27)
  • Zon en Zee (11)
  • Persoonlijke Kijk op mijn Gemeente
    23-01-2017
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Lombardsijde in de beginfase van de eerste wereldoorlog: ongelijke (en nutteloze?) strijd om de hoeve ‘Grote Bamburg’

    Op 26 april 2014 heb ik, op vraag van de lokale Davidsfondsafdeling, in de gemeenteschool van Lombardsijde een langdurige voordracht met slideshow gegeven over wat tijdens de eerste wereldoorlog gebeurde in Westende en Lombardsijde, af en toe verwijzend naar het algemeen kader waarin dat alles zich afspeelde.
    Eén van de behandelde onderwerpen was ‘De gevechten voor de Grote Bamburg’.
    De documentatie in verband met ‘De Grote Oorlog’ is schier onuitputtelijk maar de nog niet gepubliceerde en/of niet-bekende documenten of boeken zijn zeer schaars geworden.
    Ik heb in de ‘Bulletin belge des sciences militaires’ toch nog een uittreksel gevonden dat me interessant genoeg leek om er één en ander uit te ontlenen, vooral omdat het juist handelt over die gevechten in Lombardsijde ter verovering van de hoeve ‘Grote Bamburg’. Het dateert van april 1933 en is het werk van Majoor Stafbrevethouder Duez en Kapitein Stafbrevethouder Defraiteur.
    Duez nam als luitenant-compagniecommandant deel aan de gevechten.

    Een oorlog is altijd iets vreselijk natuurlijk, maar ik heb nooit een geheim gemaakt van mijn mening dat wat zich in 14-18 afspeelde extra onmenselijk en onverantwoord was Ik hoop dus dat de beslissingen die toen genomen werden en de fouten die toen begaan werden nooit meer voorkomen ... en nog beter ... dat het nooit meer oorlog wordt, natuurlijk.
    De schrijvers sommen ze allemaal op in hun ‘werkje’ van 20 bladzijden en ik vind dat ze overschot van gelijk hebben.
    Ik kan me trouwens niet voorstellen dat dergelijke gevechten heden ten dage nog zouden kunnen gevoerd worden. Grondtroepen worden trouwens nog nauwelijks ingezet … enkel als het niet anders kan zoals we dagelijks zien in Azië.

    Waarom was de ‘Grote Bamburg’ dan zo belangrijk voor beide partijen?
    Omdat van daaruit het hele sluizencomplex en een stuk van de IJzer konden bestreken worden. Daartussen strekt zich een vlak open veld uit (nu Elektrawinds-vlakte genoemd) zonder enige dekking waarvan de aanvallers gebruik konden maken.

    20 – 23 oktober 1914 Gevechten om de Bamburghoeve
    Het is het 9 Linieregiment dat van Belgische zijde de gevechten voerde ter verovering van de hoeve. Op zeker ogenblik werden ze versterkt door het 5 Linieregiment.
    In open veld werden ze beschoten door de Duitsers en leverden ze verschrikkelijke man-tot-man gevechten met de bajonet. Ze moesten weliswaar zwichten voor de vijandelijke overmacht, konden de hoeve niet heroveren, maar ondanks een grote 'slachting' in hun rangen, slaagden ze er toch drie keer in Lombardsijde uit de handen van de Duitsers te bevrijden. Ook bij nacht vielen de Belgen aan. Maar de meeste manschappen sneuvelden of moesten in wanorde vluchten.
    Op zeker ogenblik deed zich iets merkwaardig voor.
    De Duitsers hadden ook zware verliezen geleden en in de nabijheid van de eerste brug in Nieuwpoort, staakten zij onverwacht alle verdere strijd. Nochtans lagen de sluizen en de weg naar Duinkerke voor het grijpen want noch rond de sluizen noch in Nieuwpoort zelf, was een Belgisch regiment beschikbaar.
    Volgens ooggetuigenverslagen, bevonden de nieuwe Duitse troepen, die de gehavende Duitsers moesten vervangen in Westende-bad, zich in een feestroes. Zij vierden hun opeenvolgende overwinningen met een overmaat aan wijnen en likeuren die ze in de villa’s gestolen hadden. Velen lagen stomdronken in de duinen zodat ze niet meer inzetbaar waren.

    Ik wil jullie hier geen beschrijving geven van de opstellingen van de troepen en van de maneuvers die uitgevoerd werden. Van die laatste was trouwens nauwelijks sprake, infiltraties waren er niet. ‘Rechtdoor naar de hoeve, ook onder het aanhoudend vuur van Duitse machinegeweren’, luidde de opdracht voor onze Belgische militairen. In plaats van gevechten, zou men het 'slachtpartijen' kunnen noemen.

    Het 9 Linieregiment
    Op het embleem van het 9 Linieregiment, dat hier op het Prinsenveld gedecimeerd werd, staat de vermelding ‘Lombartzijde’.
    In Lombardsijde werd ook een straat genoemd naar het regiment.

    Een monument, opgericht om de gesneuvelden te eren, stond vroeger aan deze zijde van het oud-gemeentehuis en staat nu op de Oude Nieuwpoortlaan.

    Op de website http://www.negendelinie.be/historiek.php kunnen jullie er meer over lezen. Jullie kunnen er ook, zo gewenst, de mars van het regiment beluisteren.
    Men moet natuurlijk alles zien in de tijd van toen en natuurlijk kunnen de inspanningen van officieren, onderofficieren en manschappen niet anders dan heldhaftig genoemd worden.

    Lessen getrokken uit de gevechten om de Bamburghoeve
    Men kan zich de vraag stellen of het 9 Li qua tactische waarde en opleiding, wel opgewassen was tegen de offensieve taken die het opgelegd kreeg. Natuurlijk zijn in een defensieve operatie soms ook lokale aanvallen noodzakelijk. De aanval van het 9 Li op 20 oktober verliep zonder steun van de artillerie. Die was ook niet echt doeltreffend. Het volstaat dat enkele geweren ontsnappen aan de vuren van de artillerie om een aanval te doen mislukken.
    De beste tactiek van de infanterie is aanvallen per infiltratie. Gedurende de driedaagse operaties heeft het bataljon zich beperkt tot recht op de vijand af te gaan. Er werd geen enkel maneuver uitgeprobeerd, zoals een infiltratie langs het kanaal. De bataljonscommandant kreeg nooit de kans om verkenningen uit te voeren teneinde het dispositief en het maneuver van de vijand te bepalen.
    Geen samenwerking met de artillerie die voorbereidingsvuren voor de aanval afgaf terwijl de troepen pas verschillende uren later ter plaatse waren. De infanterie van 1914 was trouwens ook niet gewoon om te profiteren van de vuren van zijn artillerie.
    Om aanvallen bij nacht uit te voeren moet men over daarvoor getrainde troepen beschikken. Het kader moet de manschappen goed in de hand hebben om de aanval ordelijk te doen verlopen. De troepen moeten er goed op voorbereid zijn en maximaal van de duisternis gebruik maken om zich tegen de acties van de vijand te verdedigen.

    De Belgen stonden onrechtstreeks onder het bevel van de Franse generaals, die alleen aan ‘aanvallen’ dachten.
    Maarschalk Foch had officieel alleen het bevel over de noordelijke Franse troepen, maar doordat er Franse troepen in de Belgische sector opereerden, diende het Belgische opperbevel zich willens nillens naar de Franse aanvalsplannen te schikken.
    Voor zijn passieve steun aan de Franse aanvalsdoctrine heeft het Belgische leger tijdens de Slag aan de IJzer mee de prijs betaald voor deze fouten, in de vorm van 18.000 doden, gewonden en vermisten.

    In 1919 legde een parlementaire onderzoekscommissie het Franse leger vijf, waarvan drie hier lokaal van toepassing zijn, zware fouten ten laste waardoor de zaken in 1914 niet waren verlopen zoals verwacht.
    Ik citeer gedeeltelijk uit een samenvatting die luitenant-generaal de Selliers de Moranville, stafchef van het Belgische leger in augustus 1914, maar al vlug opzijgeschoven wegens meningsverschillen met Koning Albert I, liet verschijnen in 1922.
    (1) Een doctrine die de aanval tot het uiterste huldigde, is in strijd met de regels van
          de 
    kunst van het oorlogvoeren.
    (2) De miskenning van de belangrijke rol van de mitrailleurs, van de zware artillerie en
         
    bijgevolg het opvallende tekort van dat materieel in de bewapening van de troepen.
    (3) De miskenning van het weerstandsvermogen van goed georganiseerde defensieve
          stellingen, volgens de regels van de veldversterking en miskenning van de
          moeilijkheid om
    er de vijand uit te verdrijven.

    Er wachten nog steeds twee andere vragen op een antwoord.
    (1) Waarom hadden de latere stafchefs Galet en Nuyten er moeite mee om te
          erkennen
     dat de inundatie er zo laat kwam, precies om de Franse aanvalsplannen
           niet te dwarsbomen?

    (2) Waarom hadden ze er moeite mee om toe te geven dat ze er al vroeg door burgers
          van
    op de hoogte waren gebracht dat een inundatie op de linker IJzeroever mogelijk
          was?

    Besluit
    Achteraf, zo zegt men toch steeds weer, is het gemakkelijk kritiek uit te oefenen. Door de gemaakte fouten is de door de Belgen (Fransen?) gewenste verovering van de Grote Bamburg, een pijnlijke episode geworden in de geschiedenis van het Belgisch Leger.
    Als ik daaraan terugdenk, denk ik ook telkens weer aan de talloze gezinnen die door die onmenselijke oorlog uiteengerukt werden. Ik denk dan ook aan wat Willem Vermandere daarover gezongen heeft (en nog zingt?) Diegene die dat niet kennen of diegene die het ook nog eens willen horen, kunnen het beluisteren op https://www.youtube.com/watch?v=KyKEbumYmfc

    23-01-2017, 09:42 Geschreven door stammer
    Reageren (0)


    Categorie:Oorlogen
    05-12-2016
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Au clair de la Dune ‘… of ‘Zoeaven spelen ook toneel tussen de gevechten door in Lombardsijde tijdens de eerste wereldoorlog’

    In het huidig kamp van Lombardsijde ligt een duin met de naam ‘Grande Dune’.
    Waarom heet die zo? Omdat die hoogte tijdens de eerste wereldoorlog voor alle partijen even waardevol was. Wie die kon bezetten beheerste de omgeving door het zicht en het vuur over gans het front. Het werd een sterke troef, in handen van de Duitsers. Een nachtmerrie voor de geallieerden.
    Van daaruit werd de minste beweging bespied en werd de minste onvoorzichtigheid duur betaald. Daar lieten dan ook onnoemelijk veel militairen het leven.

    Wie heeft daar toen strijd gevoerd?
    Frankrijk en Engeland streden mee met België en bezetten beurtelings Nieuwpoort en de sector waarin de duinen van Lombardsijde gelegen zijn. Frankrijk had toen een aanzienlijk aantal koloniën.
    Die vochten mee met Frankrijk en er werd of wordt wel eens gefluisterd dat de koloniën van Frankrijk de vuile opdrachten te verwerken kregen.

    De zoeaven
    Zoeaven waren infanteristen, afkomstig uit Noord-Afrika. Ze leverden een belangrijke bijdrage aan de geallieerde oorlogsinspanningen.
    Na de inlijving van Algerije door Frankrijk werden tussen 1830 en 1854 vier regimenten Zoeaven gevormd. Aanvankelijk waren deze regimenten gemengd met zowel mannen van Franse als van Algerijnse origine. De naam ‘Zouaves’ is afgeleid van ‘Zouaouas’, een stam uit de bergen ten oosten van Algiers, die een belangrijk deel van de rekruten leverde. Toen in de periode 1840-1841 het korps van ‘Tirailleurs Indigènes’ werd opgericht, zouden alle militairen van Algerijnse origine voortaan overgaan naar deze regimenten. De Zoeaven waren voortaan allen van Franse origine. Een groot deel hiervan bleek evenwel in Noord-Afrika te zijn geboren of er te zijn gestationeerd.
    Net zoals andere koloniale troepen vielen de Zoeaven tussen de westerse legers op dankzij hun kleurrijke kledij met o.m. een rode fez, een blauwe jas bestikt met rode versieringen en een pofbroek. De snit van hun uniformen is bijna volledig gelijk aan die van de pauselijke Zoeaven, die omwille van hun kledij naar de Franse ‘Zouaves’ genoemd zijn.

    De strijd om ‘La Grande Dune’

    Eind 1914 begin 1915 vonden hier zware gevechten plaats.

    Aanval op 22.12.1914
    Op 20 december 1914 zijn de Duitsers, na een reeks gevechten, teruggedrongen op de rechteroever van de IJzer. Twee bataljons van het regiment 7de Bde Tirailleurs (*) de Marche uit Marokko en Zouaven worden opgedragen deze vooruitgang verder te zetten en zich met volle macht meester te maken van de Duitse loopgraven op de rechteroever van de IJzer, tussen de zee en het kanaal van Passendale. Zij moeten proberen Westende te bereiken en zelfs verder door te dringen, indien mogelijk.
    Het noordelijk deel is voor rekening van het Regiment Tirailleurs, van de zee tot aan de baan, 200 meter ten noord-oosten van de ‘Eclusette’ (Geleide), lopende vanaf de Polder (inbegrepen)
    De zuidelijke sector strekt zich uit van de Boterdijk tot aan de ‘Grote Bamburg’.
    Links, gelegen aan de zee, lopen de loopgrachten die ze gebruiken langs de voet van de ‘Grande dune’ en daarna verder in de Polder richting Lombardsijde.
    De loopgrachten, gegraven in duinenzand, waren nauwelijks bewoonbaar en stortten in bij de minste schokken. Het water in “De Polder” stond aan de oppervlakte en de uitbouw van de stellingen werd uitgevoerd met gammel stutwerk en zandzakjes.
    Alle inspanningen van het regiment worden gericht op het innemen van “La Grande Dune”.
    Op 21 december wordt toch een gevoelige vooruitgang geboekt in de richting van het doel.
    Op 22 december 1914 vindt een eerste aanval plaats, die gestopt wordt door vijandelijk vuur. De Duitse artillerie vuurt vernietigend op de Franse loopgrachten die instorten en de bewoners bedelven.

    (*)Een tirailleur (Frans: schutter) is van oorsprong de met een boog, of een steenwerper en later met een vuurwapen bewapende lichte infanterist. Van oudsher is de tirailleur onderdeel van een groter verband. Kenmerk van de tiraillerende soldaten is hun gespreide gevechtsopstelling, dus niet in gesloten formaties, zoals de reguliere troepen meestal stonden. Doel van deze meestal lichtbewapende, vóór de troepen uit strijdende soldaten was het verstoren van de vijandelijke linies. Ook werden ze vaak gebruikt voor ondersteunende rollen, zoals munitieaanvoer en gewonden van het slagveld dragen.

    Op 22.12 wordt de ‘Brigade de Marche du Maroc' ingezet met een regiment Zoeaven in Nieuwpoort-stad en een regiment ‘Tirailleurs (Frans-Afrikaanse infanteristen) in de sector Nieuwpoort-bad. Ze hielden hun reputatie als wrede barbaarse strijders hoog.
    Als het er op 23.12 wat rustiger aan toe gaat, worden de loopgraven verbeterd. In de zuidelijke sector krijgen de Fransen te maken met aanvallen gesteund door zware Duitse artillerie vanaf de Grote Bamburg en ze lijden grote verliezen. In de noordelijke sector beschiet de Franse artillerie (15 en 37 cm) met succes de ‘Grande Dune’.
    Op 24 december wordt Nieuwpoort-stad en -bad en de loopgraven van de tirailleurs in het noorden heel de dag beschoten met Duitse artillerie met kaliber 305.
    Orders worden ontvangen om in de nacht van 24/25 december (kerstavond!) aan te vallen en de duinen rond de vuurtoren en langs het strand te veroveren samen met de polder en met het dorp Lombardsijde.
    De vooruitgang blijft alweer minimaal, zelfs al wordt de top van de ‘Grande Dune’ zeer dicht benaderd. Maar de Fransen worden teruggedreven.
    Zo gaat het nog enkele dagen door en dat alles voor enkele meters terreinwinst die ze kort daarna weer moeten afgeven.

    Nacht 4/5 februari 1915: 1ste en 4de Zoeaven nemen posities in.
    De sector van de ‘Dunes’ werd toegekend aan het 1ste Zoeaven, terwijl het 4de Zoeaven de Polder tussen de Dunes en de weg naar Lombardsijde voor zijn rekening moest nemen.
    Onder een donkere hemel ziet het 4de Regt vóór zich een monotone vlakte met enkele zeldzame huizen van groenteboeren en bomen. Niets belemmert het zicht tussen ‘les dunes’ en de overstroming veroorzaakt door de Belgen bij hun terugtocht. De grond is als een spons doordrongen van water, men kan niet graven en er bestaat geen enkele loopgracht. De verdedigingen bevinden zich achter een borstwering van zandzakjes, bijna te smal om de kogels tegen te houden en waarachter men gebogen per twee kan lopen. Geen abris, de sector is nieuw, men moet nog organiseren, nog werk voor vele maanden. In dezelfde nacht waarin ze hun positie innemen, maken de Zoeaven kennis met de Duitse mijnen.
    Hopeloze, onverantwoorde inzet van mensenlevens!

    Vooral in 1914, tijdens het eerste oorlogsjaar, leden de Zoeaven en Tirailleurs verschrikkelijk veel verliezen. Het exact aantal doden onder de Noord-Afrikaanse troepen is niet gekend. Vele slachtoffers kregen nooit een graf, anderen werden nooit in de administratie opgenomen. Koloniale gesneuvelden konden wellicht op een minder zorgvuldige behandeling rekenen dan hun Europese collega’s.

    De meeste Zoeaven die sneuvelden nabij La Grande Dune liggen begraven te Veurne en op de militaire begraafplaats van Zuydcoote (F).


    Gedenkteken in Koksijde
    De duinen van Koksijde werden voor vele Zoeaven de plaats waar ze eventjes op adem konden komen na enkele zware dagen of weken IJzerfront.
    Vandaar dat de 'Union des Amicales Réglementaires de Zouaves' voor Koksijde koos, toen ze in 1934 besloot een gedenkteken op te richten voor alle Zoeaven die tijdens de Eerste Wereldoorlog op Belgische bodem omgekomen waren.
    Het ‘Fransch-Belgisch Bedrijvigheidscomiteit tot het oprichten van een gedenkstuk ter eere der Zouaven’ ontving van het gemeentebestuur de nodige gronden. Vaderlandslievende verenigingen in België en Frankrijk hielden geldinzamelingen tot het bekostigen van het gedenkteken en van de feestelijkheden ingericht bij de inhuldiging.

    Op 21 mei 1934 greep de officiële onthulling plaats, in aanwezigheid van een afvaardiging van de Franse Zoeaven. Tegelijk werden 3 gedenkpenningen uitgegeven en werd de straatnaam 'Zoeavenlaan' ingehuldigd. Het plein waar het gedenkteken geplaatst werd, werd het 'Zoeavenplein' genoemd.

    Jaarlijks op Pinkstermaandag komt de 'Union des Amicales Réglementaires de Zouaves' nog naar Koksijde voor een plechtigheid.

    Het gedenkteken, vervaardigd uit ‘granit bleuté’, werd ontworpen door de Parijse architect René Clozier (1886 - 1965), een oudgediende bij het 1ste Regiment Zoeaven.
    Het geheel bestaat uit een ovaalvormig terras met geelbakstenen wanden, met 2 gedenkplaten die ter hoogte van de trappen aan de westkant zijn aangebracht. Centraal op het terras staat een gedenkzuil in een cirkelvormig bloemperk. De achthoekige spitszuil is onderaan verdikt en rust op een klokvormig voetstuk.
    Op elk van de hoeken van de zuil is over de ganse lengte een palmtak uitgehouwen en groen beschilderd.

    Links en rechts van de toegangstrappen naar het terras zijn bloembakken en rechthoekige gedenkplaten bestaande uit 3 hardstenen panelen aangebracht. We lezen volgende tekst: links in het NL, rechts in het Frans.

    De revue ‘Au clair de la dune’
    Tijdens één van de rustperiodes, werd in de verblijfplaats door het 1ste Regiment Zoeaven een revue opgevoerd in 1 akte en 2 taferelen. Waar dat juist plaatsgreep, weet ik niet, maar ik neem aan dat het in Koksijde was. Ziehier de afbeeldingen op het programma/de brochure van de revue.

    Auteurs daarvan waren ‘L’écorcheur’ (de stroper) en ‘Le lanceur de fusées’. (iemand die vuurpijlen afschiet). Iedereen speelde inderdaad een rol die in verband stond met wat in het dagelijks leven gebeurde.
    Ziehier de rollen die, zoals hierboven te zien is, vertolkt werden door 8 acteurs:
    1. ‘Le Compère’ (handlanger, medeplichtige, geslepen kerel)
    2. ‘La Tranchée’ (loopgraaf), en ‘Miss Dorothée’ (ambulancierster van de eenheid)
    3. ‘Un Cuistot’ (kok), , ‘La route pavée’ (geplaveide baan) en ‘le prisonnier Boche’
         (Duitse krijgsgevangene)

    4. ‘Un Cuistot’ (kok), ’Le Pont Joffre’ (houten Joffre-brug over de IJzer) en ‘Le
         gendarme belge’

    5. ‘Le Journaliste’ van ‘La Chéchia’ het eenheidsblad van het 1ste Zoeavenregiment.
    6. ‘Le Veilleur’ (waarnemer met periscoop), ‘l’Eclaireur volontaire’ (vrijwillige
         verkenner), ‘La Grande Dune’

    7. ‘Chef Cuistot’ (chef-kok), ‘Le père La Feuillée’ (gebladerte, plaats in de loopgraaf
         waar men zijn behoefte deed) en ‘Le cheval de Frise’ (Friese ruiter)

    8. ‘Le Poilu du 1er’ (naam van de Franse soldaat in WO I met de nadruk op een
         moedige soldaat), ‘le Zouave Camelot’ en ‘Le Blessé’

    Jullie zien ze hieronder in de gedaante van hun vertolkte rol.

    Boven, van links naar rechts: Le Compère, La route pavée en Le père La Feuillée
    Onder, van links naar rechts Le Veilleur en Le pont Joffre

    Ook de decors waren uit het slagveld gegrepen. Zo speelde het eerste tafereel zich af in de loopgraven.
    Bijna elke acteur zong een lied, met eigen tekst maar op de melodie van bekende liedjes, zoals ‘auprès de ma blonde’, ‘au clair de la lune’, ‘la mère Angot’, ‘Miraculi’, ‘la Paimpolaise’ (chant breton), ‘le pendu’, ‘les Gardiens de la Paix’ en aan het slot van de opvoering ‘It’s a long, long way to Tipperary’
    Wensen jullie enkele originele liedjes te beluisteren?

    http://www.bing.com/videos/search?q=aupr%c3%a8s+de+ma+blonde&view=detail&mid=8B6EDBBC1621871275AD8B6EDBBC1621871275AD&FORM=VIRE

    http://www.bing.com/videos/search?q=it%27s+a+long+way+to+tipperary+youtube&&view=detail&mid=5FD020FF32A5581626015FD020FF32A558162601&rvsmid=B1C84BCF1FE7C437EEB4B1C84BCF1FE7C437EEB4&fsscr=0&FORM=VDFSRV

    http://www.bing.com/videos/search?q=au+vlair+de+la+lune&view=detail&mid=A07C5B2000F35CD111D6A07C5B2000F35CD111D6&FORM=VIRE


    Bronnen
    Zie http://www.wo1.be/nl/jewaserbij/9168/koksijde-en-de-zoeaven foto’s pinkstermaandag
    https://nl.wikipedia.org/wiki/Zoeaaf
    Brochure met foto’s en tekst met als titel ‘Au Clair de la Dune’
    http://www.wo1.be/nl/db-items/gedenkteken-voor-de-gesneuvelde-zouaven-van-het-franse-leger
    https://inventaris.onroerenderfgoed.be/woi/relict/94483

    05-12-2016, 10:31 Geschreven door stammer
    Reageren (1)


    Categorie:Oorlogen
    07-10-2013
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.“De afrekening”: Westendenaar gebleven in hart en nieren, vertelt de auteur Jaak Maes uit Antwerpen, over zijn bewogen jeugd.

    Toen ik op 31 december 2012 mijn artikel "Middelkerke: verdient wijlen Andreas Inghelram, oud-burgemeester en veroordeeld wegens collaboratie tijdens WO2, dat een pleintje naar hem vernoemd wordt? " publiceerde, kreeg ik daarop een reactie uit een hoek waarvan ik het bestaan niet afwist.
    Ziehier de tekst ervan:
    "Ik ben 83 en heb 1938-1940 als snotneus in de jongensschool van Westende bij 'Meester' Inghelram in de klas gezeten. Ik stel met veel genoegen vast dat Middelkerke de man nog niet vergeten is. MIJN jeugd heeft hij in elk geval sterk beïnvloed, ook al woon ik sinds '45 in Antwerpen. Nu ik ver op het einde van mijn bobijn ben beland, heb ik een geromantiseerde Blog opgestart in Seniorennet (categorie Literatuur jaak_maes 'De Afrekening' over MIJN Westende in de periode '38-'48 waarin onder andere de figuur van een 'burgemeester Engelborghs u erg bekend zal voorkomen...”
    En een paar weken later: “Ondanks het spons-vegen en het eerherstel wringt het mij dat A. I als bezielde collaboratie burgemeester een aantal van zijn volgelingen met zijn propaganda zot genoeg kreeg om ze voor het oostfront te doen tekenen om daar te creperen. Dergelijke volksmenners waren 'moreel schuldig' voor het trieste lot van hun onmondige meelopers, maar werden er nooit op afgerekend. Dit probleem komt uitvoerig aan bod in mijn 'gefingeerd' verhaal over de oorlogsburgemeester van Westende (*) Engelborghs...(Seniorenblog/Literat./'DeAfrekening')”
                   *
    Inghelram is in werkelijkheid wel burgemeester van Middelkerke geweest, niet van Westende

    Gezien mijn belangstelling voor Westende, leek mij dat natuurlijk uitermate interessant en daarom nam ik contact op met Jaak (of Joseph?) Maes. Hij vertelde mij uitvoerig en zonder schroom over zijn bewogen jeugd, vooral over zijn belevenissen als tiener tijdens de tweede wereldoorlog.
    Ik vond het de moeite waard daar even over uit te wijden.

    Ik beperk mij deze week in het huidig artikel tot de beschrijving van zijn jeugd tijdens de oorlogsjaren. Over zijn omvangrijk schrijfwerk, zal ik het in één van de volgende afleveringen hebben.

    Wie is Josef/ Jaak Maes alias Jacky Deben?
    Josef Emiel Maes werd geboren in Oostende in 1930. Hij werd als baby met de roepnaam ‘Jacky’ opgenomen in het pleeggezin Deben. Vader Deben was elektricien, zijn echtgenote was pensionhoudster. Zij hadden twee dochters Francine °1922 en Hetty °1928.

    Verblijf in Westende-bad tijdens de Duitse bezetting
    Door de economische crisis in 1931 verhuisden zij van Oostende naar Westende-bad. Daar bood de bouw van nieuwe villa’s na de eerste wereldoorlog voldoende werkgelegenheid voor vader Deben maar het ‘pension-houden’ in de aanloop naar de tweede wereldoorlog wilde niet zo goed vlotten. In de komende vijftien jaar veranderde de familie, vooral door de oorlogsomstandigheden, vijfmaal van adres.
    “Alle opeenvolgende pensions-café-snacks zijn ondertussen afgebroken en vervangen door betonnen gevaarten van tien verdiepingen hoog…uitgenomen de ‘Bar du Soleil’ dat de Duitse bezetter in de zomer van ’40 ongevraagd ‘overnam’…”
    Er volgde dus noodgedwongen een nieuwe verhuis, deze keer naar de ‘Bouquet Normand’ midden op de dijk tussen de Meeuwenlaan en de Arendlaan.
    Het draaide twee jaar goed, weliswaar met een uitsluitend Duits cliënteel, wat wél hier en daar op het Bad voor verdoken naijver en achterklap zorgde. En toen met ‘Stalingrad’ in de winter van 42-43 de krijgskansen keerden, werden de Debens – en dus ook hun pleegkind - steeds openlijker voor het houden van een soldatencafé als ‘zwarten’ aangezien."
    Dat vindt Jozef onterecht want volgens hem waren moeder en dochters absoluut niet politiek geïnteresseerd. Pa Deben, in een midlifecrisis, was toen al vrijwillig naar Berlijn getrokken om er te gaan werken.

     
                       Bar du Soleil                                             Bouquet Normand                                           MaisonDesInvalides

    In de zomer van ’42 werd de dijk omgevormd tot ‘Atlantikwal’ en moest het café nog maar eens ontruimd worden. De uitbaatster verhuisde dus nu met haar dochters haar ‘café-snack’ naar het ‘Maison des Invalides/Invalidenhuis’ op de hoek van de Meeuwenlaan en de Invalidenlaan, trouw gevolgd door haar vast soldatencliënteel van de batterij ‘Lakodam’…’In alle eer en deugd’, beweert Josef maar er werd steeds sterker van alles achter hun rug gefluisterd. Anderzijds werd het werk van de dochters als Rode - kruis helpsters algemeen gewaardeerd en kregen zij van het plaatselijk bestuur zelfs de beschikking over een ruime EHBO-kit waarmee zij regelmatig zwaar gekwetste (en meestal stervende) looddieven moesten verzorgen en hun doodstrijd verzachten.
    Josef beweert er zo zeker acht à tien te hebben zien doodbloeden, middenin de gelagzaal! “Erg traumatiserend voor mijn jonge ogen”, beweert hij...
    Globaal gezien zegt hij toch tot dan toe een gelukkige (zij het door de oorlog een zeer geanimeerde) jeugd gehad te hebben.
     
    Ontdekking van zijn ware identiteit
    Op zijn twaalfde, in ’42 barstte de bom. Want, al wist hij nog steeds niet beter of hij was Jacky Deben, toch zou hij dié zomer in volle puberteitscrisis zijn ware identiteit ontdekken, en wel stomweg op zijn nieuwe rantsoeneringskaart ! “Maes Josef Emiel, wie was me dat ??... Ikke ??”, vroeg hij zich af.
    Met horten en stoten werd hem dan met een zeer karige uitleg wijsgemaakt dat zijn straatarme wildvreemde moeder hem bij de geboorte zomaar afgestaan had aan de Debens omdat haar ‘vent’ hem als zijn zoon weigerde te erkennen…En gezien de baby ‘Jacky’ van Ma Deben toevallig kort voordien in de wieg was gestorven, mocht hij dat emotionele gat opvullen.
    “Ik ben hen voor deze ‘opname’ in hun gezin als plaatsvervanger wél eeuwige dank verschuldigd, want wie weet wat er ànders van mij was geworden. Maar na de traumatische vaststelling dat ik geen enkele gekende voorouder had en er vóór mijn geboorte familiaal het absolute NIETS gaapte, verloor ik elke houvast in mijn jonge leven…Ik kwam wél snel de naam van mijn moeder te weten, doch ik miste de goesting, de kennis en de moed om verder te spitten naar mijn ‘roots’. Daarbij, naar het schijnt is zij vroeg gestorven…Zand er over.
    Maar deze identiteitscrisis midden in de woelige oorlogsjaren was met het vinden van mijn MOEDERS naam allesbehalve opgelost : de vraag bleef nog lang spoken in wiens schoenen ik het blijkbaar ongewenste VADERschap kon schuiven.
    Een eerste aanwijzing kreeg ik kort na het incident met de rantsoeneringskaart, tijdens een woeste ruzie met Francine over mijn plots zinkende schoolresultaten : zij liet snerend vallen dat mijn moeder destijds in het seizoen kamermeisje was in hùn Oostends pension…En als ik mij niet vlug herpakte op school en weer in de pas zou lopen, kon ik naar dat wijf teruggaan !
    Kamermeisje, dat wijf ?!... Was Pa Deben misschien destijds voor haar charmes bezweken ?...Of één van onze overmoedige hotelgasten, meestal Hollandse familieleden van Ma Deben ?...Er is daar later over deze uitschuiver zedig nooit meer gesproken, maar ik heb nog jaren vergeefs gefantaseerd wie er dan uiteindelijk wél voor mijn ‘ontstaan’ verantwoordelijk was geweest. De vraag bleef maar tollen waarom die man mij destijds niet geadopteerd had, of minstens erkend en mij zo zijn naam gegeven. Hoe dan ook, één ding is zéker: op mijn twaalfde is mijn wereld ingestort door deze dubbele schandvlek van ‘bastaardkind’ én ‘zwartzak’, en samen daarmee mijn schoolresultaten en mijn zonnig karakter…Voeg daarbij dat ik rond die tijd, via verdoken kalverliefdes met Nadine, Olgatje, Huguette en Solange het wezenlijk verschil tussen jongens en meisjes begon te vermoeden, en ge zult wel begrijpen dat ik voor mijn schoolboeken plots maar weinig interesse meer kon opbrengen. Trop is teveel, en teveel is trop : deze drie gelijktijdige verstoringen van mijn jeugdige gemoedsrust hebben mijn leven méér dan voldoende overhoop gegooid !
     
    Nog langer in Westende blijven werd onhoudbaar voor de Deben’s
    Naargelang de oorlog vorderde en de Duitsers in ’43-’44 van hun pluimen begonnen te verliezen, werden de tegenstellingen en spanningen tussen ‘wit’ en ‘zwart’ steeds scherper. In Westende echter, zoals waarschijnlijk overal in de ‘Sperrzone’ langs de kust waar de bevolking van de Duitsers moest leven, ontaardde dat slechts zelden in daden van openlijke vijandigheid. Bij kinderen zoals ik beperkte deze evolutie zich tot bepaalde vriendschappen die wegdeemsterden en andere die van de weeromstuit nauwer werden aangehaald. Maar aan dit gezapige sociaal leventje op het Bad kwam plots een einde toen vlak voor de bevrijding de smerige moordpartij in de Villa Sybaris * aan het licht kwam.
           *
    Lees meer hierover in het blogartikel’Zware criminaliteit in Westende in de voorbije 100 jaar’ in de map 
              ‘Veiligheid – Politie’

    En samen met dit drama begon de afgang van het gezin Deben, want het werd onweerstaanbaar bij het onderzoek van de Duitse speurders betrokken. Dit mondde voor mijn pleegzus Francine uit op een briefje met doodsbedreigingen vanwege de ‘Witten’.

    Vlucht naar Berlijn
    Francine kreeg nu zodanig de stuipen op het lijf en in paniek sleurde ze op 5 september 1944 heel het gezin mee in een vlucht naar Pa in Berlijn.
    De Ortskommandant gaf ons een vrijgeleide en sympathiserende militairen van de batterij bezorgden ons een lift met een vrachtwagen tot de veerpont in Breskens.
    Door deze waanzinnige beslissing kwamen wij echter van de regen in de drop, en zonken wij op één jaar tijd van argeloze houders van een soldatencafé weg in de poel van politieke ‘collabo’s’.”
    De eerste halte op onze vlucht naar Berlijn was ‘Opvangkamp Adlershorst' op de Lüneburger Heide : overvolle barakken waar mannen, vrouwen en opgeschoten kinderen in het stro op de vloer in schaamteloze promiscuïteit bijeen hokten…Deze platte snelcursus in menselijke driften bezorgden mijn jonge olifantenoren doorlopend een dieprode kleur, en voldoende stof om alle ‘tinten grijs’ ruimschoots te overtroeven ! Voeg daarbij dat overdag het jongvolkje hitsig in de omliggende bossen samenklitte om aan de karweien te ontsnappen en vrijgevochten de grenzen van hun onkuise ontdekkingen aftastte... En in dat ‘romantische’ herfstkader herinner ik mij vooral de onverbloemde avances van een dolgedraaide deerne. Als mijn eerste complexloze flirt kon dat tellen, ook al heb ik er, buiten een leuke deuk in mijn gevoel voor fatsoen, geen blijvend leed aan overgehouden. En van toen af wist ik tenminste zéker hoe een meisje er vanonder uitzag…

    Verblijf in Berlijn
    Na een tweetal weken geraakten wij dan door de goede zorgen van Pa Deben deftig onder dak in een vensterloos appartement in Berlin-Steglitz, Albrechtstrasse 15B. Het vroeg heel wat werk om het bewoonbaar te maken, maar we hebben het er toch bijna een jaar uitgehouden.
    Dit bewogen ‘Berlijns avontuur’ met de verschrikkelijke belevenissen die ik in Duitsland de volgende negen maanden meemaakte, volstaan om tien boeken vol te schrijven.”

    Als ‘Ausländer’ kon Josef in Berlijn niet op school, maar hij hielp thuis bij de eindeloze herstellingen van de door bommen uitgeslagen ruiten en het nog eindelozere aanschuiven aan allerlei winkels. Zijn pleegzus Hetty (‘Rika’…) werd winkeljuf in een bakkerij en Francine vond een plaatsje als typiste op de ‘Flämische Kulturstelle’…
    Haar vriendin en collega Phil Verhulst hield er aan met de bureelchef, de éénbenige Vlaamse SS-Oberscharführer Jef Petré, “beide nogal vrijgevochten en ietwat ordinaire Antwerpenaren”.
    “Als dié ’s zondags op koffievisite kwamen kreeg ik dikwijls de scabreuze verhalen te horen hoe het er op de Kulturstelle werkelijk aan toe ging… Het zotste éérst, en proper was dat allemaal niet. Maar Jef vond dat ik als bijna vijftienjarige, buiten het lichtvoetige bureelleven, ook gerust de harde en smerige kanten van zijn lange frontinzet mocht leren kennen en trok zich daarbij van mijn rode oortjes niks aan.
    Kort voor de inval van de Rus werd het villaatje van Jef en Phil door de Amerikanen platgegooid en trok het koppel bij ons in. Dat werd wat krap natuurlijk, en bij de badkamer was het meestal dringen, wat mij op een morgen ‘per ongeluk’ een glorieus zicht gaf op de spiernaakte dame. Zij lachte dat incident later aan tafel ongegeneerd weg en ook Jef zal er verder niet van wakker gelegen hebben, maar ik natuurlijk wél ! Het bleef sowieso de mooiste herinnering van mijn Berlijns avontuur, dat vast en zeker een ander mens van mij gemaakt heeft. De eindeloze nachten dat we voor de bommen bibberend wegkropen in een koude stoffige kelder, met soms krakende inslagen en loeiende branden alom, hebben mij een stevige aversie bezorgd tegen het zo bejubelde heldendom van de geallieerde vliegtuigbemanningen. Niemand kon begrip opbrengen voor de blinde vernieling van kunstschatten en de laffe slachtingen onder de burgerbevolking die door de Yanks doelbewust werden aangericht :”Wij hebben hén toch niets misdaan !” klonk het steeds verongelijkt bij de Berlijners. Deze onmenselijke bommenterreur liet diepere sporen na dan de dierlijke angst die de Russen ons – en dan vooral de vrouwen - aanjaagden toen zij in woeste bloedige straatgevechten straat na straat ons Berlijns district veroverden. Want deze brutale uitspattingen waren na veertien dagen zo goed als achter de rug, en iedereen begreep dat die wilde steppehorden met hun beestigheden doodgewoon een beetje weerwraak namen voor veel erger leed dat de Duitse soldaten hun volk had aangedaan. Maar begrip of niét : maandenlang hebben wij tijdens de moorddadige bombardementen dag en nacht eindeloze uren op de naakte dood zitten wachten, als radeloze beesten bijeen in het slachthuis. Op den duur verloor iedereen het laatste schilfertje vernis van menselijke beschaving en primair fatsoen. Vooral tijdens de Russische bestorming stortten veel vrouwen jammerlijk ineen en was er van enige welvoeglijke terughoudendheid al vlug geen sprake meer. Ze bespraken onderling waar ik bijzat ongeremd de intiemste vrouwenzaken, wat voor een zuiver jongenshart érg brutaal aankwam…
    Maar nog schokkender was het apocalyptische zicht van de omliggende straten, toen wij na de bestorming naar ‘achter’ geëvacueerd werden, tussen de verhakkelde lijken van de gesneuvelde kindsoldaten en de opgehangen grauwe deserteurs…Dat heeft definitief de onbezonnen jongen in mij gedood…
    In Berlijn is langzaam rust en orde weergekeerd, en met de intocht van de Amerikanen, een paar maanden later, kregen we eindelijk het gevoel dat het vrede was. Maar de meeste Berlijners, die door deze laffe bombardementen have en goed plus hun halve familie hadden verloren, hielden er tegenover de Yanks lang een voorzichtige haat-liefde verhouding op na. Zij zagen in hen enkel de kille gewetenloze massamoordenaars die hun misdrijf nadien schijnheilig afkochten met een pakje kauwgom: je moet maar durven !

    Terug naar Westende
    Wij hadden ons waanzinnig ‘Berlijns avontuur’ dan toch zonder al te veel kleerscheuren overleefd: nu bleef nog de terugkeer naar Westende te regelen. Einde juli '45 ging het dan verplicht in die richting en werden Francine en mijn pleegvader bij onze aankomst in Brussel een maand of twee geïnterneerd als incivieken : zij wegens haar werk als dactylo op de ‘Flämische Kulturstelle’ en hij als vrijwillige arbeider in Duitsland. Na deze eerste schok op ‘vaderlandse bodem’ bleven wij als een soort ‘uitgestoten leprozen’ bij mijn pleegvaders familie wonen op een zolderkamertje in Antwerpen. Leuk was ànders…Maar na deze traumatische belevenissen ben ik wel serieus terug op mijn pootjes gevallen: ik had begrepen dat het leven geen lachspel was, en dat ik uit mijn pijp moest komen om uit de put te geraken.

    Ikzelf ben pas in '46 tijdens een schoolvakantie voorzichtig mijn voelhorens gaan uitsteken in Westende, als logeergast bij een bevriende familie.”

    07-10-2013, 00:00 Geschreven door stammer
    Reageren (0)


    Categorie:Oorlogen
    31-12-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Middelkerke: verdient wijlen Andreas Inghelram, oud-burgemeester en veroordeeld wegens collaboratie tijdens WO2, dat een pleintje naar hem vernoemd wordt?

    Het kind moet toch een naam hebben
    Uittredend schepen Lode Maesen heeft het voorstel hernieuwd om het nog naamloos plein voor CC de Branding te noemen naar voormalig burgemeester en oorlogsburgemeester in 1943 en 1944 Andreas Inghelram.
    Laten we eens nagaan wat in het voordeel maar ook in het nadeel van dat voorstel spreekt.

    Wie was André Inghelram?
    Andreas Inghelram werd geboren in Middelkerke op 20 september 1901 en overleed er op 24 november 1997. Hij kreeg een vorming als onderwijzer aan de normaalschool van Torhout.
    In de eerste wereldoorlog zou hij als vrijwilliger actief geweest zijn. Dat moet dan wel helemaal op het einde geweest zijn aangezien hij pas dertien jaar was toen die oorlog uitbrak.
    Hij trad in dienst in de gemeenteschool van Westende vanaf 1 januari 1924.

    Wat stelde de Vlaamse beweging voor tijdens de eerste en de tweede wereldoorlog en tijdens het interbellum?
    De Vlaamse Beweging tijdens WO1 was in twee groepen verdeeld: een groep die niet bereid was samen te werken met de Duitsers en die zo mogelijk naar Nederland vluchtte (de passivisten) en een groep die actief wilde collaboreren (de activisten). Ook aan het IJzerfront kwam het tot hevige taalconflicten: de meerderheid van de soldaten was Vlaams, maar ze kregen bevelen in het Frans. Zij richtten Vlaamsgezinde kringen op, die evenwel verboden werden in 1917. Daarna kwam het echter opnieuw tot een radicalisering en er ontstond een illegale ‘Frontbeweging’ die contacten zocht met de activisten.
    In 1919 ontstond de ‘Frontpartij’, die in de jaren twintig op groeiend succes kon rekenen. Het was de erfgenaam van de Frontbeweging en van het activisme. De Vlaams-nationalisten legden de klemtoon op de taalgrieven en eisten amnestie.
    In de Frontbeweging werd ook de basis gelegd van ‘VOS’, aanvankelijk ‘Vlaamschen Oudstrijdersbond’, later veranderd in ‘Verbond der Vlaamsche Oudstrijders’. Vlaamse soldaten wilden een einde maken aan het militarisme en aan de achterstelling van de Vlamingen. Na de oorlog richtten zij het ‘verbond VOS’ op met als doelstellingen de verdediging van de Vlaamse zaak, het antimilitarisme en de behartiging van de belangen van de oudstrijders.
    Dat was oorspronkelijk een Vlaams - bewuste, Open pacifistische en Sociaal bewogen ledenvereniging die aan sociaal-cultureel volwassenenwerk deed.
    Andreas Inghelram werd in Westende secretaris van die Vlaamse Vredesvereniging, kortweg VOS.

    Inghelram in de politiek en lid van het VNV
    Inghelram ging in Middelkerke in de politiek en bij de gemeenteraadsverkiezingen van 9 oktober 1932 kwam hij voor het eerst op met de Vlaams-nationalistische lijst "Elk Zijn Recht". De lijst behaalde ongeveer 10% van de stemmen, maar geen zetel en de liberalen bleven aan de macht. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1938 trokken de katholieken en Vlaams - gezinde met een lijst naar de verkiezingen, als tegengewicht voor de liberalen. De lijst telde hoofdzakelijk katholieken, naast Inghelram en een andere VNV - er. Ditmaal nam echter ook een socialistisch lijst deel. De liberalen wonnen weer de verkiezingen, maar Inghelram haalde nu wel een zetel.
    Op 8 oktober 1933 richtte Staf de Clercq het ‘Vlaamsch Nationaal Verbond’ (VNV) op, een rechts-radicale (ook soms als fascistisch bestempelde) Vlaams-nationalistische partij.
    Het VNV koos al snel de zijde van de bezetter.
    Inghelram werd er lid en tevens afdelingschef van.
    De geüniformeerde afdeling van het VNV, de ‘Zwarte Brigade’ werd aangezien als een partijleger, als de voedingsbodem voor het Vlaams Legioen, een militaire eenheid bestaande uit Vlaamse vrijwilligers die aan de zijde van de Duitsers tegen het Sovjetleger (tegen het bolsjevisme) vochten.
    De ‘Dietse Militie – Zwarte Brigade’ (DM/ZB) was voor de VNV-leiding een belangrijk instrument ten gerieve van de propagandaslag. De geüniformeerde ‘politieke soldaten’ konden beter dan wie ook de macht van het VNV demonstreren.
    De DM/ZB was de grootste Middelkerkse organisatie die militair collaboreerde.
    Inghelram was daarvan het kopstuk. Hij was hopman en gebiedspropagandaleider. Binnen de organisatie had hij de rang van eerste luitenant. Jullie zien hieronder onderdelen van zijn uniform. (sorry voor de kwaliteit van de foto’s – betere kon ik niet vinden)

    Als kenteken of eenheidssymbool had de DM-ZB een zogenaamde wolfsangel. (zie mouw hierboven)
    De naam ‘zwarten’ of ‘zwarte brigade’ is afgeleid van de kleur van het uniform.
    Na de Duitse inval werd de VOS gepaaid door het Duitse militaire bewind en door VNV-leider Staf De Clercq zich in te schakelen voor een welvarend en vredelievend Vlaanderen dat zich een plek zocht in het Germaanse Groot- Duitsland. Aanvankelijk werd daarop ingegaan.
    Tijdens de tweede wereldoorlog vluchtten verschillende politici of werden uit hun ambt ontzet door de Duitsers en Duits- en Vlaams - gezinde werden aangesteld. Van september 1943 tot de bevrijding van september 1944 werd Inghelram als vertrouweling van de Duitsers, oorlogsburgemeester van Middelkerke in de plaats van de gevluchte Simon Beheyt. Na de oorlog werd Beheyt weer aangesteld als burgemeester.

    Toen begon de repressie
    Oorlogsburgemeester Andreas Inghelram werd na de bevrijding aangehouden en naar Oostende gebracht, daarna naar een school in Veurne en uiteindelijk naar Sint-Kruis. waar hij verbleef tot 20 september 1947.
    Na vijf maand internering begon zijn administratief epuratieonderzoek. Op 9 maart 1945 werd hij vervallen verklaard als burgemeester van Middelkerke. Hij diende op 26 april 1946 een aanvraag in tot invrijheidsstelling, maar deze werd niet ingewilligd. Hij werd in totaal 36 maanden opgesloten. Tijdens zijn proces bij vonnis van 24 mei 1947, zat hij in de gevangenis te Brugge. In zijn vonnis werd hij veroordeeld tot vijf jaar gewone hechtenis, tot de militaire degradatie, tot de kosten van het geding, belopende vijfenzeventig frank en tot van rechtswege levenslange ontzetting uit zijn rechten zoals bedoeld bij toepassing van art 2 der BW van 6 mei 1944, zijnde artikel 123sexties SWB, gewijzigd door art 10 der BW van 19 september 1945.
    De uitspraak werd als volgt gemotiveerd: “militair zijnde, verraad te hebben gepleegd 1) door met kwaad opzet vijandelijke propaganda te hebben gevoerd 2) door wetens vijandelijke propaganda te hebben gevoerd als lid en afdelingschef van het VNV, als Hopman en gebiedspropagandaleider van de DMZB, als lid van de Zwarte Brigade met de graad van eerste luitenant, 3)door zijn deelname aan manifestaties, optochten en vergaderingen in uniform 4) door het houden van spreekbeurten voor het VNV 5)door publicatie van artikels in dagbladen met Duitsgezinde strekking zoals de Nationaal Socialist 6)door het aanvaarden van het burgemeestersambt.

    Hij werd niet gestraft voor de klacht tegen mogelijke verklikking van Jan Cools, onderwijzer te Middelkerke of andere mensen. Andreas Inghelram heeft geen beroep willen aantekenen tegen zijn straf. Hij zei zelf dat hij tot acht jaar gevangenisstraf veroordeeld werd.

    Was oorlogsburgemeester Inghelram werkelijk een collaborateur?
    Daar moet vanzelfsprekend volmondig JA op geantwoord worden.
    Over het burgemeesterschap van Inghelram is weinig geweten. Tijdens zijn bestuur van elf maanden werden geen documenten gevonden waaruit bleek dat hij de Duitse overheid tegenwerkte maar ook het tegendeel was niet het geval. Hij zou zijn boekje niet te buiten gegaan zijn tijdens zijn burgemeesterschap en dat werd hem inderdaad niet ten laste gelegd door de krijgsraad.
    Oud-burgemeester Beheyt bevestigde dit: “Ik kan betreffende zijn optreden als burgemeester geen bepaalde laakbare feiten aanhalen.
    Ook de politiecommissaris (maar was dat niet zelf een VNV – er?) bevestigde dit: “Hij was sedert vele jaren bekend als vurige Vlaams - nationalist en VNV - er. Hij was nochtans niet gevreesd door zijn medeburgers.
    Als bewijsvoering is dat natuurlijk een beetje mager!
    Als burgemeester zou hij geen onrechtvaardig gedrag vertoond hebben jegens de bevolking. Integendeel, hij zou zijn invloed gebruikt hebben om bij de Werbestelle of bij de Kreiskommandant te onderhandelen om de vrijlating van verdachte verzetslieden of verplichte tewerkgestelde te bekomen. Een van de personen die vrij kwam dankzij Inghelram was Camiel Pylyser. Hij tekende zijn levensverhaal op in een boek. Hij werd opgepakt als werkweigeraar, maar kwam vrij door de bemiddeling van de burgemeester: “… We mochten geen woord spreken tegen elkaar, en zo vooruit naar Brugge. Daar werden we met honderden per klas in een school gestopt, in afwachting, tot er genoeg waren, om een konvooi in de trein te stoppen, met bestemming; het land van belofte. Met de vroege morgen trok mijn vrouw naar Middelkerke, tot bij André Inghelram, toen oorlogsburgemeester. Zodra hij haar zag, waren zijn woorden: “Maar Emerance het is toch niet waar zeker? Is Camiel er ook bij?” Al wenen knikte zij, het was alles wat ze toen kon zeggen.“ Troost u” zegde hij, “ik zal mijn best doen voor u, ik zal hem trachten terug te halen.” Ongeveer 11 uur in de voormiddag. Mijn naam werd afgeroepen, ik meldde mij aan, en ik werd op de speelplaats gebracht, en die daar stond, was onze burgemeester. Regelrecht ging ik naar hem toe, die zegde: ik kom u halen. Hij bracht mij voor in een bureel, en die officier daar tegenwoordig vroeg mij enkel niets te ondernemen tegen het Duitse leger, en met die belofte was ik vrij. Dank André, want hetgeen ge deed, was niet voor mij alleen, maar ook voor veel anderen. Ik eerbiedig uw gedacht, elk is vrij van gedachte in ons democratisch land, maar ik veracht die verraders, die men ook aantrof onder de walen. Gans mijn leven, was ik u dankbaar en zal het blijven tot ter dood. Dat u een gedienstig, eerlijk en goed mens geweest zijt, bewijst dit genoeg als het verkiezing is.

    Toen begon het ‘eerherstel’
    Na zijn gevangenschap was Inghelram medeoprichter van een plaatselijke Volksunie - afdeling in Middelkerke, maar hij mocht nog niet deelnemen aan de verkiezingen. Uiteindelijk kreeg hij zijn burgerrechten terug De auditeur-generaal te Brussel schreef dat Inghelram in eer hersteld werd door het Hof van Beroep te Gent op 3 maart 1970.
    Zijn naam staat echter reeds vermeld in de kiezerslijst van 1964.
    Hij stichtte toen een verzekeringskantoor en werd ook plaatselijk voorzitter van het Davidsfonds.
    Hij keerde terug in de gemeentepolitiek en bij de verkiezingen van 1970 werd hij lijsttrekker van de lijst de “Stem van het Volk". De lijst telde enkele katholieken en enkele VU - politici. “Stem van het Volk” won de verkiezingen en haalde vijf zetels, waarvan er vier naar Vlaams - nationalisten gingen. Inghelram behaalde 800 voorkeurstemmen. Men maakte een coalitie met de CVP en Inghelram werd burgemeester. Omdat er eerst nog weerstand was tegen zijn aanstelling wegens zijn oorlogsverleden, werd hij pas na negen maanden aangesteld. Bij de verkiezingen van 1976 werd de CVP de winnaar, maar Inghelram werd weer burgemeester toen zijn lijst een coalitie aanging met “Gemeentebelangen”. Bij de verkiezingen van 1982 werd hij lijstduwer. Lijsttrekker Julien Desseyn werd de nieuwe burgemeester en Inghelram stopte met politiek.

    Geschorst als onderwijzer
    Toen ik in 1943 mocht overstappen van de kleuterschool bij de nonnen naar de gemeentelijke jongensschool, waren er drie onderwijzers benoemd aan de school. De eerste, August Dewulf, benoemd in 1914, was op 1 augustus 1920 schoolhoofd geworden. De tweede was Albert Bloes, in dienst gekomen in 1935 en de derde was André Inghelram. Hij gaf er echter geen les meer want hij werd in het schepencollege van 23 december 1941 als ‘ziekelijk’ vermeld.
    Zoals hierboven beschreven, belette hem dat wel niet een zeer actieve rol te spelen in het VNV (Vlaams Nationaal Verbond) van onderwijzer Staf de Clercq en zelfs oorlogsburgemeester van Middelkerke te worden. Door een besluit van het schepencollege van 30 juli 1943 werd hem een verlof toegekend van 1 jaar tot 3 augustus 1944. Ik heb hem dus nooit gekend als leerkracht, want hij is daarna nooit meer als dusdanig naar Westende teruggekeerd. Na opeenvolgende schorsingen werd hij bij beslissing van het college van 14 september 1943 (en bekrachtigd in de gemeenteraad van 27 september 1944) afgezet.
    Die afzetting werd als volgt gemotiveerd.
    Hij heeft zich tijdens de ganse duur van de bezetting op onwaardige wijze gedragen. Hij bekleedde een leidende positie en was een hevig propagandist voor groeperingen die onvaderlandsche en antinationale doelen nastreefden. Hij heeft zich in het openbaar vertoond in het uniform van een dergelijke groepering. Hij heeft de belangen van het openbaar onderwijs over het hoofd gezien en zich daadwerkelijk ten dienste van de vijand gesteld door het ambt van burgemeester in Middelkerke uit te oefenen in de plaats van de wettelijk benoemde en door de bezetter afgestelde titularis.”

    Dit werd niet goedgekeurd door de Gouverneur zolang het gerechtelijk onderzoek lopende was. Er werd toen besloten om Inghelram te schorsen vanaf 28 september 1944 voor twee maanden.

    Veel leerkrachten geloofden tijdens de tweede wereldoorlog in een nieuwe orde. Zoals Inghelram en Baeckelandt in Middelkerke, hadden we in Westende August Dewulf en Albert Bloes. Ook zij werden geschorst. Zij zouden ‘een onvaderlandsche houding aangenomen hebben, antinationale doelen nagestreefd hebben en propaganda gevoerd hebben ten gunste van de vijand’.

    Waarom wil schepen Maesen het plein vernoemen naar Inghelram?
    Lode Maesen heeft een grote bewondering voor de oud-burgemeester. Zijn grootvader was ook een actief Vlaams - nationalist.
    Hij verdedigt zijn voorstel met volgende argumenten.
    Inghelram was burgemeester van 1971 tot en met 1982. Het plein ligt niet ver van de scholen en Inghelram was onderwijzer. Cultuur was voor hem heel belangrijk, waardoor de link gemaakt kan worden met het cultuurcentrum ‘de Branding’. Onder zijn burgemeesterschap werd het zwembad op het plein gebouwd. Hij was bovendien de burgemeester die de gemeente de grote fusie in heeft geleid: “Geen gemakkelijke opdracht met negen deelgemeenten”.

    In de laatste jaren kreeg ereburgemeester Julien Soetaert van Westende zijn straat in de deelgemeente Westende. Roger Muyllaert kreeg als ereschepen, maar vooral door zijn heldhaftige daden, een pleintje in Leffinge, ex-burgemeester Valentin Coulier (1953 – 70) kreeg op 8 maart 2012 zijn straat in Lombardsijde en ereschepen Willy Declercq kreeg zijn straat in Westende. Maesen vindt dus dat zijn voorstel niet meer is dan het verder zetten van deze traditie.

    Origineel is zijn voorstel echter niet. Op 19 maart 2012 schreef ‘Het Laatste Nieuws’ dat Jan Lacombe van het Vlaams Belang gevraagd had dat bij een volgende straatnaamgeving ook eens zou gedacht worden aan Andreas Inghelram. Die vraag staat wel niet vermeld in het verslag van de raadszitting van 8 maart.
    Waarom werd daar toen niet op ingegaan? Omdat het voorstel van het Vlaams Belang kwam? Of was dat de voorbode van een nieuwe weigering om in te gaan op het voorstel van Lode Maesen?

    Blijft het oorlogsverleden van Inghelram een struikelsteen?
    Het spreekt vanzelf dat het burgemeesterschap van Inghelram tijdens de oorlog en zijn nauwe relatie met de Duitse bezetter geen reden zijn tot fierheid.
    Afgezet worden als onderwijzer is al evenmin prijzenswaardig. Zijn houding kan in geen geval goed gepraat worden, zelfs al was die ingegeven door idealisme. Ik begrijp nochtans wel dat wie tijdens de eerste wereldoorlog uit eigen ervaring meemaakte dat 80% van de Belgische militairen in de loopgraven Vlamingen waren terwijl er nauwelijks een Vlaams - sprekend officier te bekennen viel (“pour les Flamands la même chose!”), dat vanzelfsprekend als onrechtvaardig moet ervaren hebben.
    Hij heeft ervoor gekozen in het interbellum activist te worden en deel uit te maken van Vlaams - nationalistische verenigingen en partijen. Hij werd daarvoor veroordeeld en heeft zijn straf uitgezeten.
    Hij werd later in eer hersteld.
    Hij bleef wel een Vlaams - nationalist en werd tenslotte toch gedurende 12 jaar burgemeester van Middelkerke. Moeten we dat uitleggen als zou de bevolking hem zijn verleden vergeven hebben?
    Als ik lees in de scriptie van Stefaan Inghelbrecht, wat een merkwaardig werk is voor wie meer wil weten over wat zich tussen de twee wereldoorlogen en tijdens de tweede in Middelkerke afspeelde, dat het VNV in Middelkerke tijdens de oorlog 158 leden telde, zijnde 4,4% van de 3.588 inwoners, dan is het natuurlijk mogelijk dat heel wat afstammelingen daarvan tot de aanhang van Inghelram bleven behoren.
    Hij had schijnbaar wel verdiensten zowel als oorlogs- of als vredesburgemeester. Heel wat Middelkerkenaars en niet in het minst Julien Desseyn hebben er jaren mee samengewerkt.
    Schijnheiligheid is hier dus niet op zijn plaats!
    Ik besef maar al te goed dat sommige inwoners er geen goed woord over kunnen horen, vooral diegene die persoonlijk slachtoffer waren van de collaborateur Inghelram. Laten we echter, samen met diegene die vergevingsgezinder blijken te zijn, ertoe besluiten de spons te vegen over het oorlogsverleden van Andreas Inghelram en laten we hem dat pleintje gunnen.
    En laten we toch maar niet vergeten dat dieper ingaan op de verdiensten van alle personen die in Groot-Middelkerke hun naam gaven aan een straat of een pleintje, ook wel eens tot verrassingen zou kunnen leiden.

    Bronnen
    Artikel in ‘Het Nieuwsblad’ van 24 december 2012 door Dany Van Loo
    http://www.ethesis.net/middelkerke/middelkerke_inhoud.htm Inhoud, scriptie Stefaan Inghelbrecht
    http://www.ethesis.net/middelkerke/middelkerke_hfst_6.htm Collaboratie, scriptie Stefaan Inghelbrecht
    http://nl.wikipedia.org/wiki/VOS_-_Vlaamse_Vredesvereniging
    Interview van Petra Gunst met Andreas Inghelram. 10-5-90
    http://www.dbnl.org/tekst/weve009gree01_01/weve009gree01_01.pdf
    http://www.cegesoma.be/docs/media/Berichtenblad/med38_dossier.pdf Repressie (wet van 6 mei 1944)
    Verslagen gemeenteraadszittingen Westende van 13.02.1924 (aanstelling Inghelram als onderwijzer), 23.12.1941 (ziek)
    http://www.nieuweorde.be/groeperingen/vlaams-legioen

    http://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/000/907/729/RUG01-000907729_2001_0001_AC.pdf stoottroepen DM/ZB
    http://wo2forum.nl/viewtopic.php?f=18&t=13665&start=0

    31-12-2012, 00:00 Geschreven door stammer
    Reageren (3)


    Categorie:Oorlogen
    12-11-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Wapenstilstand op 11 november: zegt jullie dat nog iets?

    De Wapenstilstand op het einde van de eerste wereldoorlog wordt elk jaar herdacht op 11 november.
    In 1918 werd op die dag om 5 uur 'sochtends inderdaad de Duitse capitulatie in een treinwagon op het westelijk front in Rethondes (Bos van Compiègne) getekend door MaarschalkFoch en de Duitse delegatie. De wapenstilstand ging eigenlijk pas in om 11 uur.
    De wereld werd eindelijk uit de nachtmerrie van de Grote Oorlog verlost. De wapens van de oorlogvoerende partijen zwegen na vier jaar strijd. Wapenstilstand is sindsdien de dag om alle oorlogsslachtoffers, burgers en militairen, te herdenken, ook de slachtoffers van oorlogen die nadien volgden. Ik zal me in het huidig artikel echter beperken tot de Grote Oorlog.
    De Eerste Wereldoorlog, zoals we de Grote Oorlog tegenwoordig noemen, betekende immers oorlogsvoering op een tot dan toe ongekende schaal.
    We mogen gerust van een ‘moordende en onzinnige’ oorlog spreken. De dodenteller stond stil op een geschatte negen miljoen. Onder de slachtoffers waren zowel militairen als burgers. Franse, Belgische, Duitse, Britse, Australische, Amerikaanse, Canadese en zelfs Afrikaanse en Aziatische (koloniale) troepen hadden aan het front gevochten en grote verliezen geleden. Grote delen van Europa lagen in puin, er heerste politieke chaos en veel mannen die moesten meevechten raakten gewond of gedood.
    Wapenstilstand wordt tot op de dag van vandaag op heel wat plaatsen in de wereld herdacht. Net zoals in België zijn er een groot aantal landen waar Wapenstilstand een nationale feestdag is. De Britten noemen die dag “Remembrance Day” of “Armistice Day” of “Poppy Day”. In Frankrijk en Wallonië wordt van “jour du Souvenir” of “jour de l' Armistice” gesproken. De Verenigde staten kennen 11 november als “Veterans Day”.

    Waarom dit artikel?
    Ik verbaas me er soms over als in bepaalde quizprogramma’s gevraagd wordt of 11 november het einde van de eerste of van de tweede wereldoorlog betekende, dat sommige kandidaten dan het antwoord schuldig moeten blijven.
    “Dat was voor mijn tijd”, zei er eens één. Wordt dat niet meer onderwezen in de lessen ‘geschiedenis’?
    Ik vind in elk geval dat een oorlog waarin miljoenen militairen en burgers stierven, nooit mag vergeten worden. Van de Belgische slachtoffers, waren er 65 tot 80% Vlamingen, al naargelang de bron.
    De Vlaamse soldaten werden weliswaar bevolen door Franstalige officieren, hetgeen later aanleiding gaf tot het ontstaan van de frontbeweging en van het Vlaams bewustzijn.
    Allemaal belangrijk genoeg om er een blogartikel aan te wijden, vond ik.

    De klaproos als symbool voor de eerste wereldoorlog
    In het Vlaams wordt de klaproos soms ‘kollebloem’ (toverkol of kol =heks) genoemd. Een andere naam is natuurlijk ook ‘papaver’ of in het Engels ‘poppet’.
    In onze kinderjaren spraken wij van de ‘kankerbloem’. Toen kregen wij steeds weer te horen “Niet aankomen, dat zijn giftige bloemen”.
    Sommige klaprozen, die gerekend worden tot de papavers, worden gebruikt omopium en morfine van te maken; morfine is een sterk verdovend middel dat vaak werd gebruikt om de pijn van gewonde soldaten te stillen, soms voor eeuwig.
    Klaprozen bloeien als andere planten in de buurt dood zijn. De zaden kunnen jarenlang op de grond liggen en pas beginnen te kiemen als de nabije planten en struiken weg zijn, bijvoorbeeld als de grond werd omgewoeld en vervuild. Dat was uiteraard het geval met de grond rond de loopgraven die grondig 'omgespit' en besmet was door de gevechten en bombardementen.
    De aanblik van de bloem is vervuld vansymboliek, niet alleen zijn de blaadjesrood zoals hetbloedvan de gevallenen maar het binnenste is ook nog zwart, kleur van rouw. In het hart van de bloem is ook eenkruisvormte zien,christelijksymbool van lijden en verlossing bij uitstek.

    >

    Klaprozen zijn met name in het Verenigd Koninkrijk’ en in andere landen van het Gemenebest het symbool van de eerste wereldoorlog omdat ze op de slagvelden in Vlaanderen overvloedig bloeiden, zoals de Canadese militaire arts John Mc Crae het in 1915 in Boezinge beschreef in zijn gedicht ‘In Flanders fields’.
    Het gedicht beschrijft de gruwelen van de oorlog, die hij zelf niet overleefde.

    Ziehier de originele tekst met daarnaast een vertaling.

    In Flanders fields the poppies blow
    Between the crosses, row on row
    That mark our place; and in the sky
    The larks, still bravely singing, fly
    Scarce heard amid the guns below.
    We are the dead. Short days ago
    We lived, felt dawn, saw sunset glow
    Loved, and were loved, and now we lie
    In Flanders fields.
    Take up our quarrel with the foe:
    To you from failing hands we throw
    The torch; be yours to hold it high.
    If ye break faith with us who die
    We shall not sleep, though poppies grow
    In Flanders fields.

    “In Vlaanderens velden bloeien de klaprozen
    Tussen de kruisen, rij aan rij
    die onze plek aangeven; en in de lucht
    vliegen leeuweriken, nog steeds dapper zingend
    ook al hoor je ze nauwelijks te midden van het kanongebulder aan de grond.
    Wij zijn de doden. Enkele dagen geleden
    leefden we nog, voelden de dauw, zagen de zon ondergaan
    beminden en werden bemind en nu liggen we in Vlaanderens velden
    Neem ons gevecht met de vijand weer op:
    Tot u gooien wij, met falende hand
    de toorts; aan u om haar hoog te houden
    Als gij breekt met ons die sterven
    zullen wij niet slapen, ook al bloeien de klaprozen
    in Vlaanderens velden.”

    De laatste verzen We shall not sleep, though poppies grow / In Flanders fieldsduiden op de verdovende werking van morfine.

    >

    Enkele cijfers
    Het aantal Belgische gesneuvelden in de Eerste Wereldoorlog ligt volgens meerdere bronnen tussen de 10.000 en 40.000. Patrick De Wolf verricht al lange tijd onderzoek naar het werkelijk aantal Belgische oorlogsdoden.
    Zijn bestand ‘Belgian War Graves’ bevat ondertussen 35.368 namen van Belgische militairen. Hiervan hebben 19.738 een bekende Belgische militaire of burgerlijke begraafplaats; 23.548 met een gekende geboortedatum en 33.197 met gekende overlijdensdatum.
    Op de Belgische militaire begraafplaatsen liggen in totaal 19.478 bekende en onbekende Belgische militairen begraven. Op Belgische burgerlijke begraafplaatsen liggen er nog eens 260. Daarnaast zijn in Nederland 378, in Groot-Brittannië 299, in Frankrijk 3.813, in Zwitserland 50 en wereldwijd op CWGC begraafplaatsen 292 Belgische militairen begraven. In het totaal is dat dus 24.310.
    Aangenomen wordt dat ongeveer een derde van het aantal oorlogsdoden begraven werd als onbekende, een derde een bekend militair graf heeft en een derde overgebracht werd naar zijn woonplaats na de wapenstilstand. Dit zou het totaal aantal Belgische oorlogsdoden dus op ongeveer 24.000 + 12.000 = 36.000 brengen.
    Volgens De Wolf komen die cijfers dichter bij de werkelijkheid dan de 10.000 die regelmatig opduiken:
    “Ons aandeel (Belgisch leger) wordt nogal dikwijls eens genegeerd ten voordele van de grootmachten. Ik vermoed dat dit wel het nadeel zal zijn van een klein, opgesplitst en weinig chauvinistisch land.“

    In Westende vinden we op het kerkhof de graven van 5 onbekenden, waarvan één de vermelding 7de Linie draagt. Dat was een regiment dat in november 1914 meestreed in de slag bij Lombardsijde.

    Herdenkingsmonumenten
    In ontelbare dorpen en steden werden na de Eerste en de Tweede Wereldoorlog herdenkingsmonumenten ter ere van de oorlogsslachtoffers (militairen, burgers, verzetsstrijders of gedeporteerden) opgericht. Dergelijke herdenkingsmonumenten boden de rouwende een kader om hun dierbaren te herdenken: net na de oorlog was het leed diep en kon in veel gevallen niet getreurd worden bij een individueel graf.
    Zowel in Westende (tegen de kerkmuur) als in Lombardsijde (in de Oude Nieuwpoortlaan) staat een herdenkingsmonument. Er wordt vaak gesproken over het ‘Monument van de gesneuvelden’. Dat is verkeerd natuurlijk, want sneuvelen betekent eigenlijk “Op het slagveld, in de strijd gedood worden” terwijl er ook veel burgers onder de oorlogsslachtoffers waren. Op de lijsten hierboven vinden jullie ook vrouwennamen. Hieronder links het ‘Monument voor de Oorlogsslachtoffers’ van Westende, dat verplaatst werd bij de heraanleg van het kerkpleintje. Rechts dat van Lombardsijde, eveneens verplaatst na de afbraak van het gemeentehuis.

    Langs de Grossettilaan ter hoogte van de oude Relais-du-Lac staat ook nog een oorlogsmonument opgedragen aan de 42ste Franse divisie die op 23 en 24 oktober 1914 aan de zijde van de Belgische militairen streed.

    >

    De slachtoffers van Westende
    Ziehier de 27 namen die op onderstaande foto’s te zien zijn:

    Eerste kolom: Henri BOYDENS, Emiel COPPENS, Theodoor CORTEEL, Alexis DALLE, Sabin DEDRIE, Henri
                            DEWULF en
    Emiel LEVECQUE
    Tweede kolom: Leopold PYNTE, Jeroom ROYE, Camiel VALLAEYS, Leopold VANCASSEL, VANDECASSERIE, 
                            
    VANDECASTEELE en Celestin VANNECKE
    Derde kolom: Henri BORDON, Sophie BOUVRY, Albert DALLE, August DALLE, Henri DALLE , August
                            DECAT, en Karel
    GHEERAERT
    Vierde kolom: Eugenie OLLIEUZ, Basiel OSAER, Jan ROBERT, Isidoor ROSSEEL (14 jaar, omgekomen bij
                             bombardement op
    Lombardsijde 20 – 23.10.1914), VANDENBERGHE, VANWASSENHOVE.

    Het monument is goed onderhouden. De voornamen van diegene met een lange familienaam zijn niet vermeld.

    > >

    en van Lombardsijde
    Het monument is wel goed onderhouden (=proper), maar veel namen en datums zijn onleesbaar.
    Hier is ook de datum vermeld van het overlijden. Ziehier wat ik ervan heb kunnen maken. Hier en daar heb ik al wat aangevuld.

    Links:
    Ces DAELE 5-8 -1914, Ch CLOET 18-8-1914, Hen DEWULF 22-8-1914, Jos COULIER 10-1914, Germ GODDERIS 19-10-1914, R VANDECASTEELE 18-10-1914, Alfr UREEL 3-4-1916, Leop VANCASSEL 4-10-1916 (ook op monument Westende), Fer DEWULF 16-5-17, Hen MINNE 8-8-1917, Al DALLE 18-8-1917 , Art VERCOUILLIE 12-5-1918, Med BEDERT 26-5-1918, Al DIERENDONCK 1-7-1918, Osc VERSLYPE 25-9-1918, Cam DEVRY 28-9-1918, Art COOPMAN 4-10-1918, Hen DEWULF 5-10-1918.

    Rechts
    Fr DALLE 20-10-1914, K DALLE 20-10-1914, Is(idoor) GHEWY 20-10-14 (30 jaar), Am DELANGHE 21-10-1914, Pel(agie) VERSLYPE 21-10-1914 (20 jaar), Clem(ence) VERSLYPE 25-10-1914 (75 jaar), Pieter MORTIER 28-10-1914, Ivo DECONINCK 30-10-1914, Bertha BERTELOOT 10-5-1918, God BERTELOOT 10-5-1918, Eug COGGE 10-5-1918, Jean VYNCK 10-5-1918, Maria VYNCK 10-5-1918, Leo SINNESAEL 1-7-1918, K BERTELOOT 1-7-1918, Ivonne DEWULF 5-9-1918, Lucie DEWULF 5-9-1918, Pol DEVRY 20-10-1918.

    De eerste zes zijn omgekomen bij een bombardement op Lombardsijde.
    Ik zal proberen om in een volgende bijdrage meer informatie te geven over de omstandigheden van het overlijden van de 36 slachtoffers.

    > >

    Erepark op de kerkhoven
    Op de kerkhoven van Westende en Lombardsijde is ook een zone voorbehouden als erepark. Daar krijgen
    oudstrijders hun laatste rustplaats, dus niet enkel de gesneuvelden van beide wereldoorlogen. Ik heb op deze blog ooit geschreven dat het park van Lombardsijde beter herkenbaar was omdat er een lage omheining met de Belgische driekleur rond stond. Ik zag nu echter dat die weggenomen is.
    Beide ereparken zijn nog slechts te herkennen aan de Belgische en Vlaamse vlag en aan een steen opgedragen aan alle overleden oudstrijders.

    Oud-strijdersverenigingen
    Elk dorp had vroeger ook zijn oudstrijdersvereniging, die aangesloten was bij de Koninklijke Vereniging Nationale Strijdersbond van België (NSB).
    Dat is een vaderlandslievende belangenvereniging, vzw, opgericht in 1919 en sedert 1967 aangesloten bij het Nationaal Eenheidsfront der Oud-strijders en Veteranen vzw (NEFOSV/FUNACV). Ze behartigt de fysieke en morele belangen van de oudstrijders en wil een boodschap uitdragen van vrede, verdraagzaamheid en vaderlandsliefde.
    De organisatie heeft geen politieke, godsdienstige of ideologische banden, is financieel onafhankelijk en ontvangt van niemand geld of schenkingen, behalve van haar leden. Maandelijks krijgen die leden Het Strijdersblad toegestuurd.
    Na een oorlog of een militaire missie houden strijdmakkers vaak contact. Onder de veteranen waren er dan ook veel vrienden voor het leven. Veteranen hadden immers een gemeenschappelijk (oorlogs)verleden, dat ze vaak met niemand anders konden delen. Als soldaten hadden zij elkaar in barre omstandigheden erg goed leren kennen en een tijdlang lief en leed gedeeld. Oud-strijdersverenigingen namen traditioneel deel aan militaire optochten, herdenkingen e.a. Binnen sommige verenigingen werden soms ook groepsuitstappen georganiseerd of werd aan liefdadigheid gedaan.
    Op 11 november 2012 was het 94 jaar geleden dat de wapenstilstand gesloten werd. Niet te verwonderen dus dat er geen oudstrijders van de eerste wereldoorlog meer in leven zijn. Ik las op internet dat de laatste Britse oudstrijder stierf in 2009. Hij moet dus minstens 109 jaar oud geworden zijn.
    Noch in Westende, noch in Lombardsijde vinden we nog een oudstrijdersvereniging. Volgens de verenigingengids van de gemeente bestaat er enkel nog één in Leffinge en in Middelkerke, uiteraard dus van oudstrijders 1940-45. Dat lijkt me logisch als elke lokale
    vereniging nog slechts een handvol leden telt.
    Waar is de tijd dat in elke deelgemeente, naast de oudstrijders met vlaggen en opgespelde eretekens, de burgerlijke, militaire en geestelijke overheden hulde brachten aan de oorlogsslachtoffers na het bijwonen van een eredienst in elke kerk? Ook de schoolkinderen, onder leiding van hun ‘meesters’, waren daarbij aanwezig. Nadat een eenzame trompetter een emotionele ‘Last Post’ liet horen, werd iedereen in het gemeentehuis uitgenodigd, waar eretekens uitgereikt werden en waar daarop een glas geheven werd.

    Ook in 2012 vond er op 11 november een herdenking plaats aan het oorlogsmonument aan de kerk van Middelkerke om 11 uur. Ze noemen dat tegenwoordig niet meer ‘Wapenstilstanddag’ maar ‘Vredesdag’ (!!!!). Spijtig genoeg kon ik die plechtigheid niet bijwonen.
    Er ging een goed gevuld programma mee gepaard. Het bestond immers uit een voormiddag in Middelkerke, gevolgd door een namiddag in Lombardsijde.

    08.45 u.: Gratis ontbijt in gemeenteschool de Zandloper
    10.40 u.: Vertrek in stoet aan centrum De Branding naar het oorlogsmonument
    11.00 u.: Hulde aan de oorlogsslachtoffers
    11.30 u.: Gemeentelijke receptie in De Branding
    14.00 u.: Afspraak aan de gemeenteschool van Lombardsijde voor een begeleide wandeling naar
                  de beschermde bunkersite De Bamburg
    15.30 u.: Pauze in de sporthal De Bamburg, met mogelijkheid tot bezoek aan de
                   tweedehandsboekenbeurs, gevolgd door een drankje in de cafetaria De Bamburg
    17.00 u.: Cultuurcafé in de bovenzaal van 't Lombartje, waar Toon Hillewaere het programma 
                  'Een  graf in Gravelines' brengt. Dat is het relaas van de schrijnende en gruwelijke
                   ervaringen van de Nieuwpoortse familie Osaer tijdens WO II, op basis van de originele
                   teksten uit het dagboek van Roland Osaer
    20.00 u.: Afsluiten Vredesdag met een optreden van Grupetto in de Onze-Lieve-Vrouwe-  
                   Bezoekingkerk in Lombardsijde, die 'In Flanders Fields' brengt. Een indringend, maar
                   positief muzikaal portret met een mooie verzameling 'traditional trench songs' en klassieke
                   stukken die hommage brengen aan de soldaten van Wereldoorlog I.

    Op naar de herdenking van de honderdste verjaardag van het begin van de grote oorlog
    Er bestaan grote plannen om in 2014 het begin van de eerste wereldoorlog, honderd jaar vroeger, te herdenken, ik las ergens ‘te vieren’ wat natuurlijk onfatsoenlijk is.
    Misschien had men moeten wachten tot in 1918 zodat dan het einde van de oorlog kon gevierd worden.
    Ex-gouverneur Breyne zal Commissaris-generaal van de herdenking zijn. Overal steken nu al initiatieven de kop op, in zoverre zelfs dat gevreesd wordt dat er geen geld genoeg zal beschikbaar zijn om ze allemaal te subsidiëren.
    Waarom krijg ik toch de indruk dat het sommige initiatiefnemers meer te doen is om het toerisme te bevorderen?
    Ook de VRT, samen met de provincie West-Vlaanderen, zal vanaf december 2013 uitpakken met een nieuwe televisiereeks ‘In Vlaamse velden’ dat WOI als thema heeft.
    'De provincie West-Vlaanderen zorgt voor 400.000 euro directe financiële steun en voor één miljoen euro aan materiële steun', zegt gedeputeerde Dirk De fauw (CD&V).

    Bronnen
    http://www.wereldoorlog1418.nl/statistieken/dewolf.html
    http://www.tradities.be/tradities_detail.php?id=52

    Aanpassing 13 november 2012
    Vandaag zag ik dat een bloemtuil neergelegd werd aan het monument in Westende, in naam van het gemeentebestuur.

    12-11-2012, 00:00 Geschreven door stammer
    Reageren (0)


    Categorie:Oorlogen
    07-11-2012
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Westendenaar in dienst van het vaderland …

    Toen bestond de dienstplicht nog …
    Mijn vader werd op 29 mei 1903 geboren. Aangezien het destijds de regel was dat men in het jaar dat men 20 jaar werd zijn legerdienst moest vervullen, maakte hij deel uit van de lichting 1923.
    Hij werd opgeroepen om zijn plicht te vervullen in het 2de Linieregiment 2de Bataljon 6de Compagnie, dat gelegerd was in de Leopoldskazerne in Gent en dat deel uitmaakte van de 12de Infanteriedivisie.
    De diensttijd was kort daarvoor teruggebracht tot 10 maanden door de militiewet van 1921. Vier jaar Duitse bezetting en strijd aan de IJzer hadden daartoe geleid.
    Na zijn actieve periode onder de wapens, mocht de milicien naar huis en werd hij onderdeel van de reserve. Hij was dan met zogenaamd onbepaald verlof. Vervolgens moest hij met een zekere regelmaat deelnemen aan wederoproepingen. Zo'n ‘rappel’ duurde meestal een dag of tien en vond elke twee tot drie jaar plaats in één van de grote oefenkampen Brasschaat, Beverlo of Elsenborn. De eerste wederoproepingen werden vaak volbracht bij dezelfde actieve eenheid waar de dienstplicht volbracht werd.
    Daarbuiten had de milicien-reservist maar weinig met het leger te maken. Hij moest zijn uniform in goede staat thuis bewaren en bij elke adreswijziging zijn militair zakboekje netjes laten afstempelen op het gemeentehuis. Om naar het buitenland te reizen voor een lange periode of om te verhuizen was toestemming nodig van de militaire overheden. Ook was het tot het einde van de jaren '20 de gewoonte dat hij zich om de paar jaar, op een vooraf bepaalde dag in de maand augustus, in uniform moest aanmelden bij de plaatselijke Rijkswacht die dan ook weer een stempel plaatste in het militair zakboekje.

    En toen vielen de Duitsers ons land binnen
    Op 1 september 1939 vielen Duitse troepen Polen binnen. Dat betekende meteen ook de start van de tweede wereldoorlog.
    Drie dagen later, de dag nadat Frankrijk en Engeland de oorlog hadden verklaard aan Duitsland, werd het Belgisch leger gemobiliseerd.
    In 1937 had men de slagorde ervan in oorlogstijd gereorganiseerd. Naast de gevechtseenheden was er een territoriaal commando dat onder andere vier bataljons omvatte met elk vier compagnies wachtfuseliers ‘Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen’. Zoals dat toen (en nog veel later) wel meer het geval was, werd de Franse benaming Gardes de Voies de Communications et Etablissements (GVCE) gebruikt.
    De Belgische neutraliteitspolitiek bestond er in om bij een vijandelijke inval uit het oosten het veldleger terug te trekken tot op de KW-stelling of KW-linie. Dat was een antitankversperring tussen Koningshooikt en Waver, in hoofdzaak langs de rivier Dijle. Ze bestond uit een aaneenschakeling van gevechtsbunkers, communicatiebunkers, anti-tankgrachten en stalen bouwwerken. Daar zou men met de gevechtseenheden de hulp van de geallieerden afwachten en zo nodig de invaller het hoofd bieden.
    Om de vitale verkeerswegen en infrastructuur in het gebied ten westen van deze linie te helpen beveiligen, zou gebruik gemaakt worden van de Wachters die in hun eigen woongebied statische bewakingsopdrachten moesten uitvoeren om saboteurs en luchtlandingstroepen te snel af te zijn.
    De manschappen voor deze wachtbataljons werden geput uit de oudste reservisten. De meeste manschappen waren tussen de 35 en 45 jaar oud.
    Mijn toen 37 – jarige vader werd ingedeeld bij het IIIde bataljon Wachters 2de compagnie, ‘Nieuwpoort’ genaamd.
    De meeste van die bataljons werden slechts midden januari 1940 onder de wapens geroepen. Dat lot viel ook mijn vader ten deel op 14 januari 1940.
    De uitrusting van die eenheden was eerder beperkt en bestond uit verouderde wapens en oorlogsbuit uit de vorige wereldoorlog.
    De oorlogservaringen van de Wachters van Verkeerswegen en Inrichtingen lopen sterk uit elkaar maar kunnen vaak worden samengevat tot een stapsgewijze terugtocht naar Vlaanderen, vaak zonder precieze instructies van de militaire overheid en in de meeste gevallen zonder bevoorrading of geldmiddelen, gevolgd door de inname van kantonnementen in het achtergebied van het veldleger tot het einde van de veldtocht.

    Op 10 mei 1940 vielen Duitse troepen België, Nederland en Luxemburg aan en daarmee schonden ze de Belgische neutraliteit. De algemene mobilisatie werd een feit waardoor nu 600.000 militairen onder de wapens waren, 8 % van de Belgische bevolking.
    Ondanks het feit dat ons leger nooit een groter effectief kende, vertoonde het veel zwakke punten. De eenheden hadden te weinig kader, de training van de infanterie-eenheden liet soms te wensen over en het leger was helemaal niet voorbereid op een luchtoorlog. Bovendien had de lange mobilisatieperiode en een gebrek aan reactie van de militaire overheden het moreel en de tucht van de troepen ondermijnd.
    Het Belgisch leger vormde dus geen partij voor het goed getraind, gedisciplineerd en machtig Duits leger en kon slechts gedurende een heel korte periode weerstand bieden.
    Op 28 mei 1940 capituleerde België. De “18-daagse veldtocht” was gestreden. Maar daarmee was de tweede wereldoorlog niet afgelopen. België werd bezet door Duitse troepen.
    De rest van de Belgische troepen die zich nog in Vlaanderen bevonden, werd gevangen genomen. Het ging hier om bijna 150.000 militairen.
    Ik ken de omstandigheden niet waarin het gebeurde, maar mijn vader viel in handen van de Duitsers op 2 juni 1940 in Oudenburg.

    >

    Wie beroepsofficier of -onderofficier was, vloog in regel meteen naar Duitsland om er vijf jaar gevangenschap in een Stalag of Oflag door te brengen.
    De Duitsers hadden echter meer aandacht voor de nakende gevechten met de Engelsen en de Fransen dan voor de gevangen genomen Belgische soldaten. Daarom konden sommige van deze laatste wegvluchten en trokken ze gewoon naar huis of naar Engeland. Reeds op 5 juni 1940 vaardigde de Duitse overheid een richtlijn uit om de Vlaamse miliciens en bepaalde beroepscategorieën onder de Waalse miliciens naar huis te laten gaan. Dat order werd echter niet consequent uitgevoerd en het gros van de Vlaamse militairen belandde toch nog voor enige maanden in Duitsland. Nochtans maakte die richtlijn deel uit van de Duitse Flamenpolitik (Vlamingenbeleid) dat de Vlaamse bevolking moest overtuigen om zich aan de zijde van de Duitsers te scharen en zo de greep op het bezette België te vergroten.
    Hiertoe maakten ze gebruik van de spanningen tussen Franstaligen en Vlamingen en het wantrouwen van deze laatste jegens het verfranste Belgische bestuur.
    Toen de Belgische militairen, waaronder mijn vader, uiteindelijk in groepen van vijftig in treinwagons gestopt werden, waren ze er eigenlijk van overtuigd dat ze naar huis mochten. Ze kregen een militair brood per vijf man en moesten zich als drank tevreden stellen met de inhoud van hun drinkbeker (‘gourde’ in het Vlaams). Sanitaire haltes waren niet voorzien. Twee en een halve dag later kwamen veel Belgen, in plaats van in hun geliefde thuishaven, via Berlijn, in het station van Stablack aan. Jullie zien dat hieronder.

    >

    Het krijgsgevangenkamp ‘Stalag Ia Stablack’ (Stammlager voor Onder-Officieren en Manschappen)
    Stalag Ia was gelegen op ongeveer 50 kilometer van Kalinigrad dat toen nog Königsberg heette en dat jullie rechts bovenaan onderstaand kaartje kunnen terugvinden. Het was een kamp met houten barakken bedekt met een cementlaag, dat in de herfst en de winter van 1939 gebouwd werd door Poolse krijgsgevangenen.

    >

    Hieronder zien jullie de ingang van het kamp.

    >

    Het was het grootste kamp waar Belgen verbleven (zo’n 23.000), tegelijk het verst verwijderd van België maar tevens ook het meest noordelijk gelegen, ter hoogte van Denemarken. Dit is geen overbodig detail, want daar was het dus ijzig koud en aangezien er een groot tekort was aan steenkool …
    Veertig logementbarakken à 500 plaatsen, konden dus 20.000 krijgsgevangenen herbergen.
    De capaciteit van het kamp was bovendien verhoogd door het opstellen van tentoonstellingstenten op de vrije ruimtes.
    Verder omvatte het kamp ook dienstbarakken: infirmerie, stortbaden, ateliers voor kleermakers en schoenmakers, kantoren, keukens, postkantoor, ontluizingsbarak, enz… Het geheel werd omgeven door een dubbele afsluiting met prikkeldraad en het werd bewaakt vanaf miradors uitgerust met schijnwerpers en automatische wapens.
    Elke barak was ingedeeld in 2 grote kamers, 25 meter lang en 8 meter breed, gescheiden door een wasgelegenheid. Ziehier hoe zo’n kamer er uitzag.

    >

    Het leven in het krijgsgevangenkamp
    Mijn ouders zijn beide op 49 – jarige leeftijd overleden op een ogenblik dat ik als kind nog niet geïnteresseerd was in de voorbije oorlog. Ik heb mijn vader dus nooit gevraagd hoe het dagelijks leven in Stalag Ia verliep en ook mijn moeder heeft mij dus nooit kunnen vertellen hoe het leven op het thuisfront er uitzag tijdens de 11 maanden afwezigheid van mijn vader.
    De tekst die jullie hieronder kunnen lezen is dus samengesteld op basis van wat ik in de Westendse gemeentearchieven ontdekte en op basis van verhalen op internet door overlevenden en door afstammelingen ervan die wel het geluk hadden hun ouders en/of grootouders daarover te horen vertellen.
    Na een verblijf van enkele dagen in het kamp zelf om er gefouilleerd, geregistreerd, kaalgeschoren, ingeënt en gefotografeerd te worden, werden konvooien gevormd om de KG (krijgsgevangenen) naar hun werkplaats te voeren, in de ‘Kommando’s’. Stalag 1a had zo 21 commandoposten verspreid over Noord-Oost-Pruisen. De gevangene werd er geplaatst/gelogeerd voor min of meer lange periodes om er tijdens de dag op het veld of zelfs in fabrieken te werken. Ze keerden nog slechts sporadisch naar het centraal kamp terug.
    Over het algemeen mochten de gevangenen nogal snel na hun aankomst (binnen de veertien dagen) op voorgedrukte bladen, via het Rode-Kruis, teken van leven geven aan hun familie.
    Mijn vader verbleef in Stalag Ia van begin juni tot 13 december 1940 en dat samen met dorpsgenoot André Germonpré (1919-1976). Daags vóór hun vertrek kwam daar ook Julien Germonpré toe. Begin 1941, werden nog enkele Westendenaars in het kamp opgesloten: Robert Niville (23.01.1941), Roger Verleye (20.01.1941), René Verbanck (24.01.1941), Firmin Vandepitte (14.02.1941) en André Waeyaert (22.02.1941).
    De kampcommandant was toen Oberst Hartman, een keiharde die er zich op toelegde om de krijgsgevangenen elke dag steeds weer duidelijk te maken dat zij de ‘overwonnenen’ waren.
    Het voedsel was ontoereikend. Van een krijgsgevangene mag dus zeker gezegd worden dat hij echt honger leed. Elke kruimel was goud waard. Een rantsoen kan als volgt beschreven worden: ’s morgens een tas thee of ‘ersatz’ koffie, die slecht smaakte en bovendien koud was. ’s Middags was er een opscheplepel soep (ca ¾ liter). In het begin was de soep dik maar zienderogen verminderde de kwaliteit, zodat de gevangenen tenslotte van ‘afwaswater’ spraken. ’s Avonds kreeg iedereen 375 gram brood.
    In de ‘Kommando’s’ werden de gevangenen in principe gevoed op basis van de rantsoenen die de werkgevers moesten aankopen met ravitailleringszegels. Het eten was er duidelijk beter dan in het centraal kamp, vooral voor diegene die bij een boer werkten. Toch was dat in de meeste gevallen ontoereikend. Gelukkig ontvingen de gevangenen ook ‘pakjes’, die hen toelieten te overleven.
    Die kwamen eerst van de familie, die zich vaak het eten uit de mond spaarde, daarna van particulieren en van het Rode-Kruis.
    Volgens de conventie van Genève mocht het aantal pakjes niet beperkt worden. Door de bijzondere verzendingsetiketten die erop moesten geplakt worden, werd dat echter niet gerespecteerd.
    Er waren drie standaardpakjes van het Rode-Kruis: 1 kilogram voor 20 frs, 2 kg voor 40 frs en 5 kg voor 100 frs. Er waren pakjes voor ‘rokers’ en voor ‘niet-rokers’.
    Ziehier wat die pakketten zo allemaal bevatten.
    In het rokerspakket van 1 kg zaten 2 pakjes sigaretten, 1 doos sardines, 100 gram marsepein, 2 pakjes snoep ‘Lutti’, 1 doos confituur, 250 gram peperkoek of nog 1 doos confituur.
    Het niet-rokerspakket van 5 kg bevatte: 500 gram vijgen, 300 g droge rozijnen, 1 doos vlees of 2 dozen kaas, 2 dozen sardines, 2 dozen confituur, 2 dozen soep, 1 kg suiker, 2 pakjes ‘Lutti’, 2 dozen zwarte bonbons uit Doornik, 400 g marsepein, 1 kg peperkoek of 2 grote dozen confituur.
    De briefwisseling naar de gevangenen gebeurde met gewone postkaarten of met kaarten van het Rode-Kruis, speciaal daarvoor uitgegeven.
    Ik vond terug dat die vanaf de eerste weken op gang kwam, zeker vanaf juli 1940 en dat op een normale en regelmatige basis.

    Steun voor het thuisfront
    Tijdens het verblijf van mijn vader in Stalag-Ia kon mijn moeder rekenen op enige financiële steun van de gemeente.
    Zo ontving ze voor haarzelf en 3 kinderen van minder dan 15 jaar volgende bedragen:
    juni 1940: 270 fr.
    juli 1940: 552,50 fr.
    4-17 oogst 1940, bedrag 227 fr., voor de maand augustus 455 fr.
    5de week september 1940: 114 fr.
    Hoe die bedragen, gevonden in het gemeentelijk archief, berekend werden, weet ik niet. Was deze informatie onvolledig of moest het gezin het werkelijk stellen met deze steun???????
    Het zou ook kunnen dat de krijgsgevangenen betaald werden voor hun werk in de ‘Kommando’s’. De informatie daarover is echter niet duidelijk.

    Erkenning voor onze Westendse oudstrijders en/ of krijgsgevangenen
    Op de zitting van de Westendse gemeenteraad van 18.01.1943 werd besloten dat al diegenen die tussen 26 augustus 1939 en 28 mei 1940 onder de wapens waren, aangezien werden als oudstrijder van 1940.
    Mijn vader werd daarvoor vereremerkt met twee medailles: de Herinneringsmedaille van de oorlog 1940-45 met 2 gekruiste sabels (links hieronder) en de Medaille van de Krijgsgevangenen 1940-1945 met één staafje (rechts hieronder).

    In het gemeentelijk archief vond ik ook een mozaïek met paspoortfoto’s van die Westendenaars die zich op de één of andere manier verdienstelijk maakten en daarvoor de vleiende benaming ‘Glorierijke Held’ toegemeten kregen.

    Bovenaan: Marcel Gunst, gesneuveld op 26 mei 1940 (° W, 1913)
    Rij 1: Achille Kuylle (1906-?), Jules Mortier (1908-1973), William Ossaer (1911 – 1997), Achiel of Jourdain
             Lingier? , 
             K Dewulf, (?-?), Henri Tack (1915-?)
    Rij 2: Arthur Simoens (1905-?), Georges Daele (1902-?), Louis Van Bellingen(1903-?), Albert (?) Deschacht (1915-1988
             of
    1916-1986), Benoni of Albert Renty?, Stefaan Tack (1908 – 1978), Corteel Gaston???
    Rij 3: Robert Van Biervliet (1913-1970), Henri Cappelle (1906 – 1996), Camiel Germonpré (1912 – 1977), Van Praet (?-         ?-, Maurice Diet (1917-?), Camiel Verhelst (1909-1985), Jules (?) Beels (1908 – 1989)
    Rij 4: Verslype ?, Edmond Lannoye (1911-?), Jules Declerck (1915-1978), A. Last ?, Emiel Engelbrecht (1914-1989 KG),
             Emiel
    Quartier, (1904-?), Derudder
    Rij 5: Gerard Deprez (1901 – 1969), Jozef Boedt (1920 – 1974), Daniël Lanssens (1915 – 1990), Jerome Niville (1922-
             1995), of
    Robert?, Albert of Benoni Renty?, Leon Lefevere (1903 – 1953 KG), Oscar (?) Dewachter (1900-?)
    Rij 6: Désiré Hursel (1902 – 1966), Benjamin Verleye (1905-1969), Albert, Andreas of Georges Lansen?, Palmère Rosseel
             (1904-1976), André Waeyaert (1920-1941 KG), August Swyngedauw (1911-1999), Chausslain ??

    Ik weet eigenlijk niet waaraan deze 42 mannen hun status van ‘Held’ te danken hadden. Zijn er daar ook bij die gewoon opgeroepen werden, met hun eenheid de terugtocht meemaakten en daarna naar huis trokken? Zijn er geen andere, die krijgsgevangen genomen werden en die niet in de tabel voorkomen? Ik weet het niet.
    De opsteller van deze mozaïek heeft het alleszins niet nauw genomen met de schrijfwijze van de namen.Sommige van de 42 heb ik niet kunnen identificeren. Misschien is één van mijn aanvullingen niet correct. Herkennen jullie nog iemand? Ik zou dankbaar zijn voor elke bijkomende informatie.

    Bronnen
    http://18daagseveldtocht.wikispaces.com/De+piotten
    http://users.skynet.be/philippe.constant/stalag.html
    Antwoorden op mijn vragen aan Algemene Directie Human Recources, Divisie Administratieve Expertise, Sectie Administratieve Expertise, Ondersectie Notariaat Kwartier Koningin Elisabeth, EvereGemeentearchief Middelkerke/ Westende met dank aan conservator Marc Constandt

    07-11-2012, 12:15 Geschreven door stammer
    Reageren (2)


    Categorie:Oorlogen
    20-11-2011
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Enkele belevenissen in Westende tijdens de eerste wereldoorlog

    Het verhaal van mijn familie tijdens de oorlog
    Mijn grootouders hadden 6 zonen waaronder mijn vader Leon en verder Karel, Medard, Alidore, Pieter en Leopold. Bij het uitbreken van de vijandelijkheden had het ganse gezin op zeker ogenblik dekking gezocht in de kelders van de familie Jonckheere in de Westendelaan, toen nog Dorpplaats, waar nu de huizen 319, 321 en 323 opgetrokken zijn. Kort daarna viel er een granaat in de onmiddellijke omgeving. In paniek vluchtte iedereen weg uit de kelder in alle mogelijke richtingen. Drie van de kinderen, Karel (17), Medard (15) en Leon (11) kozen de richting Lombardsijde. Toen zij ’s anderendaags op hun stappen terugkeerden, hing er een briefje op de voordeur: “Wij (mijn grootouders plus Alidore (13), Pieter (10) en Leopold (5) ) zijn naar Oostende.”

    Door het feit dat de strook tussen Westende en Oostende door de Duitsers bezet was, werd geen doorgang meer verleend, “Sperrgebiet” heette dat. Ten einde raad, belandden de drie ongelukkige kinderen te Oostduinkerke waar Karel en Leon bij familie opgenomen werden, terwijl Medard bij ‘vreemden’ terechtkwam.

    Mijn grootouders kregen in de Velodroomstraat in Oostende een huis toegewezen, waar zij de ganse oorlog verbleven. Mijn grootvader en Alidore vonden respectievelijk werk bij de hoveniersbond en bij een landbouwer. Pieter en Leopold liepen school in de Volksbond waar zij ook een middagmaal konden nuttigen. Dat bestond dagelijks uit een klein stukje spek en een portie zuurkool. Aangezien dat wat weinig was voor zulke jonge gasten, liepen ze nog eens langs bij moeder om te zien of daar soms niets overgebleven was.
    Van de drie kinderen in Oostduinkerke werd tijdens de verdere oorlog niets meer vernomen.

    Verhalen uit de ‘Duinengalm’
    Tijdens de oorlog verschenen er geen dag- noch weekbladen. Dat belette de journalisten niet het relaas van de feiten bij te houden en vanaf 1919 voor de dag te komen met allerlei verhalen die zich, onder andere, afspeelden in Westende. Hier volgen er een paar (bewerkte) uit het weekblad ‘Duinengalm’ uit Oostende.

    Hoe de 80-jarige Charles Vandenberghe zijn dood vond
    Charles Vandenberghe, rentenier, 80 jaar oud, broer van Livien die tot kort voor de oorlog het café ‘De Kroon’ in Westende - dorp uitbaatte en zijn vrouw Suzanne Bolle, 79 jaar, waren zoals iedereen, erg bevreesd voor de Duitsers. Suzanne had haar bankbriefjes in een matras genaaid. Haar ‘waarden’ waren opgesloten in een kas. Toen Westende gebombardeerd werd brandde het huis van hun buren af. De vrouw was danig geschrokken. Zij wierp de matras, met de bankbriefjes erin, in het tuintje van hun woonst en maakte zich uit de voeten naar het huis van Pieter Deprez. Zo snel zelfs dat haar man Charles, die slecht te been was en zich moest behelpen met een stok en een kruk, haar niet kon volgen en haar dan maar achterna sukkelde. Aangekomen bij de woning van de Deprez’, moest Suzanne vaststellen dat die ook gevlucht waren. Ze liep dan maar verder naar de hofstede van de kinderen Zielens, van ver teken doende naar Charles, die afgestrompeld kwam, dat zij verder vluchtte.
    Had de man die tekens niet gezien, of was hij van gedacht veranderd? Hij keerde in elk geval op zijn stappen terug en sukkelde weer naar huis. Suzanne, die hem maar niet zag afkomen, keerde dan ook maar terug. Op enkele passen van haar huis werd zij door Duitse schildwachten tegengehouden, en hoe zij ook bad en smeekte, men liet haar niet door!
    Vele weken later geraakten mensen die daarvoor over een paspoort beschikten, toch Westende binnen en ze vonden de oude Charles Vandenberghe in de kelder van zijn woning, gestorven van honger en koude.
    De matras met de bankbriefjes werd nooit meer teruggevonden!

    Hoe E.H. Bonte van Westende, “in ’t kot werd gestoken en er uit ‘gerocht’” (17-20 Dec 1914)
    Leo Bonte was van 1911 tot 1918 pastoor van Westende. Toen het dorp volledig ontruimd werd en alle parochianen de vlucht namen naar veiliger oorden, nam hij zijn intrek in een woning in Middelkerke. Hij hielp er de geestelijkheid van die parochie, onder andere bij het bezoeken van zieken.

    De zieke Duitse aalmoezenier Fritz, die verpleegd werd in pension ‘La Providence’, kreeg zo het bezoek van E.H. Bonte. Hij vroeg de pastoor de Duitse gekwetsten ook te willen bezoeken. Om gemakkelijker overal toegang te krijgen, gaf hij hem daartoe een armband van het Rode Kruis met daarop een Duitse stempel. De armband was echter danig vuil en werd daarom door een zuster van het hospitaal gewassen. Daardoor beleefde de pastoor van donderdag 17 december tot zondagmiddag 20 december 1914 een voor hem ellendige periode.
    Toen hij namelijk op weg was naar de Duitse gekwetsten, werd hij tegengehouden. De schildwacht wilde namelijk weten met welk recht hij een armband van het Rode Kruis droeg.
    “De band draagt de Duitse stempel niet” snauwde men hem toe. Dat die in de was gebleven was, kon en wilde de Duitser maar niet geloven. Bovendien werd in Bonte’s brevier een potloodschets gevonden met daarop enkele straten van Middelkerke. Ook nu werd de uitleg ‘ik vind anders mijn weg niet als ik iemand moet berechten’ geen genade.
    Toen ook nog Frans gouden geld gevonden werd in de geldbeugel van de pastoor, was het Duits geduld op: “Geen uitleg meer! Gij zijt een spion die met Frans gouden geld betaald wordt!“
    De Duitsers verdachten de Middelkerkenaars er immers van de posities van hun kustbatterijen aan de Westerse bondgenoten door te geven. De Westendse pastoor was trouwens één van hun verdachten.
    ‘Eindelijk hadden ze die nu vast’ en daarom werd E.H. Bonte ’s vrijdags na de middag per auto naar Oostende gebracht waar hij bij de Duitse overheden afgeleverd werd.
    Hij kwam te laat in de statie toe om nog met de trein van 2 uur naar Brugge te kunnen vertrekken en werd naar de ‘Kommandatur’ van Oostende (betalende jongensschool in de Ooststraat) gevoerd, waar hij in een zaal werd opgesloten. Als bewaker had hij een tamelijk vriendelijke soldaat, met wie hij in ’t Duits een langdurig ‘kouterken’ sloeg. Tegen de avond werd de soldaat door een Pruis vervangen. Toen de eerste soldaat een half uur later terugkwam, vroeg hij aan de Pruis hoe hij het met zijn gevangene stelde. – “Och, er ist stumm”, was het antwoord.
    ’s Anderendaags rond 11 uur kwam men de ‘Pfarrer’ halen om per trein naar Brugge overgebracht te worden. Daar werd hij naar het Gerechtshof, op de Burg, geleid, waar hij door een Duitse onderzoeksrechter verhoord werd en daarna in een cel opgesloten werd.
    Toen hij opnieuw voor de rechter geleid werd, deelde deze hem mee dat hij gunstige inlichtingen had ontvangen vanwege de protestantse aalmoezenier Frinz (of Fritz?) en dat hij dezelfde avond per auto naar Middelkerke zou gebracht worden om daar te worden losgelaten. Hij gaf hem tevens zijn gouden geld terug.Vergezeld van een bediende van de rechtbank verliet hij tegen de avond per auto de stad Brugge. In Westkerke liet de wagen het echter afweten en de reis werd dan maar te voet verder gezet. Ze werden echter door een ‘Hauptmann’ opgeladen tot Gistel waar een derde auto hen naar Oostende bracht, waar overnacht werd bij E.H. Claeys, pastoor van O.L.V (Hazegras), in afwachting dat een Duitse auto de pastoor terugbracht naar Middelkerke. Einde goed, alles goed, al is dat hier erg relatief, natuurlijk!!

    Een ander avontuur van E.H. Bonte – 17 juli 1917
    De burgemeester van Stene werd er, ingevolge een anonieme brief, door de Duitse overheid van verdacht ongeoorloofde briefwisseling te voeren. Daarom werd bij hem een huiszoeking uitgevoerd.
    Dit leidde tot de ontdekking van een schrijfboek, met daarin de beruchte herderlijke brief van kardinaal Mercier waarin deze de wandaden van de Duitsers veroordeelt. Al vlug werd achterhaald dat het schrijfboek afkomstig was van E.H. Pastor Leroeye, die bekende het schrijfboek ontvangen te hebben in de pastorij van de Konterdam, waar E.H. Devos pastoor was.
    Deze laatste moest daarom op de ‘Kommandatur’ van Oostende verschijnen. E.H. Bonte, pastoor van Westende, verbleef geruime tijd bij de E.H. Devos. Toen Bonte zich ’s anderendaags, onwetend over de huiszoeking, naar de Konterdam begaf, hoorde hij daar wat er met zijn collega aan de hand was.
    Het was de pastoor van Westende, die het schrijfboek gekregen had van een dame die te Westende verbleef. Hij aarzelde geen ogenblik en begaf zich naar de ‘Kommandatur’. Hij vroeg er om door de ‘Gerichtsoffizier’ Glassmer te worden verhoord en verklaarde hem de eigenaar van het schrijfboek te zijn. Daarop vroeg Glassmer wie hem dit boek had bezorgd; de E.H. pastoor weigerde het te zeggen. Glassmer vroeg hem dan of hij de herderlijke brief van Kardinaal Mercier gelezen had. E.H. Bonte antwoordde dat hij het schrijfboek omzeggens niet had open gedaan, daar hij reeds veel vroeger had horen spreken van bedoelde brief. “Overigens”, voegde hij er aan toe, “de aandacht van de priesters is thans bijzonder getrokken op de brief van kardinaal staatssecretaris Gaspari aan M. Vanden Heuvel, gevolmachtigde van België bij de H. Stoel. Ook de Duitse bladen, zoals de Frankfurter Zeitung, de Kölnische Volkszeitung, die ik gewoonlijk lees, spreken daarover. Kardinaal Gaspari herinnert de woorden van de rijkskanselier von Bethmann-Hollweg, die op 4 augustus 1914 in de Reichstag verklaarde dat het schenden van de Belgische onzijdigheid een onwettige zaak was”.

    ‘Herr’ Glassmer kon daar niet mee lachen, maar Bonte wel. Hij vervolgde: “Kardinaal Gaspari spreekt ook over stukken die te Brussel gevonden werden en die zouden bewijzen dat er een onderduims akkoord bestond tussen België en Engeland”. Achtte ‘Herr’ Glassmer het gevaarlijk de E.H. Bonte te laten voortspreken over kardinaal Gaspari, of zag hij in dat hij niet kon wedijveren met zo’n sterke opponent? Hij drong niet verder aan en bood E.H. Bonte het verslag van het verhoor ter lezing en ondertekening aan. Daarop mocht de geestelijke vertrekken.

    Had Westende toen geen ontwikkelde en verstandige pastoor?

    20-11-2011, 00:00 Geschreven door stammer
    Reageren (0)


    Categorie:Oorlogen
    10-02-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Gesneuveld voor 't vaderland!

    Wie heeft er nooit gehoord van de ‘Commonwealth War Graves Commission’? Ze is bekend omdat ze de herinnering in ere houdt van de 1,7 miljoen mannen en vrouwen van de strijdkrachten van het Gemenebest die hun leven lieten tijdens de twee wereldoorlogen.

    Wie bracht nooit een bezoek aan één van de vele door hen uiterst verzorgde en uitgestrekte kerkhoven in Ieper en omstreken. Overbodige vraag natuurlijk!

    Maar weet u ook dat op het kerkhof van Westende drie Britse militairen begraven liggen, die sneuvelden tijden de oorlog 1940-45?

    Het zijn:

    Ernest Murray Stamnummer 932304, kanonnier bij het 72 Field Regiment Royal Artillery

    Gestorven op 31 mei 1940. 21 jaar. Zoon van Susan J. Murray in Shotton Co. Durham. Graf 8.

    “Stars shine on the Grave of a loved one we could not save” (Mother Sisters Brothers)

    “Qua Fas et Gloria Ducunt” (Where duty and glory lead)

    Maurice Robert Aslin 516375 Sergeant (Piloot) van het 151 Squadron

               Gestorven op 18 juni 1940. 27 jaar. Zoon van Robert John en Minnie Aslin;  echtgenoot van

     Louisa Aslin  in xml:namespace prefix = st1 ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:smarttags" />Kingston-on-Thames Surrey. Graf 13.

    “And with the going down of the sun we will remember them”

    Per ardua ad astra ("Through Struggles or Difficulties to the Stars") is het motto van de Royal Air Force

    (onbekende ‘Airman of the 1939-1945 War) Gestorven in mei 1940.Graf 17.

                            “Known unto God”

    Ze liggen op het erepark, tussen de Belgische oudstrijders 1914-18 en 1940-45.

    Op elk ervan staat zo’n typische grafsteen met bovenvermelde opschriften.

    In zijn zitting van 21.06.1948 besloot de Westendse gemeenteraad een eeuwigdurende vergunning toe te kennen voor drie percelen van elk één meter vijf en twintig centimeter in de breedte en twee meter en half in de diepte. Dit werd gedaan in het vooruitzicht dat de graven zouden overgedragen worden aan het Bestuur der Britse Graven, die ze ‘te eeuwigen dage zou verzorgen en onderhouden’

    Aan de uitgang van het kerkhof is trouwens een bordje aangebracht ‘Graven van het Gemenebest – Commonwealth War Graves’

    Ik wou eigenlijk wel graag weten hoe deze militairen aan hun einde gekomen zijn. Ik schreef daarom een brief naar de ‘Wargraves Commission’. Bijna twee maanden later werd mij meegedeeld dat zij geen foto’s van de gesneuvelden bijhouden noch informatie over de omstandigheden van het tragisch overlijden. Misschien kan iemand mij inlichten? Waarvoor mijn dank bij voorbaat.

    Ik heb eens een bezoek gebracht aan het kerkhof om te zien of de graven er na bijna 70 jaar nog steeds verzorgd en onderhouden bijliggen. Dat is inderdaad het geval. Dat kan niet gezegd worden van sommige andere graven op het ereperk, bijvoorbeeld van een onbekende van het 7 Linie. Het erepark is wel te herkennen aan twee vlaggenmasten (Belgische en Vlaamse vlag) en een console met daarop de vermelding ‘Oudstrijders 1914-18 en 1940-45’ maar het geheel is verder niet zo herkenbaar en verloren tussen de andere graven. In Lombardsijde staat een driekleurige omheining rond het park en dat zorgt voor een bijzonder cachet.

    10-02-2008, 00:00 Geschreven door stammer
    Reageren (1)


    Categorie:Oorlogen
    29-11-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Uniform van Essex Scottishregiment wordt gelukkig goed bewaard.

    Een paar weken geleden maakte ik mij zorgen over het vaandel van het Essex Scottishregiment en over het uniform van onderofficier Paquay, die beide aan de toenmalige gemeente Westende geschonken werden, in herinnering aan de eenheid die ons bevrijdde.

    Ik mocht op 20.11.2007 van de cultuurbeleidcoördinator van Middelkerke, Stijn Van Loock, volgende email ontvangen:

    “Ik kan u melden dat dit uniform gelukkig nog altijd in het bezit van het gemeentebestuur is. Enkele jaren geleden is het nog tentoongesteld in de oude post in Middelkerke (de tentoonstelling The Last Post).

    Gezien het uitzonderlijke historische belang van dit uniform en omwille van de kwetsbaarheid van de materialen is het niet aangewezen deze stukken permanent tentoon te stellen. Licht, temperatuurschommelingen en vocht hebben immers een zeer nefaste inwerking op de weefsels: ze verkleuren, desintegreren... Daarom moet blootstelling aan deze elementen zoveel mogelijk worden vermeden. Dat betekent natuurlijk niet dat het uniform voor altijd achter slot en grendel zit, integendeel. Bij speciale gelegenheden kan het nog altijd tentoongesteld worden.”

     

    Hartelijk dank, Stijn. En nu nog het vaandel!

    29-11-2007, 00:00 Geschreven door stammer
    Reageren (0)


    Categorie:Oorlogen
    09-10-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Waar is het vaandel van het Essex Scottishregiment?

    In het verslag van de gemeenteraad van 24.09.1947 heb ik gelezen dat Romain PAQUAY, gewezen onderofficier van het Essex Scottishregiment, die meehelp aan de bevrijding van Westende op 10, 11 en 12 sep 1944 als aandenken aan deze heuglijke dagen zijn uniform schonk aan de gemeente (toen uiteraard nog zelfstandig) . De gemeente had reeds bij de opening van de Essex Scottishlaan op 10.6.45 het vaandel van het regiment ontvangen.

    Het vaandel en het uniform zouden ‘voor eeuwig’ in het gemeentehuis bewaard worden.

    Weet iemand soms waar ze nu zijn?

    In een Middelkerks museum? Op het Middelkerks gemeentehuis? Ik heb ze nog nooit gezien. Als ze nog bestaan, dan horen ze thuis in Westende. Het moet niet moeilijk zijn om er hier een ereplaats voor te vinden. Mocht een privaat persoon ze in zijn bezit hebben, dan wordt het de hoogste tijd om ze (anoniem, eventueel bij duisternis) aan de deur te zetten van de schepen, bevoegd voor erfgoed en museum.

    09-10-2007, 00:00 Geschreven door stammer
    Reageren (0)


    Categorie:Oorlogen
    Archief per week
  • 19/06-25/06 2017
  • 12/06-18/06 2017
  • 05/06-11/06 2017
  • 29/05-04/06 2017
  • 22/05-28/05 2017
  • 15/05-21/05 2017
  • 08/05-14/05 2017
  • 01/05-07/05 2017
  • 24/04-30/04 2017
  • 17/04-23/04 2017
  • 10/04-16/04 2017
  • 03/04-09/04 2017
  • 27/03-02/04 2017
  • 20/03-26/03 2017
  • 13/03-19/03 2017
  • 06/03-12/03 2017
  • 27/02-05/03 2017
  • 20/02-26/02 2017
  • 13/02-19/02 2017
  • 06/02-12/02 2017
  • 30/01-05/02 2017
  • 23/01-29/01 2017
  • 16/01-22/01 2017
  • 09/01-15/01 2017
  • 02/01-08/01 2017
  • 26/12-01/01 2017
  • 19/12-25/12 2016
  • 12/12-18/12 2016
  • 05/12-11/12 2016
  • 28/11-04/12 2016
  • 21/11-27/11 2016
  • 14/11-20/11 2016
  • 07/11-13/11 2016
  • 31/10-06/11 2016
  • 24/10-30/10 2016
  • 17/10-23/10 2016
  • 10/10-16/10 2016
  • 03/10-09/10 2016
  • 26/09-02/10 2016
  • 19/09-25/09 2016
  • 12/09-18/09 2016
  • 05/09-11/09 2016
  • 29/08-04/09 2016
  • 22/08-28/08 2016
  • 15/08-21/08 2016
  • 08/08-14/08 2016
  • 01/08-07/08 2016
  • 25/07-31/07 2016
  • 18/07-24/07 2016
  • 11/07-17/07 2016
  • 04/07-10/07 2016
  • 27/06-03/07 2016
  • 20/06-26/06 2016
  • 13/06-19/06 2016
  • 06/06-12/06 2016
  • 30/05-05/06 2016
  • 23/05-29/05 2016
  • 16/05-22/05 2016
  • 09/05-15/05 2016
  • 02/05-08/05 2016
  • 25/04-01/05 2016
  • 18/04-24/04 2016
  • 11/04-17/04 2016
  • 04/04-10/04 2016
  • 28/03-03/04 2016
  • 21/03-27/03 2016
  • 14/03-20/03 2016
  • 07/03-13/03 2016
  • 29/02-06/03 2016
  • 22/02-28/02 2016
  • 15/02-21/02 2016
  • 08/02-14/02 2016
  • 01/02-07/02 2016
  • 25/01-31/01 2016
  • 18/01-24/01 2016
  • 11/01-17/01 2016
  • 04/01-10/01 2016
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2015
  • 14/12-20/12 2015
  • 07/12-13/12 2015
  • 30/11-06/12 2015
  • 23/11-29/11 2015
  • 16/11-22/11 2015
  • 09/11-15/11 2015
  • 02/11-08/11 2015
  • 26/10-01/11 2015
  • 19/10-25/10 2015
  • 12/10-18/10 2015
  • 05/10-11/10 2015
  • 28/09-04/10 2015
  • 21/09-27/09 2015
  • 14/09-20/09 2015
  • 07/09-13/09 2015
  • 31/08-06/09 2015
  • 24/08-30/08 2015
  • 17/08-23/08 2015
  • 10/08-16/08 2015
  • 03/08-09/08 2015
  • 27/07-02/08 2015
  • 20/07-26/07 2015
  • 13/07-19/07 2015
  • 06/07-12/07 2015
  • 29/06-05/07 2015
  • 22/06-28/06 2015
  • 15/06-21/06 2015
  • 08/06-14/06 2015
  • 01/06-07/06 2015
  • 25/05-31/05 2015
  • 18/05-24/05 2015
  • 11/05-17/05 2015
  • 04/05-10/05 2015
  • 27/04-03/05 2015
  • 20/04-26/04 2015
  • 13/04-19/04 2015
  • 06/04-12/04 2015
  • 30/03-05/04 2015
  • 23/03-29/03 2015
  • 16/03-22/03 2015
  • 09/03-15/03 2015
  • 02/03-08/03 2015
  • 23/02-01/03 2015
  • 16/02-22/02 2015
  • 09/02-15/02 2015
  • 02/02-08/02 2015
  • 26/01-01/02 2015
  • 19/01-25/01 2015
  • 12/01-18/01 2015
  • 05/01-11/01 2015
  • 30/12-05/01 2014
  • 22/12-28/12 2014
  • 15/12-21/12 2014
  • 08/12-14/12 2014
  • 01/12-07/12 2014
  • 24/11-30/11 2014
  • 17/11-23/11 2014
  • 10/11-16/11 2014
  • 03/11-09/11 2014
  • 27/10-02/11 2014
  • 20/10-26/10 2014
  • 13/10-19/10 2014
  • 06/10-12/10 2014
  • 29/09-05/10 2014
  • 22/09-28/09 2014
  • 15/09-21/09 2014
  • 08/09-14/09 2014
  • 01/09-07/09 2014
  • 25/08-31/08 2014
  • 18/08-24/08 2014
  • 11/08-17/08 2014
  • 04/08-10/08 2014
  • 28/07-03/08 2014
  • 21/07-27/07 2014
  • 14/07-20/07 2014
  • 07/07-13/07 2014
  • 30/06-06/07 2014
  • 23/06-29/06 2014
  • 16/06-22/06 2014
  • 09/06-15/06 2014
  • 02/06-08/06 2014
  • 26/05-01/06 2014
  • 19/05-25/05 2014
  • 12/05-18/05 2014
  • 05/05-11/05 2014
  • 28/04-04/05 2014
  • 21/04-27/04 2014
  • 14/04-20/04 2014
  • 07/04-13/04 2014
  • 31/03-06/04 2014
  • 24/03-30/03 2014
  • 17/03-23/03 2014
  • 10/03-16/03 2014
  • 03/03-09/03 2014
  • 24/02-02/03 2014
  • 17/02-23/02 2014
  • 10/02-16/02 2014
  • 03/02-09/02 2014
  • 27/01-02/02 2014
  • 20/01-26/01 2014
  • 13/01-19/01 2014
  • 06/01-12/01 2014
  • 31/12-06/01 2013
  • 23/12-29/12 2013
  • 16/12-22/12 2013
  • 09/12-15/12 2013
  • 02/12-08/12 2013
  • 25/11-01/12 2013
  • 18/11-24/11 2013
  • 11/11-17/11 2013
  • 04/11-10/11 2013
  • 28/10-03/11 2013
  • 21/10-27/10 2013
  • 14/10-20/10 2013
  • 07/10-13/10 2013
  • 30/09-06/10 2013
  • 23/09-29/09 2013
  • 16/09-22/09 2013
  • 09/09-15/09 2013
  • 02/09-08/09 2013
  • 26/08-01/09 2013
  • 19/08-25/08 2013
  • 05/08-11/08 2013
  • 29/07-04/08 2013
  • 22/07-28/07 2013
  • 15/07-21/07 2013
  • 08/07-14/07 2013
  • 01/07-07/07 2013
  • 24/06-30/06 2013
  • 17/06-23/06 2013
  • 10/06-16/06 2013
  • 03/06-09/06 2013
  • 27/05-02/06 2013
  • 20/05-26/05 2013
  • 13/05-19/05 2013
  • 06/05-12/05 2013
  • 29/04-05/05 2013
  • 22/04-28/04 2013
  • 15/04-21/04 2013
  • 08/04-14/04 2013
  • 01/04-07/04 2013
  • 18/03-24/03 2013
  • 04/03-10/03 2013
  • 18/02-24/02 2013
  • 11/02-17/02 2013
  • 04/02-10/02 2013
  • 28/01-03/02 2013
  • 21/01-27/01 2013
  • 14/01-20/01 2013
  • 07/01-13/01 2013
  • 02/01-08/01 2012
  • 24/12-30/12 2012
  • 17/12-23/12 2012
  • 10/12-16/12 2012
  • 03/12-09/12 2012
  • 26/11-02/12 2012
  • 19/11-25/11 2012
  • 12/11-18/11 2012
  • 05/11-11/11 2012
  • 29/10-04/11 2012
  • 22/10-28/10 2012
  • 15/10-21/10 2012
  • 08/10-14/10 2012
  • 01/10-07/10 2012
  • 24/09-30/09 2012
  • 17/09-23/09 2012
  • 10/09-16/09 2012
  • 03/09-09/09 2012
  • 27/08-02/09 2012
  • 20/08-26/08 2012
  • 13/08-19/08 2012
  • 06/08-12/08 2012
  • 30/07-05/08 2012
  • 23/07-29/07 2012
  • 16/07-22/07 2012
  • 09/07-15/07 2012
  • 02/07-08/07 2012
  • 25/06-01/07 2012
  • 18/06-24/06 2012
  • 11/06-17/06 2012
  • 04/06-10/06 2012
  • 28/05-03/06 2012
  • 21/05-27/05 2012
  • 14/05-20/05 2012
  • 07/05-13/05 2012
  • 30/04-06/05 2012
  • 23/04-29/04 2012
  • 16/04-22/04 2012
  • 09/04-15/04 2012
  • 02/04-08/04 2012
  • 26/03-01/04 2012
  • 19/03-25/03 2012
  • 12/03-18/03 2012
  • 05/03-11/03 2012
  • 27/02-04/03 2012
  • 20/02-26/02 2012
  • 13/02-19/02 2012
  • 06/02-12/02 2012
  • 30/01-05/02 2012
  • 23/01-29/01 2012
  • 16/01-22/01 2012
  • 09/01-15/01 2012
  • 02/01-08/01 2012
  • 19/12-25/12 2011
  • 12/12-18/12 2011
  • 05/12-11/12 2011
  • 28/11-04/12 2011
  • 21/11-27/11 2011
  • 14/11-20/11 2011
  • 07/11-13/11 2011
  • 31/10-06/11 2011
  • 24/10-30/10 2011
  • 17/10-23/10 2011
  • 10/10-16/10 2011
  • 03/10-09/10 2011
  • 26/09-02/10 2011
  • 19/09-25/09 2011
  • 12/09-18/09 2011
  • 05/09-11/09 2011
  • 29/08-04/09 2011
  • 22/08-28/08 2011
  • 15/08-21/08 2011
  • 08/08-14/08 2011
  • 01/08-07/08 2011
  • 18/07-24/07 2011
  • 11/07-17/07 2011
  • 04/07-10/07 2011
  • 27/06-03/07 2011
  • 20/06-26/06 2011
  • 13/06-19/06 2011
  • 06/06-12/06 2011
  • 30/05-05/06 2011
  • 23/05-29/05 2011
  • 16/05-22/05 2011
  • 09/05-15/05 2011
  • 02/05-08/05 2011
  • 25/04-01/05 2011
  • 18/04-24/04 2011
  • 11/04-17/04 2011
  • 04/04-10/04 2011
  • 28/03-03/04 2011
  • 21/03-27/03 2011
  • 14/03-20/03 2011
  • 07/03-13/03 2011
  • 28/02-06/03 2011
  • 21/02-27/02 2011
  • 14/02-20/02 2011
  • 07/02-13/02 2011
  • 31/01-06/02 2011
  • 24/01-30/01 2011
  • 17/01-23/01 2011
  • 10/01-16/01 2011
  • 03/01-09/01 2011
  • 26/12-01/01 2012
  • 20/12-26/12 2010
  • 13/12-19/12 2010
  • 06/12-12/12 2010
  • 29/11-05/12 2010
  • 22/11-28/11 2010
  • 15/11-21/11 2010
  • 08/11-14/11 2010
  • 01/11-07/11 2010
  • 25/10-31/10 2010
  • 18/10-24/10 2010
  • 11/10-17/10 2010
  • 04/10-10/10 2010
  • 27/09-03/10 2010
  • 20/09-26/09 2010
  • 13/09-19/09 2010
  • 06/09-12/09 2010
  • 30/08-05/09 2010
  • 23/08-29/08 2010
  • 16/08-22/08 2010
  • 09/08-15/08 2010
  • 02/08-08/08 2010
  • 26/07-01/08 2010
  • 19/07-25/07 2010
  • 12/07-18/07 2010
  • 05/07-11/07 2010
  • 28/06-04/07 2010
  • 21/06-27/06 2010
  • 14/06-20/06 2010
  • 07/06-13/06 2010
  • 31/05-06/06 2010
  • 24/05-30/05 2010
  • 17/05-23/05 2010
  • 10/05-16/05 2010
  • 03/05-09/05 2010
  • 26/04-02/05 2010
  • 19/04-25/04 2010
  • 12/04-18/04 2010
  • 05/04-11/04 2010
  • 29/03-04/04 2010
  • 22/03-28/03 2010
  • 15/03-21/03 2010
  • 08/03-14/03 2010
  • 01/03-07/03 2010
  • 22/02-28/02 2010
  • 15/02-21/02 2010
  • 08/02-14/02 2010
  • 01/02-07/02 2010
  • 25/01-31/01 2010
  • 18/01-24/01 2010
  • 11/01-17/01 2010
  • 04/01-10/01 2010
  • 28/12-03/01 2016
  • 21/12-27/12 2009
  • 14/12-20/12 2009
  • 07/12-13/12 2009
  • 30/11-06/12 2009
  • 23/11-29/11 2009
  • 16/11-22/11 2009
  • 09/11-15/11 2009
  • 02/11-08/11 2009
  • 26/10-01/11 2009
  • 19/10-25/10 2009
  • 12/10-18/10 2009
  • 05/10-11/10 2009
  • 28/09-04/10 2009
  • 21/09-27/09 2009
  • 14/09-20/09 2009
  • 07/09-13/09 2009
  • 24/08-30/08 2009
  • 17/08-23/08 2009
  • 10/08-16/08 2009
  • 03/08-09/08 2009
  • 27/07-02/08 2009
  • 20/07-26/07 2009
  • 13/07-19/07 2009
  • 06/07-12/07 2009
  • 29/06-05/07 2009
  • 22/06-28/06 2009
  • 15/06-21/06 2009
  • 08/06-14/06 2009
  • 25/05-31/05 2009
  • 18/05-24/05 2009
  • 11/05-17/05 2009
  • 04/05-10/05 2009
  • 27/04-03/05 2009
  • 20/04-26/04 2009
  • 13/04-19/04 2009
  • 30/03-05/04 2009
  • 23/03-29/03 2009
  • 16/03-22/03 2009
  • 09/03-15/03 2009
  • 02/03-08/03 2009
  • 23/02-01/03 2009
  • 16/02-22/02 2009
  • 09/02-15/02 2009
  • 02/02-08/02 2009
  • 26/01-01/02 2009
  • 12/01-18/01 2009
  • 05/01-11/01 2009
  • 29/12-04/01 2009
  • 22/12-28/12 2008
  • 15/12-21/12 2008
  • 08/12-14/12 2008
  • 01/12-07/12 2008
  • 24/11-30/11 2008
  • 17/11-23/11 2008
  • 10/11-16/11 2008
  • 03/11-09/11 2008
  • 27/10-02/11 2008
  • 20/10-26/10 2008
  • 13/10-19/10 2008
  • 29/09-05/10 2008
  • 22/09-28/09 2008
  • 15/09-21/09 2008
  • 08/09-14/09 2008
  • 01/09-07/09 2008
  • 25/08-31/08 2008
  • 18/08-24/08 2008
  • 11/08-17/08 2008
  • 04/08-10/08 2008
  • 28/07-03/08 2008
  • 21/07-27/07 2008
  • 14/07-20/07 2008
  • 07/07-13/07 2008
  • 30/06-06/07 2008
  • 23/06-29/06 2008
  • 16/06-22/06 2008
  • 09/06-15/06 2008
  • 02/06-08/06 2008
  • 26/05-01/06 2008
  • 19/05-25/05 2008
  • 12/05-18/05 2008
  • 05/05-11/05 2008
  • 28/04-04/05 2008
  • 21/04-27/04 2008
  • 14/04-20/04 2008
  • 07/04-13/04 2008
  • 31/03-06/04 2008
  • 24/03-30/03 2008
  • 17/03-23/03 2008
  • 10/03-16/03 2008
  • 03/03-09/03 2008
  • 25/02-02/03 2008
  • 18/02-24/02 2008
  • 11/02-17/02 2008
  • 04/02-10/02 2008
  • 28/01-03/02 2008
  • 14/01-20/01 2008
  • 07/01-13/01 2008
  • 31/12-06/01 2008
  • 24/12-30/12 2007
  • 17/12-23/12 2007
  • 10/12-16/12 2007
  • 03/12-09/12 2007
  • 26/11-02/12 2007
  • 19/11-25/11 2007
  • 12/11-18/11 2007
  • 05/11-11/11 2007
  • 29/10-04/11 2007
  • 22/10-28/10 2007
  • 15/10-21/10 2007
  • 08/10-14/10 2007
  • 01/10-07/10 2007
  • 24/09-30/09 2007
  • 17/09-23/09 2007
  • 10/09-16/09 2007
  • 03/09-09/09 2007

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Websites over Middelkerke
  • Gemeente Middelkerke
  • Middelkerke.2link
  • Handelaars Westende-dorp
  • Westende


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!